Oude boeken leiden hun eigen leven. Nu pas ik even op ze, later moet iemand anders dat weer doen. Het begon met enkele 19e eeuwse boeken uit de bibliotheek van mijn opa. Inmiddels is de collectie uitgegroeid tot een verzameling oude boekdrukken op het gebied van (lokale) geschiedenis, topografie, politiek, internationaal recht en retorica, aangevuld met andere boeken die ik gewoon mooi vind. Hieronder volgt een overzicht van mijn collectie. Ik vermeld boeken gedrukt tot en met 1940.

1 – Geschiedenis, topografie, politiek, recht

1.1 – Nederland

Chronologisch naar beschreven tijdvak:

1.1.1 – Middeleeuwen

  • Laurent Philippe Charles van den Bergh (1805-1887) – Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer, verzameld en opgehelderd. Utrecht, Johannes Altheer, 1836.
    Mr. Laurent Philippe Charles van den Bergh werd in 1854 adjunct-archivaris des rijks en in 1865 hoofdarchivaris. Hij schreef verschillende studies op het gebied van taalkunde, letterkunde en volkscultuur.
    Dit geschrift uit 1836 is voor een groot deel gebaseerd op de kronieken uit de 15e en 16e eeuw. Deze kronieken zijn echter voor een groot deel romantische verdichtsels. Dit maakt het tot een aardig, leesbaar boek met veel informatie, maar geschreven door een dilettant.
  • Laurent Philippe Charles van den Bergh (1805-1887) – Handboek der Middel-Nederlandsche geografie. ’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1872.
  • Gerard van Loon (1683-1758) – Gerards van Loons Aloude Hollandsche Histori der keyzeren, koningen, hertogen en graaven, welken, sedert de komst der Batavieren in het thans genaamde Holland, tot de herstelling van ’s Graaven Florents den Eerstens zoon, aldaar het Hooggebied gehad hebben. Beweezen en bevestigd door de woordlyke getuygenissen van zoodaanige Schryvers (…) en voorts nog versierd en opgehelderd met de noodige Landkaarten, Geslachtlysten, Keyzer- en Koninglyke Penningen en veelvuldige andere Gedenkstukken, in die oeroude tyden gemaakt – ’s Graavenhaage, Pieter de Hondt, 1734 – 1e druk – 2 delen in 2 banden – (40) + 348 + (23) / (2) + 360 + (28) pp. – Lederen banden – 40 x 26 cm.
    Gerard van Loon was een Nederlandse jurist, historicus, geschiedschrijver en uitgever van historische bronnen en bovenal verwoed verzamelaar van penningen. In zijn jonge jaren was hij tevens schrijver van gedichten en treurspelen. Zijn vierdelige boekwerk ‘Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen’ geldt nog altijd als standaardwerk in de Nederlandse numismatiek. 
  • Marcus Zuerius van Boxhorn (1612-1653); Jacobus Baselius (1623-1661) Nederlands merkwaardigste gebeurtenissen, vervattende een aaneengeschakeld verhaal der wisselvalligheden, zo in voor- als tegenspoed, ons vaderland overkomen, zedert den Jaare 1000 tot de tyden toe van Keizer Karel den V. door […] En den Nederlandsche Sulpitius, van Jacobus Baselius. Of de historie van de godsdienst in Nederland; en van de Nederlanders hersteld, bedorven, en wederom gezuivert. Met een voorreden, aanwyzende de nuttigheid van dit werk door M. Leydekker, S.S. Theol. Doctor & Professor. Amsterdam, Steven van Esveldt, 1753.
    Zuerius van Boxhorn was ‘Professor in de historien tot Leiden’. Hij werd geboren op 28 Augustus 1612 in Bergen op Zoom. Hij werd in 1626 ingeschreven aan de Leidse Hogeschool. Boxhorn vierde de verovering van ‘s-Hertogenbosch met een gedicht, dat verbazing wekte, omdat de auteur nog nauwelijks het zeventiende levensjaar bereikt had. In 1631 zag zijn uitgave van de ‘Historiae Augustae Scriptores’ het licht. Baselius had van zijn veertiende tot zijn achttiende jaar bij Boxhorn aan huis gewoond; hij was daarenboven door huwelijk aanverwant geworden. Hij werd in 1638 student te Leiden, en beroepen tot predikant te Kerkwerve, waar hij overleed in Febr. 1661. Hij schreef ook een Latijns werk over de Hervorming.
    Platen door Caspar Luyken (1672-1708), zoon van Jan Luyken (1649-1712) en als graveur diens leerling en medewerker. 

1.1.2 – 80-jarige Oorlog

  • Jacob Marcus (1702-1750) – Sententien en indagingen van den Hertog van Alba, Uitgesproken en Geslagen in zynen Bloedtraedt: Mitsgaders die van byzindere Steden, Tegen verscheide zo Edellieden als voorname Burgers en Inwoonders van Hollandt, Zeelandt en andere Provincien,: Van den Jaere 1567 tot 1572. Mitsgaders een Aenhangsel van Authentike Stukken, Spruitende uit deselve Sententien. Nu eerst in ’t licht gegeeven na het oorspronkelyk Handtschrift – 1e druk – (XXII) (6) 484 (16) pp – hardcover – 22 x 14cm. Amsterdam, Hendrik Vieroot, 1735.
    Jacob Marcus was een Amsterdamse koopman en verzamelaar van oudheden, oude boeken en handschriften. Hij bracht een aanzienlijke collectie oude boeken en handschriften bijeen, waarvan hij er enkele publiceerde. Zijn grootvader Jacobus Marcus is bekend van zijn uitgave Deliciae Batavicae (Leiden 1618), een plaatwerk met stadsgezichten.
    Jacob Marcus was met dit boek de eerste die een boek wijdde aan de slachtoffers van de Bloedraad van de hertog van Alva.
  • Dirk Christiaan Nijhoff (1838-1902) – Willem van Oranje, de bevrijder en stichter van onzen staat. Een levensbeeld, naar de nieuwste geschiedkundige bronnen geschetst. Zutphen, Thieme & cie, 1891.
    Dr. Dirk Christiaan Nijhoff, geboren te Gouda, begon zijn theologische studie te Leiden. Hij was predikant te Drimmelen, vanwaar hij in 1870 vertrok naar Culemborg, waar hij in 1875 zijn ambt neerlegde. In 1884 werd hij leraar aan de Militaire Academie te Breda en sedert 1885 was hij te Den Haag en promoveerde in de Nederlandse letteren te Utrecht in 1886.
  • Hugo de Groot (1583-1646) – Annales et historiae de rebus Belgicis. Amstelaedami, Joannis Blaeu [8°, (XVI), 568, (XXIV) pp.], 1658.
    In ‘Annales et historiae de rebus belgicis’ wordt de Nederlandse geschiedenis van 1559 tot 1609 beschreven. Het is altijd beschouwd als het beste contemporaine verslag van de Opstand. Het is tegelijk accuraat en onpartijdig en in zijn verzorgde Latiniteit staat het model voor het genre. De druk van 1658 verscheen zowel in 12° als in 8°. Pas het jaar daarvoor werd dit werk voor het eerst postuum uitgegeven.
    In vroeg 20e eeuwse band, marges bijgesneden, watervlekkig.
  • Hugo de Groot (1583-1646) – Inleydinge tot de Hollandsche Regts-geleertheyt, beschreven by Hugo de Groot. Bevestight met placcaten, hantvesten, oude herkomen, regten, regts-geleerden, sententien van de hoven va iustitie in Hollant ende elders, mitsgaders eenige by-voegsels ende aenmerkingen op de selve, door Mr. Simon van Groenewegen vander Made, secretaris der stad Delff. Door hem nu op nieuws veel vermeerdert en verbetert. Hier is noch by-gevoegt R. Hoogerbeets Van het aenlegghen ende volvoeren der processen voor de respective hoven van iustitie in Holland, mede met nieuwe aenmerckinge door den selven Groenewegen etc. Mitsgaders het Hollantsche versterf-recht, oock door den selven vermeerdert. Delf, Aernold Bon, boeck-verkooper woonende op ’t Mart-velt, inde Vinder vande Druck-konst. [8°, (VIII), 381, (XIII) ; 13 pp.], 1652.
    Handboek waarin De Groot het Nederlandse recht beschrijft. Het werk verscheen voor het eerst in 1631.
    Mooi exemplaar, perkamenten band.
  • Willem de Groot (1597-1662) – Broeders gevangenisse : dagboek van Willem de Groot betreffende het verblijf van zijnen Broeder Hugo op Loevestein / uit echte bescheiden aangevuld en opgehelderd door H. Vollenhoven; (met facsimiles). ‘s-Gravenhage, A.D. Schinkel, 1842.
  • Caspar Brandt (1653-1696); Adriaan van Cattenburgh (1664-1743) – Het leven van Hugo de Groot. Vervattende zyne studiën, schriften, gezantschap en staatkundige verrichtingen, van zyne geboorte af tot zynen dood toe. Grootdeels overgenomen uit de Beschryvingen van Brand, en Van Cattenburg, en anderen; en in een volledige en beknopte orde gebragt door eenige liefhebbers der Nederlandsche historie. Met plaaten. Amsterdam, Pieter Spriet en zoon, 1771.
    Caspar Brandt dichtte, schreef geschiedwerken en werd predikant. Hij kreeg eveneens een opleiding aan het Remonstrants Seminarium en stond als predikant achtereenvolgens in Schoonhoven (1675), Hoorn (1678), Warmond (1679), Alkmaar (1682), Rotterdam (1683) en uiteindelijk als opvolger van zijn vader in Amsterdam (1686). Vooral door zijn preken was hij vermaard.
  • Johannes de Laet (1581-1649) – Belgii confoederati respublica seu Gelriae, Hollan. Zeland. Traject. Fris. Transisal, Groning, chorographica politicaque descriptio. J. de Laet Lugd. Batav. ex officina Elzeviriana, 1630 by J. de Laet. Elzevir, 1630.
    De auteur Johannes De Laet was een belangrijk bestuurder van de W.I.C. die voor Elzevier een aantal boekjes in de serie Respublicae samenstelde.
    Van dit specifieke deel (over Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en de niet op de titel genoemde provincies Brabant en Vlaanderen) werden in 1630 alleen al 3 edities uitgegeven.
  • Adrien Baillet (1649-1706) – Histoire de Hollande, depuis la mort du Prince Maurice. Par M. de la Neuville. Tome II. Paris, la Compagnie des Libraires Associés [8°, (VIII), 542, (IV) pp.], 1698.
    Frans auteur. Zijn ouders waren arm, maar de Cordeliers de la Garde namen hem op in hun klooster en bevorderden zijn toelating tot het College de Beauvais, waar hij leraar in humaniora werd. Priester gewijd in 1676. Na vier jaar vetrok hij naar Parijs waar hij bibliothecaris werd van Lamoignon. Zijn leven wijdde hij aan studie en afzondering. Hij maakte een catalogus van de bibliotheek en schreef talloze boeken over eruditie (bijv. het curieuze ‘Des enfants célèbres’ (1688), religie (de belangrijkste categorie) en geschiedenis.
    Tot die laatste groep behoort ook ‘Histoire de Hollande’. Histoire de Hollande werd gepubliceerd onder de naam M. de la Neuville.
    Alleen deel 2, lopend tot 1647. Contemporaine kalfsleren band.
  • Paul Jérémie Bitaubé (1732-1808) – Les Bataves. Paris, Strasbourg, J.B. Garnery … Varin … F.G. Levrault …, An V., 1797.
    Auteur is membre de l’institut national de France en van de Academie royale des sciences et belles-lettres de Prusse.
  • John Lothrop Motley (1814-1877) – The Rise of the Dutch Republic. 3 delen, New York, Harper & Brothers, 1856.
    Motley schreef zijn studie voor een Engelstalig publiek. Daar werd het werk populair en kreeg het vele herdrukken. In Nederland was de ontvangst kritisch. 
  • Samuel de Wind (1793-1859) – Bibliotheek der Nederlandsche geschiedschrijvers, eerste deel. Bevattende de inlandsche geschiedschrijvers der Nederlanden van de vroegste tijden tot op den Munsterschen vrede (970-1648). Middelburg, gebroeders Abrahams, 1835.
    De Wind begon aan zijn overzicht van alle Nederlandse geschied- en kroniekschrijvers naar aanleiding van een prijsvraag van de Maatschappij. der Nederlandsche Letterkunde in 1824. Het resultaat was een overzicht van alle historici en hun werken tot 1648, dat verscheen in 1831; in 1835 volgden nog enige aanvullingen en verbeteringen. Het werk is om onbekende redenen nooit voltooid, dus het eerste deel in de editie van 1835 is de definitieve uitgave.

1.1.3 – Republiek der Verenigde Nederlanden na 1648

  • Pieter de la Court (1618-1685) – Memoires de Jean de Wit, grand pensionnaire de Hollande, traduits de l’original en Francois par Mr. de ***. Troisième édition. Ratisbonne, Erasme Kinkius, 1709.
    Pieter de la Court is een bekende vertegenwoordiger van de staatsgezinden in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij wordt ook wel Pieter de la Court junior genoemd om hem te onderscheiden van zijn vader Pieter de la Court. Hij publiceerde vaak onder de letterlijke Nederlandse vertaling van zijn naam: Pieter van den Hooft of Pieter van der Hove. Als zoon van de Vlaamse immigrant Pieter de la Court wist hij zich, samen met zijn broer Johan, in korte tijd op te werken tot een van de meest succesvolle lakenreders (textielhandelaren) van Leiden. Hij schreef, deels samen met zijn broer (die in 1662 onverwacht overleed), zowel economische als politieke werken. Hij stond bekend als fel anti-Orangistisch en werd door zijn politieke tegenstanders gezien als een querulant. Sommigen van zijn opvattingen waren zo radicaal dat hij ook vanuit de eigen staatsgezinde kring weinig publieke bijval kreeg. Zo bevatte de eerste teksten van de ‘Interest van Holland’ het plan om Holland en Utrecht door middel van een kanaal tussen Lek en Zuiderzee tot een goed verdedigbaar eiland te maken en afscheid te nemen van de andere provincies. Na interventie door de Witt werd dit uit de definitieve editie van de ‘Interest’ gehouden, maar dit plan was wel weer te vinden in de tweede editie, uit 1669. In het rampjaar 1672 vluchtte hij samen met Pieter de Groot, zoon van Hugo de Groot, naar het buitenland. Hij keerde terug naar de republiek, nadat de ergste politieke onrust bedaard. Tot diens dood in 1672 onderhield De la Court indirect contact met Johan de Witt, die enkele hoofdstukken schreef in een van zijn boeken. Zijn politieke werken, en met name de Politike Weeg-schaal hadden invloed op het politieke denken van Franciscus van den Enden en Baruch Spinoza.
    Johan d
    e Witt (1625-1672) was sinds 1652 aanvoerder van de staatsgezinde partij, die afschaffing van het stadhouderschap voorstond. Van 1650-1672, het stadhouderloos tijdperk, was De Witt raadpensionaris. Toen Lodewijk XIV in 1672 binnenviel, werden De Witt en zijn broer vermoord. ‘Memoires’ betreft een politiek traktaat over de economische mogelijkheden van de Republiek. Barbier III, 196b. Öttinger 23190 (Den Haag). Hoefer XLVI, 791. Memoires de Jean de Witt is een vermeerderde en verbeterde uitgave van de Interest van Holland. De hoofdstukken over de Witt daaruit komen er in voor (het 5e, 6e en het begin van het 7e hoofdstuk van het derde deel). Het boek werd in 1669 verboden en de exemplaren van het werk vernietigd; de auteur zou worden opgespoord en in proces gesteld. Er stond een boete van 600 gulden op het drukken, verkopen of verzenden van het werk.
  • L.S.N. – Journael ofte maent-register, van ’t geene gepasseert en voorgevallen is, in ’t jaer 1672 ende 1673 omtrent de verandering van de Vereenighde Nederlanden. ‘s-Gravenhage, Levijn van Dijck 1674.
    Onder het pseudoniem Kees Knol vertelt de anonieme schrijver op rijm vertelt wat in de jaren 1672-1673 voorviel. Het jaar 1672 staat in de Nederlandse geschiedenis bekend als het Rampjaar. Volgens een Nederlands gezegde was “het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos”. In dit jaar begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen.
  • [Anoniem] – Legende van broer Casper, naergelaten aan broer Antoni. Dordrecht, Jacob Gerritsen, 1690 – 14 pp – 19,5 x 15 cm
    Zie Knuttel 13475: Met Casper is de gewezen Raadpensionaris Fagel , met Antoni de toenmalige Heinsius bedoeld. Curieus (voor mij): pagina 3, de regels ‘Broer Caspers Geest Gereformeert, En in Fa sol getransformeert.’
  • Jean Nicolas Parival (1605-1669) – Les delices de la Hollande en deux parties. La première contenant une déscription exacte du Païs, avec les Moeurs & les Coutumes des habitants; et la Seconde, un abrégé Historique depuis l’établissement de la République jusques à l’An 1697. Amsterdam, Henri Wetstein 1697.
  • François Halma (1653-1722); Matthaeus van Brouërius Nidek (1677-1742) – Tooneel der Vereenigde Nederlanden, En onderhorige landschappen, geopent in een algemeen historisch, genealogisch, geographisch, en staatkundig woordenboek, waar in de aloude, de opvolgende en hedendaagsche staat dezer gewesten naar de orde van’t A.B.C. ontvouwen en opgeheldert wordt, uit een zeer groot getal van oude en nieuwe geschiedboeken, hantvesten, brieven, aantekeningen, en andere schriften, met behulp van verscheide kenners byeenvergadert en zamengestelt door François Halma, en na deszelfs overlyden vervolgt door Matthaeus Brouërius van Nidek. Hendrik Halma, Leeuwaarden, 1725.
    Eerste en enige druk van dit standaardwerk. Bevat een schat aan informatie over historische, genealogische, geografische en staatkundige onderwerpen, gerangschikt op alfabetische volgorde.
    Zonder de platen.
  • Jan Wagenaar (1709-1773) – Vaderlandsche historie, vervattend de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland, van de vroegste tyden af: Uit de geloofwaardigste schryvers en egte gedenkstukken samengesteld. Met konstplaaten en daarten opgehelderd. Te Amsterdam, By I. Tirion, MDCCLII-MDCCLIX. [1752-1759]
    Drie losse delen, zonder platen.
  • [Jan Wagenaar (1709-1773)] – Tegenwoordige Staat Der Vereenigde Nederlanden. Eerste Deel. Vervattende eene Algemeene Beschryving Des Lands, der Zeden en Godsdienst van de Inwooners, een kort Begrip van ’s Lands Historie, eene Beschryving der hooge en mindere Generaliteits-Kollegien, der Maatschappyen van Oosten en Westen, en der Handwerken, Visscheryen, Zeevaart, Koophandel, enz. Met eene Naauwkeurige Landkaart en Printverbeeldingen versierd. Tweede Druk. 1739 Amsterdam : I. Tirion.
    Op uitnodiging van de uitgever Tirion schreef Wagenaar tussen 1739 en 1744 vijf eerste delen (van totaal twaalf) van de uit het Engels vertaalde Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden waarin alle mogelijke bijzonderheden van de steden en dorpen in Nederland werden beschreven.
    Dit exemplaar zonder gravures of kaarten.
  • Cornelis van Bynkershoek (1673-1743) – Verhandelingen van staatszaken, vervat in twee boeken, waar van het eerste handelt van oorlog en vrede. En het twede van zaken van verscheide stof. In het Latyn beschreven … en nu in ’t Nederduitsch overgebragt, door Matth. de Ruusscher, R.G. Leyden, Johannes van Kerckhem, 1740.
    De Middelburger Cornelis van Bynkershoek volgde aanvankelijk een opleiding tot predikant in Franeker, maar koos uiteindelijk voor rechtsgeleerdheid. Hij is auteur van een tiental boeken op het gebied van rechtsgeleerdheid.
    Zie ook deze blog.
  • [Prospero Lambertini] (Benedictus XIV) (1675-1758) – Declaratio SSmi D.N. Benedicti PP. XIV. super matrimoniis Hollandiae et foederati Belgii et acta in sacra congregatione eminentissimorum DD. cardinalium sacri concilii Tridentini interpretum, coram SS. D.N. 13 maii 1741. exhibita. Lovanii, typis Martini van Overbeke, 1742.
    Benedictus XIV staat bekend als een van de meest menselijke en realistische pausen uit de geschiedenis. Hij was jurist en theoloog. Werd, voordat hij na een conclaaf van een half jaar tot paus werd gekozen, achtereenvolgens aartsbisschop van Ancona, kardinaal en aartsbisschop van Bologna. Hij publiceerde verschillende werken over het kerkrecht en voerde hervormingen door in de liturgie, de biecht en het huwelijk. Hij was de eerste paus die het huwelijk tussen protestanten en katholieken erkende.
  • Johan Blomhert (1694-1738) – De geschiedenissen van het vereenigdt Nederlandt […] onder’t bestuur der princen van Oranje en Nassauw […]. Vyfde druk – Utrecht, Gysbertus van Paddenburg & Gysb. Tieme van Paddenburg de Jonge, 1747. Formaat: 23x14x4 – 430 genummerde bladzijden.
  • [Simon Stijl (1731-1804); Johannes Stinstra (1708-1790) e.a.] – Levensbeschryving van eenige voornaame meest Nederlandsche mannen en vrouwen. eerste deel, 1774. Amsterdam, Peytrus Conradi, 1774.
  • J. Dibbetz Westerwoudt (18e eeuw) – Beknopte Beschryving der zeventien Nederlandsche Provincien. Nymegen, by J.v. Campen, 1781.

1.1.4 – Bataafse Republiek

  • Cornelius Rogge (1762-1806) – Tafereel der geschiedenis der jongste omwenteling in de Vereenigde Nederlanden. Amsterdam, Johannes Allart, 1796.
    In 1778 ging Rogge studeren aan het Remonstrants Seminarium te Amsterdam waar hij in 1783, zonder examens te hebben hoeven afleggen, proponent werd en vanaf 1787 predikant was, vanaf 11 mei 1794 te Leiden. Hij werd gewaardeerd, ook postuum, als predikant en zijn leerredenen werden na zijn overlijden uitgegeven. Rogge was een patriot, bovendien een groot voorstander van de scheiding van kerk en staat en interesseerde zich voor de eerste geschiedenis van de Nederlandse republiek na 1795. Hoewel hij geen historicus was, heeft hij zich in die geschiedenis verdiept, daarbij zich zoveel mogelijk baserend op primaire bronnen.
    In 1796 resulteerde dat in zijn werk Tafereel van de geschiedenis der jongste omwenteling in de Vereenigde Nederlanden terwijl in 1799 zijn belangrijke werk Geschiedenis der staatsregeling, voor het Bataafsche volk verscheen.
  • Daniel François Scheurleer (1855-1927) – Van varen en vechten. Verzen van tijdgenoten op onze zeehelden en zeeslagen, lof-en schimpduchten, matrozenliederen. 1572-1800. 3 delen, Martinus Nijhoff, Den Haag, 1914.
    Dr. D.F. Scheurleer was bankier en muziekkenner te ‘s-Gravenhage, gaf de bundel Souterliedekens van 1540 uit, 1898. Ook had hij reeds in 1889 het Devoot ende Profitelijck Boecxken van 1539 uitgegeven, met inleiding, registers en aantekeningen. 

1.1.5 – Koninkrijk der Nederlanden

  • Isaac Paul Delprat (1793-1880) – Antwoord op de prijsvraag welke vorderingen heeft de aanval en de verdediging der sterke plaatsen gemaakt, sedert het beleg van ’s-Hertogenbosch, in den jare 1629. Delft, P. de Groot, 1825.
  • Pierre Lapie (1779-1850); Alexandre-Emile Lapie (1809-1850) – Kaart: ‘Royaume des Pays-Bas en 1829’. Uit: Atlas Universel de Géographie Ancienne et Moderne, précédé d’une Abrégé de Geographie physique et historique – Dédié au Roi . Paris, Eymery, Fruger et Cie Editeurs, 1829.
  • Mr. Justinus Cornelius Voorduin (1799-1878) – Geschiedenis en beginselen der grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden. Utrecht, Bielevelt, 1848.
  • Egbert van der Maaten (1808-1867) – Beknopte geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd, ten dienste van gymnasiën en instituten. Amsterdam, Hendrik Frijlink, 1854.
    Egbert van der Maaten kreeg daar zijn opleiding aan het instituut van Kinsbergen en werd bierbrouwer in zijn geboorteplaats. Van der Maaten was gedurende de laatste jaren van zijn leven gemeenteontvanger in Elburg en was tevens ontvanger van de polder Oosterwolden.
    In 1853 verscheen zijn hoofdwerk: ‘Geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd’, waarin hij zich ten doel stelde een geschiedenis der Nederlanden te leveren die als leesboek bruikbaar zou zijn en tevens geschikt zou zijn als handboek in het onderwijs. Aan zo’n handboek was naar zijn mening behoefte, omdat de bestaande handboeken gedurende de grafelijke regering hoofdzakelijk de geschiedenis van Holland behandelden, of de aanvang van de geschiedenis eerst bij de regering van Karel V stelden.
  • Jacob van Lennep (1802-1868); Jan ter Gouw (1814-1894) – De uithangteekens, in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd. 2 delen, Gebroeders Kraay, Amsterdam 1868.
    Hierin onder meer op p. 45-48 een beschrijving van het uithangteken van Allerd Dircksz Fasol.
  • [Onbekend] – De geschiedenis des vaderlands. Uitgave ca. 1880.
    263 pagina’s. Geen titelblad.
  • Anton Albert Beekman (1854-1947) – Nederland als polderland; beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijksten helft van ons land. Zutphen, W.J. Thieme, 1884.
    Ex libris H. Snellens uit Valkenswaard. Hendrik Snellens was hoofd van de openbare school in Valkenswaard en voorganger in die functie van mijn grootvader Piet Fasol. Een collectie boeken van Snellens kwam zo in het bezit van de familie Fasol. Boeken uit deze collectie worden in dit overzicht in het vervolg aangeduid met ‘Ex libris H. Snellens’.
  • Cornelis Eliza van Koetsveld (1869-1945) – Onze politieke partijen. Jac. C. van der Stal Utrecht, z.j., 1904-1905.
    De meeste bekendheid genoot Van Koetsveld door zijn omvangrijke Onze politieke partijen (1904-1905), dat nu weliswaar grotendeels is verouderd, maar dat toch door zijn beschrijving van de partijen van zijn tijd en door de toegevoegde artikelen van H. Bijleveld over de ARP en van Lohman over de Vrije AR – en niet in de laatste plaats door de tekeningen van J.H. Isings jr. – zijn waarde behoudt. 
  • [Diverse auteurs] – Nederland’s Adelsboek. Uitgeverij Van Stockum & zoon, ‘s-Gravenhage 1914 en 1958.
    Editie 1914 met daarin het geslacht van Keppel, editie 1958 met vermelding Johanna Fasol.
  • Petrus Johannes Blok (1855-1929) Geschiedenis van het Nederlandsche volk. A.W. Sijthoff, Leiden, 1923-1926.
    Blok was hoogleraar geschiedenis te Leiden. Blok doorliep de Latijnse school te Alkmaar en ging klassieke letteren studeren in Leiden. Na in 1879 gepromoveerd te zijn werd hij leraar aan het Leids gymnasium. De altijd zeer werkzame Blok vond in het onderwijs niet genoeg bezigheid, en zocht op aanraden van Fruin ontplooiing in het Leidse gemeentearchief. In 1884 werd hij hoogleraar in de algemene en vaderlandse geschiedenis te Groningen. Fruins aftreden in 1894 bracht hem met de Leidse leerstoel voor vaderlandse geschiedenis het onbetwiste primaat. Na Fruins dood nam hij ook in 1899 de redactie van de Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde over. Sinds 1893 al redacteur van het Museum. Maandblad voor philologie en geschiedenis, zou Blok bovendien later nog een eigen tijdschrift stichten in Onze Eeuw (1901-1924). Intussen zagen natuurlijk ook tal van historische publikaties het licht, vooral biografieën, zowel kleine – meer dan 300 artikelen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek – als afzonderlijke boekdelen over Oranje (1919-1920), Frederik Hendrik (1924) en De Ruyter (1928). Dat laatste boek wordt gewoonlijk als zijn beste werk beschouwd.
    Maar zijn naam is onvermijdelijk het meest verbonden aan de Geschiedenis van het Nederlandsche volk, waarvan bij zijn leven drie Nederlandse uitgaven, twee Engelse bewerkingen en een Duitse vertaling het licht zagen. Van zijn Geschiedenis van het Nederlandsche volk kwam in 1892 het eerste deel van de pers en in 1907 als laatste deel VIII. Een Nederlandse, vaderlandse geschiedenis. Zijn boek onderscheidde zich van voorgangers door een bredere garnering van economie en cultuur, niet door een wezenlijk andere conceptie, die haar eenheid vond in het maatschappelijk leven. 
  • Pieter Geyl (1887-1966) – De groot-Nederlandsche gedachte / De groot-Nederlandsche gedachte; tweede bundel. H.D. Tjeenk Willink, Haarlem, 1925 / De Sikkel, Antwerpen, 1930.
    De twee bundels in één band bij elkaar gebonden.

1.2 – Provincies

Gerangschikt naar steden en dorpen:

1.2.1 – Noord-Holland

Amsterdam
  • Dr. Arnold Noach (1910-1976) – De Oude Kerk te Amsterdam. NV Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1939.
  • Joost van den Vondel (1587-1679) – Gysbreght van Aemstel (1637). NV Uitgeversmaatschappij ‘Joost van den Vondel’ Amsterdam, 1937.
  • Pieter A.J. van den Brandeler (1806-1908) – De wapens van de magistraten der stad Amsterdam sedert 1306 tot 1672. ’s-Gravenhage, C. van Doorn en zoon, 1890.
    Mr. Pieter A.J. van den Brandeler werd te Leiden in 1839 tot Doctor in de beide rechten bevorderd, vestigde zich te Dordrecht als advokaat en fungeerde als plaatsvervangend kantonrechter van 1844 tot 1849. Hij was secretaris van Dordrecht van 1847 tot 1870 en lid van het collegie van Regenten over het Huis van Arrest aldaar van 1849 tot 1870. Het archief van de stad Dordrecht werd door hem geordend en geïnventariseerd. In 1870 vestigde hij zich in Den Haag.
  • D. Geelvinck / Philalethes – Verantwoording van het beleidt der heeren van Amsterdam, tot bevordering van de vrede en het eindigen van den oorlogh tusschen Vrankrijk en Spanjen, in de Nederlanden ontsteeken met d’aenmerkingen op de missive van een regent, soo hy sich noemt, over het gepasseerde ter vergaderinge op den 16 feruary 1684. [117 pp.], 1684.
    Publicatie over het beleid van Amsterdam om de oorlog tussen Frankrijk en Spanje te stoppen. Zie voor verdere info de Knuttel catalogus van pamfletten nr 8060. 
  • Jan Wagenaar (1709-1773) – Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe, beschreeven. Yntema en Tieboel, Amsterdam, 1767.
    Het derde deel, folio, waarin vermelding van schepen Allerd Dircksz. Fasol.
  • Jacobus Kok (?-1788) – Amsterdams eer en opkomst, door middel der gezegende Hervorming, geschied in den jaare MDLXXVIII. Aangetoond in een verhaal van ’s lands en stads geschiedenissen. Van de eerste tijden, tot op het tegenwoordige twee-honderd jaarige Jubelé (…), 5 delen in 1 vol. Amsterdam, Jacobus Kok, 1778.
Haarlem
  • Theodorus Schrevelius (1572-1653) – Harlemias, ofte om beter te seggen, de eerste stichtinghe der stadt Haerlem, het toe-nemen en vergrootinge der selfden; hare seltsame fortuyn en avontuer in vrede, in oorlogh, belegeringe, harde beginselen van d’eerste Reformatie, politique raedtslagen, scheuringhe in de kercke, de tijden van Lycester, oude keuren, gunstige privilegien van graven, regeeringe in de politie soo hooghe als leeghe, in ’t kerckelijcke, militaire, scholastijcke, de oeffeninghe van de ingheseten, in alle wetenschap, kunst ende gheleertheydt, neeringhe en hanteringe, en wat dies meer is. Haerlem, Thomas Fonteyn, 1648 – (xvi) 405, (iii) pp.
    Schrevelius kreeg zijn eerste onderwijs op de Latijnse school in Haarlem bij C. Schonaeus, die hij na zijn studie in Leiden als rector opvolgde. Bovendien nam hij zitting in de Haarlemse vroedschap (1607), maar hier werd hij bij de wetsverzetting van 1618 uit verwijderd. In 1624 werd hem ook, vanwege de hem toegedachte remonstrantse sympathieën, het rectoraat ontnomen. Weldra echter bekleedde hij dezelfde functie aan de Latijnse school van Leiden (1625-1642). Naast zijn historisch werk schreef hij Latijnse en Nederlandse gedichten.
Hoorn
  • Velius - HoornTheodorus Velius (1572-1630) – Chroniick van Hoorn, Daer in verhaelt werden des selven Stadts eerste begin, opcomen, en gedenckweerdige geschiedenissen, tot op den jare 1630. Mitsgaders Vele merckelijcke dingen, die staende den Trubbel, en soo voor, als na de selve, deur heel West-Vrieslandt verloopen, en by ander Schrijvers overloopen, of immers naulijcx aengeroert zijn. Als mede een corte beschrijvinghe van den teghenwoordigen staet van de Stadt, des selven Ontwerp, en oock een kort verhael van de Geleerde Mannen, die sy uytgegeven heeft, midtsgaders de namen van de Regenten. Oversien, verbetert, en eensdeels op ’t nieu beschreven. Derde druck, versien met een bequaem Register. [(28) en 399 pp]. Hoorn, Isaac Willemsz., 1648.
    Stadsgeschiedenis van Hoorn. Eerste druk verscheen in 1604.
    Her en der een vlek en zeer lichte waterschade. De laatse 16 pagina’s (Westfrisia. In Nederduytsche Rijmen overgheset door Johan de Groot) ontbreken. Pagina’s 385-399 niet origineel maar in kopie. Met 3 van de 4 originele portretten en het 4e portret in kopie evenals de 2 gravures.

1.2.2 – Zuid-Holland

Den Haag
  • Jacob de Riemer (1676-1762) – Beschrijving van ’s Gravenhage, behelzende deszelfs oorsprong, benaming, gelegentheid, uitbreidingen, onheilen en luister, mitsgaders stigtinge van het Hof, der kerken, kloosters, kapellen, godshuizen, en andere voornaame gebouwen. Zittinge der Hooge Collegien zoo van politie als justitie; instellinge van het Kapittel ten Hove. Alsmede de privilegien, handvesten, keuren en wijze der regeringe. Uit zeer veele nooit gedrukte oorspronkelyke charters en bescheiden getrokken, opgeheldert en bevestigt. Delft, Reinier Boitet (eerste 2 delen), Johannes de Cros (laatste deel), 1730 – 1739. 2 delen in 3 vols. – (15), 509 pp. (eerste deel eerste stuk); 435, (26)pp (eerste deel tweede stuk); (3), 520 pp., 77 pp., (9) (tweede deel), originele vol banden met ribben en blindgestempelde platten, folio, 41 x 27 cm.
    Mr. Jacob de Riemer promoveerde in 1700 te Leiden, vestigde zich toen te ‘s-Gravenhage, waar hij werd ingeschreven als advocaat voor ’t Hof van Holland.In 1713 begon hij met het overschrijven van belangrijke stukken uit de archieven van het Hof en de Staten van Holland, en van de Leen- en Registerkamer van dit gewest.
    Hieruit putte hij voor zijn standaardwerk: De beschrijving van ‘s-Gravenhage, dat verscheen resp. in 1730 te Delft en in 1739 te ‘s-Gravenhage.
    Waterschade maar de tekst is compleet. Enkele bladzijden liggen los. Titelprent, 1 uitvouwbare gravure en 3 paginagrote gravures. Vignetten en afbeeldingen in de tekst.
Gouda
  • Jacob van Deventer (ca. 1505-1575) – Gouda. Kaart uit: De Nederlandsche steden in de 16de eeuw. Plattegronden van Jacob van Deventer, facsimile-uitgave door M. Nijhoff; ingeleid door R. Fruin, ‘s-Gravenhage 1917-1923.
  • Ignatius Walvis (1653-1714) – Beschrijving der stad Gouda, bevattende een verhaal van stads grondlegginge, waterstroomen, vrijheeren, gelegendheid, Hoofteneringe, rechtsgebied. Handvesten, Regeeringe, Regeerders. Overdragt met andere steden. Voorname gebouwen, Godshuyzen, Schoolen. Geleerde mannen, verwisselde Regeeringe, Kerken, Kloosteren, Kapellen en beruchte vrome mannen. Door J.W. Met schoone kopere platen verciert. Gouda, Johannes en Andries Endenburg; Leyden, Christiaen Vermey, 1714.
    Walvis werd in 1653 te Utrecht geboren en overleed te Gouda op 6 mei 1714, zodat hij de uitgaven van zijn boek ternauwernood beleefd heeft. Hij studeerde te Leuven in de filosofie en de theologie, waar hij bevorderd werd tot baccalaureus (ongeveer te vergelijken met de huidige kandidaatstitel) en waar hij waarschijnlijk tot priester gewijd werd. Hij was kapelaan bij de vertegenwoordiger van het hof te Wenen bij de Staten-Generaal en vanaf 1688 pastoor van de Oud-Katholieke gemeente te Gouda. Na zijn terugkomst in Holland werd hij benoemd tot vicaris van de missionaris Jan Hooft in Den Haag en later tot kapelaan bij de toenmalige Oostenrijkse gezant.
    Hij is echter vooral bekend als geschiedschrijver.
    Hij schreef naast deze Beschryving der stad Gouda echter nog enkele andere historische werken over Gouda en omgeving, die nooit zijn gedrukt. Deze gaan vooral over de kerkelijke geschiedenis van 1525 tot 1712. Zij zijn uitgegeven in het boek ‘Goudsche onkatolijke kerkzaken’ (bewerkt door P.A.H.M. Abels), uitgegeven in 1999. Werken: Christelyke onderwysingen (1685); Beschrijving der stad Gouda door I.W., 2 dln., Gouda en Leid. z.j. (1713); Goudsche onkatolijke kerkzaken (1999).
    Zijn hoofdwerk, Beschryvinge der stad Gouda, is nog steeds een belangrijke bron voor historici.
  • [Theodorus Gerardi Hopcooper (voor 1550-na 1649)] – Uytlegginge van de Wyd-beroemde en Vermaerde Glasen, Binnen de voortreffelijke en Vermaerde Kerk tot Gouda. Tot dienst ende gerief, zoo voor de inwoonders deser stad, als voor de vreemdelingen, die dit konstig werk komen te aanschouwen. Vermeerdert met veersen, en een gezang op aller glasen inhoud, nevens een verhael van den brand derzelver kerk, in den jare 1552. Johannes en Andries Endenburgh, Gouda, [1716].
    De gebrandschilderde ramen in de Goudse Janskerk hebben altijd een grote indruk gemaakt op bezoekers van de kerk. Arnout van Buchell zag ze in 1589 en schreef in zijn Diarium dat de glazen niet voor de mooiste uit de Zuidelijke Nederlanden onderdeden. In Guicciardini’s Beschrijvinghe van alle de Neder-landen worden de glazen lovend besproken. In 1681 verscheen de eerste beschrijving in de gids van Dirck Vermy, die was gebaseerd op een verdwenen handgeschreven gids uit 1639 van Dirck Gerritszoon Hopcooper, de beheerder van de Goudse Librije. Een jaar later verscheen de gids van Andries Endenburgh onder de titel Uytlegginge. De tweede druk, die veel uitgebreider was, werd vervolgens veelvuldig herdrukt en vertaald. Deze ongedateerde editie is de enige die is gedrukt door vader en zoon Endenburgh gezamenlijk.
  • Prof. Dr. Johan Quirijn van Regteren Altena e.a. (1899-1980) – De Goudsche glazen 1555-1603. Beschouwingen over Gouda, haar Sint Janskerk en de gebrandschilerde glazen. ‘s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1938.
    Deze gids verscheen ter gelegenheid van de tentoonstelling van de cartons van de Goudse Glazen in 1938.
  • Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden (1752-1820) – Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van Der Goude, meest uit oorspronkelijke stukken bij een verzameld. Te Amsterdam en in Den Haag bij de gebroeders Van Cleef, 1813. Eerste deel [xxii] + 796 p.
  • Martinus Hendrik Kluitman (1808-1882) – Beknopte beschrijving der stad Gouda, met twee kaartjes. G.B. van Goor, Gouda, 1841.
  • Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden (1752-1820); Jacobus Nicolaas Scheltema (1821-1905) – Geschiedenis en beschrijving der Stad van der Goude, bewerkt en vermeerderd door J.N. Scheltema. G.B. van Goor Zonen, Gouda 1879, 320 p.
  • Mr. Jan Smit e.a. (1884-1952), (red.) – Oudheidkundige kring ‘Die Goude’; eerste verzameling bijdragen. Gouda, 1934.
  • Hendrik Frederik Wessels (1907-?) – Gouda. Proeve ener stadsmonographie. Proefschrift ter verkrijging van de graad van Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte aan de Rijks-Universiteit te Utrecht […]. Kemink en Zoon, Utrecht, 1939.
    Zeldzaam in linnen ingebonden exemplaar, met stellingen, inclusief drie extra kaarten. Normaal vindt men de editie in papieren omslag. Vermoedelijk is dit een luxe uitgevoerd promotieexemplaar.
  • P.D. Muylwijk e.a. (1868-1959), (red.) – Oudheidkundige kring ‘Die Goude’; tweede verzameling bijdragen. NV Drukkerij v/h Koch & Knuttel, Gouda, 1940.
Leiden
  • Adrianus Severinus (1624?-1674) – Oorspronckelijke beschrijving van de vermaerde belegering en ’t ontzet der stad Leiden, kort en klaer voorgesteld uit den grond der eerste , en gebragt tot de laetste beroerten en oorlogen van Nederland, voorgevallen in de XV. En XVI. Eeuw. Met nieuwe aentekeningen opgehelderd en met kopere Platen versierd. Vermeerderd met eene Na-reden, ten nuttigen gebruike deezer gebeurtenis; en met de treffelijke oratie van den heer Mr. Karel Crucius. Leiden, Wed. A Honkoop, 1757 – 5e druk – 209 pp – halfperkamenten band uit de tijd – 23x15cm. Gebonden met: Vreugdezang op het tweede eeuwfeest van Leydens verlossing. Amsterdam, A. Fokke Simonsz., 1774 – eerste druk- 31 pp.
  • J. Hagen – Avondwandelingen in den omtrek der stad Leijden, of Lotgevallen van den heer Rynald. VIII, 263 p, gegrav. tit. en vign, 20 cm, C.C. van der Hoek, Leyden, 1829.
    Exemplaar uit de bibliotheek van Gerrit Komrij.

1.2.3 – Zeeland

  • Hendrik Quirinus Janssen (1812-1881); Johan Hendrik van Dale (1828-1872)  – Bijdragen tot de oudheidkunde en geschiedenis, inzonderheid van Zeeuwsch-Vlaanderen, dl. III. Middelburg, J. Altorffer, 1858.
    Met vermelding op pag. 68 van notaris Petrus Fasol (‘Fossol’) uit Bree.

1.2.4 – Utrecht

  • Jacob van Deventer (ca. 1505-1575) – Utrecht. Kaart uit: De Nederlandsche steden in de 16de eeuw. Plattegronden van Jacob van Deventer, facsimile-uitgave door M. Nijhoff; ingeleid door R. Fruin, ‘s-Gravenhage 1917-1923
  • [Johan Christiaan van Erkel(1654-1734) – De zaek der Kerke van Utrecht historischer wyze voorgesteld Door een kort Verhael, dat in de Plaetze van eene Voorrede voor af gaet. II. Deel. Delft, Henricus van Rhyn, 1725.
    Alleen tweede deel, opnieuw ingebonden.
  • Valentijn Jan Blondeel (1723-?) – Beschryving der stad Utrecht, behelzender derzelvder opkomst en voornaamste lotgevallen. Utrecht, Besseling, 1757.
    Geillustreerd met een frontispice, een uitslaande kaart van West Europa (Francorum primae), een uitslaande plattegrond van Utrecht, een grote uitslaande prent van de Sint Maartenskerk (met opgeplakt deel) door R. Blokhuyse naar P. Saenredam, en een uitslaande prent van de St. Maartenskerk met Bisschopshof. 
  • [Isaak Tirion] (1705-1765) – Hedendaagsche historie, of tegenwoordige staat van alle volken; vervolgende den tegenwoordigen staat der Vereenigde Nederlanden, en vervattende in ’t bijzonder dien van Utrecht. Dee XXI en XXII. Isaak Tirion, Amsterdam, 1758.
    Twee delen uit de serie Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, behelzende de provincie Utrecht. Zonder platen.

1.2.5 – Gelderland

Nijmegen
  • [Anoniem] – Historie van Mariken van Nieumeghen. (Antwerpen, W. Vorsterman, c. 1518). Facsimile van de uitgave uit 1518, door Martinus Nijhoff, 1904.
    Mariken van Nieumeghen (ook bekend als Mariken van Nimwegen, met metathesis van de /(u)w/ en de /m/) is een mirakelspel uit de Lage Landen daterend van het begin van de 16de eeuw. De auteur is niet bekend. De oudst bekende uitgave verscheen omstreeks 1518 bij de Antwerpse drukker Willem Vorsterman. Van deze editie is slechts één exemplaar bekend. Het boek bevindt zich in de Bayerische Staatsbibliothek in München. In 1904 werd Mariken door uitgeverij Nijhoff als facsimile uitgegeven. De oorspronkelijke titel is Die waerachtige ende Een seer wonderlijche historie van Marike(n) van Nieumeghen die meer dan seuen jaren mette(n) dueel woe(n)de en(de) verkeerde.
  • Dr. W.H. Beuken (red.) (1898-1989) – Die waerachtige ende een seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen. Thieme, Zutphen, 1931.
  • Hans Kasper Arkstée (1700-1776) – Nijmegen, de oude hoofdstad der Batavieren: in dichtmaat beschreven en met aantekeningen, de oudheden van de stad en die van het quartier van Nymegen betreffende, opgeheldert door H.K. Arkstée Met Printverbeeldingen. Nieuwe Druk. Veel vermeerderd en verbeterd. Nijmegen, Isaac Van Campen, 1738.
    Met 6 gravures (incompleet).

1.2.6 – Noord-Brabant

  • [Staten-Generaal] – Echt-Reglement, Over de Steden, ende ten platten Lande, in de Heerlijckheden, ende Dorpen, staende onder de Generaliteyt. Erven Hillebrandt Iaconsz van Wouw, ‘s-Gravenhage, 1656.
  • Cornelis Rudolphus Hermans (1805-1869) – Bijdragen tot de geschiedenis, oudheden, letteren, statistiek en beeldende kunsten der provincie Noord-Brabant. Tweede deel. ‘s-Hertogenbosch, gebr. Muller, 1845.
  • [Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant] – Lijst der verordeningen, besluiten, reglementen, enz. Van het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant, vervat in het Provinciaal Blad over 1885. ‘s-Hertogenbosch, P. Stokvis & zoon, 1885.
    Ex libris P.C. Fasol.
Bergeyk
  • Petrus Norbertus Panken (1819-1904); Jhr. Mr. Alexander F.O. van Sasse van Ysselt (1852-1939) – Beschrijving van Bergeik. Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, 1900.
  • Pieter Adriaan Barentsen (1876-1939) – Het oude Kempenland. Eene proeve van vergelijking van organisme en samenleving door P.A. Barentsen, vroeger arts te Bergeyk. P. Noordhoff NV, 1935.
‘s-Hertogenbosch
  • OudenhovenJacobus van Oudenhoven (1601-1690) – Beschryvinge der stadt ende Meyerye van ‘s Hertogen-Bossche, Vervatende Des selfs begin, voortgangh ende wasdom, soo van Geestelijcke als Wereltlijcke Gestichten, oprechtingh van ’t Capittel ende Collegien. Maniere van Regeeringe ende hare Privilegien, bevorderinghe haerder Bisdom ende Bisschoppen. Mitsgaders: Haerder Meyerye, ende de daer inne ghelegene Steden, Baronyen, Heerlijckheden ende Dorpen. [144 + 87 pp.; 4o]. Amsterdam, Broer Jansz., 1649.
    Van Oudenhoven trad op jeugdige leeftijd in ‘s-Hertogenbosch in het klooster van de wilhelmieten, maar hij verliet het in 1620. Blijkens de titelpagina van zijn eerste werk was hij ‘nu nieuws uyt de grouwelickheden des Pausdoms gescheyden’. Van 1621 tot 1625 studeerde hij theologie in Leiden. Vervolgens verbleef hij nog een jaar bij G. Voetius in Heusden en daarna stond hij als predikant in Aalburg, Heesbeen en Nieuw-Lekkerkerk. Overal waar hij woonde kreeg de geschiedenis van stad en omgeving zijn belangstelling. Dat geschiedde ook in Haarlem, waar hij zich na zijn emeritaat vestigde.
    Het gedeelte over de Meijerij kreeg een apart titelblad: Beschryvinge vande Meyerye van ’s Hertogen-Bossche, vervatende de groote, steden, heerlijckheden, vryheden ende dorpen der selver … Dit gedeelte wordt ook wel afzonderlijk aangetroffen.
  • Steven Jan van de Velde (1712-?) – Oudheden en gestichten van de Bisschoppelyke Stadt en Meyerye van ’s Hertogenbosch. Of beknopte beschryvinge der steden en dorpen onder dat Bisdom; Mitsgaders fundatien der geestelyke gebouwen, kerken, abdyen en kloosters van tydt tot tydt aldaar gesticht. Met de leevens gevallen der bisschoppen en andere geleerde mannen, hun verblyv aldaar gehouden of geboren, benevens de Capittelen van Canoniken, vicaryen enz. zoo binnen ’s Hertogen-Bosch als in de Meyereye gelegen. Alles gesterkt met oorspronkelyke gravures. Leiden, Joh. Arnold Langerak, 1742.
    Jan van de Velde ‘gezegd Honselaer wonende in o.a. Sint Oedenrode’.
    Dit boek is een beschrijving van ’s-Hertogenbosch, met vele gravures, o.a. 2 uitslaande plattegronden, 3 uitslaande gravures, 1 uitslaande wapenkaart.
  • [Petrus Scheffers] (1684-?) – Costuymen ende Usantien der Hooft-stadt ende Meyerye van s’Hertogen-Bossche. Petrus Scheffers, Boeckdrucker in’t vergulde Missael, 1744.
  • [Ant. van Beusekom] – Costuymen ende usancien van de hooftstad ’s Hertogenbos – 2 delen. By Ant. van Beusekom …, Te ‘sHertogen-bosch 1758.
    2 quarto banden (met zeer ruime marges) in origineel half leer.
  • Johan Hendrik van Heurn (1716-1793) – Historie der Stad en Meijerij van ’s Hertogenbosch, alsmede van de voornaamste daden der hertogen van Brabant. Utrecht, J. van Schoonhoven, 1776.
    Johan Hendrik van Heurn werd te ‘s-Hertogenbosch geboren als zoon van mr. Jan van Heurn (1677-1741).
    De herinnering aan deze Bossche patriciër zou sterk verflauwd zijn ware daar niet zijn Historie der Stad en Meyerye, waarvan het eerste deel eveneens in 1776 uitkwam. Toont hij zich in de opdracht aan de erfstadhouder prins Willem V een echte orangist en gebruikt hij in de geest van zijn tijd grote woorden om de voortreffelijkheid van de leden van het Huis van Oranje te onderstrepen, in de aanpak van zijn werk is hij voorzichtig, argwanend tegenover overleveringen en premisses en streeft hij naar onpartijdigheid. Op pagina XXV schrijft hij: ‘Alwillens heb ik alle aanstootlykheden tegen den Roomschen Godsdienst gemyd, zelfs zoo, dat het de scherpste onderzoeking daar omtrent velen kan.’ Bovenal gaat hij als het enigszins kan terug naar de bronnen, waarvan hij verslag uitbrengt aan het slot van deze voorrede. Zozeer stelt hij zich in zijn geschiedenis vóór 1629 op een algemeen Brabants standpunt, dat hij keizer Karel V bewust in diens kwaliteit van hertog van Brabant als Karel II aanduidt na hertog Karel I, meer bekend als Karel de Stoute. Deel I eindigt met de troonsafstand van Karel V in 1555, deel II met de Vrede van Munster, deel III met 1729 (herdenking honderd jaar Staatse opperhoogheid) en het laatste deel met 1766, het jaar van het aantreden van Willem V op achttienjarige leeftijd en van diens bezoek van 17 tot 20 juni van dat jaar aan de hoofdstad van de Meierij. Johan Hendrik van Heurn is een feitenaandrager maar daarin in het algemeen zo betrouwbaar, dat deze Historie een ware goudmijn is voor de hedendaagse onderzoeker. Hij verwijst, licht toe met archiefteksten, voegt bijlagen toe en sluit het geheel af met een bladwijzer of register.
Heusden
  • Jacobus van Oudenhoven (1601-1690) – Beschryvinge der Stadt Heusden, Waar in het Begin, Aanwasch, en Tegenwoordige Staat dier Stadt verhaalt worden: als mede Veelderhande Gedenkwaardige Geschiedenissen, Oorlogen, Watervloeden, Wyze van Regeeringe, Handvesten, &c. Amsterdam, by Jan Hartig, 1743.
    De eerste druk verscheen in 1651. In 1794 verscheen een nieuwe vermeerderde uitgave.
    Met plattegrond en 2 van de 4 prenten. kartonnen contemporaine uitgeversband.
Valkenswaard
  • Dr. Bernard W.F. Dagevos (1870-1953) – Patiëntenboek 1900-1901 (handschrift).
    Dr. Bernard Willem Frederik Dagevos vestigt zich in 1899 in Valkenswaard als gemeente-arts. Hij was de eerste academisch opgeleide arts in Valkenswaard. 

    Dit patiëntenboek is dus waarschijnlijk zijn eerste als arts in Valkenswaard. Het bevat per patiënt een overzicht van medicijnen die hij hun voorschreef, waardoor het een mooie bron is voor genealogisch en heemkundig onderzoek.
  • Hubert Leynen (1909-1997) – De ‘Achelse Kluis’. Kort historisch overzicht. Overdruk uit ‘Limburg’, XVIe Jrg. Cisterciënzer Abdij ‘St. Benedictus’, Achel, 1935.

1.2.7 – Limburg (Nederland)

  • Johannes Knippenbergh (1662-1742) – Historia Ecclesiastica Ducatus Geldriae. Typis Francisci Foppens, sub signo Sancti Spiritus, 1719.
    Beschrijft de kerkelijke geschiedenis van het hertogdom Gelre met vooral aandacht voor het Overkwartier. Bevat gegraveerd titelportret, houtsnede vignetten en wapenschilden; de gravure van de kathedraal van Roermond ontbreekt.
Horst
  • Adolf Steffens (1789-1865) – Geschiedenis der aloude Heerlijkheid en der Heeren van ter Horst, in het Land van Kessel, met 58 bijlagen, 2 platen en het gewoonte recht. Roermond, M. Waterreus, 1888.
Maastricht
  • Bernard Hubertus Maria Vlekke (1899-1970) – Van ’t gruwelijck verraet, in den jare 1638 op Maestricht gepractiseert – studies over de vestiging van het Staatsche gezag over Maastricht in den jaren 1632 tot 1639. Neerlandia, 1938.

1.3 – België

  • Marcus van Vaernewyck (1518-1569) – De historie van Belgis, Of, Kronyke Der Nederlandsche Oudheyd, Behelsende Alle de Gedenkweerdigste En Wonderlykste Dingen, Die, Van Het Begin Der Wereld Tot Ontrent Desen Tyd, in Alle Gewesten Der Aerde, Maer Voornaementlyk in Dese Nederlanden. Gend, D.J. Vanderhaeghen, 1829.
    Marcus van Vaernewyck is een Middelnederlands schrijver die verschillende belangrijke functies bekleedde. Hij was onder andere schepen in Gent. Verder is hij factor geweest van de rederijkerskamer Maria t’eeren. Verder is bekend dat hij enkele reizen maakte naar Duitsland en Italië. Van zijn werken zijn de meeste verloren gegaan. Zijn bekendste werk is ‘Van die beroerlike tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568’.
    ‘Die historie van Belgis’ werd voor het eerst uitgegeven in Gent in 1574. Het is ook bekend uit een handschrift uit 1561.
  • [Patrice-François de Neny] (1716-1784) – Historische en staetkundige gedenk-stukken der Oostenryksche Nederlanden , door wylen den weledelen heere grave de N***. Amsterdam, z.j. [1784-1785]
    3 delen: deel 1-2 in een band, deel 3 apart gebonden.
  • Prof. dr. Herman Theodoor Colenbrander (1871-1945) – De afscheiding van België. J.M. Meulenhoff, Amsterdam, 1936.
  • Hendrik Sermon (1834-1904) – Noord en Zuid. 1862.
    Sermon, geboren te Sint Peters-Leeuw, begon zijn studie aan het college te Halle, en ging van daar over tot de Staats-normaalschool van Lier, waar hij, in 1854, zijn diploma als onderwijzer ontving. In maart 1865 opende hij een boekhandel te Antwerpen, alwaar hij ook in october 1874 professor werd in de Nederlandse, Duitse en Engelse taal aan het St. Norbertusgesticht of de Katholieke Middelbare school. Hij schreef eerst onder de pseudoniemen Hendrik van Walrave en Rede en vervolgens onder zijn eigen naam.
    Van 1862 tot 1867 was hij hoofdopsteller van het tijdschrift Noord en Zuid, een tijdschrift over de Noord- en Zuidnederlandse cultuur.

1.3.1 – Limburg (België)

  • [Anoniem] – Génealogie de la famille de Borman et des familles de Bormans (de Maeseyck), Bormans de Hasselbrouck & Bormans (de Liège). Bruxelles, Félix Callewaert, 1872.

1.3.2 – Luik

  • Gerard van Groesbeeck (1517-1580) – Statuts et ordonnances touchant le stil et maniere de proceder et l’administration de justice devant et par les courts et justices seculieres du païs de Liege. Aegidius Radaeus/Henry Hovius, 1572.
    Henry Hovius was drukker in Luik, actief van 1567 tot 1611. Hij vestigde zijn drukkerij/boekhandel tegenover het prinsbisschoppelijk paleis van Luik, zoals de titelpagina aangeeft. Gillis Van den Rade, drukker, geboren in Gent, actief van 1569 tot 1611. In 1572 werd hij vrijmeester-drukker bij de Sint-Lucasgilde van Antwerpen. Eindigde zijn loopbaan in Franeker.
    Van dit vroege en zeer belangrijke juridische werk zijn in België slechts 3 andere exemplaren bewaard, 1 in Koninklijke Bibliotheek (onvolledig exemplaar), 1 in Hasselt, Provinciaal documentatiecentrum (band beschadigd), 1 in privébezit. Opnieuw ingebonden in sobere leren band. Compleet. Het boekblok draagt op snee boven en eerste bladen sporen van insecten. Zie foto’s. Voorts goed boekblok. Twee bladzijden (133/134, 135/136) gescheurd en onvolledig (zie foto’s). Enkele annotaties in oud (17de eeuws?) handschrift.
  • Marcus Zuerius Boxhorn (1612-1653) – De Leodiensi Republica. Amstelodami, Janssonius, 1633.
    Bekend werk van Marcus Boxhorn over het prinsbisdom Luik.
  • Bartholomaeus Fisen (1591-1649) – Sancta legia Romanae ecclesiae filia sive Historiarum ecclesiae Leodiensis pars prima. Leodij. [folio, XVII, 524, C pp.], 1642.
    Pas in 1696 zouden de delen 1 en 2 van dit werk van de Jesuiet Fisen gezamenlijk verschijnen; tot die tijd was deel één het enige deel dat gepubliceerd was. Dit boek kan dus als compleet beschouwd worden. Het betreft hier een geschiedenis van het prinsbisdom Luik. Voor mij interessant omdat in deze jaren mijn oudste voorvader in Bree (dat ressorteerde onder Luik) ging wonen.
    Gebonden in contemporaine kalfsleren band, gerestaureerd op de rug. Ex libris J.H. Corneli Can. Caplis. Reg. Ecclia. B.M.V. Agrisg. (1743); Ludovici L.B. de Fisenne (1802).

1.3.3 – Konings-Brabant

  • Petrus Stockmans (1608-1671) – Opera Omnia, quotquot hactenus separatim edita fuere nunc primum in unum corpus collecta & emendatiora prodeunt. Bruxellis, apud Judoci de Grieck, apud Portam lapideam, sub signo Sancti Huberti et Franciscum t’Serstevens, propè Templum PP. Praedicatorum [4°, XXII, 300, LVI pp.], 1698.
    Tractatus de jure devolutionis. Bruxellis, typis Judoci de Grieck, apud Portam lapideam, sub signo Sancti Huberti [4°, XIV, 296 pp.], 1700.
    Petrus Stockmans was een schrijver, hellenist, en jurist in de Zuidelijke Nederlanden. Hij was in Europa een belangrijk vertegenwoordiger van de jansenistische stroming. Hij doceerde Griekse taal en rechten aan de oude Universiteit Leuven. Hij werd ook rector van deze universiteit. Hij nam als gevolmachtigde deel aan de Münsterse vredeconferentie in 1648.
    Twee werken in één band, in perkament gebonden, nauwelijks gebruikssporen.
  • Mr. de Cantillon – Vermakelykheden van Brabant en Deszelfs Onderhoorige Landen. Amsteldam, David Weege, 1770.
    Dat het boek als auteursnaam M. de Cantillon draagt, is vrijwel zeker speculatie van de boekhandelaar. Er is geen enkele reden te vinden waarom dit werk zou moeten worden verbonden met Philippe de Cantillon, wat doorgaans gebeurt. Deze wordt daarbij bovendien verward met zijn broer, de Ierse economist Richard de Cantillon. Deze was aanvankelijk handelaar in Ierland, daarna bankier in Parijs. Maakte fortuin, maar moest vluchten, eerst naar Holland en later naar Londen. Daar werd hij vermoord door een van zijn dienstboden. Dat de naam De Cantillon als pseudonym gekozen is, had waarschijnlijk te maken met diens reputatie en het mysterie dat aan de naam verbonden is.
    ‘Délices du Brabant’ verscheen in 1757. ‘Vermakelykheden’ is daarvan de Nederlandse vertaling die in 1770 verscheen.
    4 delen in 1 band. Deel 1 – Vervattende het Kwartier van Leuven; Deel 2 – Vervattende het Kwartier van Brussel; Deel 3 – Vervattende het Kwartier van Antwerpen; Deel 4 – Vervattende het Kwartier van ‘s-Hertogenbosch, de Heerlykheid en de stad van Mechelen. De tekst is niet meer dan een alledaags commentaar op de prachtige 200 kopergravures, die een complete editie bevat.
    Alleen de tekst, geen platen. 19e eeuwse band.
Brussel
  • Corneille Smet (1740-1812) – De Roomsch-Catholyke religie, begonst, uytgebreyd, vastgesteld ende bewaert in Brabant, tuschen menigvuldige aenstooten, vervolgingen ende verwoestingen. Kerkelyke historie van Brussel, tot het jaer 1805. Leven van den H. Bonifatius, bisschop, geboren tot Brussel. Brussel, P.-J. de Haes, 1807.
    Corneille Smet is priester. Het werk behandelt de geschiedenis van het christendom in het hertogdom Brabant.
    Exemplaar uit de bibliotheek van het Kapucijnenklooster in Handel.
Turnhout
  • Theodoor Ignatius Welvaarts (1840-1892) – Geschiedenis van Corsendock. Met verscheidene steendrukplaten. Prachtuitgave in Elsevier letter. Nijverheids-fabriek van Glénisson en Zonen, Turnhout, 1880-1881.
    De auteur was priester en de bibliothecaris van de abdij van Postel in België. Hij was geboren in Schijndel en trad in 1852 in het seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel.
    Een interessante studie over de Priorij van Corsendonck en haar omgeving uit de 14e eeuw tot 1880. Het eerste deel beschrijft de geestelijken van Corsendonck en hun prestaties in de theologie en schone kunsten, het tweede deel vertelt de geschiedenis van de Priorij. Het werk wordt geïllustreerd met lithografieën, waarin zegels en wapenschilden van Maximiliaan, Karel V enzovoort.
    Twee delen in één. Eigentijds bindwerk. Grote opgevouwen litho, panorama van de Priorij van Corsendonck in ongeveer 1680. 12 volledige pagina litho’s (waarvan 1 gebruind), en een tweede grote gevouwen prent van de situatie in 1880. Grote gevouwen tabel met kalender en een litho met een kaart van Corsendonck en de regio. Compleet. Ex libris bibliotheek van de abdij van Berne.

1.4 – Frankrijk

  • Le Marechal Godefroi d’Estrades (1607-1686) – Lettres et negotiations de messieurs Le Marechal Godefroi d’Estrades; Charles Colbert, marquis de Croissy; André Félibien Comte de d’Avaux. La Haye, Adrian Moetjens, 1710.
    Graaf Godefroi d’Estrades was een Frans edelman, diplomaat en maarschalk. Hij werd geboren als zoon van graaf François d’Estrades, een vertrouweling van koning Hendrik IV en broer van bisschop Jean d’Estrades. Godefroi werd page van koning Lodewijk XIII en op negentienjarige leeftijd vertrok hij voor een diplomatieke missie naar Maurits van Oranje. In 1646 werd hij benoemd tot buitengewoon ambassadeur in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en nam hij deel aan de besprekingen die leidden tot de Vrede van Münster. In 1661 werd hij naar Engeland gestuurd en een jaar later gelukte het hem voor Frankrijk om Duinkerke terug te krijgen, waarvan hij gouverneur werd. In 1667 was hij een van de onderhandelaars bij de Vrede van Breda met koning Frederik III van Denemarken en in 1678 onderhandelde hij over het verdrag dat bekendstaat als de Vrede van Nijmegen, dat de oorlog van Frankrijk met de Republiek beëindigde. Op militair gebied nam hij deel aan de campagnes van koning Lodewijk XIV van Frankrijk, in Italië (1648), Catalonië (1655) en de Republiek (1672-’73). Van 1673 tot 1678 was hij militair gouverneur van Maastricht, waar hij de tijdens het Beleg van Maastricht (1673) zwaar beschadigde vestingwerken liet herstellen. In 1675 volgde zijn benoeming tot maarschalk van Frankrijk. D’Estrades liet zijn Lettres, memoires et négociations en qual d’ambassadeur en Hollande depuis 1663 jusqu’en 1668 na, waarvan de eerste editie in 1709 uitkwam, gevolgd door een editie van negen delen die in 1743 in Londen en ‘s-Gravenhage werd uitgegeven. Ook schreef hij een uitvoerige karakterschets over de Hollandse raadpensionaris Johan de Witt, waarmee hij veel contact had. Het werd in 1757 in ‘s-Gravenhage uitgegeven.
    Correspondentie van Le Marechal Godefroi d’Estrades met Charles Colbert, marquis de Croissy (1619-1683) en André Félibien Comte de d’Avaux (1619-1695).
  • Antoine Varillas (1624-1696) – Sommaire royal de l’histoire de France, continuée depuis Pharamond jusques au Regne d’apresent. Par le Sieur de Bonair, historiographe du Roy, & l’un des XXV. gentils-hommes de la Garde Ecossoise. Avec des portraits, armes & devises de tous les Rois. Paris, Charles Osmont [8°, (VIII), 400 pp.], 1676.
    Varillas wordt hier aangeduid als ‘Le sieur de Bonair’.
    De uitgave bevat gravures van elke Franse koning tot Lodewijk XIV. Ex libris Johannes Gregorius Stalmans (1707). Contemporaine kalfsleren band, bindwerk wat los, overigens mooi exemplaar.
  • Louis Pierre Anquetil (1723-1806) – Histoire de France, depuis les Gaulois jusqu’à la fin de la monarchie. Paris, Garnery, 1805.
    Louis Pierre Anquetil is ‘de l’institut national, et membre de la Légion d’honneur; auteur de l’esprit de la Ligue, du précis de l’histoire universelle, et d’autres ouvrages.’
    Alleen deel 1-5.
  • Pierre Jean Baptiste Nougaret (1742-1823) – Anecdotes militaires, anciennes et modernes, des Francais; contenant les actions sublimes et couragieuses des généraux, des grandes capitaines, des officiers et des soldats; les traits de dévouement extraordinaire de plusieurs villes assiégées; des particularités sur plusieurs batailles mémorables, soit de terre, soit de mer, et sur les strategèmes de guerre curieux et remarquables. Paris, F. Louis, 1808.
    ‘Anecdotes militaires’ is een militaire geschiedenis van Frankrijk.
  • Antoine-Henri Jomini (1779-1869) – Traité de grande opérations militaires. Paris, Guiguet et Michaud, 1809.
    Alleen deel 4.
  • Claude Le Ragois (?-1683) – Nouvelle histoire de France, entièrement refondue, et continuée jusqu’au règne de sa majesté Louis-Philippe 1er ; (…). Paris, Didier; Limoges, Martial Ardant & fils, 1835.
    Claude Le Ragois was abt en leermeester van de hertog van Maine.
    Dit werk is een geschiedenis van de Franse koningen, met 68 gravures van de Franse koningen door Dembour.
  • R. Henry; Jean Joseph Veye Chareton (1813-1878) – Essai d’un abrégé de la philosophie de la guerre ou recueil de maximes militaires. / Les corps francs dans la guerre moderne ; les moyens a leur opposer ; étude historique et critique. J. Dumaine, 1879 / Henri Charles-Lavauzelle, Paris, z.j.

1.4.1 – Artesië

  • Albert-Louis-Emmanuel Bultel (ca. 1700-1758) – Notice de l’Etat ancien et Moderne de la Province et comté d’Artois. Paris, Guillaume Desprez & Guillaume Cavelier, 1748.
    De auteur was tweede voorzitter van de raad van het graafschap Artesië.
    Geschiedenis en beschrijving van het graafschap Artesië. Eerste druk, in contemporaine band – VIII -535pp , 9 uitvouwbare platen, 12o: 10 x 16 cm.

1.4.2 – Bourgondië

  • René Danguy (1860-1912); Charles Aubertin (1829-1902) – Les grands vins de Bourgogne (la Cote d’Or); étude et classement par ordre de mérite; nomenclature des clos et des propriétaires. Dijon, Félix Rey, 1892.
Macon
  • Douat Frères – Macon supérieur. Douat Frères, négociants à Beaune (Côte d’Or), 1923.
    Wijnetiket.

1.4.3 – Aquitanië

Bordeaux
  • Héritiers Monier – Chateau de la Croix (Millorit). 1e Cru de Bourg. Héroitiers Monier, 1937.
    Wijnetiket.

1.5 – Duitsland

  • Thomas Salmon (1679-1767) – Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van alle volkeren, VIII deel, behelzende den Tegenwoordigen Staat van ’t Duitsche Keizerrijk in ’t algemeen; als mede van de Opper-Saxische, Neder-Saxische, Westphaalsche en Nederrynsche Kreitsen in ’t byzonder. Amsterdam, Tirion, 1736.
    Origineel verschenen in het Engels als ‘Modern history: or present state of all nations’ in Londen in 1725. Uitgebreide beschrijving van Duitsland.
    Zonder kaarten of gravures.

1.5.1 – Beieren

  • Joseph von Obernberg (1761-1845) – Reisen durch das Königreich Baiern. I. Theil, der Isarkreis, I. Heft. München, Ignaz Joseph Lentner, 1815.
    Ex libris Matthieu van Els.

1.6 – Denemarken

  • Jacques Lacombe (1724-1811) – Abrégé chronologique de l’histoire du Nord; ou des états de Dannemarc, de Russie, de Suède, de Pologne, de Prusse, de Courlande, etc. etc. Avec des remarques particulieres sur la génie, les moeurs, les usages de ces nations; sur la nature & les productions de leurs climats. Ensemble un précis hitorique concernant la Laponie, les Tartares, les Cosaques, les ordres militaires des chevaliers Teutoniques & Livoniens; la notice des scavans & illustres; des métropolites, des Patriarches de Russie. Paris, Jean-Thomas Herissant, 1762.
    Abrégé chronologique is een overzicht van de geschiedenis van de Noordeuropese landen.
    Dit betreft alleen het eerste deel van de twee (Denemarken en Rusland).

1.7 – Engeland

  • Gregorio Leti (1630-1701) – Het leven van Elizabeth, koninginne van Engelandt; behelsende der zelver ongemeene hoedanigheden en groot verstant; mitsgaders haare wyze en voorzigtige regeeringh, onder welke ’t Koningryk van Engeland meer als onder yemand van des selfs koningen gebloeyt heeft. Mitsgaders een pertinente beschryvinge hoedanigh sy het groote werk van de Reformatie der Kerke van Engeland met d’uyterste omzichtigheyt bevordert en volvoert heeft gehadt. In ’t Italiaans beschreven door d’heer Gregorio Leti. Met figuren, Eerste deel. ’s-Gravenhage, Meyndert Uytwerf [8°, (XII), 512, (23) pp.], 1698.
    Gregorio Leti schreef een aantal anti-katholieke werken. Waarschijnlijk vinden zijn standpunten hun oorsprong in zijn jeugd. De oom bij wie hij opgroeide was een prelaat. Dit verklaart Leti’s kennis van de misbruiken en intrigues aan het pauselijke hof.
    Vijf boeken in een band. Met 9 gravures: Elisabeth, Hendrik VIII, Anna Boleyn, Cromwell, Thomas More, etc. Gegraveerde title (houtsnede). Eerste deel. Perkamenten band.
  • William Temple (1628-1699) – Introduction à l’histoire d’Angleterre par le chevalier Temple. Enrichie de tous les portraits des rois, tirez sur les originaux de Westminster etc. Traduite de l’Anglois. Amsterdam, Louis de Lorme [8°, (XVI), 310, (II) pp.], 1695.
    ‘Le Chevalier Temple’  was gezant te Brussel in 1666, realiseerde de alliantie tussen Engeland, de Republiek en Zweden om Spanje te beschermen tegen Frankrijk. Ook speelde hij een sleutelrol in het bewerkstelligen van het huwelijk tussen Willem III en Mary Stuart.
    Temple’s ‘Introduction to the history of England’ was bedoeld als aanzet tot een algemene geschiedenis van Engeland. Een nogal pretentieus werk, niet zonder historische fouten, maar Temple ondervond in zijn tijd weinig concurrentie.
    Contemporaine kalfsleren band, slijtage op de rug.
  • William Coxe  (1747-1828) – Memoirs of John Duke of Marlborough : with his original correspondence collected from the family records at Blenheim, and other authentic sources : illustrated with portraits, maps and military plans. London : Printed for Longman, Hurst, Rees, Orme and Brown, 1818-1819.
    Memoires van John Churchill, de hertog van Marlborough. Tijdens de Spaanse Successieoorlog hield een Engels-Nederlandse leger van de hertog van deze John Churchill, de hertog van Malborough, zich op rond Bree, waar de familie Fasol indertijd woonde. In de volksmond noemde men hem daar ‘Malbroek’. Hij maakte zich niet populair, zoals we mogen afleiden uit de folkloristische gewoonte die uit deze tijd stamt, om met de kermis op donderdag ‘Malbroek te begraven’. Het verslag van zijn optreden rond Bree vinden we in deel 1 op pagina 130-134.

1.8 – Ierland

  • Alphonse Huillard-Bréholles (1817-1871) – L’Irlande, son origine, son histoire et sa situation présente. Tours, Alfred Mame et fils, 1880.

1.9 Verenigde Staten van Amerika

  • [McLean & Taylor] – The Addresses and Messages of the Presidents of the United States from 1789 to 1839: Declaration of Independence and Constitution of the United States, with Portraits of the Presidents. New York, McLean & Taylor, 1839.
  • Edouard-René Lefebvre (1811-1883) – Paris en Amérique. Paris, G. Charpentier et cie., 1884.
    Edouard-René Lefebvre is het pseudonym van Edouard Laboulay. Hij was lid van de Kamer van Afgevaardigden, senator en geschiedkundige.
    In dit boek beschrijft hij op humoristische wijze het leven in Amerika.
    Ex libris H. Snellens.

1.10 – Spanje

  • Henricus de Pape – Het leven, deughden ende mirakelen vanden H. Petrus de Alcantara belyder, van het ordre der Minder-broeders, ghetrockedn uyt verscheyde Schrijvers, ende beschreven door F. Henricus de Pape, Priester van het selve Ordre. Verciert met vele kopere platen. Antwerpen, Michiel Cnobbaert, 1669.
    Hagiografie van de H. Petrus de Alcantara (1499-1562).
    Lees meer over de achtergrond van dit boek in het artikel Het leven, deugden en de Mirakelen van den H. Petrus de Alcantara. Ex libris familie Fasol-Loos.
  • D.A. Rodrigo – Het Secreet des conings van Spangien, Philippus den tweeden, achter-ghelaten aen zijnen lieven soone, Philips de derde van dien name, vervatende hoe hy hem reguleren sal nae zijns vaders doodt. In ’t licht ghebracht door een dienaer van den heere Christoffel de Mora, schatbewaerder des Conings van Spagnien, genaemt Rodrigo D.A. Ende nu over-gheset uyt den Spaenschen door P.A.P. S.i., 1608.
    Zie Knuttel 1060. Er bestaan diverse edities van dit populaire pamflet over het aftreden van Filips II. De oudste editie is van 1599. Deze edititie, mogelijk gedrukt in 1608, is ook opgenomen in de Byecorf van het jaar 1608. Hij onderscheidt zich van de editie van 1599 door het fileet dat hier vierkant is. De naam Rodrigo is gezet in Latijnse en niet in Duitse letter.
  • Louis-Sébastien Mercier (1740-1814) – Portrait de Philippe II, roi d’Espagne. Amsterdam, 1785.
    Historisch essay gevolgd door een toneelstuk over de Spaanse koning Filips II.

1.11 – Italië

1.11.1 – Romeinse oudheid

  • Publius Vergilius Maro (70-19 v. Chr.) – P. Vergilii Maronis Opera in Tironum gratiam perpetua annotatione illustrata a Chr. Gottl. Heyne. Vol. I. Lipsiae, Hahnianae, 1828.
    Bezorgd door Christian Gottlob Heyne (1729 – 1812).
    Deze band bevat alleen het eerste deel van de werken van Vergilius.
  • M. Annaeus Lucanus (39-65)– M. Annaei Lucani Pharsalia: sive de bello civili Caesaris et Pompeii libri X / M. Annaeus Lucanus ; ex emendatione Hug. Grotii cum ejusdem Notis. Amsterodami, apud Guiljelm. Ianß. Caesium [8°, 196 pag., ongenummerd], 1627.
    De Pharsalia, ook bekend onder de naam Bellum Civile van de Romeinse auteur Marcus Annaeus Lucanus is een episch gedicht over de strijd tussen Julius Caesar en Pompeius. De tekst is bezorgd door Hugo de Groot.
    Klein formaat, gebonden in perkament. 
  • C.F. Lhomond  (1727-1794) – Des hommes illustres de la ville de Rome, depuis Romulus jusqu’à C. Auguste. Ouvrage traduit du Latin de C.F. Lhomond, par M. Boinvilliers; maintenant traduit du francais en flamand par F.L.N. Henckel, prêtre, professeur des langues latine, francaise et flamande. / Van de doorlugtige mannen der stad Roomen, sedert Romulus tot aen C. Augustus [..]. Gent, J. Begyn, 1811.
    Dit is een simultaanvertaling in het Frans en het Nederlands van het werk van Cornelius Nepos.
  • Esprit Fléchier (1632-1710) – Histoire de Théodose le Grand, pour monsieur le Dauphin. Nouvelle édition. Lyon, M.P. Rusand, 1811.
    Esprit Fléchier is ‘abbé de Saint Severin, aumonier ordinaire de madame la Dauphine’. Hij was bisschop van Nîmes.
    Hij beschrijft hierin het leven van de Romeinse keizer Theodosius de Grote.
  • Jean Baptiste Louis Crevier (1693-1765) – Histoire des empereurs romains depuis Auguste jusqu’a Constantin. A Paris, : De l’Imprimerie de Didot le jeune. : Chez Ledoux et Tenré, libraires …, 1818-1819.
  • Ph. – Beautés de l’histoire Romaine, avec une esquisse des moeurs et un apercu des arts et des sciences à différentes époques, depuis Romulus jusqu’à la division de l’empire après Constantin ; précédées de notion sur les institutions des Romains. 1836.
    Beautés de l’histoire Romaine is een beschrijving van de Romeinse cultuur.
  • Iohannis Rosini (1551-1626) – Antiquitatum Romanarum. Corpus Absolutissimum, cum notis Doctissimis ac locupletissimis Thomae Dempsteri J.C., Cui accedunt Pauli Manutii Libri II. De Legibus, et de Senatu, cum Andreae Schotti Electis. I. De Priscis Roman. Gentibus ac Familis; II. De Tribubus Rom. XXXV. Rusticis atque Urbanis; III. De Ludis Festisque Rom. ex Kalendario Vetere. Cum Indicelocupletissimo Rerum ac Verborum, & aeneis figuris accuratissimis Urbis, & c. Editio novissima, prioribus omnibus longe emendatior. Salomonem Schouten, Amstelaedami, 1743.
    Beschrijving van de Romeinse oudheid.
  • A. Guilielmus Henricus Nieuwpoort (1670-1730) – Rituum, qui olim apud Romanos obtinuerunt, sucincta explicatio. Ad intelligentiam veterum auctorum facili methodo conscripta. Editio quarta veneta. Venetiis, apud Joannem Tyberninum, 1754.
    Willem Hendrick Nieupoort was hoogleraar in de rechten te Utrecht, alwaar hij dit werk voor het eerst publiceerde in 1712.
    ‘Rituum’ is een systematische studie van alle feiten omtrent de beschaving van de Romeinen (geld, maten, gewichten, gebruiken, etc.) ter toelichting bij de klassieke auteurs. Het boek had enorm veel succes in de 18e eeuw en werd vele malen herdrukt. (Hoefer NBG XXXVIII/66)
    .

1.11.2 – Italië

  • Mr. Samuel Muller Fz. (1848-1922) – Italiaansche reisindrukken. Met vele afbeeldingen in en buiten den tekst. Haarlem, H.D. Tjeenk Willink & Zoon, 1907. (XII); 231+1p.

1.12 – Griekenland

  • Jean-Charles Dortet de Tressan (1799-1884) – La mythologie comparée avec l’histoire. Paris, Gabriel Dufour, 1818.
  • Homerus (ca. 800-ca. 750 v. Chr.) – Homeri Carmina; secundum recensionem Wolfii cum praefatione Godofredi Hermanni; volumen I. Ilias. Lipsiae, Caroli Tauchnitii, 1827.
    Deze band bevat alleen het eerste deel, de Ilias; bezorgd door Gottfried Hermann (1772-1848).
  • Xenophon (ca. 430-355 v. Chr.) – Gedenkwaardigheden van Socrates, door Xenophon. Groningen, J. Oomkens, 1819.
    Jan ten Brink (1771-1839) vertaalde dit werk van Xenophon.
  • Esaias Schneider (1721-1743) – De vita excellentium imperatorum … captui puerorum accomodatus; oder: deutliche, und nach dem Begriff der Jugend endlich recht eingerichtete Erklärung des Cornelii Nepotis. Durch Emanuel Sincerum. Durchgehends mit grossem Fleiss aufs neue übersehen. Ingolstadt / Augsburg, J.F.X. Crätz, 1774.
    Emanuel Sincerum is een pseudonym van de theoloog Esaias Schneider (1721-1743).
    Dit is een uitgave van het werk van Cornelius Nepos (100 v. Chr.-28), door Schneider becommentarieerd voor de jeugd.
  • Friedrich Karl Kraft (1786-1866) – Handboek der geschiedenis van Oud-Griekenland; ter vertaling in het Latijn. Tiel, C. Campagne, 1832.
    Friedrich Karl Kraft beschrijft de geschiedenis van Griekenland in de Oudheid, te gebruiken als schoolboek voor de Latijnse les.

1.13 – Midden-Oosten

  • [Nicolas Fontaine] (1625-1709) – De historien des ouden en nieuwen testaments, met stichtelijke toepassingen, getrocken uyt de HH. vaderen, om de Zeden in allerhande staeten van Menschen te reguleren. In ’t Frans beschreven door de Heere de Royaumont, overste van Sambreval. Vertaelt, met veerzen op ieder hoofdstuk versien, en met schoone printen verciert. Brussel, P.J. Lemmens / J.B. de Vos Fontaine (1625-1709), 1739.
    Auteur wordt hier genoemd ‘De Heere de Royaumont’ (Sieur de Royaumont). Dit is een Nederlandse vertaling van het Franse origineel. Met meer dan 265 afbeeldingen.
    Gerestaureerd (1989) door Mathieu Wetemans.
  • John Kitto (1804-1854) – The history of Palestine from the patriarchal age to the present time. Adam & Charles Black, Edinburgh, 1843.
    John Kitto was een Engels theoloog. Op zijn elfde jaar moest hij van school om bij zijn vader, een metselaar, te gaan werken. In 1817 maakte hij daarbij een val waardoor hij doof werd en hij begon te studeren. In 1824 werd hij leerling bij een tandarts, in 1827 ging hij naar Malta als boekdrukker. In 1829 keerde hij terug naar Engeland en werd privéleraar. Hij schreef voor de Society for the Diffusion of Useful Knowledge, en begon populair-wetenschappelijke werken over Bijbelse onderwerpen te schrijven.
    Dit werk is een geschiedenis van Palestina.
  • Simon Ockley (1678-1720) – The history of the Saracens. Henry G. Bohn, London, 1848.
    Simon Ockley werd geboren te Exeter en was vicar van Swavesey, Cambridgeshire. Hij werd professor als Arabist te Cambridge in 1711. In 1718 werd hij gevangen gezet wegens schulden. Gibbon noemde zijn lot “unworthy of the man and of his country.”
    Het eerste deel van zijn ‘Conquest of Syria, Persia, and Egypt by the Saracens’, meer bekend als ‘The History of the Saracens’, verscheen in 1708. Ockley baseerde zijn werk op een Arabisch manuscript in de Bodleian library. Als geschiedschrijving heeft het zwakheden: bijvoorbeeld de beslissende slag om Cadesia bij de verovering van Perzië blijft onvermeld. Het leest eerder als een verzameling verhalen dan als geschiedenisboek. In literair opzicht heeft het werk echter een uitstekende reputatie.

1.14 – Indonesië

  • Alfred Russel Wallace (1823-1913) – Insulinde: het land van den Orang-Oetang en den Paradijsvogel. Amsterdam, P.N. van Kampen, 1870.
    Alfred Russel Wallace was een Brits natuuronderzoeker, geograaf, antropoloog en bioloog. Hij is vooral bekend omdat hij onafhankelijk van Darwin een eigen evolutietheorie formuleerde die sterk leek op die van Charles Darwin.
    Ex libris H. Snellens.

  • Roelof Schuiling (1854-1936) – Nederland tusschen de tropen; aardrijkskunde onzer koloniën in Oost en West. Zwolle, Erven J.J. Tijl, 1889.
    Roelof Schuiling was een Nederlandse leraar aardrijkskunde. Hij was, samen met Hendrik Blink en Willem Bouwmeester, een pionier in de historisch-geografische bestudering van het Nederlandse zandgebied.
    Ex libris H. Snellens.

1.15 – Wereldwijd

1.15.1 – Geschiedenis

  • Ernst Karl Guhl (1819-1862); Wilhelm Koner (1817-1882); Richard Engelmann (1844-1909) – Leben der Griechen und Römer. Berlin, Weidmann, 1864.
  • Dionysius Petavius (1583-1652) – Rationarium Temporum. In quo aetatum omnium sacra profanaque historia chronologicis probationibus munita summatim traditur. Lugduni Batavorum, apud Theodorum Haak, 1724.
    Dionysius Petavius (Denis Petau) was een van de beste chronologen. Hij werd geboren in Orléans, en publiceerde in 1627 zijn grote werk ‘De doctrina temporum’ en in 1630 een vervolg hierop. Petavius’ systeem wordt vooral in de katholieke kerk gebruikt. Hij had talen bestudeerd, was zeer deskundig in de wereldgeschiedenis, goed onderlegd in de wiskundige en als astronoom in staat om zonsverduisteringen te berekenen. In de chronologie legde hij de tekortkomingen van zijn rivaal Scaliger bloot. Hij bestreed het gebruik om hiaten in kennis op te vullen met hypotheses en greep daarbij terug op de klassieke teksten.
    ‘Rationarum temporum’ werd voor het eerst in 1633-4 gepubliceerd als verkorte versie van ‘De doctrina temporum’.
  • Bernhard von Zech (1649-1720) – Der durchlauchtige Regenten-Saal, auf welchem der Roem. Papste, Keisere des H. Roem. Reichs, in Tuerkei, Moskau und Persien, dann der Koenige in Portugal, Spanien, Frankreich, Engelland, Daenemark, Schweden, Polen, Hungarn und Boehmen, so auch der Kuhrfuersten im H. Roem. Reich und Herzogen zu Venedig, Namen, Nachfolge, Regirung, fuernehme Tahten und Absterben, ingleichen der hoechsten Haeupter der Christenheit Geschlechte, hohe Ankunft und XVI Ahnen in zwo Fuerstellungen auf kurzen historischen Stamm- und Ahnen-Tafel aufgefuehret und entworfen werden durch Bernhard Zechen von Weinmar. Regensburg, in Joh. Conrad Emmerichs, Buchhaendler Berg, drucks Georg Heinrich Mueller [8°, (XX), 678, (XXXIV) pp.], 1674.
    In de ‘Regenten-Saal’ worden alle koningen, keizers en andere wereldleiders behandeld aan de hand van beknopte biografieën.
    In 19e eeuwse band.
  • Lambert van den Bosch (1620-1698) – Prael-tooneel der doorluchtige mannen, of het leven en bedrijf der beroemder vorsten, uytheemsche veldt-oversten en vorstelijcke bedienaers deses tijdts. Verhandelende de voornaemste saecken van staet en oorlogh, in en omtrent dese laetste hondert jaeren voorgevallen. Uit de vermaerste historie-schrijvers by een versamelt, en vertaalt. Amsterdam, Iacob van Meurs en Compagnie [4°, 779 pp.], 1676.
    Van den Bosch (Van Bos / Sylvius) behaalde in 1640 zijn bevoegdheid het apothekersambt te mogen uitoefenen, wat hij aanvankelijk in Amsterdam gedaan zal hebben. Van 1652 tot 1655 was hij rector van de Latijnse school in Helmond, daarna conrector van die in Dordrecht. In 1671 werd hij ontslagen wegens plichtsverzuim en andere hem verweten nalatigheden, welk ontslag hij aan de persoonlijke invloed van Cornelis de Witt toeschreef. In 1672 werd Van den Bosch rector aan de Latijnse school van Heemstede en tevens ouderling. Na de periode in Heemstede volgde nog een tijd in Amsterdam en Vianen. Zijn produktiviteit was enorm. Uit tal van auteurs en talen, Latijn en Grieks, Spaans en Italiaans, Duits, Frans en vooral Engels compileerde en vertaalde hij. Zo bracht hij als eerste een Nederlandse vertaling van Don Quichote. Hij schreef ook enkele dichtwerken en toneelstukken.
    Perkamenten band, met vele gravures van de besproken staatslieden.
  • Jules van Praet (1806-1887) – Essais sur l’histoire politique des derniers siècles. Bruxelles, Bruylant-Christophe, 1867.
    Diverse historische essays, eindigend met een stuk over Willem III (1650-1702).
  • Louis-Mayeul Chaudon (1737-1817); Antoine-François Delandine (1756-1820) – Lecons élémentaires d’histoire et de chronologie : ouvrage nécessaire à toutes les classes des citoyens, & sur-tout aux Jeunes-gens, auxquels on veut donner une idée précise, mais distincte, de l’origine des états, de l’histoire des peuples, des révolutions des empires, depuis la Création jusqu’à nos jours (…). Caen, G. le Roy, 1781.
  • Louis-Mayeul Chaudon (1737-1817); Antoine-François Delandine (1756-1820) – Nouveau dictionnaire historique, ou histoire abrégée de tous les hommes qui se sont fait un nom par des talens, des vertus, des forfaits, des erreurs, etc., depuis le commencement du monde jusqu’à nos jours; dans laquelle on expose avec impartialité ce que les écrivains les plus judicieux ont pensé sur le caractère, les moeurs et les ouvrages des hommes célèbres dans tous les genres; avec des tables chronologiques, pour reduire en corps d’histoire les articles répandus dans ce Dictionnaire. Huitième édition. Lyon, Bruyset ainé et comp., 1804.
  • Nicolaas Godfried van Kampen (1776-1839) – Geschiedenis van den Vijftienjarigen Vrede in Europa, sedert den vrede te Parijs in 1815 tot op de tweede Fransche omwenteling in 1830.
    Haarlem, erven Francois Bohn, 1832.
    Nicolaas Godfried van Kampen werd in 1815 benoemd tot Lector in de Hoogduitsche taal en letterkunde aan ’s Rijks Hoogeschole te Leiden. In 1829 benoemd tot hoogleraar in de Nederlandse letterkunde en vaderlandse geschiedenis aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam.
    ‘Geschiedenis van den Vijftienjarigen Vrede in Europa’ is een staatkundige geschiedenis van Europa tussen 1815 en 1830.
  • Hendrik Cornelius Rogge (1831-1905) – Lijst van de voornaamste vorsten en regenten uit de oude-, middel-, en nieuwe geschiedenis. Amsterdam, Y. Rogge, 1882.
  • Rimmer van der Meulen (1850-1925) – De courant : geschiedkundig en vergelijkend overzicht der nieuwsbladen van alle landen. Leiden, [ca. 1885].
  • Dr. Jan Steffen Bartstra (1887-1962) – Twaalf jaren ‘Vrije-hands-politiek’. De internationale verhoudingen van 1890-1902. A.W. Sijthoff, Leiden, 1928.
    Luxe exemplaar, gedrukt op dik papier in beperkte oplage. Exemplaar uit de bibliotheek van prof. H. Brugmans, Bartstra’s promotor bij dit proefschrift. Ingelegd katern met stellingen.

1.15.2 – Topografie

  • Thomas Osborne (1704?-1767) – A collection of voyages and travels: consisting of authentic writers in our own tongue, which have not before been collected in English, or have only been abridged in other collections. And continued with others of note, that have published histories, voyages, travels, journals or discoveries in other nations and languages, relating to any part of the continent of Asia, Africa, America, Europe, or the islands thereof, from the earliest account to the present time. Vol. 1. London, Thomas Osborne, 1745.
    Folio, niet alle platen aanwezig, los deel.
  • Gerard de Propiac (1759-1822) – Les curiosités universelles, faisant suite aux merveilles du monde, contenant les plus beaux ouvrages de la nature et des hommes, répandus sur toute la surface de la terre; […] et orné de gravures. Catherine Joseph Ferdinand. Paris, la librairie d’éducation d’Alexis Eymery, 1823.
    Catherine Joseph Ferdinand Gerard de Propiac wordt aangeduid als ‘Le chevalier de Propiac’.
    ‘Les curiosités universelles’ is een beschrijving van bijzondere locaties in de wereld. Prijsband.
  • [Jean-Baptiste Ladvocat] (Vosgien) (1709-1765) – Nouveau dictionnaire géographique universel. Paris, Lebigre 1834.
    De naam Vosgien werd in de loop van de tijd een soortnaam om geografische woordenboeken aan te duiden, zo populair was dit handboek. Het ‘Dictionnaire de Vosgien’ was in feite het werk van een abt van Lorraine, geboren te Vaucouleurs in de Vogezen, Jean-Baptiste Ladvocat.
    Het Dictionnaire de Vosgien kende vele edities, van 1747 tot 1851.
  • Gualtherus Jacob Dozy (1841-1922); S.J.H. Brugmans – Historische atlas ten gebruike bij het onderwijs in algemeene en vaderlandsche geschiedenis. Zutphen Thieme, z.j. [1874].
  • Gerard Keller (1829-1899) – Europa in al zijn heerlijkheid geschetst. Jac. G. Robbers, Rotterdam, z.j. [1890]. 2 Delen.
    Gerard Keller werkte mee aan vele verschillende tijdschriften en bladen, schreef boeken en toneelstukken en werkte als vertaler. Geboren in Gouda, verhuisde hij met zijn ouders in 1830 naar Den Haag. Na het gymnasium werd hij student aan de Delfsche Academie. Nadat hij vele beroepen had geprobeerd, waaronder heelmeester, predikant, ingenieur, architect, handelsman of beambte bij een gasfabriek, werd hij uiteindelijk aangenomen in 1850 als stenograaf bij de Kamers der Staten-Generaal. In 1884 werd hij redacteur bij de Arnhemsche Courant.
    Ex libris H. Snellens.

  • J.J. ten Have – Nieuw leerboek der aardrijkskunde, vooral voor hen, die voor de hoofdakte studeeren. Derde druk. ‘s-Gravenhage, Joh. Ykema., 1904. 564 p., met een groot aantal gravures, schetskaarten…. tusschen de tekst.
    Ex libris P.C. Fasol.

1.15.3 – Politiek

  • Francis Bacon (1561-1626) – Essays, moral, economical and political. London, Union Printing Office, 1807.
    Bacon’s theorieën en zijn redeneermethoden waren populair in het begin van de 19e eeuw. Zo had Bacon bijvoorbeeld een enorme invloed op het denken van Thomas Jefferson. Jefferson was een aanhanger van Bacon’s inductieve wetenschappelijke methode en de theorie van Bacon was in veel van zijn daden merkbaar: hij catalogiseerde zelfs zijn bibliotheek met Bacon’s classificatie van de menselijke geest in ‘Rede,’ ‘Geheugen,’ en ‘Verbeelding’ (Brown ‘Thomas Jefferson’ p. 196).
  • Nicolaus Vernulaeus (1583-1649) – Dissertationum politicarum stylo oratio explicatarum; decas prima. Lovanii, typis Philippi Dormalii [8°, (XVI), 504 pp.], 1629.
    Nicolaus Vernulaeus geldt als een van de belangrijkste neolatijnse toneelschrijvers in de Nederlanden. In Leuven bestond een academisch theater, dat in de figuur van Nicolaus Vernulaeus een begaafd en internationaal gerespecteerd tragicus bezat. Hij bracht bij voorkeur figuren uit de middeleeuwse en moderne geschiedenis op de planken, zoals Jeanne d’Arc, Thomas More en Albrecht Wallenstein. De meerderheid van zijn geschriften ligt echter op het gebied van welsprekendheid, politiek, zedenkunde, Romeinse antiquiteiten, enz. Vernulaeus’ oeuvre kan samengevat worden in zes categorieën: tragedies, welsprekendheid in theorie en praktijk, dissertationes politicae, lof-en lijkredes, historische werken en ten slotte filosofische basiswerken.
    In zijn verzamelde Dissertationes politicae (decas prima,1629; decas secunda,1646) becommentarieerde Vernulaeus de politieke vraagstukken van zijn tijd. Daarbij maakte hij steeds gebruik van het procédé waarbij verschillende redenaars het tegen elkaar opnemen over onderwerpen zoals de verhouding tussen Kerk en Staat, de rechtvaardiging van de oorlog of de macht en de verdiensten der vorsten.
    In perkament gebonden, zeer fraai exemplaar. Ex libris: Clément Maus, ingenieur te Vieux-Virton (stempel, 20e eeuw).
  • Adolphus Brachelius (?-1650) – Historiarum nostri temporis, authore Adolpho Brachelio. Pars posterior, in annum 1652 continuata, cujus summarium lector post secundum folium reperiet, adjecti in fine articuli pacis inter Anglos & Batavos cum iconibus illustrium in navali praelio virorum. Amstelodami, apud Jacobum van Meurs [8°, (VI), 271, (XLIX), 42 pp.], 1655.
    Studie van de actuele politiek medio zeventiende eeuw.
    Gebonden in perkament. Mooi exemplaar, met vele gravures van politici uit de tijd.
  • Henri de Rohan (1579-1638) – Interets et Maximes des Princes et des Estats souverains. Cologne, Jean du Pais [12°, (VIII), 248 pp.], 1666.
    Henri de Rohan, uit een illuster Frans geslacht, was een beroemde protestant en een van de leidende strategen in het begin van de 17e eeuw, die deelnam aan bijna elke slag van betekenis. Vanaf zijn jeugd maakte hij studie van geschiedenis.
    Dit is een anoniem gepubliceerde uitgave. Uit dit boek spreekt zijn brede kennis van contemporaine geschiedenis en zijn objectieve oordeel. Het onderwerp wordt systematisch behandeld: in het kort behandelt en verklaart hij alle territoriale claims die de Europese (en enkele Aziatische) staten op elkaar hadden in hun historisch kader. Deze analyse geldt als een van de belangrijkste politicologische geschriften van de 17e eeuw. Deze uitgave werd door een anonieme uitgever bewerkt in verband met de sinds de eerste uitgave (1639) voorgevallen politieke ontwikkelingen. Cf. Brunet, IV 1355; Graesse, VI-I 148.
    Contemporaine kalfsleren band, slijtage op de rug.
  • Adam Smith (1723-1790) – An inquiry into the nature and causes of the wealth of nations. J.F. Dove, London, 1826.
    Het beroemde werk van Adam Smith uit 1776 in een uitgave uit 1826.
  • Jean-Baptiste Say (1767-1832) – Catéchisme d’économie politique ou instruction familière qui montre de quelle facon les Richesses sont produites, distribuées et consommées dans la société. Paris-Londres, Bossange, 1821.
    Jean-Baptiste Say wordt gezien als een van de grondleggers van de staatshuishoudkunde. Say was een klassiek econoom die de nadruk legde op de vraagzijde van de economie en op het nuttigheid van goederen. Zijn visie op het economisch heeft hij neergelegd in zijn boek Traité d’économie politique uit 1803. Say is beroemd geworden door de naar hem vernoemde wet van Say. Deze komt erop neer dat de totale koopkracht per definitie gelijk is aan de totale productie.
  • John Stuart Mill (1806-1873) – Principles of political economy. New York, Colonial Press, 1900.
    John Stuart Mill publiceerde zijn eerste belangrijke boek in 1843, A System of Logic. Een van de belangrijkste theorieën is het beginsel van causaliteit – Als A altijd door B wordt gevolgd, kan worden verondersteld dat dit in de toekomst ook altijd zo zal zijn. Hierin zet hij een vorm van het psychologisme uiteen.
    Zijn Principles of Political Economy (1848) werd één van de belangrijkste referentiewerken op het gebied van economie, en was tot in 1919 het standaard tekstboek van de opleiding economie aan Oxford University.
  • Nicolaas Wilhelmus Posthumus (1838-1885) – Onze Tijd. Studiën en berichten over personen, zaken en gebeurtenissen van den dag. 10e en 11e jaargang. Amsterdam, C.F. Stemler, 1875-1876.
    Ex libris H. Snellens.

1.15.4 – Recht

  • Hugo de Groot (1583-1645) – De jure belli ac pacis. Libri tres, cum adnotationibus selectis Ioann. Frid. Gronovii, & auctoribus Ioannis Barbeyrachii. Accedit H. Grotii. Dissertatio de Mare Libero; et Libellus singularis De Aequitate, Indulgentia, & Facilitate. Edidit atque praesatus est Meinardus Tydeman. Traiecti ad Rhenum, ex officina Ioannis a Schoonhoven & Soc., 1773.
    Dit is een latere druk van dit uit 1625 stammende standaardwerk van Grotius, waarin hij de grondslag legde voor het internationaal recht. De algemene beginselen daarvan baseert hij op het natuurrecht en de rede. Daarnaast acht hij staten gebonden aan gewoonterecht en aan hun onderlinge afspraken (‘pacta sunt servanda’). Deze uitgave bevat uitgebreide annotaties door Jean Barbeyrac, een autoriteit in natuurrecht. Deze jurist doceerde te Lausanne en Groningen en was vermaard om zijn commentaren over Noodt, Grotius en Pufendorf. In Mare Liberum uit 1609 gebruikt Grotius elk denkbaar argument om aan te tonen (tegen Portugese aanspraken in) dat de zeeën voor iedereen open staan. In deze uitgave is tenslotte opgenomen De Aequitate. [Ter Meule-Diermanse 611, Dekkers, 70].
    Gegraveerd portret en frontispice ontbreken. Oorspr. papieren omslag, ingebonden door Thieu Wetemans. Katernen niet losgesneden.
  • Hugo de Groot (1583-1645) – Hugonis Grotii Quædam hactenus inedita, aliaque ex Belgicè editis Latinè versa, argumenti theologici, juridici, politici. Amstelodami : Apud Ludovicum Elzevirium [12°, XII, 555 pp.], 1652.
    Hugo de Groot liet na zijn dood verscheidene manuscripten na, die klaar waren voor publicatie. Lewis Elzevir drukte in 1652 hieruit een kleine collectie.
    19e eeuwse band, kalfsleer.
  • Jacob ter Meulen (1884-1962) – Concise bibliography of Hugo Grotius. Sijthoff, Leiden, 1925.
  • Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) – Du Contrat social, ou Principes du droit politique. Parijs, A. Hiard, 1831.
    Het maatschappelijk verdrag of Beginselen der staatsinrichting (oorspronkelijke Franse titel Du contrat social ou principes du droit politique, 1762) is een politiek-staatkundige verhandeling geschreven door de Zwitsers-Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hierin zet hij zijn visie op de legitimiteit van de macht uiteen, en stelt dat de politieke macht en de wetten terug te voeren zijn op het feit dat de burgers van een samenleving een sociaal contract hebben afgesloten. Dit hield in dat de burgers zich zouden onderwerpen aan de volonté générale of algemene volkswil. Het is deze wil die elke vorm van macht of recht legitimeert. Dat was in tegenstelling met heersende gewoonterecht. Du Contrat social had veel invloed op de Franse Grondwet van 1793.
  • Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (1689-1755) – De l’esprit des loix. Nouvelle édition , revue, corrigée, et considérablement augmentée par l’auteur. Amsterdam et Leipzig, chez Arkstee & Merkus, 1763.
    Deel 1 van het beroemde werk uit 1748 van Montesquieu. Opnieuw ingebonden.
  • François-André-Adrien Pluquet (1716-1790) – De la sociabilité. Yverdon 1770.
    In intellectueel opzicht was l’Abbé Pluquet ongewoon in het 18e eeuwse Frankrijk, vanwege zijn consistente verwijzing in zijn geschriften naar een grondslag van de natuurwet, iets wat meer voorkwam in Duits- en Engelstalig Europa. Hij gebruikte deze grondslag gedurende zijn gehele carriere om de ideeen van de Verlichting te bestrijden en de religieuze en politieke fundamenten van de Franse monarchie te onderstrepen. Dit was met name het geval in ‘De la Sociabilité’, dat pleitte voor de oprichting van scholen in moraal en politiek volgens een christelijke versie van de natuurwet-leer, een voorstel waarvan de langdradige uitwerking Grimm tot het commentaar verleidde: “Ik zal hem graag als eerste leermeester benoemen, op voorwaarde dat hij niets meer publiceert”.
  • Karl von Martens (1790-1863) – Manuel diplomatique; ou, Précis des droits et des fonctions des agens diplomatiques; suivi d’un recueil d’actes et d’offices pour servir de guide aux personnes qui se destinent à la carrière politique. Paris, Treuttel et Würtz [etc.] 1822.
    Dit is een diplomatiek handboek door baron Charles de Martens.

2 – Natuurwetenschappen, filosofie, theologie

  • Petrus Weiland – Kunstwoordenboek, of verklaring van allerhande vreemde woorden, benamingen, gezegden en spreekwoorden, die, uit verschillende talen ontleend, in de zamenleving en in geschriften, betreffende alle vakken van kunsten, wetenschappen en geleerdheid voorkomen. ’s-Gravenhage, weduwe J. Allart, 1824.
    Petrus Weiland (1754-1841); In een fraaie prijsband, met opdracht aan Guillem Baltasar van der Feen, ondertekend door o.a. historicus Samuel de Wind (1793-1859). Een ingelegd briefje vermeldt de provenance van het boek. Het ‘Kunstwoordenboek’ is een ‘vreemde-woordenboek’.
  • Jan Brouwer – Geïllustreerde encyclopaedie, tweede herziene druk. ‘s-Gravenhage, Joh. Ykema, 1894.
    Ex libris H. Snellens.
  • Mary Wright Plummer – Hints to small libraries. Chicago, Illinois, 1911.

2.1 – Natuurwetenschappen

  • James Brown of Arniston – The Forester; a practical treatise on the planting, rearing, and general management of forest trees. Edinburgh and London, William Blackwood and sons, 1861.
  • Hendrik Blink (1852-1931) – Onze aarde. Handboek der natuurkundige aardrijkskunde. Groningen, 1885. Noordhoff & Smit, 1885.
    Hendrik Blink was een Nederlandse leraar aardrijkskunde en vervolgens hoogleraar economische geografie. Hij was, samen met Roelof Schuiling en Willem Bouwmeester, een pionier in de historisch-geografische bestudering van het Nederlandse zandgebied.
    ‘Onze Aarde’ is een aardrijkskundig handboek.
    Ex libris H. Snellens.
  • Frederik Kaiser (1808-1872) – De sterrenhemel.Deventer, W. Hulscher G.Jz., 1888.
    Frederik Kaiser was een Nederlands sterrenkundige.
    Ex libris H. Snellens.
  • Hendrik Heukels (1854-1936) – Kennis der natuur; leerboek der natuurkunde, dierkunde en plantkunde. Leiden, E.J. Brill, 1891.
    Hendrik Heukels was een Nederlandse leraar aan de kweekschool en floraschrijver. Hij was leraar aan de Rijkskweekschool te Nijmegen. Hij vertaalde en bewerkte Otto Wünsche’s Schulflora von Deutschland voor Nederland.
    Ex libris H. Snellens.

2.2 – Filosofie

  • Marcus Tullius Cicero (106-43 v. Chr.) – M. T. Ciceronis Epistolae ad Familiares oder: Ciceronis Briefe, Die er An unterschiedene gute Freunde geschrieben, zu mehrern Nutzen der studierenden Jugend mit Deutschen Anmerkungen also erläutert, … Nürnberg, Wienn, Joh. Paul Krausz, 1758.
    Brieven van Cicero, in contemporaine band.
  • Desiderius Erasmus (1466-1536) – Epistolae selectiores ex libro epistolarum decerptae. Wratislaviae, Ioh. Iac. Kornium, 1752.
    Desiderius Erasmus was een van de belangrijkste humanisten van de Renaissance. Hij is een consequente bestrijder van dogma’s. In zijn bekendste werk Lof der zotheid neemt hij priesters, pausen en geleerden op de hak. Hij brengt een nieuwe tweetalige bijbel uit. Door Erasmus’ kritiek op de katholieke kerk worden de geesten rijp voor de Reformatie.
    Bloemlezing uit de correspondentie van Erasmus in een wat exotische editie, gedrukt in Bratislava.

2.3 – Theologie

  • Het Nieuwe Testament ofte alle boeken des nieuwen Verbonts onzes Heeren Jesu Christi. Uit de Grieksche tale in onze Nederlandsche tale getrouwelijk overgezet. Door last van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit an de Sinode Nationaal gehouden in de jaren 1618 en 1619 te Dordrecht. Amsterdam, J. Brandt en zn,, P. den Hengst en zn., erven F.G. onder de Linden; Haarlem, J. Enschede en zn. bij de Nederl. Bijbel Compagnie, 1822.
    Het Nieuwe Testament in Statenvertaling. De omslag van de achterzijde ontbreekt.
  • Het Nieuwe Testament of alle boeken des Nieuwen Verbonds onzes Heeren Jezus Christus. Nederlandsche Bijbel-Compagnie, 1868.
  • Augustinus van Hippo (354-430) – De Belydenissen van den H. Augustinus. Mechelen, P.-J. Hanicq, 1830.
  • Giovanni Cassiano (360-435) – Opera di Giovanni Cassiano delle costitutioni et origine de monachi. Et de remedij et cause de tutti li uitij; doue si recitano uentiquattro ragionamenti de i nostri antiqui padri, non meno dotti et belli, che utili & necessarij a sapere. Tradotta per fra Benedetto Buffi heremita, dell’ordine di Camaldoli, di latino in uolgare. Venetia, Michele Tramezzino, 1563.
    Werk van Giovanni Cassiano een monnik, waarschijnlijk afkomstig uit de Provence. Volgens overlevering is hij de stichter van abdijen voor wie hij de regels op schrift zette en waarvoor hij de monniken en nonnen opleidde.
    Pagina’s: [8], 320; 21.5 x 16 cm. 
    Contemporaine perkamenten band met de slijtage van 450 jaar. De eerste 24 pagina’s hebben in de hoek onderin schade maar de tekst is intact. Houtgravure-merkteken op het frontispice die een rechtopstaande Sibylla afbeeldt met een boek in haar rechterhand en een opgeheven linkerhand. Inscriptie daaronder: Sibylla; en rondom het motto: Qual più fermo è il mio folio è il mio presagio.
  • Titelpagina verzamelde werken Bernardus van Clairvaux, 1552.Bernardus van Clairvaux (1090-1153) – Divi Bernardi, religiosissimi Ecclesiae doctoris, ac primi Calrevallensis coenobij Abbatis, Opera, quae quidem colligi undequaque in hunc usque diem potuere, omnia: Accuratiore, quam unquam antea, recognituone, ac solerti ad vetustiorum exemplarium fidem collatione, integritati suae restituta. Quantum verò hac nostra editione, ultra superiores omnes, sit praestitum, tum ex Praefatione, tum Operum catalogo, lectori pio licebit cognoscere. Basileae, per Ioannem Heruagium, Anno M.D.LII. Mense martio [1552].
    Verzamelde werken van de H. Bernardus van Clairvaux, gedrukt in Basel bij Johann Herwagen.
    Meer over dit boek in het artikel Van Basel naar Oost-Brabant met Bernardus van Clairvaux.
  • Gerard van Vliederhoven (ca. 1340–1402) – De vier uyterste van den mensch, met eene voor afgaende beschryvinge van de kortheyd, ellendigheyd en het oogwit van ’t menschelyk leven. In desen druk merkelyk verbeterd. Waer by gevoegd is: Het Kleyn Paradys, met eene misse op het lyden Christi, vercierd met godtvruchtige printjens. Antwerpen, J.H. Heyliger, 1762.
    Het ‘Cordiale de quatuor novissimis’ van Gerard van Vliederhoven is reeds omstreeks 1425 in het Nederlands vertaald als Die vier uterste (d.i. dood, oordeel, hel en hemel). Het is een verhandeling over dood, laatste oordeel, hel en hemel, in ’t Diets vertaald in ’t begin der 15e eeuw; proza. In dicht gesteld en op zichzelf van toepassing gemaakt door Houwaert. Vliederhoven had op zijn beurt geput uit het Bienboec van Thomas van Cantimpré. Gedrukt 1477 te Gouda en herhaaldelijk herdrukt. Te Windesheim werd bij de maaltijd uit De Vier Utersten voorgelezen. Proefschrift van C.M. Vos, 1866.
    Het tweede deel (Het Kleyn Paradys) is geillustreerd. Band beschadigd.
  • Titelblad Antoninus, Summa sacra Theologiae. 1571.Antoninus van Florence (1389–1459) – Summae sacrae theologiae, iuris Pontificij, & Caesarei, pars tertia. Nunc demum innumeris, quibus vndique scatebat, mendis repurgata, & in pristinum nitorem restituta. Venetië, apud Bernardum Iuntam & Socios, 1571.
    Theologisch werk van de H. Antoninus van Florence.
    Alleen deel 3, gedrukt in Venetië in 1571 in de drukkerij van Bernardo Giunta. Meer over dit boek in het artikel Facelift voor een 445 jaar oud boek.
  • Hugo de Groot (1583-1645) – De veritate religionis christianae. De eligenda inter Christianos dissentientes sententia, contra Indifferentiam Religionum. Libri duo. Den Haag, Anthonum Van Dole, 1734.
    De Groot schreef dit werk origineel in het Nederlands in gevangenschap in 1627, als het eerste Protestantse boek ter verdediging van het Christelijke geloof. Het werk werd buitengewoon populair en in vele talen vertaald; het bleef 3 eeuwen in druk. De Groot benadert de verdediging van het christendom vanuit zijn juridische achtergrond. 
  • Hugo de Groot (1583-1645); Desiderius Erasmus (1466-1536) – Bloemlezing uit de verhandeling van Mr. Huig de Groot, getiteld : Wensch naar eenen kerkelijken vrede ; tegen het onderzoek van Andreas Rivetus en tegen andere eigenzinnigen ; Benevens Brieven van Erasmus aan M. Luther en C. Pelicanus. ‘s-Gravenhage, gebr, Langenhuysen, 1824.
    Combinatie van geschriften van Hugo de Groot en Desiderius Erasmus.
  • Jacobus Lindbohm (1622-?) – Meritum Christi ex passionis historia, cum sua adfertum veritate, contra Photinianos; universalitate, contra Calvinianos; sufficientia, contra pontificios. Praelo, ac typis Jegerianis [4°, (VIII), (52) pp.], 1652.
    Van Lindbohm zijn nog enkele 17e eeuwse theologische publicaties bekend.
    ‘Meritum Christi’ is een proefschrift ter verkrijging van een graad in de theologie, onder Johannes Beringi, 28 juni 1652.
    Contemporaine band, hout bekleed met kalf op de rug, met papier op platten. Notities op schutbladen voor en achter, 17e eeuws. Typografisch zeer gevarieerd drukwerk.
  • Joannes Opstraet (1651-1720) – Theologus Christianus, sive ratio studii et vitae instituenda a theologo, qui se ad ordines sacros, atque ad directionem animarum disponit. Lovanii, apud Guilielmum Stryckwant [8°, (VIII), 256, (VIII) pp.], 1692.
    Opstraet werd geboren in Beringen bij Hasselt. Studeerde theologie aan het om zijn jansenistische tendenzen bekende Collège de la Sainte-Trinité te Leuven. Het doctoraat werd hem in 1698 om deze reden geweigerd. Sinds 1680 was hij priester. Vanaf 1686 doceerde hij theologie aan het seminarie in Mechelen. Moest na vier jaar op last van de antijansenistische aartsbisschop wijken en ging weer naar Leuven. Werd echter van 1704-1706 als suspecte theoloog door de Spaanse regering verbannen. Na zijn terugkeer in Leuven als president van het Collège du Faucon streed hij tegen het antijansenisme en tegen de pauselijke bul ‘Unigenitus’ en ondersteunde op deze wijze de Nederlandse clerus. Publiceerde gedurende zijn leven verscheidene theologische studies.
    In ‘Theologus Christianus’ (eerste druk Leuven 1692, herdrukken in Vicenza 1723, Venezia 1771) neemt Opstraet de wijding van priesters onder de loep. 19e eeuws bindwerk.
  • Thomas Hellinx (1715-1777) – Meditatien op het lyden van Jezus-Christus; dienstig voor pastooren, predikanten, en alle waare christenen. Amsterdam, T. Crajenschot, 1783.
  • C. Coopman S.J. – Waakt en bidt! – Communie- en gebedenboek. Turnhout, NV Brepols, 1934.
    Ex libris P.C. Fasol.

3 – Kunsten

3.1 – Muziek

  • Johann Sebastian Bach (1685-1750) – Joh. Seb. Bach’s Cantaten im Klavierauszuge bearbeitet / Ich hatte viel Bekümmerniss : Cantate für jede Zeit / Requiem von W.A. Mozart : Klavierauszug. Leipzig, Peters, 1870.
  • Johann Sebastian Bach (1685-1750) – Passionsmusik nach dem Evangelisten Matthäus, herausgegeben von Siegfried Ochs. Edition Peters, Leipzig, 1929.
  • André Pirro (1869-1943) – Bach : sein Leben und seine Werke. Berlin, Schuster & Loeffler, 1922.
  • G. Keller – Joh. Seb. Bach; Beroemde musici, deel II. ‘s-Gravenhage: J. Philip Kruseman, 1926.

3.2 – Beeldende kunst

  • Niẓāmī Ganjavī (1141-1209) – Eskandar-nameh (de ‘Alexander-roman’) [fragment]. Handschrift, 1 pagina, Perzisch miniatuur, 16e eeuw.
    Nezāmi was een 12e eeuwse Perzische dichter. Hij wordt beschouwd als de grootste epische dichter uit de Perzische literatuur.
    De Romance van Alexander de Grote werd geschreven rond het jaar 1200 en omvat 10,500 versregels. Het verhaal is gebaseerd op islamitische mythes rond Alexander de Grote, die op hun beurt zijn afgeleid van verwijzingen uit de Koran en van de Griekse Alexander romance van Pseudo-Callisthenes. Het werk bestaat uit twee boeken, Sharaf-Nama en Iqbal-nameh. Het gedicht vertelt over de drie periodes in Alexanders leven: als veroveraar van de wereld, als zoeker naar kennis, waarna hij tot het inzicht komt dat hij zijn eigen onwetendheid onder ogen ziet, en vervolgens als profeet, opnieuw reizend over de wereld om zijn monotheïstische geloof aan de wereld te verkondigen. 
    Een Perzische miniatuur is een klein schilderij afkomstig uit Perzië, het huidige Iran. Perzische miniaturen werden als afzonderlijke kunstwerken gemaakt maar dienden ook als illustraties in boeken. Een manuscript dat een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de vroege Perzische miniaturen heeft gegeven is de Jami’ al-tawarikh van de Perzische historicus Rashid al-Din. De bekendste schilder van miniaturen was Reza Abbasi uit de zeventiende eeuw. Een andere bekende schilder was Kamāl ud-Dīn Behzād (ca. 1450 – ca. 1535). Stuart Cary Welch schrijft in het boek Perzische Miniaturen: “De Perzische schilderkunst is uniek door de zuiverheid en de gloed van haar koloriet en leerlingen moesten daarom ook de eigenschappen van iedere tint leren ontdekken, zowel op zichzelf als in verbinding met de overige; op Perzische miniaturen vormt het koloriet niet alleen een visueel ‘akkoord’ als bij een groep klanken in de muziek, maar heeft het ook kleur voor kleur afzonderlijk de beschouwer iets te zeggen.”
    Afkomstig uit privébezit van Wim van Gerwen, stichter van Museum Van Gerwen-Lemmens te Valkenswaard. Door de afbeelding loopt een scheur. Ingelijst.
  • Roger de Piles (1635-1709) – Beknopt verhaal Van het Leven der vermaardste Schilders. Met Aanmerkingen over hunne werken, Benevens Een Schets van een volmaakt Schilder, een verhandeling van de kennisse der Tekeningen en Schilderyen, en van nuttigheid der Printen. In ’t Frans beschreven en nu in ’t Nederduits vertaalt door J. Verhoek. Balthasar Lakeman, 1725.
    Vertaling van Abregé de la vie des peintres.
    Gekartonneerd. Pp: 531. Eerste Nederlandse uitgave.
  • Carl Fasol (1815-1892) – Album der Buchdruckerkunst II. Serie. Sammlung von Kunst-Sätzen aus verschiedenen Ländern. 6 Thle, Carl Fasol, Wien, 1884-88.

3.3 – Retorica

  • E. Capps; T.E. Page; W.H.D. Rouse (ed.) – Aristotle; the poetics / “Longinus”on the Sublime / Demetrius on Style. The Loeb Classical Library, London/New York, William Heinemann Ltd. / G.P. Puttnam’s Sons, 1927.
  • Marcus Fabius Quintilianus (35-100) – De l’institution de l’orateur. Lyon, Amable Leroy, 1812.
    Marcus Fabius Quintilianus was een Romeins retoricus wiens De Institutione oratoria nog steeds geldt als een standaardwerk op het gebied van de retorica en de pedagogiek. Soms wordt hij ook wel de tweede Cicero genoemd.
  • Nicolaus Vernulaeus (1583-1649) – Collegium Porcensis Academiae Lovaniensis Rhetorum Collegii Porcensis, inclytae Academiae Louaniensis, Orationes in tres partes secundum tria causarum seu orationum genera distributae, sub Nicolao Vernulaeo, Collegii Porcensis, & publico eloquentiae professore. Accessit Orationum sacrarum volumen singulare in festa Deiparae Virginis, & aliorum divorum. Coloniae Agrippinae: apud Joannem Wilhelmum Friessem [8°, XX, 694 pp.], 1688.
    Vernulaeus wijdde zich zijn leven lang aan de vorming en de opvoeding van de jeugd. Zijn hele oeuvre staat model voor de toepassing van de beginselen der retorica.Inhoudelijk liet hij zich inspireren door zijn katholieke overtuiging en zijn sympathie voor de Habsburgse dynastie. De theoretische beginselen van de kunst der welsprekendheid werden door Vernulaeus uiteengezet in zijn De arte dicendi libri tres (1615). Dit succesvolle handboek werd tien keer heruitgegeven tot in 1667.
    Vernulaeus bundelde de oefeningen in de redekunst die onder zijn leiding tot stand kwamen aan de pedagogie Het Varken in de Rhetorum collegii Porcensis orationes (1614). Die voortdurend aangroeiende verzameling modelredevoeringen werd Vernulaeus’ bestseller met meer dan twintig edities tot in 1721. Daarnaast publiceerde hij ook afzonderlijke gelegenheidsredevoeringen zoals zijn triomfrede bij de opheffing van het beleg van Leuven in 1635. Na de derde editie van 1635 werden de intussen dertig redes toegevoegd aan de Rethorum collegii Porcensis orationes.
    Ex libris Franciscus Frank (1850). Hard-kartonnen contemporaine band.
  • Johann Gottlieb Heineccius (1681-1741) – Fundamenta stili cultioris in usum auditorii adornavit et syllogen exemplorum. Leipzig, Fritsch, 1736.
  • Jean Siffrein Maury (1746-1817) – The principles of eloquence : adapted to the pulpit and the bar. Albany : Printed by Loring Andrews & Co. for Thomas, Andrews & Penniman, sold at their bookstore …, by I. Thomas in Worcester, by Thomas & Andrews in Boston, and by Thomas, Andrews & Butler in Baltimore, 1797.

3.4 – Grammatica

  • Alexandre Rodolphe Vinet (1797-1847) – Chrestomathie française, ou choix de morceaux tirés des mailleurs écrivains français, ouvrage destiné à servir d’application méthodique et progressive à un cours régulier de langue française. Bruxelles, Meline, Cans et compagnie, 1838.
    Ex libris H. Snellens.
  • Dr. J.A.N. Knuttel (1878-1965) – Woordenboek der Nederlandsche taal. derde deel, acht en twintigste aflevering; Eunjer-Fatsoeneeren. ‘s-Gravenhage-Leiden, Martinus Nijhoff, 1918.
    Dr. Joannis Adrianus Nelinus Knuttel was redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van 1906-1943. Hij was vooraanstaand lid en propagandist van de Communistische Partij Nederland (C.P.N.). Op neerlandistiek terrein publiceerde hij belangrijke artikelen o.m. over de rederijkers en G.A. Bredero. Hij studeerde van 1896 tot 1901 Nederlandse letteren aan de universiteit van Leiden. Na zijn studietijd werd hij tijdelijk leraar op het gymnasium in Rotterdam. In 1906 promoveerde hij in Leiden op het proefschrift Het geestelijk lied in de Nederlanden voor de kerkhervorming. In dat zelfde jaar werd hij benoemd tot redacteur bij het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
    Na een opleiding van acht maanden werd Knuttel de letter C toegewezen ‘die was blijven liggen, omdat niemand er zin in had’. Toch wordt het deel C-Fuut, dat hij tussen 1908 en 1920 bewerkte als een matig deel beschouwd. De taalkundige F. Stoett zei zelfs: ‘Bij Knuttel kijk ik niet eens meer, daar vind je toch niets’.
    Dit is een los katern, waarin opgenomen het lemma Fasol (pag. 4385). Ingebonden door Thieu Wetemans. 

3.5 – Literatuur

  • Joost van den Vondel (1587-1679) – Publius Ovidius Nasoos Heldinnebrieven, vertaelt door J. vanden Vondel. Amsterdam, Gerard onder de Linden, 1716.
    Joost van den Vondel, Nederlands dichter, wiens oeuvre getuigt van een fenomenale scheppingskracht en van een groot technisch vermogen. De wijze waarop hij zijn rijke, vaak grandioze gedachten- en gevoelswereld heeft verwoord heeft hem het epitheton ‘prins der Nederlandse dichters’ bezorgd. Dit boek is een herdichting van Ovidius’ werk.
    Ovidius schreef de Heroides, ook wel Epistulae Heroidum, in het elegisch distychon. Het gaat om fictieve brieven van bekende personages. De Heroides zijn moeilijk te dateren. De eerste 15 brieven van beroemde vrouwen aan hun geliefden zijn, op een enkele uitzondering na, geschreven voor 15 v.Chr. Van de laatste 6 brieven zijn er 3 geschreven door bekende mannen en in de andere drie staat het antwoord van hun vrouw. Deze zijn tussen 4 en 8 n.C, vlak voor Ovidius’ verbanning naar Tomis geschreven.Gehavend exemplaar met enkele ontbrekende pagina’s.
  • Paul Scarron (1610-1660) – Le Virgile travesty en vers burlesques de Monsieur Scarron. Lyon, Deville & Chalmette, 1728.
    Paul Scarron was aanvankelijk secretaris van de bisschop van Le Mans, maar hij raakte verlamd in 1638. Hij begon met het schrijven van levendige en humoristische gedichten. In 1643 publiceerde hij een verzameling boerse gedichten, waarmee hij succes had en veel werd nagevolgd.
    Le ‘Virgile travesti, parodie op de Aeneis van Vergilius, is het laatste van dit type werken dat hij schreef. Scarron was ongetwijfeld geinspireerd door voorbeelden als ‘l’Eneide travestita’ van Giambattista Lalli (1633), dat hij misschien las in Rome in 1635‎.
    Gehavend exemplaar, voorblad ontbreekt. Ex libris Leo van Els.
  • Alain-René Le Sage (1668-1747) – Histoire de Gil Blas de Santillane. Paris, Jacques Lecoffre et cie., 1854.
    Ex libris H. Snellens.
  • Jan de Kruyff (1706-1776) – Gedichten van Jan de Kruyff. Amsterdam, Yntema en Tieboel, 1776.
    De Kruijff werd op 18 september 1720 in Leiden als student ingeschreven. Hij was koopman en fabrikant en legde zich op de dichtkunst toe. Hij schreef o.a. ‘Echt bijschrift op het afbeeldsel van’, en ‘Grafschrift op J. Wagenaar’, Leiden 1774.
    Deze beide komen ook voor in de, door zijn zonen (R., J. en P.), uitgegeven ‘Gedichten’, Amsterdam 1776. Deze bundel bevat voornamelijk gelegenheidsdichten. Met extra ingelegd katern uit 1799 met nog enkele gedichten.
  • [anoniem] – De rederijker; tijdschrift voor rederijkers. 1854.
    Tijdschrift uitgegeven tussen 1854-1856. Ex libris H. Snellens.
  • Hendrik Tollens (1780-1856) – Gezamenlijke dichtwerken. Suringar, Leeuwarden, 1871.
  • Justus van Maurik (1846-1904) – Uit één pen; novellen en schetsen. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1886.
    Justus van Maurik jr. was een Nederlands proza- en toneelschrijver. Typische Amsterdammer, in het dagelijks leven sigarenfabrikant. Genoot een enorme populariteit met stukken voor het volkstoneel als Een bittere pil (1873) en Janus Tulp (1879), doch vooral met zijn levendige maar oppervlakkige vertellingen, die hij zelf met groot succes placht voor te dragen. Hoewel de grappigheid en het sentiment er vaak al te dik oplagen en hij weinig oog had voor sociale vraagstukken, gaf hij het Amsterdamse volksleven op rake wijze weer. Hij kan beschouwd worden als de laatste, zwakke vertegenwoordiger van de 19de-eeuwse humorcultus in Nederland.
    ‘Uit één pen’ is een van zijn populaire novellenbundels.
    Zie inschrijvingen op pagina 130-131. Ex libris Piet van Els.

Nu je hier toch bent...



Het aantal bezoekers aan Fasol.nl neemt ieder jaar toe. We bieden je alle informatie op deze website - artikelen en genealogische database - gratis aan. En dat blijft zo!

Maar met het in stand houden van fasol.nl zijn ook kosten gemoeid, zoals voor hosting en ontwikkelkosten. Als je fasol.nl waardeert, kun je dat laten merken door het doen van een financiële bijdrage.

Op de pagina Samenwerken vind je de mogelijkheden om te doneren of te sponsoren.

Lees ook: