De Bibliotheca Fasoliana brengt een collectie oude en bibliofiele boekdrukken bijeen op het gebied van (lokale) geschiedenis, topografie, politiek, internationaal recht en retorica.

Oude boeken leiden hun eigen leven. Nu pas ik even op ze, later moet iemand anders dat weer doen. Het begon met enkele 19e eeuwse boeken uit de bibliotheek van mijn grootvader P.C. Fasol (1890-1961), hoofdonderwijzer uit Valkenswaard. De collectie groeide uit tot een verzameling oude boekdrukken op het gebied van (lokale) geschiedenis, topografie, politiek, internationaal recht, retorica en (stoïcijnse) filosofie, aangevuld met andere boeken die ik gewoon mooi vond. Bij het verzamelen richt ik mij tegenwoordig met name op oude drukken van stadsgeschiedenissen en lokale/regionale geschiedenis en topografie.

Mijn verzameling concentreert zich op oudere drukken: 19e eeuw en vroeger. Een belangrijke verandering in de loop van de jaren 1960 was het geleidelijk verdwijnen van het ambachtelijke aspect van de boekdrukkunst. De loden letter, de hoogdruk en de boekdrukpers verdwenen en vlakdruk (offset) werd steeds meer toegepast. Ik vermeld in ieder geval hier geen boeken jonger dan 50 jaar oud.


Het artikel gaat verder onder de advertentie:



Over wat ‘antiek’ is in verband met boeken verschillen de geleerden van mening. ‘Oude boekdrukken’ in enge zin zijn boeken gedrukt voor 1850 en soms hanteert men zelfs de grens van 1800.  Wikipedia noemt boeken ‘antiek’ vanaf 70 jaar oud, de Douane hanteert de gebruikelijke grens van 100 jaar. Vanwege de overgang van papier gemaakt van lompen naar het inferieure houtvezel-papier rond 1840, hanteer ik dat jaar als afbakening. Niet veel later zou ook de rotatiepers opgang maken waardoor enorm grote oplages mogelijk werden.

Een incunabel, ook genoemd wiegendruk, is een boek, stuk papier of prent dat is gedrukt, en niet handgeschreven, vóór het jaar 1501 in Europa. De boekdrukkunst (met losse letters in een matrijs) werd in 1439 uitgevonden door Gutenberg. Boeken van na 1 januari 1501 noemt men postincunabelen. Als eindpunt van het tijdvak van de postincunabelen worden verschillende data gehanteerd. Gewoonlijk kiest men het jaar 1520, maar de Nederlandse Koninklijke Bibliotheek hanteert het jaar 1540 als grens.

De Bibliotheca Fasoliana omvat de onderstaande collectie oude en bibliofiele boekdrukken:

Bibliotheca Fasoliana

  • 15e eeuw
    • Incunabelen (tot 1500)
  • 16e eeuw
    • Post-incunabelen (1501-1540)
    • Oude drukken (vanaf 1541)
  • 17e eeuw
  • 18e eeuw
  • 19e eeuw
    • Oude drukken (tot 1840)
    • Antiquarisch bibliofiel drukwerk (vanaf 1841)
  • 20e eeuw
    • Antiquarisch bibliofiel drukwerk (50 jaar en ouder)

15e eeuw

Incunabelen (tot 1500)

Ludolphus de Saxonia (Ludolf von Sachsen) (ca. 1295/1300-1378) – Tboeck vanden leuen ons heeren ihesu christi. Tantwerpen, Gheraert de Leeu, 3 november 1487.

Tekstblad. Twee kolommen, 40-regels. – Incunabelblad met een 5-regelige houtsnede-initiaal. Formaat blad: 19,8 x 28,5 cm. Watermerk “beer, verticaal naar links” (cf. ‘Watermarks in Incunabula printed in the Low Countries (WILC)’). De Vita Christi, een biografie van Christus aan de hand van de vier evangeliën, werd in de late middeleeuwen druk verspreid, zowel in het Latijn als in verschillende vertalingen. Het was een van de meest gelezen boeken van zijn tijd. Elk hoofdstuk bevat drie onderdelen: lectio, meditatio en oratio. Zo bood de auteur een uitgewerkt houvast voor de dagelijkse meditatie over het aardse leven van Jezus. Zijn methode werd overgenomen en verder uitgewerkt in kringen van de Moderne Devotie en later door de jezuïeten. In deze versie is de Vita Christi in twee incunabelen overgeleverd: Antwerpen, Gheraert Leeu, 3 november 1487 (Campbell, 1181) en Delft, Christiaen Snellaert, 22 mei 1488 (Campbell, 1182). De Antwerpse incunabel van 1487 is getiteld Tboeck vanden leuen ons heeren ihesu christi en eindigt met het volgende colofon: Tot loue gods ende tot heyl ende salicheyt alre kersten menschen so is hier voleynt dat eerwaerdighe boec vanden leuen. passie. verrisenisse ende gloriose opuaert ons heeren ihesu christi twelck gheprint is in die zeer vermaerde coopstadt Tantwerpen bij mij Gheraert de leeu woenende in die selue stadt in sinte Marcus naest onser vrouwen pant Jnt iaer ons heeren MCCCClxxxvij. den derden dach in nouember. Een online versie van deze druk is op Google Books te raadplegen. Er is weinig bekend over het leven van Ludolphus van Saksen. Hij werd vermoedelijk geboren omstreeks 1295. Er is geen zekerheid over zijn geboorteland. Vermoedelijk werd hij omstreeks 1310 dominicaan. Hij volgde een literaire en theologische studie, en heeft vermoedelijk de spiritualiteit van Johannes Tauler en Hendricus Suso leren kennen. Nadat een actief leven werd hij in 1340 karthuizer in Straatsburg. Van 1343-1348 was hij prior van de recent gestichte (1331) Karthuizerij van Koblenz. De laatste dertig jaar van zijn leven leefde hij in afzondering en gebed. Houtsneden, kunstenaar onbekend. Gheraert Leeu (of Leew, Lyon, Leonis), (Gouda, omstreeks 1445/1450 – Antwerpen, 1492) had in Gouda een drukkerij op de Markt (Koestraat). Gheraert Leeu drukte in Gouda (1477-1484) 69 werken. Hij behoort tot de belangrijkste vroege Nederlandse incunabeldrukkers. In 1484 vertrok Gheraert Leeu naar Antwerpen, waar hij tijdens een ruzie met een van zijn letterstekers in 1492 dodelijk werd gewond en overleed. Desiderius Erasmus schreef in 1489 over Leeu in een brief aan de humanist Jacobus Canter, en noemde hem: ‘impressoriae artis opifex, vir sane lepidus’ , ‘een kundig beoefenaar van de boekdrukkunst en een zeer beminnelijk mens’. In 1488 verzorgde Claes Leeu, Gheraerts zoon, in Antwerpen een herdruk met dezelfde houtgravures, wat erop wijst dat de eerste druk binnen een jaar uitverkocht was. Abebooks.com, verkoper uit Duitsland.

Johann Koelhoff de Jongere (?-1502) – Die Cronica van der hilliger Stat va(n) Coelle(n). Sancta Colonia diceris. quia sanguine tincta sanctorum. meritis quor[um] stas vndiq[ue] cincta. Johann Koelhoff Burger in Coellen, Keulen, 1499.

Bladnummer CCCIIII; één blad. – Met enkele bijschriften en onderstrepingen in oud handschrift. Johann Koelhoff de Jongere was boekdrukker en uitgever in de late incunabeltijd. Zijn belangrijkste werk was de Kölnische Chronik die hij op 23 augustus 1499 uitgaf. Het is een van de meest merkwaardige Keulse boekdrukken uit het incunabeltijdperk. Het wordt beschouwd als een van de belangrijkste bronnen over de geschiedenis van Keulen en het Rijnland en als een belangrijk voorbeeld van de Keuls-Ripuariaanse taal. Uit de inhoud van dit blad: Eugenius / Dederich ? byschoff tzo Coelle / Anno MCCCCXXXVI (1436) / Van eynre loynung der Bellerschen. Der Bergschen und der Stede van Coelne / Sygemont Konynck van Ungarien Roemischer Keyser  / Karl VII. Konynck van Vrankrych / MCCCCXXXVII (1437). Online versie te raadplegen op archive.org. Antiquariat Carl Wegner (Berlijn).

16e eeuw

Post-incunabelen (1501-1540)

Werner Rolevinck (1425–1502) – De laudibus Westphalie seu antique saxonie opus jamdiu ab omnibus desideratum et ante aliquot annos nobilissimis Vestphalie principibus ab auctore ipso. dedicatum, jam vero in proeconium. Erici, Monasteriensis ecclesiae episcopi, politioribus characteribus Coloniae exaratum. Ortwini Gratii, Coloniae bonas litteras docentis, in laudem Vestphalorum Epigramma. Coloniae in officina Quentilliana, 1514.

Een zeer goed exemplaar van een zeldzaam boek (geen exemplaar van de eerste of 16e-eeuwse edities in de Britse bibliotheken, noch vermeld in Goff of Polain, Adams of Brunet. De Bibliotheque Nationale en Yale vermelden 1 exemplaar van onze editie uit 1514. Imprint, datum en naam van de auteur op G6 recto, de datum van 1514 is ook afgedrukt aan het einde van de opdracht op A2 verso. Tweede editie 1514, Latijnse tekst, kleine 4to, 38 ongenummerde bladen, 76 pagina’s, collatie: A-B6, C4, D-E6, F4, G6, houtsnede decoratieve initialen aan het begin van hoofdstukken, gebonden in modern half kalfsleer over gemarmerde platten, vergulde beletterde rug. Eigentijdse handtekening van Bernardus Tortelle in de bovenmarge van de titelpagina, kleine donkere vlek in de onderhoek van de titelpagina, kleine bruine vlek op B4, geen verlies, een paar lichte onderstrepingen, D4 heeft een kleine nette reparatie aan de voorrandmarge, een paar kleine bleke margevochtvlekken, een paar kleine inktvlekken op 2 onderste marges, korte vroege inktnotitie in de marge van de laatste pagina. Werner Rolevinck was een kartuizer monnik en historicus die ongeveer 50 boeken schreef. Hij werd geboren in de buurt van Laer, Westfalen, als zoon van een rijke boer. In 1447 trad hij toe tot het kartuizerklooster van Keulen, waar hij later stierf. Zijn beroemdste werk was zijn geschiedenis van de wereld van de schepping tot paus Sixtus IV, de Fasciculus temporum (“Kleine bundeltjes tijd”), die in vele edities en vertalingen werd gepubliceerd tussen 1474 en 1726, waaronder bijna 40 edities tijdens zijn leven. Zijn andere bekende werk was deze beschrijving van de manieren en gewoonten van zijn geboorteland.

Jacobus Meyerus (1491-1552) – Compendium Chronicorum Flandriae. Io. Petreium, Neurenberg, 1538.

Jacobus Meyerus (Jacques Meyer) was een 16e-eeuwse Vlaamse historicus, erkend voor zijn werk over de geschiedenis van Vlaanderen. Zijn bekendste werk is dit Compendium Chronicorum Flandriae, een waardevolle bron voor onderzoekers die geïnteresseerd zijn in de middeleeuwse geschiedenis van de regio. Het boek behandelt de geschiedenis van Vlaanderen en behandelt de genealogie en opmerkelijke feiten van de graven van Vlaanderen. Het is een historische kroniek, bedoeld om de herinnering aan belangrijke gebeurtenissen en belangrijke figuren in deze regio te bewaren. Het boek is van groot historisch belang omdat het een gedetailleerd overzicht geeft van de geschiedenis van Vlaanderen, een sleutelregio in Noord-Europa, tijdens een periode gekenmerkt door dynastieke en territoriale conflicten. Het Compendium van Meyerus wordt door historici vaak aangehaald vanwege zijn uitputtende aard en de nauwkeurigheid van de verslagen. De ex-libris in dit boek geeft aan dat het in 1786 aan een geesteswetenschappenklas werd gegeven, waarschijnlijk in een educatieve omgeving, door een edelman genaamd Joës Franciscus Bonij de Charafis. De inscriptie “Clape Humanitati ad Classen Eloquentiae Ornavit Facibus Nobilis Dominus Joës Franciscus Bonij ex Charafis ” betekent “Aangeboden aan de geesteswetenschappenklasse vanwege welsprekendheid, onderscheiden door de lichten, de nobele Heer Joes François Bonij de Charafis, 1786”. Deze exlibris benadrukt het belang dat momenteel aan welsprekendheid en educatie wordt gehecht, en voegt extra historische waarde aan het werk toe door het te koppelen aan een educatieve context uit de late 18e eeuw. Het boek verkeert in relatief fragiele staat. De leren band vertoont duidelijke gebruikssporen, vooral op de rug waar het leer gebarsten is en gedeeltelijk loslaat. Ook de hoeken zijn versleten. Hoewel de pagina’s over het algemeen in goede staat verkeren, vertonen ze tekenen van vergeling en vlekken, typisch voor de leeftijd. De ex-libris is nog steeds aanwezig, hoewel deze gedeeltelijk is gewist.

Oude drukken (1541-1840)

Adrianus Barlandus (1486-1538) – Rerum gestarum a Brabantiae ducibus gestarum historia.  Antuerpiae, J. Gravius, 1551.

Derde uitgave van deze humanistische geschiedenis van Brabant tot Karel V, geschreven door humanist Adrianus van Baerland (1486-1542). Barlandus was een 16e-eeuwse Nederlandse historicus, het best herinnerd vanwege zijn geschiedenis van de Brabant. In zijn boek Rerum Gestarum a Brabantiae beschrijft Barlandus de regeringen van opmerkelijke koningen en vorsten in Nederland, Bourgondië, Vlaanderen en België, waarbij hij bijzondere aandacht besteedt aan de Habsburgers. Het werk biedt een gedetailleerd verhaal van de hertogen van Brabant, waarbij de politieke, culturele en sociale geschiedenis met elkaar verweven zijn.

Bernardus van Clairvaux (1090-1153) – Divi Bernardi, religiosissimi Ecclesiae doctoris, ac primi Calrevallensis coenobij Abbatis, Opera, quae quidem colligi undequaque in hunc usque diem potuere, omnia: Accuratiore, quam unquam antea, recognituone, ac solerti ad vetustiorum exemplarium fidem collatione, integritati suae restituta. Quantum verò hac nostra editione, ultra superiores omnes, sit praestitum, tum ex Praefatione, tum Operum catalogo, lectori pio licebit cognoscere. Basileae, per Ioannem Heruagium, Anno M.D.LII. Mense martio, 1552.

Titelpagina verzamelde werken Bernardus van Clairvaux, 1552.

Verzamelde werken van de H. Bernardus van Clairvaux, een Franse abt die een belangrijke rol speelde in de opkomst van de cisterciënzer-kloosterorde. Hij stichtte een nieuw cisterciënzer dochterklooster dat hij Claire Vallée (Clairvaux) noemde. Luther noemde hem ‘de Augustinus van de Middeleeuwen’ en paus Pius VIII benoemde hem in 1830 tot ‘Doctor van de Kerk’. Sindsdien geldt hij als kerkleraar. Bernardus was een mysticus, die streefde naar het rechtstreeks aanschouwen van van het Goddelijk Licht. Afleiding en verleiding staat dat contact in de weg. ‘De diligendo deo’ (‘over het liefhebben van God’) is een van zijn bekendste werken, waarin hij de vraag behandelt hoe de mens zich moet verhouden tot God. Drukker Johann Herwagen werd geboren in 1497. Hij overleed in 1558 in Basel. Hij was getrouwd met Gertrud, de weduwe van Johann Froben (c. 1460-1527), bij wie Erasmus zijn geschriften liet drukken. Erasmus overleed in 1536 in het huis van Froben in Basel, waar diens zoon Hieronymus Froben inmiddels heer des huizes was. Het is al met al waarschijnlijk dat Herwagen en Erasmus elkaar gekend hebben. Herwagen opende zijn eerste drukkerij in Straatsburg. Vanaf 1528 woonde hij in Basel. Aanvankelijk drukte hij samen met zijn stiefzoon Hieronymus Froben en zijn zwager Nikolaus Episcopius. Vanaf 1531 drukte hij zelfstandig. Zijn drukkerij was waarschijnlijk gevestigd in het huis ‘Zur alten Treue’, dat stond aan de Nadelberg in Basel. Zijn levensverhaal krijgt een soap-achtige wending als hij in 1542 uit de stad verbannen wordt en 200 gulden geldboete krijgt wegens een verhouding met de vrouw van zijn stiefzoon. In 1545 mag hij terugkeren, en als hij in 1547 een wapenbrief ontvangt van de keizer is hij volledig gerehabiliteerd. Zijn drukkerij groeide uit tot een grote uitgeverij die veel geschiften uit de klassieke oudheid drukte (Aristoteles, Cicero, Euclides, Euripides, Homerus, Seneca) en kerkvaders, zoals Basilius, Cyrillus, Epiphanus, Beda Venerabilis en uiteraard Bernardus van Clairvaux. Ook gaf hij geschriften uit van tijdgenoten, als Melanchton en Erasmus. Meer over dit boek in het artikel Van Basel naar Oost-Brabant met Bernardus van Clairvaux. Vanwege de Oost-Brabantse provenance van dit boek, hier gerangschikt.

Gregorii Turnici (Gregorius van Tours) – Historiae Francorum libri decem, gebonden met Aonis: Viennensis Chronica, archiepiscopi, breviarium chronicorum Francorum regis cognomento simplicis.
Parisiis, apud Guil. Morelium & Gulielmum Gillard & Almaricum Warancore, 1561.

Octavo (170x110mm), 16ff.n.ch.-639pp. en 2ff.n.ch.-247pp.-18ff.n.ch. band midden negentiende eeuw. L’Histoire des Francs van Gregorius van Tours en Chronique universelle van Adon. 

Giovanni Cassiano (360-435) – Opera di Giovanni Cassiano delle costitutioni et origine de monachi. Et de remedij et cause de tutti li uitij; doue si recitano uentiquattro ragionamenti de i nostri antiqui padri, non meno dotti et belli, che utili & necessarij a sapere. Tradotta per fra Benedetto Buffi heremita, dell’ordine di Camaldoli, di latino in uolgare. Venetia, Michele Tramezzino, 1563.

Werk van Giovanni Cassiano, een monnik, waarschijnlijk afkomstig uit de Provence. Volgens overlevering is hij de stichter van abdijen voor wie hij de regels op schrift zette en waarvoor hij de monniken en nonnen opleidde. Drukker Michele Tramezzino (1526-1571) werkte samen met zijn broer Francesco als boekdrukker en uitgever vanuit Venetië. Ze waren actief in Venetië en Rome. Beiden vluchtten vanuit Rome naar Venetië in 1527 ten tijde van de plundering. Michele bleef in Venetië, Francesco keerde terug naar Rome in 1528. Francesco’s winkel bevond zich in de via del Pellegrino, hij overleed in 1576. Francesco had de reputatie van een geleerd man en een vriend van humanisten. Pagina’s: [8], 320; 21.5 x 16 cm. Contemporaine perkamenten band met de slijtage van 450 jaar. De eerste 24 pagina’s hebben in de hoek onderin schade maar de tekst is intact. Houtgravure-merkteken op het frontispice die een rechtopstaande Sibylla afbeeldt met een boek in haar rechterhand en een opgeheven linkerhand. Inscriptie daaronder: Sibylla; en rondom het motto: Qual più fermo è il mio folio è il mio presagio.

Antoninus van Florence (1389–1459) – Summae sacrae theologiae, iuris Pontificij, & Caesarei, pars tertia. Nunc demum innumeris, quibus vndique scatebat, mendis repurgata, & in pristinum nitorem restituta. Venetië, apud Bernardum Iuntam & Socios, 1571.

Titelblad Antoninus, Summa sacra Theologiae. 1571.

Theologisch werk, voor het eerst gedrukt in 1477 van de H. Antoninus van Florence (1389–1459), een dominicaanse broeder uit Italië, die aartsbisschop van Florence was. Alleen deel 3, gedrukt in Venetië in 1571 in de drukkerij van Bernardo Giunta (1487-1551), uit een beroemd, van oorsprong Florentijns, drukkersgeslacht. Meer over dit boek en het herstellen van de oorspronkelijke band in het artikel Facelift voor een 445 jaar oud boek.

Gerard van Groesbeeck (1517-1580) – Statuts et ordonnances touchant le stil et maniere de proceder et l’administration de justice devant et par les courts et justices seculieres du païs de Liege. Aegidius Radaeus/Henry Hovius, 1572.

Henry Hovius was drukker in Luik, actief van 1567 tot 1611. Hij vestigde zijn drukkerij/boekhandel tegenover het prinsbisschoppelijk paleis van Luik, zoals de titelpagina aangeeft. Gillis Van den Rade, drukker, geboren in Gent, actief van 1569 tot 1611. In 1572 werd hij vrijmeester-drukker bij de Sint-Lucasgilde van Antwerpen. Eindigde zijn loopbaan in Franeker. Van dit vroege en zeer belangrijke juridische werk zijn in België slechts 3 andere exemplaren bewaard, 1 in Koninklijke Bibliotheek (onvolledig exemplaar), 1 in Hasselt, Provinciaal documentatiecentrum (band beschadigd), 1 in privébezit. Opnieuw ingebonden in sobere leren band. Compleet. Het boekblok draagt op snee boven en eerste bladen sporen van insecten. Zie foto’s. Voorts goed boekblok. Twee bladzijden (133/134, 135/136) gescheurd en onvolledig (zie foto’s). Enkele annotaties in oud (17de eeuws?) handschrift.

Ordonnantie opt Stuck vander Ghemeyne Wachten, der Stadt van ’tShertoghenbossche, by mijnen heeren de schouteth, schepenen, eensamentelyck den drije leden der selver stadt (…). ‘s-Hertogenbosch, Ian Schoeffer, Int Missael, 1593.

4o, (XVI) pp. – Gepubliceerd te ’s-Hertogenbosch 5 april 1593. Jan Schoeffer (?-1614) heeft 131 exemplaren aan het Bossche stadsbestuur geleverd, GAH, Stadsrekening 1593-1594. Jan Schoeffer was als drukker actief in ‘s-Hertogenbosch vanaf 1565, toen hij de drukkerij van zijn gelijknamige vader overnam. Zijn grootvader en overgrootvader waren drukkers in Mainz. Overgrootvader Petrus Schöffer uit Gernsheim werkte tot 1455 in Mainz met Gutenberg samen. Jan Schoeffer werd op 1 april 1580 bevoorrecht met het drukken van alle plakkaten die wegens zijne majesteit in ‘s-Hertogenbosch gepubliceerd werden. Provenance: Antiquariaat Boekendael, Gouda (2019).

Iustus Lipsius (1547-1606) – De constantia libri duo, qui alloquium praecipue continent in publicis malis. Editio sexta. Lugduni, in officina Hug. a Porta, apud fratres de Gabiano, 1596.

De Constantia was het beroemdste werk van Justus Lipsius. Het in Latijn geschreven boek verscheen in 1583/1584 in twee delen, met een adres van zowel de Leidse als de Antwerpse Officina Plantiniana. Het betrof een filosofische uiteenzetting-in-dialoogvorm, zoals ook Seneca die hanteerde. Lipsius steunde in De Constantia in hoge mate op diens stoïsche filosofie. Humanisten prezen het werk, maar geestelijken – en bijvoorbeeld ook Coornhert – hadden bezwaren. Zij vonden de stoïsche opvattingen die Lipsius verkondigde niet altijd aanvaardbaar vanuit een christelijk perspectief. Van De Constantia verschenen meer dan tachtig edities tussen de 16de en 18de eeuw, in vele vertalingen. In het Nederlands werd het werk vertaald en uitgegeven als Twee boecken van de stantvasticheyt, onder andere door Moretus en Dirck Pietersz. Pers. In 1983 verscheen van de hand van Piet Schrijvers een vertaling onder de naam Over standvastigheid bij algemene rampspoed. Onder standvastigheid verstond Lipsius het vermogen om ‘vrijwillig en zonder klagen’ alles te verduren wat je overkomt. De Constantia werd dan ook geschreven in roerige tijden, en is door Herman Franke wel omschreven als “troostboek”. Justus Lipsius, eigenlijk Jodocus (of Joost) Lips was een Zuid-Nederlandse humanist, filoloog en historiograaf. Lipsius studeerde aan de katholieke Universiteit Leuven en doceerde in het lutherse Jena en in het calvinistische Leiden. Uiteindelijk koos hij tegen het geweld van de Tachtigjarige Oorlog en zou hij het voortduren van de Spaanse heerschappij over de Nederlanden verkieslijker achten dan langdurige oorlog en opstand. Daarom eindigde hij weer als docent in Leuven aan de “katholieke” kant.

Niẓāmī Ganjavī (1141-1209) – Eskandar-nameh (de ‘Alexander-roman’) [fragment]. Handschrift, 1 pagina, Perzisch miniatuur, 16e eeuw.

Nezāmi Ganjavī was een 12e eeuwse Perzische dichter. Hij wordt beschouwd als de grootste epische dichter uit de Perzische literatuur. De Romance van Alexander de Grote werd geschreven rond het jaar 1200 en omvat 10,500 versregels. Het verhaal is gebaseerd op islamitische mythes rond Alexander de Grote, die op hun beurt zijn afgeleid van verwijzingen uit de Koran en van de Griekse Alexander romance van Pseudo-Callisthenes. Het werk bestaat uit twee boeken, Sharaf-Nama en Iqbal-nameh. Het gedicht vertelt over de drie periodes in Alexanders leven: als veroveraar van de wereld, als zoeker naar kennis, waarna hij tot het inzicht komt dat hij zijn eigen onwetendheid onder ogen ziet, en vervolgens als profeet, opnieuw reizend over de wereld om zijn monotheïstische geloof aan de wereld te verkondigen. Een Perzische miniatuur is een klein schilderij afkomstig uit Perzië, het huidige Iran. Perzische miniaturen werden als afzonderlijke kunstwerken gemaakt maar dienden ook als illustraties in boeken. Een manuscript dat een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de vroege Perzische miniaturen heeft gegeven is de Jami’ al-tawarikh van de Perzische historicus Rashid al-Din. De bekendste schilder van miniaturen was Reza Abbasi uit de zeventiende eeuw. Een andere bekende schilder was Kamāl ud-Dīn Behzād (ca. 1450 – ca. 1535). Stuart Cary Welch schrijft in het boek Perzische Miniaturen: “De Perzische schilderkunst is uniek door de zuiverheid en de gloed van haar koloriet en leerlingen moesten daarom ook de eigenschappen van iedere tint leren ontdekken, zowel op zichzelf als in verbinding met de overige; op Perzische miniaturen vormt het koloriet niet alleen een visueel ‘akkoord’ als bij een groep klanken in de muziek, maar heeft het ook kleur voor kleur afzonderlijk de beschouwer iets te zeggen.” Afkomstig uit privébezit van Wim van Gerwen, stichter van Museum Van Gerwen-Lemmens te Valkenswaard. Door de afbeelding loopt een scheur. Ingelijst.

Steun deze website met een donatie

Waardeer je de informatie op deze website? Overweeg dan een kleine donatie. Zo help je mee om deze site online te houden.
Kies zelf het bedrag:





Meer informatie over donaties en sponsoring.

Pagina's: 1 2 3 4 5