Oude boeken leiden hun eigen leven. Nu pas ik even op ze, later moet iemand anders dat weer doen. Het begon met enkele 19e eeuwse boeken uit de bibliotheek van mijn opa. Inmiddels is de collectie uitgegroeid tot een verzameling oude boekdrukken op het gebied van (lokale) geschiedenis, topografie, politiek, internationaal recht en retorica, aangevuld met andere boeken die ik gewoon mooi vind. Bij het verzamelen richt ik mij tegenwoordig op stadsgeschiedenissen en lokale/regionale geschiedenis en topografie.

Over wat ‘antiek’ is in verband met boeken verschillen de geleerden van mening. ‘Oude boekdrukken’ in enge zin zijn boeken gedrukt voor 1850 en soms hanteert men zelfs de grens van 1800. Wikipedia noemt boeken ‘antiek’ vanaf 70 jaar oud, de Douane hanteert de gebruikelijke grens van 100 jaar. Dat doe ik hier ook, zij het dat ik het niet kan laten om boeken tot 70 jaar oud in een kleinere letter toch te vermelden.

De volgorde waarin ik de boeken hieronder beschrijf is gelijk aan hoe ze in de kast gerangschikt staan. Over rangschikking kun je eindeloos twisten; ik heb gekozen voor een regionale indeling in een historische context. De boeken zijn gerangschikt per provincie naar steden en dorpen. Dat biedt een voor mijn verzamelgebied inhoudelijk verdedigbare indeling, zij het dat ik hier en daar behoorlijk associatief te werk ga. De volgorde van de provincies is ook weer associatief, in de vorm van een reis: die begint in Holland (Noord- en Zuid-Holland bij elkaar, zoals het tot 1840 was), noordwaarts naar Friesland en Groningen. Drenthe en Overijssel neem ik bij elkaar als het historische Oversticht, dat viel onder de bisschop van Utrecht; en dat is een goed argument om de Zuiderzee over te steken naar die provincie. Vervolgens Gelderland. Daarna het grondgebied van de beide Limburgen (Nederlands en Belgisch) bij elkaar. Vervolgens het oude hertogdom Brabant (Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams- en Waals-Brabant). Dan de beide provincies Oost- en West-Vlaanderen bij elkaar, met inbegrip van Frans-Vlaanderen (het westen van het departement Nord). Dan volgt het zuiver Franstalige deel van de historische Nederlanden: Artesië en Kamerijk bij elkaar, Henegouwen, Namen, Luik, Luxemburg (provincie en grootghertogdom). Ten slotte de grensgebieden in Duitsland, die historisch en culturele banden hadden met de aangrenzende Nederlandse grensstreken.

Oude drukken

1 – Nederlandse geschiedenis, topografie, politiek, recht

1.1 – Provincies

Gerangschikt naar steden en dorpen:

1.1.1 – Holland

Het graafschap Holland; de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland.

Amsterdam

1684
Dirck Geelvinck
(1656-?); Philalethes [Gaspar Fagel] (1634-1688) – Verantwoording van het beleidt der heeren van Amsterdam, tot bevordering van de vrede en het eindigen van den oorlogh tusschen Vrankrijk en Spanjen, in de Nederlanden ontsteeken met d’aenmerkingen op de missive van een regent, soo hy sich noemt, over het gepasseerde ter vergaderinge op den 16 february 1684. [z.p.], 1684.

Auteur: D(irck) Geelvinck was secretaris van Amsterdam in 1676. Gaspar Fagel was raadpensionaris van Holland tussen 1672 en 1688. Fagel was een steunpilaar van Johan de Witt tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk, en werkte mee aan het Eeuwig Edict, tot afschaffing van het stadhouderschap.
Inhoud: Publicatie over het beleid van Amsterdam om de oorlog tussen Frankrijk en Spanje te stoppen. De Frans-Spaanse oorlog (ook wel Conflict van 1683-1684, de Luxemburgse oorlog of de derde oorlog van Lodewijk XIV; in het Frans Guerre des Réunions (Herenigingsoorlog) genoemd) was een oorlog tussen Frankrijk en Spanje van 1683 tot 1684. Het Frankrijk van Lodewijk XIV vocht tegen het Spanje van Karel II. De oorlog zelf werd vooral in de Spaanse Zuidelijke Nederlanden uitgevochten. Zie voor verdere info de Knuttel catalogus van pamfletten nr 8060.
Illustrator:
Drukker:
Collatie: 117 p., 4to, zonder omslag.
Provenance: Catawiki.

1767
Jan
Wagenaar (1709-1773) – Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe, beschreeven. Yntema en Tieboel, Amsterdam, 1767.

Auteur: Wagenaar was de zoon van een schoenmaker, die al voor de tweede keer was getrouwd en hem niet kon laten studeren. Zijn moeder was Maria Sagtleven (en verwant aan Herman Saftleven, de schilder). Klerk geworden bij een houthandelaar, wijdde hij zijn vrije tijd aan de bestudering van de Franse taal, later ook klassieke talen, enig Hebreeuws en Engels. Hij legde voorts belangstelling aan de dag voor de natuurwetenschappen. In 1737 schreef hij over een overstroming in Dantzig en de ‘noodlijdenden aldaar’. In 1738 over de Tegenwoordige staat der Oostenrijksche, Fransche en Pruissische Nederlanden. Door zijn huwelijk in 1739 in Haarlem met de 25-jarige Christina Vergoes was hij in staat met zijn compagnon Jan de Jager een houthandel te beginnen en zijn eigen historische werk uit te geven. Hij schreef een boekje over de kinderdoop in 1740. In 1741 publiceerde hij over de overstromingsrampen in de Alblasserwaard. In 1742 woonde hij op de Haarlemmer Houttuinen, niet ver van de Haarlemmerdijk. Op uitnodiging van de uitgever Tirion schreef hij tussen 1739 en 1744 vijf eerste delen (van totaal twaalf) van de uit het Engels vertaalde Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden waarin alle mogelijke bijzonderheden van de steden en dorpen in Nederland werden beschreven. Wagenaars werd auteur van een spectatoriaal geschrift, dat de veelzeggende titel De Patriot droeg (1747). De staatkundige toestand van 1747 en 1748, en het Pachtersoproer waren aanleiding tot de uitgave van het wekelijks blaadje. In 1749 verscheen het eerste deel der Vaderlandsche Historie vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden dat begint met de Batavieren. Hij werd op slag beroemd. In 1759 was hij gevorderd tot het twintigste deel dat eindigt met de dood van stadhouder Willem IV. Eerst toen gaf Wagenaar zich te kennen als de schrijver, alhoewel men reeds lang vermoedde dat hij de auteur was. Vanaf 1756 ging hij in stedelijke dienst, eerst als schrijver van de Amsterdamsche Courant. In 1758 werd hij benoemd als ‘historie schryver’ van de stad, waarvoor hem toegang in de archieven werd gegeven. In 1762 verscheen deel 1 en in 1768 het 13e deel van Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe, beschreeven. Alle dertien delen waren rijkelijk geïllustreerd met kopergravures door Jacobus Houbraken en portretten door Hendrik Pothoven. In 1768 publiceerde hij ’t Verheugd Amsterdam, waarin hij het plechtige bezoek van Stadhouder Willem V en zijn kersverse echtgenote Wilhelmina heeft beschreven.
Inhoud: Vermelding van schepen Allerd Dircksz. Fasol.
Collatie: Het derde deel van 3, folio. 

1778
Jacobus Kok
(1734-1788) – Amsterdams eer en opkomst, door middel der gezegende Hervorming, geschied in den jaare MDLXXVIII. Aangetoond in een verhaal van ’s lands en stads geschiedenissen. Van de eerste tijden, tot op het tegenwoordige twee-honderd jaarige Jubelé (…), 5 delen in 1 vol. Amsterdam, Jacobus Kok, 1778.

Auteur: Kok was boekhandelaar in Amsterdam. Hij trad in 1758, na poorter van Amsterdam te zijn geworden, toe tot het boekverkopersgilde. Hij woonde bij zijn huwelijk in mei 1758 in Utrecht, liet zich andermaal in het Amsterdamse gilde opnemen op 14 maart 1785 en zette zijn uitgaven daar voort, tot zijn overlijden op 26 mei 1788. Hij begon aan een voortzetting van Wagenaars ‘Amsterdam, in zyne opkomst …’ (deel 4) te werken, dat waarschijnlijk door J. Fokke is afgemaakt en gepubliceerd in 1788.

1855
Laurentius Theodorus Zeegers
(1818-1884) – Beknopte geschiedenis der stad Amsterdam met platen en kaart. Goedkoope uitgave. Amsterdam, H.W. Weytringh, z.j. [1855].

Collatie: 497 pp. Met plattegrond & 4 platen (litho’s).
Auteur: Zeegers werd geboren te Amsterdam en was van 1843-1873 kostschoolhouder. Hij schreef een Nederlandsche Chrestomathie (1847; bij herhaling herdrukt); een Geschiedenis van Amsterdam (1850) en Bloemen van Nederlandsche Proza en Poëzie (1873). Bovendien schreef hij opstellen in de Vaderlandsche Letteroefeningen en in Europa, van welk tijdschrift hij korte tijd (1861) redacteur was.
Inhoud: ‘Beknopte geschiedenis van Amsterdam’ verscheen in 1853, deze ‘goedkoope uitgave’ in 1855.

1886
Justus van Maurik
(1846-1904) – Uit één pen; novellen en schetsen. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1886.

Auteur: Justus van Maurik jr. was een Nederlands proza- en toneelschrijver. Typische Amsterdammer, in het dagelijks leven sigarenfabrikant. Genoot een enorme populariteit met stukken voor het volkstoneel als Een bittere pil (1873) en Janus Tulp (1879), doch vooral met zijn levendige maar oppervlakkige vertellingen, die hij zelf met groot succes placht voor te dragen. Hoewel de grappigheid en het sentiment er vaak al te dik oplagen en hij weinig oog had voor sociale vraagstukken, gaf hij het Amsterdamse volksleven op rake wijze weer. De aanval die Frans Netscher als vertegenwoordiger van het opkomend naturalisme in de eerste jaargang van De Nieuwe Gids op hem lanceerde, deerde zijn populariteit niet. Hij kan beschouwd worden als de laatste, zwakke vertegenwoordiger van de 19de-eeuwse humorcultus in Nederland.
Inhoud: ‘Uit één pen’ is een van zijn populaire novellenbundels.
Drukker: In 1878 vestigde Tjomme van Holkema, telg uit het geslacht Van Holkema die eerder eigenaar was van Boekhandel Scheltema en Holkema, zich als uitgever op de Amsterdamse Keizersgracht 436. Na zijn overlijden in 1891 nam zijn weduwe C.S. Kremer (1843-1909) het bedrijf over, samen met Simon Warendorf (1861-1918).

Provenance: Ex libris Piet van Els. Zie inschrijvingen op pagina 130-131 uit de Tweede Wereldoorlog.

1890
Pieter A.J. van den Brandeler
(1806-1908) – De wapens van de magistraten der stad Amsterdam sedert 1306 tot 1672. ’s-Gravenhage, C. van Doorn en zoon, 1890.

Mr. Pieter A.J. van den Brandeler werd te Leiden in 1839 tot Doctor in de beide rechten bevorderd, vestigde zich te Dordrecht als advokaat en fungeerde als plaatsvervangend kantonrechter van 1844 tot 1849. Hij was secretaris van Dordrecht van 1847 tot 1870 en lid van het collegie van Regenten over het Huis van Arrest aldaar van 1849 tot 1870. Het archief van de stad Dordrecht werd door hem geordend en geïnventariseerd. In 1870 vestigde hij zich in Den Haag.

1937
Joost van den Vondel
 (1587-1679) – Gysbreght van Aemstel (1637). NV Uitgeversmaatschappij ‘Joost van den Vondel’ Amsterdam, 1937.

1939
Dr. Arnold Noach
(1910-1976) – De Oude Kerk te Amsterdam. NV Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1939.

1946
Dirk Maximiliaan Huizinga
 (1908-?) – De stad der grachten. Uitgeverij ‘In den Toren’, Naarden [1946].

Den Haag

1730-1739
Jacob de Riemer
(1676-1762) – Beschrijving van ’s Gravenhage, behelzende deszelfs oorsprong, benaming, gelegentheid, uitbreidingen, onheilen en luister, mitsgaders stigtinge van het Hof, der kerken, kloosters, kapellen, godshuizen, en andere voornaame gebouwen. Zittinge der Hooge Collegien zoo van politie als justitie; instellinge van het Kapittel ten Hove. Alsmede de privilegien, handvesten, keuren en wijze der regeringe. Uit zeer veele nooit gedrukte oorspronkelyke charters en bescheiden getrokken, opgeheldert en bevestigt. Delft, Reinier Boitet (eerste 2 delen), Johannes de Cros (laatste deel), 1730-1739.

Mr. Jacob de Riemer promoveerde in 1700 te Leiden, vestigde zich toen te ‘s-Gravenhage, waar hij werd ingeschreven als advocaat voor ’t Hof van Holland.In 1713 begon hij met het overschrijven van belangrijke stukken uit de archieven van het Hof en de Staten van Holland, en van de Leen- en Registerkamer van dit gewest.
Hieruit putte hij voor zijn standaardwerk: De beschrijving van ‘s-Gravenhage, dat verscheen resp. in 1730 te Delft en in 1739 te ‘s-Gravenhage.
Waterschade maar de tekst is compleet. Enkele bladzijden liggen los. Titelprent, 1 uitvouwbare gravure en 3 paginagrote gravures. Vignetten en afbeeldingen in de tekst. 2 delen in 3 vols. – (15), 509 pp. (eerste deel eerste stuk); 435, (26)pp (eerste deel tweede stuk); (3), 520 pp., 77 pp., (9) (tweede deel), originele vol banden met ribben en blindgestempelde platten, folio, 41 x 27 cm.

Gouda

1714
Ignatius Walvis
(1653-1714)
Beschrijving der stad Gouda, bevattende een verhaal van stads grondlegginge, waterstroomen, vrijheeren, gelegendheid, Hoofteneringe, rechtsgebied. Handvesten, Regeeringe, Regeerders. Overdragt met andere steden. Voorname gebouwen, Godshuyzen, Schoolen. Geleerde mannen, verwisselde Regeeringe, Kerken, Kloosteren, Kapellen en beruchte vrome mannen. Door J.W. Met schoone kopere platen verciert. Gouda, Johannes en Andries Endenburg; Leyden, Christiaen Vermey, 1714.

Walvis werd in 1653 te Utrecht geboren en overleed te Gouda op 6 mei 1714, zodat hij de uitgaven van zijn boek ternauwernood beleefd heeft. Hij studeerde te Leuven in de filosofie en de theologie, waar hij bevorderd werd tot baccalaureus (ongeveer te vergelijken met de huidige kandidaatstitel) en waar hij waarschijnlijk tot priester gewijd werd. Hij was kapelaan bij de vertegenwoordiger van het hof te Wenen bij de Staten-Generaal en vanaf 1688 pastoor van de Oud-Katholieke gemeente te Gouda. Na zijn terugkomst in Holland werd hij benoemd tot vicaris van de missionaris Jan Hooft in Den Haag en later tot kapelaan bij de toenmalige Oostenrijkse gezant. Hij is echter vooral bekend als geschiedschrijver. Hij schreef naast deze Beschryving der stad Gouda echter nog enkele andere historische werken over Gouda en omgeving, die nooit zijn gedrukt. Deze gaan vooral over de kerkelijke geschiedenis van 1525 tot 1712. Zij zijn uitgegeven in het boek ‘Goudsche onkatolijke kerkzaken’ (bewerkt door P.A.H.M. Abels), uitgegeven in 1999. Werken: Christelyke onderwysingen (1685); Beschrijving der stad Gouda door I.W., 2 dln., Gouda en Leid. z.j. (1713); Goudsche onkatolijke kerkzaken (1999).
Zijn hoofdwerk, Beschryvinge der stad Gouda, is nog steeds een belangrijke bron voor historici.

1716
[Theodorus Gerardi Hopcooper]
(voor 1550-na 1649) – Uytlegginge van de Wyd-beroemde en Vermaerde Glasen, Binnen de voortreffelijke en Vermaerde Kerk tot Gouda. Tot dienst ende gerief, zoo voor de inwoonders deser stad, als voor de vreemdelingen, die dit konstig werk komen te aanschouwen. Vermeerdert met veersen, en een gezang op aller glasen inhoud, nevens een verhael van den brand derzelver kerk, in den jare 1552. Johannes en Andries Endenburgh, Gouda, [1716].

De gebrandschilderde ramen in de Goudse Janskerk hebben altijd een grote indruk gemaakt op bezoekers van de kerk. Arnout van Buchell zag ze in 1589 en schreef in zijn Diarium dat de glazen niet voor de mooiste uit de Zuidelijke Nederlanden onderdeden. In Guicciardini’s Beschrijvinghe van alle de Neder-landen worden de glazen lovend besproken. In 1681 verscheen de eerste beschrijving in de gids van Dirck Vermy, die was gebaseerd op een verdwenen handgeschreven gids uit 1639 van Dirck Gerritszoon Hopcooper, de beheerder van de Goudse Librije. Een jaar later verscheen de gids van Andries Endenburgh onder de titel Uytlegginge. De tweede druk, die veel uitgebreider was, werd vervolgens veelvuldig herdrukt en vertaald. Deze ongedateerde editie is de enige die is gedrukt door vader en zoon Endenburgh gezamenlijk.

1813
Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden
(1752-1820) – Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van Der Goude, meest uit oorspronkelijke stukken bij een verzameld. Te Amsterdam en in Den Haag bij de gebroeders Van Cleef, 1813.

Eerste deel [xxii] + 796 p.

1841
Martinus Hendrik Kluitman
(1808-1882) – Beknopte beschrijving der stad Gouda, met twee kaartjes. G.B. van Goor, Gouda, 1841.

1861
Mr. Jacob van Lennep
(1802-1868); W.J. Hofdijk (1816-1888) – Het kasteel van Ter Goude, uit: Merkwaardige kasteelen in Nederland, derde en laatste serie, met platen en kaarten. Amsterdam, G.W. Tielkemeijer, 1861.

Het betreft alleen het artikel over Ter Goude, met de litho, in een latere papieren omslag. Litho en tekst komen overeen met bovenvermelde uitgave, maar zetting en paginanummering wijkt af. In plaats van pagina 47-78 is de paginanummering in dit exemplaar 41-67.

1879
Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden
(1752-1820); Jacobus Nicolaas Scheltema (1821-1905) – Geschiedenis en beschrijving der Stad van der Goude, bewerkt en vermeerderd door J.N. Scheltema. G.B. van Goor Zonen, Gouda,
1879.

320 p.

1917-1923
Jacob van Deventer
(ca. 1505-1575) – Gouda. Kaart uit: De Nederlandsche steden in de 16de eeuw. Plattegronden van Jacob van Deventer, facsimile-uitgave door M. Nijhoff; ingeleid door R. Fruin, ‘s-Gravenhage 1917-1923.

1923
Gregorius Johannes Pot
(1884-1950) – Geïllustreerde gids voor Gouda. A. Brinkman & Zoon, Gouda, 1923.

G.J.J.Pot was secretaris-archivaris van Gouda. 

1934
Mr. Jan Smit e.a.
 (1884-1952), (red.) – Oudheidkundige kring ‘Die Goude’; eerste verzameling bijdragen. Gouda, 1934.

1938
[G.J.J. Pot]
(1884-1950) – A chronicle of Gouda. The Archivist Press, The Hague, 1938.

Engelse vertaling van het historische hoofdstuk van het vorige item.

Prof. Dr. Johan Quirijn van Regteren Altena e.a. (1899-1980) – De Goudsche glazen 1555-1603. Beschouwingen over Gouda, haar Sint Janskerk en de gebrandschilerde glazen. ‘s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1938.

Deze gids verscheen ter gelegenheid van de tentoonstelling van de cartons van de Goudse Glazen in 1938.

1939
Hendrik Frederik Wessels (1907-?) – Gouda. Proeve ener stadsmonographie. Proefschrift ter verkrijging van de graad van Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte aan de Rijks-Universiteit te Utrecht […]. Kemink en Zoon, Utrecht, 
1939.

Zeldzaam in linnen ingebonden exemplaar, met stellingen, inclusief drie extra kaarten. Normaal vindt men de editie in papieren omslag. Vermoedelijk is dit een luxe uitgevoerd promotieexemplaar.

1940
P.D. Muylwijk e.a.
(1868-1959), (red.) – Oudheidkundige kring ‘Die Goude’; tweede verzameling bijdragen. NV Drukkerij v/h Koch & Knuttel, Gouda, 1940.

1942
Gijsbertus Cornelis Helbers
(1902-1990); Aart (D.A.) Goedewaagen (1917-2004) – Goudsche Pijpen, Goudaer Pfeifen, Pipes de Gouda. NV Uitgevers-mij. Atlantic, Amsterdam 1942.

Originele druk door drukkerij Koch & Knuttel te Gouda – 252 pp. – 25 x 18 cm. Overzicht van de verschillende merken, met 273 merktekeningen. 

1946
Drs. Johannes Taal
(1893-1973) – Hugo de Groot en Gouda. Uitgeverij ‘Gouden Garven’, Gouda, 1946.

1948
P.D. Muylwijk
(1868-1959) – Een paar belangrijke eeuwen in Gouda’s historie. Joh. Mulder, Gouda, 1948.

Haarlem

1648
Theodorus Schrevelius
(1572-1653) – Harlemias, ofte om beter te seggen, de eerste stichtinghe der stadt Haerlem, het toe-nemen en vergrootinge der selfden; hare seltsame fortuyn en avontuer in vrede, in oorlogh, belegeringe, harde beginselen van d’eerste Reformatie, politique raedtslagen, scheuringhe in de kercke, de tijden van Lycester, oude keuren, gunstige privilegien van graven, regeeringe in de politie soo hooghe als leeghe, in ’t kerckelijcke, militaire, scholastijcke, de oeffeninghe van de ingheseten, in alle wetenschap, kunst ende gheleertheydt, neeringhe en hanteringe, en wat dies meer is. Haerlem, Thomas Fonteyn, 1648.

Schrevelius kreeg zijn eerste onderwijs op de Latijnse school in Haarlem bij C. Schonaeus, die hij na zijn studie in Leiden als rector opvolgde. Bovendien nam hij zitting in de Haarlemse vroedschap (1607), maar hier werd hij bij de wetsverzetting van 1618 uit verwijderd. In 1624 werd hem ook, vanwege de hem toegedachte remonstrantse sympathieën, het rectoraat ontnomen. Weldra echter bekleedde hij dezelfde functie aan de Latijnse school van Leiden (1625-1642). Naast zijn historisch werk schreef hij Latijnse en Nederlandse gedichten.
(xvi) 405, (iii) pp.

Hoorn

Velius - Hoorn1648
Theodorus Velius
(1572-1630) – Chroniick van Hoorn, Daer in verhaelt werden des selven Stadts eerste begin, opcomen, en gedenckweerdige geschiedenissen, tot op den jare 1630. Mitsgaders Vele merckelijcke dingen, die staende den Trubbel, en soo voor, als na de selve, deur heel West-Vrieslandt verloopen, en by ander Schrijvers overloopen, of immers naulijcx aengeroert zijn. Als mede een corte beschrijvinghe van den teghenwoordigen staet van de Stadt, des selven Ontwerp, en oock een kort verhael van de Geleerde Mannen, die sy uytgegeven heeft, midtsgaders de namen van de Regenten. Oversien, verbetert, en eensdeels op ’t nieu beschreven. Derde druck, versien met een bequaem Register. [(28) en 399 pp]. Hoorn, Isaac Willemsz., 1648.

Stadsgeschiedenis van Hoorn. Eerste druk verscheen in 1604.
Her en der een vlek en zeer lichte waterschade. De laatse 16 pagina’s (Westfrisia. In Nederduytsche Rijmen overgheset door Johan de Groot) ontbreken. Pagina’s 385-399 niet origineel maar in kopie. Met 3 van de 4 originele portretten en het 4e portret in kopie evenals de 2 gravures.

Leiden

1719
H.V.H. [Hugo Franciscus van Heussen]
(1659-1719) – Oudheden en Gestichten Van Rhynland, en wel voornamentlijk van de Stad Leiden: Of Beschryving van de Kerken Kloosters, en Godshuizen, die van tyd tot tyd zoo te Leiden als in Rhynland zyn gesticht: benevens een verhaal van haare begiftingen, vrydommen, voorrechten, Oversten; mitsgaders van de geleerde of roemwaardige Mannen, die te Leiden of onder Rhynland gebooren zijn, of gebloeit hebben. Getrokken uyt de oude Handschriften van Kerken en Kloosters, en uyt veele andere gedenkstukken; ten meesten deele noit in ’t licht gegeeven. Uyt het Latijn vertaald, En met Aantekeningen opgehelderd, Door H.V.H. Met koopere Platen. Leiden, Christiaan Vermey, 1719.

Van Heussen studeerde te Antwerpen en Leuven, waar hij in 1678 het licentiaat in de theologie behaalde. Hij ontving een kanunnikszetel in het aartsbisschoppelijk kapittel in Utrecht. Hij wijdde zich in Leiden aan zijn historische studie. Vanaf 1704 was Van Heussen provicaris en vicaris-generaal van het bisdom en sedert 1712 bovendien deken van het Utrechtse kapittel. Van Heussen en zijn vertaler H. van Rhijn werkten ook mee aan de Beschryving der stadt Delft van R. Boitet.
Zonder de 5 platen.


De serie Oudheden en gestichten van Nederland (15 dln., C. Vermey, Leiden 1719-1725) sloot aan bij de drie delen van de vertalingen van Batavia Sacra, zodat de gehele reeks 18 delen omvat.

Deel Onderwerp Jaar
I Batavia sacra, of Kerkelijke Historie van Nederland, deszelfs Opkomst en Oudheden I 1726
II Batavia sacra, of Kerkelijke Historie van Nederland, deszelfs Opkomst en Oudheden II 1726
III Batavia sacra, of Kerkelijke Historie van Nederland, deszelfs Opkomst en Oudheden III 1726
IV Oudheden en gestichten van het Rechte Zuid-Holland en Schieland 1719
V Oudheden en gestichten van Rhijnland 1719
VI Historie ofte beschryving van het Utrechtsche Bisdom 1719
VII Historie ofte beschryving van het Utrechtsche Bisdom II 1719
VIII Historie ofte beschryving van het Utrechtsche Bisdom III 1719
IX Oudheden en gestichten van Delft en Delfland 1720
X Oudheden en gestichten van Kennemerland, Amstelland, Noordholland en Westvriesland I 1721
XI
Oudheden en gestichten van Kennemerland, Amstelland, Noordholland en Westvriesland II 1721
XII
Oudheden en gestichten van Zeeland I
1722
XIII
Oudheden en gestichten van Zeeland II 1722
XIV
Oudheden en gestichten van Vriesland I
1723
XV
Oudheden en gestichten van Vriesland II
1723
XVI
Oudheden en gestichten van Groningen en Groningerland 1724
XVII
Oudheden en gestichten van het Bisdom van Deventer I
1725
XVIII
Oudheden en gestichten van het Bisdom van Deventer II
1725

(De vetgedrukte delen worden op deze pagina nader beschreven).


1757/1774
Adrianus Severinus
(1624?-1674) – Oorspronckelijke beschrijving van de vermaerde belegering en ’t ontzet der stad Leiden, kort en klaer voorgesteld uit den grond der eerste , en gebragt tot de laetste beroerten en oorlogen van Nederland, voorgevallen in de XV. En XVI. Eeuw. Met nieuwe aentekeningen opgehelderd en met kopere Platen versierd. Vermeerderd met eene Na-reden, ten nuttigen gebruike deezer gebeurtenis; en met de treffelijke oratie van den heer Mr. Karel Crucius. Leiden, Wed. A Honkoop, 1757.
Gebonden met: Vreugdezang op het tweede eeuwfeest van Leydens verlossing. Amsterdam, A. Fokke Simonsz., 1774.

5e druk, 209 pp, halfperkamenten band uit de tijd.
Vreugdezang: eerste druk, 31 pp.

1776/1799
Jan de Kruyff
(1706-1776) – Gedichten van Jan de Kruyff. Amsterdam, Yntema en Tieboel, 
1776.

De Kruijff werd op 18 september 1720 in Leiden als student ingeschreven. Hij was koopman en fabrikant en legde zich op de dichtkunst toe. Hij schreef o.a. ‘Echt bijschrift op het afbeeldsel van’, en ‘Grafschrift op J. Wagenaar’, Leiden 1774.
Deze beide komen ook voor in de, door zijn zonen (R., J. en P.), uitgegeven ‘Gedichten’, Amsterdam 1776. Deze bundel bevat voornamelijk gelegenheidsdichten. Met extra ingelegd katern uit 1799 met nog enkele gedichten.

1829
Jacobus Hagen
(?-?) – Avondwandelingen in den omtrek der stad Leijden, of Lotgevallen van den heer Rynald. C.C. van der Hoek, Leyden, 1829.

VIII, 263 p, gegrav. tit. en vign, 20 cm. Exemplaar uit de bibliotheek van Gerrit Komrij.

Rotterdam

1719
H.V.R. [Hugo Franciscus van Heussen];
(1659-1719) [Hugo van Rijn] (?-?) – Oudheden en Gestichten van het rechte Zuid-Holland en van Schieland. Behelzende een verhaal van de Opkomste en Bevolkinge der Steden en Dorpen; de opbouwinge van Kerken, Kloosters, en Godshuizen; haare begiftigen, kerkelijke goederen, en inkomsten; hare Oversten en geleerde Mannen, Voorrechten, Handvesten, enz Getrokken uit de oude Handschriften van Kerken en Kloosters; en uyt verscheide Boeken en Papieren van oude Boekeryen: ten meesten deele nooit in ’t licht gegeven. Uyt het Latijn vertaald, en met Aantekeningen opgehelderd, Door H.V.R. Christiaan Vermey, Leiden, 1719.

Beschrijving van plaatsen in het zuiden van de huidige provincie Zuid-Holland. Omdat Rotterdam hierin geografisch de meest centrale plaats is, hier gerangschikt. Hugo van Rijn vertaalde het boek uit het Latijn.
Compleet met 2 uitslaande platen van de Laurenskerk en het Dominicanenklooster te Rotterdam.

Schagen

1728
Dirk Burger van Schoorl (1649/1650-1717)Chronyk van de gantsche oude Heerlykheyd van het Dorp Schagen. Waar in vertoont wert het begin en opkomst, en wanneer het eerst bewoont is geweest, waar dat haar naam en wapen vandaan komt (…). Hoorn, Jacob Duyn, z.d. [1728].

Dirk Burger van Schoorel was vele jaren chirurgijn te Oudesluis. Hij schreef een Chronyk der stad Medenblik, die hij in het jaar 1710, en nog eens in 1728 en 1736 liet drukken bij Jacob Duyn te Hoorn, bij wie ook, zonder jaartal, verscheen: Chronyk van de gantsche oude Heerlykheydt van het Dorp Schagen (laatste druk in 1767).
Vroege druk van dit leuke kroniekje, waarvan diverse herdrukken verschenen. Volgens PiCarta dateert de eerste druk uit 1710 (Amsterdam), maar daarvan worden geen exemplaren opgevoerd. Met leuk acrosticon op het blad na de titelpagina.
Licht gehavend exemplaar, provisorisch bijeengehouden in later bandje dat uit een leren jas of tas gesneden lijkt. (4),111,(8) p.

HOLLAND

1734
Gerard van Loon
(1683-1758) – Gerards van Loons Aloude Hollandsche Histori der keyzeren, koningen, hertogen en graaven, welken, sedert de komst der Batavieren in het thans genaamde Holland, tot de herstelling van ’s Graaven Florents den Eerstens zoon, aldaar het Hooggebied gehad hebben. Beweezen en bevestigd door de woordlyke getuygenissen van zoodaanige Schryvers (…) en voorts nog versierd en opgehelderd met de noodige Landkaarten, Geslachtlysten, Keyzer- en Koninglyke Penningen en veelvuldige andere Gedenkstukken, in die oeroude tyden gemaakt – ’s Graavenhaage, Pieter de Hondt, 1734.

Gerard van Loon was een Nederlandse jurist, historicus, geschiedschrijver en uitgever van historische bronnen en bovenal verwoed verzamelaar van penningen. In zijn jonge jaren was hij tevens schrijver van gedichten en treurspelen. Zijn vierdelige boekwerk ‘Beschrijving der Nederlandsche Historiepenningen’ geldt nog altijd als standaardwerk in de Nederlandse numismatiek.
1e druk – 2 delen in 2 banden – (40) + 348 + (23) / (2) + 360 + (28) pp. – Lederen banden – 40 x 26 cm.

1.1.2 – Friesland

De huidige provincie Friesland/Fryslân.

1.1.3 – Groningen

Stad en Lande; de huidige provincie Groningen.

Groningen

1758-1765
Saco Harmen van Idsinga
(1714-1779) – Het Staats-Recht der Vereenigde Nederlanden vertoond volgens de geschiedenissen der stad Groningen onder de Bisschoppen van Utrecht en volgende Princen. Van ’t midden der XI. tot het einde der XVI. eeuw. […] Alles uit veele, gedrukte en ongedrukte stucken, inzonderheid de Stad Groningen, ’t Landschap Drenthe, en Westwoldingerland betreffende. Leeuwarden, gedrukt by Abraham Ferwerda, 1758-1765.

2 delen – 453 + 466 pp. – Halfperkament met gemarmerde platten – folio 33 x 21 cm. Cf. Haitsma Mulier & Van der Lem 255.
Van Idsinga, geboren te Harlingen, studeerde te Franeker in de rechten, zonder daar of elders te promoveren. Voor zijn prinsgezindheid werd hij in 1749 beloond met een raadsheerszetel in ’t Hof van Friesland.
Hij schreef, behalve Latijnse en kleine verhandelingen, dit Staatsregt der Vereenigde Nederlanden.
Dit is de eerste en enige uitgave; een belangrijk werk op het gebied van het constitutioneel recht in de Republiek der Verenigde Nederlanden.

1.1.4 – Drenthe en Overijssel

Het Oversticht; de huidige provincies Drenthe en Overijssel.

OVERSTICHT

1826
Johannes ter Pelkwijk
(1769-1834) – Beschrijving van Overijssels watersnood in Februarij 1825. Clement, De Vri en Van Stegeren, Zwolle, 1826.

Jan ter Pelkwijk was lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en onderwijzer. De Stormvloed van 1825 was een stormvloed die plaatsvond tussen 3 en 5 februari 1825 en leidde tot grote schade in Nederland, Duitsland, Denemarken en in mindere mate in Vlaanderen. De provincies Groningen, Friesland, Overijssel, Utrecht en Holland werden getroffen door ernstige dijkdoorbraken en overstromingen waardoor 379 mensen in Nederland het leven verloren. Hiervan vielen er 305 in de provincie Overijssel, 25 in de provincie Holland en 17 in de provincie Friesland. In alle landen samen vielen ongeveer 800 slachtoffers te betreuren.

1.1.5 – Utrecht

Het Nedersticht; de huidige provincie Utrecht.

Utrecht

1757
Valentijn Jan Blondeel
(1723-?) – Beschryving der stad Utrecht, behelzender derzelvder opkomst en voornaamste lotgevallen. Utrecht, Besseling,
1757.

Geillustreerd met een frontispice, een uitslaande kaart van West Europa (Francorum primae), een uitslaande plattegrond van Utrecht, een grote uitslaande prent van de Sint Maartenskerk (met opgeplakt deel) door R. Blokhuyse naar P. Saenredam, en een uitslaande prent van de St. Maartenskerk met Bisschopshof.

1917-1923
Jacob van Deventer
(ca. 1505-1575) – Utrecht. Kaart uit: De Nederlandsche steden in de 16de eeuw. Plattegronden van Jacob van Deventer, facsimile-uitgave door M. Nijhoff; ingeleid door R. Fruin, ‘s-Gravenhage, 1917-1923.

Woerden

1814
Jan Meulman
(1767-1847) – Woerden in Slagtmaand MDCCCXIII. ‘s-Gravenhage, Johannes Allart, 1814.

Het boek vormt een geïllustreerd verslag van het verloop van de maand november 1813 in Woerden. De aanduiding Slagtmaand in de titel heeft een dubbele betekenis. Van oudsher is november de maand waarin het vee geslacht wordt. Maar het is hier ook de maand waarin de Fransen in 1813 een slachting onder de Woerdense bevolking aanrichtten. De zogeheten Ramp van Woerden vond plaats op 24 november 1813. Op die dag vond een grote slachting onder de bevolking plaats door zich terugtrekkende Franse troepen. Er worden die dag 26 inwoners vermoord in alle leeftijden en alle sociale klassen.
Auteur Jan Meulman, vrederegter te Woerden, is ooggetuige bij de gebeurtenissen en geeft een beeldverslag uit de eerste hand.
[VIII], 491 pp – Halflederen band. Bevat titelvignet en 8 prenten.

UTRECHT

1725
[Johan Christiaan van Erkel]
 (1654-1734) – De zaek der Kerke van Utrecht historischer wyze voorgesteld Door een kort Verhael, dat in de Plaetze van eene Voorrede voor af gaet. II. Deel. Delft, Henricus van Rhyn, 
1725.

Alleen tweede deel, opnieuw ingebonden.

1758-1772
[Jan Wagenaar]
(1709-1773) – Hedendaagsche historie, of tegenwoordige staat van alle volken; vervolgende den tegenwoordigen staat der Vereenigde Nederlanden, en vervattende in ’t bijzonder dien van Utrecht. Deel XXI en XXII. Isaak Tirion, Amsterdam, 1758-1772.

Twee delen uit de serie Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, behelzende de provincie Utrecht. Zonder platen.
Op uitnodiging van de uitgever Tirion schreef Wagenaar tussen 1739 en 1744 vijf eerste delen (van totaal twaalf) van de uit het Engels vertaalde Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden waarin alle mogelijke bijzonderheden van de steden en dorpen in Nederland werden beschreven.
Isaak Tirion (1705-1765), oorspronkelijk afkomstig uit Utrecht, was in mei 1727 naar Amsterdam verhuisd, waar hij voor het eerst werd vermeld in de archieven van het gilde van boekwinkels. Hij kende een aanzienlijk succes, want in 1742 kon hij de voormalige residentie van Hendrik Wetstein, de bekende boekhandelaar, kopen aan de Kalverstraat. Tirion bleef tot zijn dood op dit adres, van waaruit enkele van zijn belangrijkste werken werden gepubliceerd, waaronder De tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden.


De Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van alle volkeren omvat 45 delen en beslaat een groot deel van de bekende wereld. Een reeks binnen die reeks is de Tegenwoordige Staat der Verenigde Nederlanden, en maakte deel uit van Tirions grootse plan om het Nederland van zijn tijd te beschrijven. Geproduceerd tussen 1739-1772 was het oorspronkelijk opgezet als een 12-delig werk, maar vanwege zijn succes ging de publicatie van extra delen door na de dood van Tirion. De gehele reeks omvatte uiteindelijk 45 delen. De volledige reeks bestaat uit:

Deel Auteur Onderwerp Jaar
I Salmon Keizerryken China en Japan, Ladrones, Fillipynsche en Molukkische Eilanden, Makassar 1729
II Salmon Sundasche Eilanden, Borneo, Java, Sumatra en der Koninkryken Siam, Kochin-China en Tonkin 1730
III Salmon Koninkryken Pegu, Ava, Arrakan, Acham, India, Ceilon 1731
IV Salmon Persia, Arabia, Asiatisch Tartaryen 1732
V Salmon Turksche Ryk in Asia en Afrika 1733
VI Salmon Europisch Turkyen, de Grieksche Kerk, Polen, Groot-Hertogdom van Litthauwen 1734
VII Salmon Rusland, Zweden, Denemarken en Noorwegen: de Landen onder de Noord Pool gelegen, de Groenlandsche Visscherij 1735
VIII Salmon Duitsche Keizerrijk, Opper-Saxische, Neder-Saxische, Westphaalsche en Nederrynsche Kreitsen 1736
IX Salmon Duitschen Keizerryks: Opper-Rhynsche, Frankische, Zwabische, Beyersche en Oostenrykse Kreitzen 1737
X Wagenaar Oostenryksche, Fransche en Pruissische Nederlanden 1738
XI / TSVN-I
Wagenaar Vereenigde Nederlanden 1739
XII / TSVN-II
Wagenaar Generaliteitslanden
1740
XIII / TSVN-III
Wagenaar Gelderland 1741
XIV / TSVN-IV
Wagenaar Holland I
1742
XV / TSVN-V
Wagenaar Holland II
1744
XVI / TSVN-VI
Wagenaar Holland III
1746
XVII / TSVN-VII
Wagenaar Holland IV
1749
XVIII / TSVN-VIII
Wagenaar Holland V
1750
XIX / TSVN-IX
Boddaert Zeeland I
1751
XX / TSVN-X
Boddaert Zeeland II
1753
XXI / TSVN-XI
Wagenaar Utrecht I
1758
XXII / TSVN-XII
Wagenaar Utrecht II
1772
XXIII / TSVN-XIII
Stijl Friesland I
1785
XXIV / TSVN-XIV
Stijl Friesland II
1786
XXV / TSVN-XV
Stijl Friesland III
1788
XXVI / TSVN-XVI
Stijl Friesland IV
1789
XXVII / TSVN-XVII
Dumbar Overijssel Ia-b
1781-1786
XXVIII / TSVN-XVIII
Dumbar Overijssel II
1790
XXIX / TSVN-XIX
Dumbar Overijssel IIIa-b
1797-1798
XXX / TSVN-XX
Dumbar Overijssel IV
1801
XXXI / TSVN-XXI
Bachiene Stad en Lande I
1793
XXXII / TSVN-XXII
Bachiene Stad en Lande II
1794
XXXIII / TSVN-XXIII
Tonckens Drenthe a-b
1792-1795
XXXIV Philips Groot Brittannie I
1754
XXXV Philips Groot Brittannie II
1755
XXXVI Salmon Frankrijk I
1756
XXXVII Salmon Frankrijk II
1757
XXXVIII Salmon Spanje en Portugal 1759
XXXIX Salmon Switzerland en Italie I
1760
XL Salmon Switzerland en Italie II
1761
XLI Salmon Afrika 1763
XLII Salmon Amerika I
1766
XLIII Salmon Amerika II
1767
XLIV Salmon Amerika III
1769
XLV Cranz Groenland en Straat Davids 1786

(De vetgedrukte delen worden op deze pagina nader beschreven).


1.1.6 – Gelderland

Het hertogdom Gelre (uitgezonderd het Overkwartier); de huidige provincie Gelderland.

Arnhem

1933
Anthony H. Martens van Sevenhoven
(1880-1952) e.a. – Arnhem zeven eeuwen stad; Officieel gedenkboek uitgegeven in opdracht van het Arnhemsch Genootschap van Oudheidkunde met medewerking van het Herdenkingscomité. Hijman, Stenfert Kroese en Van der Zande, Arnhem, 1933. 

Origineel verguld perkament. 238, p. met 3 uitklapkaarten. Geïllustreerd. 1e druk. Dit is een van de luxe-exemplaren, die werden gedrukt op geschept papier en in perkament gebonden. 

Nijmegen

1738
Hans Kasper Arkstée
(1700-1776) – Nijmegen, de oude hoofdstad der Batavieren: in dichtmaat beschreven en met aantekeningen, de oudheden van de stad en die van het quartier van Nymegen betreffende, opgeheldert door H.K. Arkstée Met Printverbeeldingen. Nieuwe Druk. Veel vermeerderd en verbeterd. Nijmegen, Isaac Van Campen, 1738.

Met 6 gravures (incompleet).
Hans Kasper Arkstee, zoon van Frans Arkstee en Peternel van Rijsen, geb. in de laatste jaren der zeventiende eeuw, gest. in of na 1780. Zijn vader vestigde zich ‘neffens sijn soontie Hans Casper’ in 1703 te Nijmegen. De jonge Arkstee verliet op zijn negentiende jaar die stad. Hij was van 1734 tot 1780 geassocieerd met zijn halfbroeder H. Merkus; de firma Arkstee en Merkus had een filiaal te Leipzig en het hoofdkantoor van haar boekhandel te Amsterdam. Van 1737 tot 1765 was de firma op de boekhandelaarsmis te Frankfort vertegenwoordigd. Arkstee’s bekendste publicatie is zijn Nijmegen, de oude hoofdstad der Batavieren, in dichtmaat beschreven en met aantekeningen de oudheden van de stad en het quartier van Nijmegen betreffende, opgehelderd. (Amsterdam 1733; 2e dr. ’s Gravenhage 1738; 3e dr. Nijmegen 1788); het boek wordt om de aantekeningen nog wel geraadpleegd. (dbnl).

1904
[Anoniem]
Historie van Mariken van Nieumeghen. (Antwerpen, W. Vorsterman, c. 1518). Facsimile van de uitgave uit 1518, door Martinus Nijhoff, 1904.

Mariken van Nieumeghen (ook bekend als Mariken van Nimwegen, met metathesis van de /(u)w/ en de /m/) is een mirakelspel uit de Lage Landen daterend van het begin van de 16de eeuw. De auteur is niet bekend. De oudst bekende uitgave verscheen omstreeks 1518 bij de Antwerpse drukker Willem Vorsterman. Van deze editie is slechts één exemplaar bekend. Het boek bevindt zich in de Bayerische Staatsbibliothek in München. In 1904 werd Mariken door uitgeverij Nijhoff als facsimile uitgegeven. De oorspronkelijke titel is Die waerachtige ende Een seer wonderlijche historie van Marike(n) van Nieumeghen die meer dan seuen jaren mette(n) dueel woe(n)de en(de) verkeerde.

GELDERLAND

1741
[Jan Wagenaar]
(1709-1773) – Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, derde deel. Vervattende de Beschryving der Provincie Gelderland. Met naauwkeurige Landkaarten en fraaije Printverbeeldingen versierd. Isaak Tirion, Amsterdam, 1741.

Met frontispice, zonder platen.

1.1.7 – Limburg

Het grondgebied van de provincie Limburg tijdens het Verenigde Koninkrijk; een lappendeken tijdens het Ancien Regime, de huidige Nederlandse en Belgische provincies Limburg.

Bree

1943
Dr. Luc Indestege
(1901-1974) – Memorieboek van het klooster van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Riviere te Bree 1464-1539. Antwerpen, N.V. De Nederlandsche Boekhandel, 1943.

In Zonhoven geboren Vlaams dichter, proza- en toneelschrijver. Indestege studeerde Germaanse filologie in Leuven en promoveerde in 1925 op een proefschrift over Henriëtte Roland Holst. Hij werd leraar aan een atheneum in Brussel en van 1952 tot 1956 was hij lector aan de universiteit van Padua. Hij was een kenner van de Middelnederlandse literatuur en hij gaf een aantal middeleeuwse teksten uit, zoals de Middelnederlandse geestelijke gedichten, liederen, rijmspreuken en exempelen (1951). Indestege was tevens een kenner van de boekproductie in de late middeleeuwen. Hij stelde voor een tentoonstelling in de Albert I-bibliotheek in Brussel in 1965 een catalogus samen van boeken die op de handpers gedrukt werden in Verona.  

1946-1952
Siardus Felix Maes, O’Praem
(1901-1983); J. Dreesen, pr. (?-?) – De geschiedenis van Bree. Eerste bijdrage: De parochie – de oude kloosters; Tweede bijdrage: De gemeente van de oudste tijden tot aan de Franse Revolutie. ‘Ons Erf’, Gewestelijke Kring voor Geschiedenis en heemkunde te Bree, 1946 en 1952.

Twee delen.
Felix Maes ging naar school in het Sint-Michielscollege en daarna in het Klein seminarie in Sint-Truiden waar hij ook wijsbegeerte studeerde. Uit die tijd dateren zijn eerste geschriften, over Breese dorpsfiguren zoals Boodskoob, Kromme Perjang en Hel de Belie. In 1921 trad hij in het klooster bij de Norbertijnen van ’t Park in Heverlee. In 1926 werd hij priester gewijd. Als kloosternaam koos hij Siardus, vandaar de S die dikwijls verschijnt in verwijzingen naar zijn geschriften. van 1933-1937 was hij missionaris in Brazilië. Tijdens de tweede Wereldoorlog was hij ziekenzorger in Brugge en na de oorlog, tot 1952, werd hij hulppastoor in Jezus-Eik. In 1952 keerde hij terug naar de missie in Brazilië waar hij tot 1967 zou blijven. Hij eindigde als archivaris van de Parkabdij.
Samen met J. Dreesen schreef hij de eerste stadsgeschiedenis van Bree. Het eerste deel verscheen in 1946, in eigen beheer gedrukt op de persen van NV De Vlijt. In 1952 verscheen het tweede deel. Beide delen vormen nog altijd hét standaardwerk over de geschiedenis van Bree. In 1985 volgde een fotografische herdruk.

Horst

1888
Joseph Adolf Lodewijk Frans Steffens
(1822-1899) – Geschiedenis der aloude Heerlijkheid en der Heeren van ter Horst, in het Land van Kessel, met 58 bijlagen, 2 platen en het gewoonte recht. Roermond, M. Waterreus, 1888.

Joseph Steffens, geboren te Horst, overleed in Roermond als oud-inspecteur der posterijen in de provinciën Noord-Holland en Utrecht en lid van de gemeenteraad te Roermond. Hij was de schrijver van ‘Bijdragen tot de geschiedenis van Asselt en Swalmen’, (verschenen in 1892 in de Publ. de la soc. hist. et arch. dans le duché de Limbourg) en van ‘Geschiedenis der aloude heerlijkheid en der heeren van ter Horst in het land van Kessel’. Zijn portret is gelithografeerd door C.C.A. Last.

Maastricht

1938
Bernard Hubertus Maria Vlekke
(1899-1970) – Van ’t gruwelijck verraet, in den jare 1638 op Maestricht gepractiseert – studies over de vestiging van het Staatsche gezag over Maastricht in den jaren 1632 tot 1639. Neerlandia, 1938.

Roermond

1620
[
Tilman van Bree]
(?-?); [Hendrik Uwens] (?-1622) – Gelresche Rechten des Ruremundtschen Quartiers van nieuws oversien endt verbetert door last van haere Doorluchtichste Hoocheden. Johan Hompes, Tot Ruremundt, 1620. (Anders dan de titelpagina vermeldt, in werkelijkheid gedrukt te Keulen bij Johan Gymnich IV).

Tilman van Bree was rechtsgeleerde, eerst syndicus of pensionaris van de Staten van het Spaans Overkwartier van Gelderland te Roermond. Met Hendrik Uwens, de kanselier van dit hof, was hij de opsteller van dit boek. Van Tilman van Bree is nog bekend dat hij 19 juni 1609 voor de rechtbank der schepenen te Roermond kwam getuigen, dat hij, toen hij nog schout was te Maaseik, een zekere Johannes Prickelken als weerwolf had vervolgd, op de pijnbank laten leggen en ter dood brengen, en dat deze niets had verklaard tegen Johannes van Uffelt, genaamd Byster, toen voor de Roermondse schepenbank als weerwolf vervolgd.
Dit wetboek uit 1620, in de wandeling de ‘Gelderse Land- en Stadsrechten’ genoemd, bevat een systematische optekening van het gewoonterecht in Spaans Gelderland. Het plan om het Gelderse recht vast te leggen in een wetboek dateerde al van vóór de Tachtigjarige Oorlog, maar het kwam er pas van tijdens die oorlog, en dan alleen voor het Overkwartier of Roermonds Kwartier, dus voor het zuidelijk deel van Gelderland dat onder Spaans bestuur gebleven was. Bij de opstelling waren juristen uit Antwerpen betrokken. Hierdoor bestond de inhoud uit Gelders gewoonterecht met enkele Brabantse invloeden. Ook het Kwartier van Nijmegen nam dit landrecht over.
Deze eerste druk gaat vergezeld van een rijk versierde titelplaat, door Peter Paul Rubens (1577-1640) getekend naar een voorbeeld van de Roermondse schilder Hendrik Bres en door Hans Collart gegraveerd. Afgebeeld zijn aartshertog Albert van Oostenrijk en aartshertogin Isabella van Spanje, vorstin van de Spaanse Nederlanden, staande voor een poort met in het midden het wapenschild van Gelre waarop een ruiter op een springend paard geflankeerd door twee engelen met tekstbanderollen: Armis et Legibus (‘met wapens en wetten’). Linksonder het wapen van Gelre, rechtsonder het wapen van Roermond. Het ontwerp van de titelpagina wordt bewaard in het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.

1719
Johannes Knippenbergh
(1662-1742) – Historia Ecclesiastica Ducatus Geldriae. Typis Francisci Foppens, sub signo Sancti Spiritus, 1719.

Beschrijft de kerkelijke geschiedenis van het Overkwartier van het hertogdom Gelre met vooral aandacht voor Roermond. Bevat gegraveerd titelportret, houtsnede vignetten en wapenschilden; de gravure van de kathedraal van Roermond ontbreekt. Knippenbergh baseerde zijn werk op de aantekeningen voor het onvoltooide ‘Belgica sacra’ van Joannes Franciscus Foppens (zie onder ‘s-Hertogenbosch).

Venlo

1843
Lambert Josef Eduard Keuller
(1813-1864) – Geschiedenis en beschrijving van Venloo. Weduwe H. Bontamps, Venlo, 1843.

371 + 8 pag. Origineel halfleder gebonden, met goudopdruk. Naam uit schutblad geknipt, verder uitmuntende staat.
Uiterst zeldzame eerste druk van deze eerste Venlose stadsbeschrijving door notaris L.J.E. Keuller.

LIMBURG

1818-1819
William Coxe
 (1747-1828) – Memoirs of John Duke of Marlborough : with his original correspondence collected from the family records at Blenheim, and other authentic sources : illustrated with portraits, maps and military plans. London : Printed for Longman, Hurst, Rees, Orme and Brown, 1818-1819.

Memoires van John Churchill, de hertog van Marlborough. Tijdens de Spaanse Successieoorlog hield, in de jaren 1702-1704, een Engels-Nederlands leger van de hertog van deze John Churchill, de hertog van Marlborough, zich op in de Maasvallei en het prinsbisdom Luik. Zo ook rond Bree, waar de familie Fasol indertijd woonde. In de volksmond noemde men hem in deze streken ‘Malbroek’. Hij maakte zich niet populair, zoals we mogen afleiden uit de folkloristische gewoonte die uit deze tijd stamt, om met de kermis op donderdag ‘Malbroek te begraven’. Het verslag van zijn optreden tijdens deze campagne vinden we in deel 1.

1872
[Anoniem]
Génealogie de la famille de Borman et des familles de Bormans (de Maeseyck), Bormans de Hasselbrouck & Bormans (de Liège). Bruxelles, Félix Callewaert, 1872.

1946
Bertus Aafjes
(1914-1993) – Een voetreis naar Rome. De Ceder, J.M. Meulenhoff, Amsterdam, 1946.

Eerste druk. Bertus Aafjes werd in Amsterdam geboren, maar is in de loop van zijn leven Limburger geworden. Lange tijd leefde hij als dichter-kasteelheer op kasteel Hoensbroek. Aafjes begon eerst aan een priesteropleiding (aan het College der Kruisheeren te Uden, aan het Klein Seminarie Heemstede en aan het Philosophicum te Warmond), maakte een voetreis van een jaar naar Rome, studeerde daarna een tijdje archeologie aan de Universiteit van Leuven en aan het Pauselijk Instituut voor Christelijke Archaeologie in Rome, vestigde zich als kasteelheer in Hoensbroek – de staatsmijnen stelden een deel van het kasteel ter beschikking – en wijdde zich daarna aan literair en journalistiek werk. Hij debuteerde in 1940 als dichter met “Het gevecht met de muze”. In 1946 schreef hij “Een voetreis naar Rome”, een romantisch-poëtisch reisverslag, waarmee hij nationale bekendheid verwierf. Hij leefde de laatste jaren van zijn leven in het Noord-Limburgse Swolgen, waar hij overleed.

1.1.8 – Brabant

Het hertogdom Brabant; de provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.

Antwerpen

1843
[F.G. Ullens]
(ed.) – Chronycke van Antwerpen sedert het jaer 1500 tot 1575; gevolgd van eene beschryving van de historie en het Landt van Brabant, Sedert het jaer 51 vóór J.-C., tot 1565 na J.-C., volgens een onuitgegeven handschrift van de XVIe eeuw met fac-simile van het HS. Antwerpen, J.P. van Dieren en Cie., 1843.

F.G. Ullens wordt beschouwd als uitgever van het Antwerpsch Chronyckje (Leijden, 1743). Volgens anderen was het Frater G. Verstocht. Het werd door Frans van Mieris ontdekt en uitgegeven.

Bergen op Zoom

1915
Willem Moll
(1888-1962) – De rechten van den heer van Bergen op Zoom. Historisch overzicht loopend tot 1567. J.B. Wolters, Groningen, 1915.

Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor in de rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Te Groningen, 27 maart 1915 door Willem Moll, geboren te Utrecht. Moll was later, van 1923-1953, gemeentearchivaris van Den Haag. In deze jaren breidde Den Haag sterk uit, en Moll bedacht het merendeel van de nieuwe straatnamen in deze periode.

Bergeijk

1900
Petrus Norbertus Panken
(1819-1904); Jhr. Mr. Alexander F.O. van Sasse van Ysselt (1852-1939) – Beschrijving van Bergeik. Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, 1900.

1935
Pieter Adriaan Barentsen
(1876-1939) – Het oude Kempenland. Eene proeve van vergelijking van organisme en samenleving door P.A. Barentsen, vroeger arts te Bergeyk. P. Noordhoff NV, 1935.

Pieter Barentsen, geboren in Schoondijke, was een grondlegger van de medische sociologie. Hij groeide op in Zeeuws-Vlaanderen, volgde de HBS in Middelburg en studeerde geneeskunde in Amsterdam. Daar ontwikkelde hij, mede dankzij prof. dr. Hector Treub, een grote kundigheid op het gebied van verloskunde en zuigelingenzorg. Op 18 oktober 1902 deed hij artsexamen. Na een jaar praktijkervaring te hebben opgedaan in Oostburg, werd hij benoemd tot gemeentearts in Bergeijk en omgeving, in de Kempen (1903-1916). Dit was een arm, agrarisch gebied waar de zuigelingensterfte, vergeleken bij andere streken toentertijd, zeer hoog was. Dankzij zijn grote verdiensten op verloskundig gebied en zijn aanhoudende voorlichting wat betreft hygiëne bleven jonge kinderen vaker in leven en waren gezonder. In 1917 werd Barentsen ziekenfondsarts in Velsen-Noord. In deze periode verscheen een aantal artikelen van zijn hand, waarin hij de manieren van samenleven in het agrarische Kempenland vergeleek met het leven en werken in De Kempen. Begin 1931 legde Barentsen zijn werk in Velsen neer; zijn gezichtsvermogen ging te sterk achteruit. Barentsen en zijn vrouw Johanna Francisca van Ede van der Pals, ‘apothecares’, vertrokken naar Amsterdam. Op 6 januari 1939 stierf deze ‘stille goeie mens’ zoals zijn voormalige patiënten in De Kempen hem noemden. Hij werd begraven in Bergeijk.
In Amsterdam maakte Barentsen een begin met zijn boek Het Oude Kempenland (uitgegeven in 1935); dit bleek pionierswerk op het gebied van de medische sociologie. Barentsen was gemeentearts in Bergeijk in dezelfde tijd als Dr. Dagevos dat was in Valkenswaard. Diens patiëntenboek (zie onder Valkenswaard) is daarmee een interessante illustratie bij deze studie van Barentsen.

Brussel

1741
[Anoniem]
Ordonnantie der Heeren Wethouderen op het Taxaet der Drogen ende Medicamenten Raeckende de Pharmacie van de Apotekarissen der Stadt Brussel. Brussel, Franciscus Claudinot, 1741.

(2),41p., contemp. perkamenten band. Boekblok los; bladen deels los. Contemporaine aantekeningen op schutbladen. 

1807
Corneille Smet
(1740-1812) – De Roomsch-Catholyke religie, begonst, uytgebreyd, vastgesteld ende bewaert in Brabant, tuschen menigvuldige aenstooten, vervolgingen ende verwoestingen. Kerkelyke historie van Brussel, tot het jaer 1805. Leven van den H. Bonifatius, bisschop, geboren tot Brussel. Brussel, P.-J. de Haes, 1807.

Corneille Smet is priester. Het werk behandelt de geschiedenis van het christendom in het hertogdom Brabant.
Exemplaar uit de bibliotheek van het Kapucijnenklooster in Handel.

Eindhoven

1887-1888
Franciscus Norbertus Smits
 (1817-1892) – Beknopte geschiedenis van Eindhoven, met twee gravuren en een kaartje. 3 delen. Snelpersdruk van M.F. van Piere, Eindhoven, 1887-1888.

Franciscus Norbertus Smits was een zoon uit het brouwersgeslacht van brouwerij Oranjeboom aan de Demer. Hij was tot 1884 pastoor in Waalre. Om gezondheidsredenen keerde hij terug naar Eindhoven. In de jaren erna werkte hij aan de ‘Beknopte geschiedenis van Eindhoven’, de eerste stadsgeschiedenis van Eindhoven die het licht zag.
Tijdens zijn onderzoeksperiode werd hij geassisteerd door Arthur Zegers, een zoon van sigarenfabrikant J.W. Zegers en M.J. Spoorenberg. Omdat Arthur al in 1884 naar Roermond vertrok om daar te gaan studeren, zal zijn bijdrage vóór 1884 en in de vakantieperiodes vermoedelijk beperkt zijn gebleven tot voorbereidende werkzaamheden. In het werk van Smits zitten nogal wat foutjes, vermoedelijk veroorzaakt door het niet volledig beheersen van het oude schrift. Ook bestaat de indruk, dat hij met een deel van het bronnenmateriaal kritischer had moeten omgaan (eindhoven-encyclopedie.nl).

1890
Ludovicus Godefridus Alouisius Houben
(1852-1910) – Geschiedenis van Eindhoven: de stad van Kempenland naar voor het meestendeel onuitgegeven handschriften bewerkt. 2 delen. Drukkerij Beersmans-Peek, Turnhout, 1890.

Twee delen, in halfleder gebonden. Deze tweede Eindhovense stadsgeschiedenis eindigt in de Franse tijd. Pas zestig jaar later, in 1950, zou een derde monografie over de Eindhovense geschiedenis verschijnen, als themanummer van Brabants Heem.
Houben was zoon van een Eindhovense arts, studeerde aan een seminarie, maar moest die studie om gezondheidsredenen beëindigen.

1913
Joannes Aarts
(1880-1963) – Parochie en Kerk van Eindhoven. Stoomdruk A.J.M. Vervoort, Eindhoven, 1913.

‘s-Hertogenbosch

1593
[Jan Schoeffer]
(?-1614) – Ordonnantie opt Stuck vander Ghemeyne Wachten, der Stadt van ‘tShertoghenbossche, by mijnen heeren de schouteth, schepenen, eensamentelyck den drije

leden der selver stadt (…). ‘s-Hertogenbosch, Ian Schoeffer, Int Missael, 1593.

4°, 20 pp.
Gepubliceerd te ’s-Hertogenbosch 5 april 1593. Jan Schoeffer heeft 131 exemplaren aan het Bossche stadsbestuur geleverd, GAH, Stadsrekening 1593-1594.
Jan Schoeffer was als drukker actief in ‘s-Hertogenbosch vanaf 1565, toen hij de drukkerij van zijn gelijknamige vader overnam. Zijn grootvader en overgrootvader waren drukkers in Mainz. Overgrootvader Petrus Schoeffer uit Gernsheim werkte tot 1455 in Mainz met Gutenberg samen. Jan Schoeffer werd op 1 april 1580 bevoorrecht met het drukken van alle plakkaten die wegens zijne majesteit in ‘s-Hertogenbosch gepubliceerd werden. 

Oudenhoven1649
Jacobus van Oudenhoven
(1601-1690) – Beschryvinge der stadt ende Meyerye van ‘s Hertogen-Bossche, Vervatende Des selfs begin, voortgangh ende wasdom, soo van Geestelijcke als Wereltlijcke Gestichten, oprechtingh van ’t Capittel ende Collegien. Maniere van Regeeringe ende hare Privilegien, bevorderinghe haerder Bisdom ende Bisschoppen. Mitsgaders: Haerder Meyerye, ende de daer inne ghelegene Steden, Baronyen, Heerlijckheden ende Dorpen. [144 + 87 pp.; 4o]. Amsterdam, Broer Jansz., 1649.

Van Oudenhoven trad op jeugdige leeftijd in ‘s-Hertogenbosch in het klooster van de wilhelmieten, maar hij verliet het in 1620. Blijkens de titelpagina van zijn eerste werk was hij ‘nu nieuws uyt de grouwelickheden des Pausdoms gescheyden’. Van 1621 tot 1625 studeerde hij theologie in Leiden. Vervolgens verbleef hij nog een jaar bij G. Voetius in Heusden en daarna stond hij als predikant in Aalburg, Heesbeen en Nieuw-Lekkerkerk. Overal waar hij woonde kreeg de geschiedenis van stad en omgeving zijn belangstelling. Dat geschiedde ook in Haarlem, waar hij zich na zijn emeritaat vestigde.
Het gedeelte over de Meijerij kreeg een apart titelblad: Beschryvinge vande Meyerye van ’s Hertogen-Bossche, vervatende de groote, steden, heerlijckheden, vryheden ende dorpen der selver … Dit gedeelte wordt ook wel afzonderlijk aangetroffen.

1721
Joannes Franciscus Foppens
(1689-1761) – Historia Episcopatus Silvaeducensis Continens Episcoporum et Vicariorum Generalium Seriem, et Capitulorum, Abbatiarum, et Monasteriorum Fundationes; Nec non Diplomata varia ad rem hujus Diocesis spectantia. Bruxellis, Typis Francisci Foppens, 1721.

Jan Frans Foppens was een Belgisch kerkhistoricus en biograaf. Hij schreef doorgaans in het Latijn, maar ook in het Nederlands en Frans. Als auteur was Foppens al in 1717 begonnen met een groots opgezette Belgica sacra, geïnspireerd op de Batavia sacra (1714). Als eerste onderdeel had hij een geschiedenis van het Antwerpse bisdom gepubliceerd. Na een historisch-geografische inleiding gaf hij systematische opsommingen van kerkelijke instellingen en functionarissen. In 1721 verscheen een nieuw deel over het bisdom ‘s-Hertogenbosch, maar dan stokte het, hoewel diverse manuscripten aantonen dat hij bij gelegenheid voortwerkte aan de reeks. De verklaring ligt in twee andere projecten die Foppens had aangevat: een actualisering van Miraeus’ Opera diplomatica et historica (1723-48) en een herwerking van de Bibliotheca Belgica, een bio-bibliografisch naslagwerk uit 1748. Tegelijk werkte hij aan een Histoire ecclésiastique des Pays-Bas, die een meer verhalende insteek had dan zijn Belgica sacra, maar ook dit werk is niet in druk verschenen. Zijn aantekeningen waren niet verloren, want andere auteurs maakten er gebruik van: Donatianus Arendts voor Brugge, Joannes Knippenbergh voor Gelre (zie hierboven onder Roermond), Cornelis Van Gestel voor Mechelen, Emmanuel Auguste Hellin voor Gent.
Deze beschrijving van de geschiedenis van het bisdom ‘s-Hertogenbosch is compleet met alle platen, opnieuw ingebonden in perkament.

1742
Steven Jan van de Velde
(1712-?); [Joannes Franciscus Foppens] (1689-1761) – Oudheden en gestichten van de Bisschoppelyke Stadt en Meyerye van ’s Hertogenbosch. Of beknopte beschryvinge der steden en dorpen onder dat Bisdom; Mitsgaders fundatien der geestelyke gebouwen, kerken, abdyen en kloosters van tydt tot tydt aldaar gesticht. Met de leevens gevallen der bisschoppen en andere geleerde mannen, hun verblyv aldaar gehouden of geboren, benevens de Capittelen van Canoniken, vicaryen enz. zoo binnen ’s Hertogen-Bosch als in de Meyereye gelegen. Alles gesterkt met oorspronkelyke gravures. Leiden, Joh. Arnold Langerak, 1742.

Jan van de Velde ‘gezegd Honselaer wonende in o.a. Sint Oedenrode’ vertaalde het bovengenoemde werk van J.F. Foppens.
Met vele gravures, o.a. 2 uitslaande plattegronden, 3 uitslaande gravures, 1 uitslaande wapenkaart.

1744
[Petrus Scheffers]
(1684-?) – Costuymen ende Usantien der Hooft-stadt ende Meyerye van s’Hertogen-Bossche. Petrus Scheffers, Boeckdrucker in’t vergulde Missael, 1744.

1758
[Ant. van Beusekom]
Costuymen ende usancien van de hooftstad ’s Hertogenbos – 2 delen. By Ant. van Beusekom …, Te ‘sHertogen-bosch, 1758.

2 quarto banden (met zeer ruime marges) in origineel half leer.

1758/1789
Karel V
(1500-1558) – Placaat door Keyser Karel de V. als Hertog van Brabant, den 7. Maart 1536. geëmaneert, houdende de manier, hoedanig men zal Procederen ten opzigte van Schuld-erkentenissen van Kooplieden. ‘s-Hertogenbosch, 1758/1789.

4°, 6 pp. Afkomstig uit bovengenoemde verzameling gedrukt bij Van Beusekom, of de herdruk daarvan uit 1789.

1776
Johan Hendrik van Heurn
(1716-1793) – Historie der Stad en Meijerij van ’s Hertogenbosch, alsmede van de voornaamste daden der hertogen van Brabant. Utrecht, J. van Schoonhoven, 1776.

Johan Hendrik van Heurn werd te ‘s-Hertogenbosch geboren als zoon van mr. Jan van Heurn (1677-1741).
De herinnering aan deze Bossche patriciër zou sterk verflauwd zijn ware daar niet zijn Historie der Stad en Meyerye, waarvan het eerste deel eveneens in 1776 uitkwam. Toont hij zich in de opdracht aan de erfstadhouder prins Willem V een echte orangist en gebruikt hij in de geest van zijn tijd grote woorden om de voortreffelijkheid van de leden van het Huis van Oranje te onderstrepen, in de aanpak van zijn werk is hij voorzichtig, argwanend tegenover overleveringen en premisses en streeft hij naar onpartijdigheid. Op pagina XXV schrijft hij: ‘Alwillens heb ik alle aanstootlykheden tegen den Roomschen Godsdienst gemyd, zelfs zoo, dat het de scherpste onderzoeking daar omtrent velen kan.’ Bovenal gaat hij als het enigszins kan terug naar de bronnen, waarvan hij verslag uitbrengt aan het slot van deze voorrede. Zozeer stelt hij zich in zijn geschiedenis vóór 1629 op een algemeen Brabants standpunt, dat hij keizer Karel V bewust in diens kwaliteit van hertog van Brabant als Karel II aanduidt na hertog Karel I, meer bekend als Karel de Stoute. Deel I eindigt met de troonsafstand van Karel V in 1555, deel II met de Vrede van Munster, deel III met 1729 (herdenking honderd jaar Staatse opperhoogheid) en het laatste deel met 1766, het jaar van het aantreden van Willem V op achttienjarige leeftijd en van diens bezoek van 17 tot 20 juni van dat jaar aan de hoofdstad van de Meierij. Johan Hendrik van Heurn is een feitenaandrager maar daarin in het algemeen zo betrouwbaar, dat deze Historie een ware goudmijn is voor de hedendaagse onderzoeker. Hij verwijst, licht toe met archiefteksten, voegt bijlagen toe en sluit het geheel af met een bladwijzer of register.

1825
Isaac Paul Delprat
(1793-1880) – Antwoord op de prijsvraag welke vorderingen heeft de aanval en de verdediging der sterke plaatsen gemaakt, sedert het beleg van ’s-Hertogenbosch, in den jare 1629. Delft, P. de Groot, 1825.

1929
Vincent Cleerdin
(1888-1946) – ‘s-Hertogenbosch. Tweede, herziene en vermeerderde druk. Uitgaaf van het gemeentebestuur van ‘s-Hertogenbosch en de Vereeniging ”s-Hertogenbosch’ Belang’. Drukkerij Sint Jan, ‘s-Hertogenbosch, 1929.

1942
Mr. F.J. van Lanschot
De historische schoonheid van ‘s-Hertogenbosch; de kathedraal en het stadhuis. Heemschut-serie deel 21. Allert de Lange, Amsterdam, 1942.

Heusden

1743
Jacobus van Oudenhoven
(1601-1690) – Beschryvinge der Stadt Heusden, Waar in het Begin, Aanwasch, en Tegenwoordige Staat dier Stadt verhaalt worden: als mede Veelderhande Gedenkwaardige Geschiedenissen, Oorlogen, Watervloeden, Wyze van Regeeringe, Handvesten, &c. Amsterdam, by Jan Hartig, 1743.

De eerste druk verscheen in 1651. In 1794 verscheen een nieuwe vermeerderde uitgave.
Met plattegrond en 2 van de 4 prenten. kartonnen contemporaine uitgeversband.

Leuven

1629
Nicolaus Vernulaeus
(1583-1649) – Dissertationum politicarum stylo oratio explicatarum; decas prima. Lovanii, typis Philippi Dormalii [8°, (XVI), 504 pp.], 1629.

Nicolaus Vernulaeus geldt als een van de belangrijkste neolatijnse toneelschrijvers in de Nederlanden. In Leuven bestond een academisch theater, dat in de figuur van Nicolaus Vernulaeus een begaafd en internationaal gerespecteerd tragicus bezat. Hij bracht bij voorkeur figuren uit de middeleeuwse en moderne geschiedenis op de planken, zoals Jeanne d’Arc, Thomas More en Albrecht Wallenstein. De meerderheid van zijn geschriften ligt echter op het gebied van welsprekendheid, politiek, zedenkunde, Romeinse antiquiteiten, enz. Vernulaeus’ oeuvre kan samengevat worden in zes categorieën: tragedies, welsprekendheid in theorie en praktijk, dissertationes politicae, lof-en lijkredes, historische werken en ten slotte filosofische basiswerken.
In zijn verzamelde Dissertationes politicae (decas prima,1629; decas secunda,1646) becommentarieerde Vernulaeus de politieke vraagstukken van zijn tijd. Daarbij maakte hij steeds gebruik van het procédé waarbij verschillende redenaars het tegen elkaar opnemen over onderwerpen zoals de verhouding tussen Kerk en Staat, de rechtvaardiging van de oorlog of de macht en de verdiensten der vorsten.
In perkament gebonden, zeer fraai exemplaar. Ex libris: Clément Maus, ingenieur te Vieux-Virton (stempel, 20e eeuw).

1688
Nicolaus Vernulaeus
 (1583-1649) – Collegium Porcensis Academiae Lovaniensis Rhetorum Collegii Porcensis, inclytae Academiae Louaniensis, Orationes in tres partes secundum tria causarum seu orationum genera distributae, sub Nicolao Vernulaeo, Collegii Porcensis, & publico eloquentiae professore. Accessit Orationum sacrarum volumen singulare in festa Deiparae Virginis, & aliorum divorum. Coloniae Agrippinae: apud Joannem Wilhelmum Friessem [8°, XX, 694 pp.], 
1688.

Vernulaeus wijdde zich zijn leven lang aan de vorming en de opvoeding van de jeugd. Zijn hele oeuvre staat model voor de toepassing van de beginselen der retorica.Inhoudelijk liet hij zich inspireren door zijn katholieke overtuiging en zijn sympathie voor de Habsburgse dynastie. De theoretische beginselen van de kunst der welsprekendheid werden door Vernulaeus uiteengezet in zijn De arte dicendi libri tres (1615). Dit succesvolle handboek werd tien keer heruitgegeven tot in 1667.
Vernulaeus bundelde de oefeningen in de redekunst die onder zijn leiding tot stand kwamen aan de pedagogie Het Varken in de Rhetorum collegii Porcensis orationes (1614). Die voortdurend aangroeiende verzameling modelredevoeringen werd Vernulaeus’ bestseller met meer dan twintig edities tot in 1721. Daarnaast publiceerde hij ook afzonderlijke gelegenheidsredevoeringen zoals zijn triomfrede bij de opheffing van het beleg van Leuven in 1635. Na de derde editie van 1635 werden de intussen dertig redes toegevoegd aan de Rethorum collegii Porcensis orationes.
Ex libris Franciscus Frank (1850). Hard-kartonnen contemporaine band.

1692
Joannes Opstraet
(1651-1720) – Theologus Christianus, sive ratio studii et vitae instituenda a theologo, qui se ad ordines sacros, atque ad directionem animarum disponit. Lovanii, apud Guilielmum Stryckwant,
1692.

[8°, (VIII), 256, (VIII) pp.] Opstraet werd geboren in Beringen bij Hasselt. Studeerde theologie aan het om zijn jansenistische tendenzen bekende Collège de la Sainte-Trinité te Leuven. Het doctoraat werd hem in 1698 om deze reden geweigerd. Sinds 1680 was hij priester. Vanaf 1686 doceerde hij theologie aan het seminarie in Mechelen. Moest na vier jaar op last van de antijansenistische aartsbisschop wijken en ging weer naar Leuven. Werd echter van 1704-1706 als suspecte theoloog door de Spaanse regering verbannen. Na zijn terugkeer in Leuven als president van het Collège du Faucon streed hij tegen het antijansenisme en tegen de pauselijke bul ‘Unigenitus’ en ondersteunde op deze wijze de Nederlandse clerus. Publiceerde gedurende zijn leven verscheidene theologische studies.
In ‘Theologus Christianus’ (eerste druk Leuven 1692, herdrukken in Vicenza 1723, Venezia 1771) neemt Opstraet de wijding van priesters onder de loep. 19e eeuws bindwerk.

Lier

1873
Anton Bergmann
(1835-1874) – Geschiedenis der Stad Lier. Met platen naar teekeningen van J.B. de Weert, bestuurder der Academie van Lier. Antwerpen, J.-E. Buschmann, 1873.

Anton Bergmann (soms ook Tony Bergmann genoemd) werd geboren in Lier en ging er naar school. In 1849 ging hij naar het stedelijk atheneum in Gent. Samen met o.a. Julius Vuylsteke maakte hij deel uit van het romantisch-flamingant Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal wel gaan, een vereniging die de beoefening van de Nederlandse literatuur en de verdediging van de Nederlandse taal tot doel had. In 1853 ging hij studeren aan de Universiteit van Gent. In 1854 legde hij er het examen in de Letteren en Wijsbegeerte af. In april 1856 deed hij er kandidatuursexamen in de Rechten en in september kandidatuursexamen Notariaat. Daarna volgde hij een aantal lessen aan de universiteit van Brussel, waar hij in april 1858 promoveerde tot doctor in de rechten. In 1858 werd hij advocaat in Lier. Gedurende zijn korte leven was de liberale flamingant Bergmann een actief deelnemer aan de Nederlandse Taalcongressen en lid van talrijke verenigingen, zoals het Willemsfonds. Hij stichtte het weekblad De Lierenaer. Hij stierf in 1874 op 38-jarige leeftijd aan de gevolgen van een borstkwaal. 

Lith

1936
Antoon Coolen
(1897-1961) – Dorp aan de rivier. Nijgh en Van Ditmar, Rotterdam, 1936.

Dorp aan de Rivier is een streekroman van Anton Coolen die in 1934 uitgegeven is door Nijgh & Van Ditmar te Rotterdam. Het bandontwerp en de tekeningen zijn gemaakt door Hendrik Wiegersma (‘aan wie ik de stof dank voor dit werk wordt dit boek in dankbare vriendschap opgedragen’). Het boek verhaalt over het wel en wee in het dorp Lith en hoe alles verandert, onder meer ten gevolge van de Maasverbeteringswerken.

Oosterhout

1806
[Gymnasium Oosterhout]
Applausus Gymnasii Oosterhoutani Regiae Suae Majestati Ludovico Napoleoni, Nonis Junii 1806 Parisiis Batavorum Regi pronuntiato; Dum ex Gallia per Oosterhoutum, ad Regni moderamen suscipiendum, maxima omnium laetitia, se Hagam-Comitis conferret. Oosterhout, 1806.

Lofzang gericht aan de vorst van het net opgerichte Koninkrijk Holland, Lodewijk Napoleon, die op 5 juni 1806 de troon besteeg. Zeer zeldzaam.
Drie jaar later, van 13 april tot en met 17 mei 1809 ondernam Lodewijk Napoleon een inspectiereis door de departementen Brabant en Zeeland. De reis voerde in het voorjaar van 1809 langs Grave, via Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Oosterhout, Tilburg, Steenbergen naar Bergen op Zoom. Toeval of niet, tijdens deze reis werden de dorpen Tilburg, Oosterhout, en Roosendaal tot stad verheven. ’s Konings reis in 1809 had grote culturele, politieke, religieuze en sociale gevolgen voor Noord-Brabant. Tijdens deze reis benadrukte hij dat het voormalige politiek achtergestelde Generaliteitsland in het seculiere Koninkrijk Holland een gelijkberechtigde plaats innam.

Turnhout

1880-1881
Theodoor Ignatius Welvaarts
(1840-1892) – Geschiedenis van Corsendock. Met verscheidene steendrukplaten. Prachtuitgave in Elsevier letter. Nijverheids-fabriek van Glénisson en Zonen, Turnhout, 1880-1881.

De auteur was priester en de bibliothecaris van de abdij van Postel in België. Hij was geboren in Schijndel en trad in 1852 in het seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel.
Een interessante studie over de Priorij van Corsendonck en haar omgeving uit de 14e eeuw tot 1880. Het eerste deel beschrijft de geestelijken van Corsendonck en hun prestaties in de theologie en schone kunsten, het tweede deel vertelt de geschiedenis van de Priorij. Het werk wordt geïllustreerd met lithografieën, waarin zegels en wapenschilden van Maximiliaan, Karel V enzovoort.
Twee delen in één. Eigentijds bindwerk. Grote opgevouwen litho, panorama van de Priorij van Corsendonck in ongeveer 1680. 12 volledige pagina litho’s (waarvan 1 gebruind), en een tweede grote gevouwen prent van de situatie in 1880. Grote gevouwen tabel met kalender en een litho met een kaart van Corsendonck en de regio. Compleet. Ex libris bibliotheek van de abdij van Berne.

Valkenswaard

1669
Henricus de Pape
 – Het leven, deughden ende mirakelen vanden H. Petrus de Alcantara belyder, van het ordre der Minder-broeders, ghetrockedn uyt verscheyde Schrijvers, ende beschreven door F. Henricus de Pape, Priester van het selve Ordre. Verciert met vele kopere platen. Antwerpen, Michiel Cnobbaert, 1669.

Hagiografie van de H. Petrus de Alcantara (1499-1562).
Ex libris familie Fasol-Loos. Lees meer over de achtergrond van dit boek in het artikel Het leven, deugden en de Mirakelen van den H. Petrus de Alcantara. Vanwege de daar beschreven provenance gerubriceerd onder Valkenswaard.

1847
Frans Jacobus van den Blijk
(1806-1876); Hendrik Frederik Verheggen (1809-1883) – Catalogus van de uitmuntende verzameling schilderijen, gekleurde en ongekleurde teekeningen, door beroemde oude en hedendaagsche meesters, benevens: liefhebberijen, enz. alles en alleen nagelaten door wijlen den hoog welgeboren Heer Jonkheer E.J. de Court van Valkenswaard, in leven Lid der Ridderschap van Zuid-Holland en van den Raad der Stad Dordrecht. Al hetwelk verkocht zal worden onder de leiding der Kunstschilders F.J. Van der Blijk en H.F. Verheggen, door van Geluk en Mak van Waay, ondernemers van publieke verkoopingen, te Dordrecht. Op Maandag, 12 April 1847, en volgende dagen des voormiddags ten half tien Ure, ten huize van den Overledene, Groenmarkt, Lett. A. No. 291 te Dordrecht. Dordrecht, J. van Houtrijve, 1847.

Jhr. Etienne Jean de Court van Valkenswaard (1784-1846) was mede-oprichter van het Dordrechts museum in 1842 en liefhebber van schilderkunst. Na zijn dood werd zijn collectie, die in deze catalogus beschreven staat, geveild. Hij was vanaf 1824 door koop heer van Valkenswaard (Waalre werd apart verkocht), reden waarom ik dit boek hier gerubriceerd heb. Veel van de heren en vrouwen van de heerlijkheid Waalre, Valkenswaard en Aalst hadden hun hoofdzetel elders in de omgeving, daar ze in het bezit waren van meerdere heerlijkheden. Het kasteel van deze heerlijkheid was gelegen nabij de Loondermolen, tussen Waalre en Valkenswaard. Nu betrof het enkel nog een paar rechten, zoals het jachtrecht. Het kasteeltje werd in 1867 gesloopt. Daarmee kwam de facto een einde aan de eeuwenlange geschiedenis van de heerlijkheid.

1900-1901
Dr. Bernard W.F. Dagevos
(1870-1953) – Patiëntenboek 1900-1901 (handschrift).

Dr. Bernard Willem Frederik Dagevos vestigt zich in 1899 in Valkenswaard als gemeente-arts. Hij was de eerste academisch opgeleide arts in Valkenswaard. 
Dit patiëntenboek is dus waarschijnlijk zijn eerste als arts in Valkenswaard. Het bevat per patiënt een overzicht van medicijnen die hij hun voorschreef, waardoor het een mooie bron is voor genealogisch en heemkundig onderzoek.

1934
C. Coopman, S.J.
Waakt en bidt! Communie- en gebedenboek. NV Brepols, Turnhout, 1934.

Met een handgeschreven opdracht van de Valkenswaardse deken J.C. Manders aan onderwijzer P.C. Fasol, bij diens afscheid aan de Aloyisiusschool te Valkenswaard, 28 februari 1938.

1935
Hubert Leynen
(1909-1997) – De ‘Achelse Kluis’. Kort historisch overzicht. Overdruk uit ‘Limburg’, XVIe Jrg. Cisterciënzer Abdij ‘St. Benedictus’, Achel, 1935.

[VVV Valkenswaard]Gids van Valkenswaard, Drukkerij H. Wiermans, Valkenswaard, z.j. [1935].

1937
Dr. Adriaan Ernst Hugo Swaen
(1863-1947) – De valkerij in de Nederlanden. W.J. Thieme & cie., Zutphen, 1937.

Schaarse eerste druk, met stofomslag. Klassieke en gedegen verhandeling over valkerij en valken in de Noordelijke Nederlanden. In het Noorden waren er valkenhuizen te Nijmegen, op het Buitenhof in Den Haag, te Slotersdijk, en werd in de streek van Valkenswaard het vluchtbedrijf beoefend. Daarom in dit boek vanzelfsprekend veel informatie over de Valkenswaardse valkeniersgeschiedenis. De platen zijn veel beter dan die van de goedkoop geproduceerde, fotografische herdruk uit 1975.

1948
Drs. Gerardus Petrus Joannes Bannenberg
 (1898-1967) – Sint Willibrord in Waalre en Valkenswaard; ontstaan en ontwikkeling ener vroege Christengemeenschap tot parochie. Uitgeverij De Koepel, Nijmegen, 1948.

Eerste druk (tweede druk verscheen in 1962). G.P.J. Bannenberg werd in 1898 geboren in Westerhoven. Hij studeerde rechten in Nijmegen en werd in 1942 benoemd tot pastoor van de Sint-Theresiaparochie in Tilburg. Hij was ook regent van kleinseminarie Beekvliet en na zijn overlijden werd in Boxtel de nieuwe Technische School naar hem vernoemd. Hij overleed in Tilburg in 1967. Bannenberg publiceerde een aantal werken, voornamelijk op het gebied van de regionale geschiedenis.

BRABANT

Titelpagina verzamelde werken Bernardus van Clairvaux, 1552.1552
Bernardus van Clairvaux
(1090-1153) – Divi Bernardi, religiosissimi Ecclesiae doctoris, ac primi Calrevallensis coenobij Abbatis, Opera, quae quidem colligi undequaque in hunc usque diem potuere, omnia: Accuratiore, quam unquam antea, recognituone, ac solerti ad vetustiorum exemplarium fidem collatione, integritati suae restituta. Quantum verò hac nostra editione, ultra superiores omnes, sit praestitum, tum ex Praefatione, tum Operum catalogo, lectori pio licebit cognoscere. Basileae, per Ioannem Heruagium, Anno M.D.LII. Mense martio, 1552.

Verzamelde werken van de H. Bernardus van Clairvaux, een Franse abt die een belangrijke rol speelde in de opkomst van de cisterciënzer-kloosterorde. Hij stichtte een nieuw cisterciënzer dochterklooster dat hij Claire Vallée (Clairvaux) noemde. Luther noemde hem ‘de Augustinus van de Middeleeuwen’ en paus Pius VIII benoemde hem in 1830 tot ‘Doctor van de Kerk’. Sindsdien geldt hij als kerkleraar. Bernardus was een mysticus, die streefde naar het rechtstreeks aanschouwen van van het Goddelijk Licht. Afleiding en verleiding staat dat contact in de weg.
‘De diligendo deo’ (‘over het liefhebben van God’) is een van zijn bekendste werken, waarin hij de vraag behandelt hoe de mens zich moet verhouden tot God.
Drukker Johann Herwagen werd geboren in 1497. Hij overleed in 1558 in Basel. Hij was getrouwd met Gertrud, de weduwe van Johann Froben (c. 1460-1527), bij wie Erasmus zijn geschriften liet drukken. Erasmus overleed in 1536 in het huis van Froben in Basel, waar diens zoon Hieronymus Froben inmiddels heer des huizes was. Het is al met al waarschijnlijk dat Herwagen en Erasmus elkaar gekend hebben. Herwagen opende zijn eerste drukkerij in Straatsburg. Vanaf 1528 woonde hij in Basel. Aanvankelijk drukte hij samen met zijn stiefzoon Hieronymus Froben en zijn zwager Nikolaus Episcopius. Vanaf 1531 drukte hij zelfstandig. Zijn drukkerij was waarschijnlijk gevestigd in het huis ‘Zur alten Treue’, dat stond aan de Nadelberg in Basel. Zijn levensverhaal krijgt een soap-achtige wending als hij in 1542 uit de stad verbannen wordt en 200 gulden geldboete krijgt wegens een verhouding met de vrouw van zijn stiefzoon. In 1545 mag hij terugkeren, en als hij in 1547 een wapenbrief ontvangt van de keizer is hij volledig gerehabiliteerd. Zijn drukkerij groeide uit tot een grote uitgeverij die veel geschiften uit de klassieke oudheid drukte (Aristoteles, Cicero, Euclides, Euripides, Homerus, Seneca) en kerkvaders, zoals Basilius, Cyrillus, Epiphanus, Beda Venerabilis en uiteraard Bernardus van Clairvaux. Ook gaf hij geschriften uit van tijdgenoten, als Melanchton en Erasmus.
Meer over dit boek in het artikel Van Basel naar Oost-Brabant met Bernardus van Clairvaux. Vanwege de Oost-Brabantse provenance van dit boek, hier gerangschikt.

1656
[Staten-Generaal]
Echt-Reglement, Over de Steden, ende ten platten Lande, in de Heerlijckheden, ende Dorpen, staende onder de Generaliteyt. Erven Hillebrandt Iaconsz van Wouw, ‘s-Gravenhage, 1656.

1698/1700
Petrus Stockmans
 (1608-1671) – Opera Omnia, quotquot hactenus separatim edita fuere nunc primum in unum corpus collecta & emendatiora prodeunt. Bruxellis, apud Judoci de Grieck, apud Portam lapideam, sub signo Sancti Huberti et Franciscum t’Serstevens, propè Templum PP. Praedicatorum, 1698. 
Tractatus de jure devolutionis. Bruxellis, typis Judoci de Grieck, apud Portam lapideam, sub signo Sancti Huberti , 
1700.

[4°, XXII, 300, LVI pp.] / [4°,XIV, 296 pp.] Petrus Stockmans was een schrijver, hellenist, en jurist in de Zuidelijke Nederlanden. Hij was in Europa een belangrijk vertegenwoordiger van de jansenistische stroming. Hij doceerde Griekse taal en rechten aan de oude Universiteit Leuven. Hij werd ook rector van deze universiteit. Hij nam als gevolmachtigde deel aan de Münsterse vredeconferentie in 1648.
Twee werken in één band over Brabants recht, in perkament gebonden, nauwelijks gebruikssporen.

1740
[Jan Wagenaar]
(1709-1773) – Hedendaagsche historie, of tegenwoordige staat van alle volkeren; XIIde deel; vervolgende de beschryving der Vereenigde Nederlanden; en vervattende byzonderlyk die der Generaliteit Landen, Staats Brabant, Staats Land van Overmaaze, Staats Vlaanderen en Staats Opper-Gelderland met den Staat der Bezetting in de Barriere-Plaatsen enz. Amsterdam, Isaak Tirion, 1740.

8vo formaat. Originele halflederen band met goudgestempelde rug. 1 gegraveerde frontispice, 3 uitvouwbare landkaarten, 5 uitvouwbare stadsplattegronden (o.a. Breda en Den Bosch), 4 uitvouwbare stadsgezichten.

1770
Mr. de Cantillon
 – Vermakelykheden van Brabant en Deszelfs Onderhoorige Landen. Amsteldam, David Weege, 
1770.

Dat het boek als auteursnaam M. de Cantillon draagt, is vrijwel zeker speculatie van de boekhandelaar. Er is geen enkele reden te vinden waarom dit werk zou moeten worden verbonden met Philippe de Cantillon, wat doorgaans gebeurt. Deze wordt daarbij bovendien verward met zijn broer, de Ierse economist Richard de Cantillon. Deze was aanvankelijk handelaar in Ierland, daarna bankier in Parijs. Maakte fortuin, maar moest vluchten, eerst naar Holland en later naar Londen. Daar werd hij vermoord door een van zijn dienstboden. Dat de naam De Cantillon als pseudonym gekozen is, had waarschijnlijk te maken met diens reputatie en het mysterie dat aan de naam verbonden is.
‘Délices du Brabant’ verscheen in 1757. ‘Vermakelykheden’ is daarvan de Nederlandse vertaling die in 1770 verscheen. 
4 delen in 1 band. Deel 1 – Vervattende het Kwartier van Leuven; Deel 2 – Vervattende het Kwartier van Brussel; Deel 3 – Vervattende het Kwartier van Antwerpen; Deel 4 – Vervattende het Kwartier van ‘s-Hertogenbosch, de Heerlykheid en de stad van Mechelen. De tekst is niet meer dan een alledaags commentaar op de prachtige 200 kopergravures, die een complete editie bevat.
Alleen de tekst, geen platen. 19e eeuwse band.

1821
[Jacob Hendrik Hoeufft]
(1756-1843) – Kort overzigt der gebeurtenissen in Staats-Braband thans de provincie Noord-Braband, zoo voor als na den Munsterschen Vrede tot op den tegenwoordigen tijd. Dordrecht, Blussé en Van Braam, 1821.

Jacob Hendrik werd geboren in de adellijke familie Hoeufft met een militaire achtergrond in de Noordelijke Nederlanden. Jacob Hendrik Hoeufft ging rechten studeren en behaalde zijn diploma in utroque jure (in beide rechten, d.w.z. het kerkelijk en wereldlijk recht) met een Latijnse thesis De imperio eminente. Hij werkte eerst als advocaat in Den Haag van 1777 tot 1780 en keerde daarna terug naar Dordrecht, waar hij deel van het stadsbestuur werd. In 1793 verhuisde hij een laatste keer, naar Breda, waar hij zich hoofdzakelijk toelegde op de studie van de Griekse en Latijnse letteren en op het schrijven van Latijnse literatuur. Naast zijn Latijnse verzen en zijn studies over de Griekse taal schreef hij Nederlandse literaire teksten, zowel in proza als in poëzie. Hij werd vooral gewaardeerd voor zijn activiteiten als dichter en classicus, en werd bijgevolg toegelaten tot de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Bovendien werd hij opgenomen in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Met Hoeuffts nalatenschap werd het Certamen poeticum Hoeufftianum georganiseerd, een Latijnse poëzieprijs. De hoofdprijs, een gouden medaille van 250 gram, werd van 1844 tot 1978 elk jaar in Amsterdam uitgereikt door een speciale commissie, geselecteerd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 
Hoeufft betoogt in dit boekje, dat het Gereformeerde geloof in Noord-Braband geen product is van overheersing, maar dat ze op dezelfde wijze in Brabant is ontstaan als in de overige provinciën, en door de vrede van Munster bevestigd. Het geschrift is een reactie op een tekst van een zich Sincerus Brabantus noemende schrijver, die in ‘De onverdraagzaamheid eeniger Protestanten in Noord-Braband,’ het tegendeel had betoogd.

1845
Cornelis Rudolphus Hermans
(1805-1869) – Bijdragen tot de geschiedenis, oudheden, letteren, statistiek en beeldende kunsten der provincie Noord-Brabant. Tweede deel. ‘s-Hertogenbosch, gebr. Muller, 1845.

1856
Mr. Franciscus Johannes Emilius van Zinnicq Bergmann (1807-1879) – Het voormalig hertogdom Brabant. Geschied- en regtskundig onderzoek naar den staatkundiigen toestand van dat land, bepaaldelijk ook met betrekking tot Noordbrabant, de Meijerij en stad ‘s-Hertogenbosch. Lutkie & Cranenburg, ‘s-Hertogenbosch, 1856.

Franciscus van Zinnicq Bergmann, geboren in Lier, was een Nederlands jurist. Hij studeerde te Gent en promoveerde te Leiden in 1832. Sinds 1836 rechter in de rechtbank van eerste aanleg te ‘s-Hertogenbosch, werd hij in 1838 raadsheer bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant, wat hij bleef tot de reorganisatie van de hoven 1875. Sedert 1866 was hij lid van de Tweede Kamer.
Dit is het eerste deel, dat op zichzelf staat. Het tweede deel verscheen eerst in 1874.

1885
[Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant]
Lijst der verordeningen, besluiten, reglementen, enz. Van het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant, vervat in het Provinciaal Blad over 1885. ‘s-Hertogenbosch, P. Stokvis & zoon, 1885.

Ex libris P.C. Fasol.

1899-1900
Petrus Franciscus Gebruers
(1883-1915) – Eenige aanteekeningen over den Besloten Tijd en den Boerenkrijg in de Kempen. Gheel, H. Rombouts, 1899-1900.

2 delen. Zeer zeldzame eerste druk. Ook de facsimile uitgave van 1996 is vrij zeldzaam. Gesigneerd door de auteur in deel 2. Met bidprentje bij de begrafenis van P.F. Gebruers.
P.F. Gebruers werd geboren in Gheel en werd priester gewijd in 1869. Hij studeerde af in de godgeleerdheid aan de hogeschool te Leuven in 1871, werd daarop onderpastoor in Herentals en was sinds 1883 pastoor in Turnhout.

Deel 1 bevat vele lijsten met namen van mensen uit de Kempen (en soms ook uit andere plaatsen) die om verschillende redenen betrokken waren bij de Boerenkrijg. De Boerenkrijg, ook Beloken of Besloten tijd geheten, was een opstand in 1798, van de landelijke bevolking tegen het door de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden gevestigde staatsgezag. De opstand vond zijn oorzaak in de misnoegdheid over de aantasting van aloude gewoontes, rechten en voorrechten, in het bijzonder over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstandelingen hadden als leuze Voor Outer en Heerd (“voor altaar en haard”, dit betekent: “voor Kerk en gezin”). De repressie door het Franse regime was bijzonder hard. Eind 1798 was het verzet al over zijn hoogtepunt heen, hoewel het op sommige plaatsen nog tot 1799 werd verdergezet. Later werd de opstand geromantiseerd als een belangrijke gebeurtenis in de Belgische natievorming en vervolgens in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Belgische staat.

1930
Gerard Knuvelder
(1902-1982) – Vanuit wingewesten. Een sociografie van het Zuiden. Paul Brand’s Uitg. Bedrijf, Hilversum, 1930.

In Vanuit wingewesten ontleedde Knuvelder de materiële en culturele achterstand van het katholieke Zuiden van Nederland en leverde hij een pleidooi voor de verheffing hieruit, zodat het in een door hem gedroomd Groot-Nederland een centrale rol kon gaan vervullen.

1.1.9 – Zeeland

De huidige provincie Zeeland.

Hulst

1687
Jacob van Lansberghe
(1656-1727) – Beschryvinge van de Stadt Hulst, Behelsende haer oude opkomst, aenwasch, tegenwoordige toestandt, en veelvuldige gedenckwaerdige saecken, van tijdt tot tijdt daer in voorgevallen. Vergadert meest uyt de selve Stadts Archives, en verder uyt de voornaemste Historie-schryvers; ende in twaelf hooft-stucken afgedeelt en beschreven. ‘s-Gravenhage, Gerrit Rammazeyn, 1687.

Eerste editie. Een omgewerkte druk verscheen opnieuw in Rotterdam in 1692.
Jacob van Lansberghe, geboren in Den Haag, groeide vanaf zijn kinderjaren in Hulst op. Naar eigen zeggen vervulden zijn voorouders, zowel van vaders- als moederszijde, al honderd jaar functies in het stadsbestuur. Zelf was hij schepen in 1683, 1687-1690 en 1692 en burgemeester in 1686 en 1687. In die jaren schreef hij ook zijn geschiedenis van Hulst. Later was hij advocaat in ‘s-Gravenhage. Zijn Vlaamse connecties maakten hem tot een interessant contactpersoon voor raadpensionaris A. Heinsius, die in de Spaanse Successie-oorlog Van Lansberghe als geheim agent gebruikte. In 1708 werd hij naar Bergen in Henegouwen afgevaardigd om met de Spaanse onderhandelaar, de graaf van Bergeyck, over vrede te onderhandelen. Hij overleed in Hulst.

ZEELAND

1858
Hendrik Quirinus Janssen
(1812-1881); Johan Hendrik van Dale (1828-1872)  – Bijdragen tot de oudheidkunde en geschiedenis, inzonderheid van Zeeuwsch-Vlaanderen, dl. III. Middelburg, J. Altorffer, 1858.

Met vermelding op pag. 68 van notaris Petrus Fasol (‘Fossol’) uit Bree.

1.1.10 Vlaanderen

Het graafschap Vlaanderen; de provincies Oost- en West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen (het westen van het departement Nord).

Gent

1829
Marcus van Vaernewyck
 (1518-1569) – De historie van Belgis, Of, Kronyke Der Nederlandsche Oudheyd, Behelsende Alle de Gedenkweerdigste En Wonderlykste Dingen, Die, Van Het Begin Der Wereld Tot Ontrent Desen Tyd, in Alle Gewesten Der Aerde, Maer Voornaementlyk in Dese Nederlanden. Gend, D.J. Vanderhaeghen, 1829.

Marcus van Vaernewyck is een Middelnederlands schrijver die verschillende belangrijke functies bekleedde. Hij was onder andere schepen in Gent. Verder is hij factor geweest van de rederijkerskamer Maria t’eeren. Verder is bekend dat hij enkele reizen maakte naar Duitsland en Italië. Van zijn werken zijn de meeste verloren gegaan. Zijn bekendste werk is ‘Van die beroerlike tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568’.
‘Die historie van Belgis’ werd voor het eerst uitgegeven in Gent in 1574. Het is ook bekend uit een handschrift uit 1561. Het bevat behalve een algemene geschiedenis van de Nederlanden veel informatie over de stad Gent.
Dit deel bevat uitsluitend het ‘Byvoegsel op Marcus van Vaernewycks Historie van Belgis, Kronyke der Nederlandsche oudheyd, door eenen Nederlandschen Geschiedkundigen‘.

VLAANDEREN

1821
[Philalèthes]
Verslag van de Gedragingen der R.C. Geestelijken in Vlaanderen. Te Amsterdam, bij J.C. van Kesteren, 1821.

In gr. 8vo. XVIII en 98 bl. Zeldzaam.
Een interessant geschrift dat een inkijk biedt in één van de heikele kwesties die een harmonisch samengaan van de Noordelijke en Zuidelijke provincies in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tegenhielden. De bisschop van Gent had aan Rooms-Katholieke ambtenaren verboden trouw te zweren aan de grondwet, ondanks het feit dat de bisschop van Mechelen (en in diens navolging de Paus) verklaarden dat dit slechts een burgerlijke strekking had. Ook wilde hij niet bidden voor de prinses van Oranje, omdat zij niet katholiek was. Het wereldlijk gezag in de Vlaamse provincies dwong gehoorzaamheid bij de pastoors af. Een recensie in ‘Vaderlandsche Letteroefeningen’ roemt de objectiviteit van het geschrift en haalt daarbij aan dat de anonieme schrijver katholiek is.

1.1.11 – Artesië en Kamerijk

Het graafschap Artesië; het huidige departement Pas-de-Calais en het prinsbisdom Kamerijk; het oostelijk deel van het departement Nord.

1748
Albert-Louis-Emmanuel Bultel
(ca. 1700-1758) – Notice de l’Etat ancien et Moderne de la Province et comté d’Artois. Paris, Guillaume Desprez & Guillaume Cavelier, 1748.

De auteur was tweede voorzitter van de raad van het graafschap Artesië.
Geschiedenis en beschrijving van het graafschap Artesië. Eerste druk, in contemporaine band – VIII -535pp , 9 uitvouwbare platen, 12o: 10 x 16 cm.

1.1.12 – Henegouwen

Het graafschap Henegouwen; de huidige gelijknamige provincie.

1.1.13 – Namen

Het graafschap Namen; de huidige gelijknamige provincie.

1.1.14 – Luik

Het prinsbisdom Luik, beperkt tot het grondgebied van de huidige provincie Luik; het oude hertogdom Limburg.

1572
Gerard van Groesbeeck
(1517-1580) – Statuts et ordonnances touchant le stil et maniere de proceder et l’administration de justice devant et par les courts et justices seculieres du païs de Liege. Aegidius Radaeus/Henry Hovius, 1572.

Henry Hovius was drukker in Luik, actief van 1567 tot 1611. Hij vestigde zijn drukkerij/boekhandel tegenover het prinsbisschoppelijk paleis van Luik, zoals de titelpagina aangeeft. Gillis Van den Rade, drukker, geboren in Gent, actief van 1569 tot 1611. In 1572 werd hij vrijmeester-drukker bij de Sint-Lucasgilde van Antwerpen. Eindigde zijn loopbaan in Franeker.
Van dit vroege en zeer belangrijke juridische werk zijn in België slechts 3 andere exemplaren bewaard, 1 in Koninklijke Bibliotheek (onvolledig exemplaar), 1 in Hasselt, Provinciaal documentatiecentrum (band beschadigd), 1 in privébezit. Opnieuw ingebonden in sobere leren band. Compleet. Het boekblok draagt op snee boven en eerste bladen sporen van insecten. Zie foto’s. Voorts goed boekblok. Twee bladzijden (133/134, 135/136) gescheurd en onvolledig (zie foto’s). Enkele annotaties in oud (17de eeuws?) handschrift.

1633
Marcus Zuerius Boxhorn
(1612-1653) – De Leodiensi Republica. Amstelodami, Janssonius, 1633.

Bekend werk van Marcus Boxhorn over het prinsbisdom Luik.

1642
Bartholomaeus Fisen
(1591-1649) – Sancta legia Romanae ecclesiae filia sive Historiarum ecclesiae Leodiensis pars prima. Leodij.,
1642.

[folio, XVII, 524, C pp.] Pas in 1696 zouden de delen 1 en 2 van dit werk van de Jesuiet Fisen gezamenlijk verschijnen; tot die tijd was deel één het enige deel dat gepubliceerd was. Dit boek kan dus als compleet beschouwd worden. Het betreft hier een geschiedenis van het prinsbisdom Luik. Voor mij interessant omdat in deze jaren mijn oudste voorvader in Bree (dat ressorteerde onder Luik) ging wonen.
Gebonden in contemporaine kalfsleren band, gerestaureerd op de rug. Ex libris J.H. Corneli Can. Caplis. Reg. Ecclia. B.M.V. Agrisg. (1743); Ludovici L.B. de Fisenne (1802).

1.1.15 – Luxemburg

Het hertogdom Luxemburg; de huidige provincie Luxemburg en het groothertogdom Luxemburg.

1.1.16 – Westfaalse Kreits (grensstreek)

Het hertogdom Gulik, stad Aken, Opper-Gelre, hertogdom Kleef, bisdom Munster, graafschap Bentheim, graafschap Lingen, graafschap Oost-Friesland.

1736
[Thomas Salmon]
(1679-1767) – Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van alle volkeren, VIII deel, behelzende den Tegenwoordigen Staat van ’t Duitsche Keizerrijk in ’t algemeen; als mede van de Opper-Saxische, Neder-Saxische, Westphaalsche en Nederrynsche Kreitsen in ’t byzonder. Amsterdam, Tirion, 
1736.

Origineel verschenen in het Engels als ‘Modern history: or present state of all nations’ in Londen in 1725. Uitgebreide beschrijving van Duitsland.
Zonder kaarten of gravures.

1.2 – Nederlanden

Chronologisch naar beschreven tijdvak:

1.2.1 – Oudheid

1730
Daniel de Lange
 (1665-1734) – Korte verhandeling en verklaaring van de gemeenebests bestiering, en leevenswys der oude Batavieren, van het ampt en de bediening der graven, derzelver waardigheid, oorspronk, en betekenis; als mede van de honderd medgezellen, of Comites, die nevens den Graave Rechters, en zyne Raaden zyn geweest. In ’s Graavenhaage by Pieter de Hondt, 1730.

De Goudse historicus en jurist Daniel de Lange was aanvankelijk advocaat in Den Haag. Daarna werd hij in Gouda schepen, lid van de vroedschap en burgemeester.
Dit boek, over de oude Batavieren, was het enige dat hij publiceerde. Bijschrift bij de titelprent geschreven door de jurist P. van der Schelling.
De Haagse boekverkoper Pieter de Hondt (1696-1764) stond bekend om de hoge kwaliteit van zijn drukwerk, schrijft de historicus E.F. Kossmann. Zijn bekendse uitgaven zijn die van Miguel de Cervantes’ Don Quichot uit 1746.

1949
C. Julius Caesar
(100-44 v. Chr.) – Belli Gallici Libri VII. Bewerkt door Dr. J.J.E. Hondius. P. Noordhoff, Groningen-Batavia, 1949.

1.2.2 – Middeleeuwen

1487
Ludolphus de Saxonia (Ludolf von Sachsen)
(ca. 1295/1300-1378) – Tboeck vanden leuen ons heeren ihesu christi. Tantwerpen, Gheraert de Leeu, 3 november 1487.

Titel – De Vita Christi, een biografie van Christus aan de hand van de vier evangeliën, werd in de late middeleeuwen druk verspreid, zowel in het Latijn als in verschillende vertalingen. Het was een van de meest gelezen boeken van zijn tijd. Elk hoofdstuk bevat drie onderdelen: lectio, meditatio en oratio. Zo bood de auteur een uitgewerkt houvast voor de dagelijkse meditatie over het aardse leven van Jezus. Zijn methode werd overgenomen en verder uitgewerkt in kringen van de Moderne Devotie en later door de jezuïeten. In deze versie is de Vita Christi in twee incunabelen overgeleverd: Antwerpen, Gheraert Leeu, 3 november 1487 (Campbell, 1181) en Delft, Christiaen Snellaert, 22 mei 1488 (Campbell, 1182). De Antwerpse incunabel van 1487 is getiteld Tboeck vanden leuen ons heeren ihesu christi en eindigt met het volgende colofon: Tot loue gods ende tot heyl ende salicheyt alre kersten menschen so is hier voleynt dat eerwaerdighe boec vanden leuen. passie. verrisenisse ende gloriose opuaert ons heeren ihesu christi twelck gheprint is in die zeer vermaerde coopstadt Tantwerpen bij mij Gheraert de leeu woenende in die selue stadt in sinte Marcus naest onser vrouwen pant Jnt iaer ons heeren MCCCClxxxvij. den derden dach in nouember. Een online versie van deze druk is op Google Books te raadplegen. 
Auteur – Er is weinig bekend over het leven van Ludolphus van Saksen. Hij werd vermoedelijk geboren omstreeks 1295. Er is geen zekerheid over zijn geboorteland. Vermoedelijk werd hij omstreeks 1310 dominicaan. Hij volgde een literaire en theologische studie, en heeft vermoedelijk de spiritualiteit van Johannes Tauler en Hendricus Suso leren kennen. Nadat een actief leven werd hij in 1340 karthuizer in Straatsburg. Van 1343-1348 was hij prior van de recent gestichte (1331) Karthuizerij van Koblenz. De laatste dertig jaar van zijn leven leefde hij in afzondering en gebed.
Illustrator – Houtsneden, kunstenaar onbekend.
Drukker – Gheraert Leeu (of Leew, Lyon, Leonis), (Gouda, omstreeks 1445/1450 – Antwerpen, 1492) had in Gouda een drukkerij op de Markt (Koestraat). Gheraert Leeu drukte in Gouda (1477-1484) 69 werken. Hij behoort tot de belangrijkste vroege Nederlandse incunabeldrukkers. In 1484 vertrok Gheraert Leeu naar Antwerpen, waar hij tijdens een ruzie met een van zijn letterstekers in 1492 dodelijk werd gewond en overleed. Desiderius Erasmus schreef in 1489 over Leeu in een brief aan de humanist Jacobus Canter, en noemde hem: ‘impressoriae artis opifex, vir sane lepidus’ , ‘een kundig beoefenaar van de boekdrukkunst en een zeer beminnelijk mens’. In 1488 verzorgde Claes Leeu, Gheraerts zoon, in Antwerpen een herdruk met dezelfde houtgravures, wat erop wijst dat de eerste druk binnen een jaar uitverkocht was.
Collatie – Tekstblad. Twee kolommen, 40-regels. Incunabelblad met een 5-regelige houtsnede-initiaal. Formaat blad: 19,8 x 28,5 cm. Watermerk “beer, verticaal naar links” (cf. ‘Watermarks in Incunabula printed in the Low Countries (WILC)’).
Provenance – Abebooks.com, verkoper uit Duitsland.
Een incunabel, ook genoemd wiegendruk, is een boek, stuk papier of prent die is gedrukt, en niet handgeschreven, vóór het jaar 1501 in Europa. Boeken van na 1 januari 1501 noemt men postincunabelen. Als eindpunt van het tijdvak van de postincunabelen worden verschillende data gehanteerd. Gewoonlijk kiest men het jaar 1520, maar de Nederlandse Koninklijke Bibliotheek hanteert het jaar 1540 als grens, wat ik navolg.

1752
Desiderius Erasmus
(1466-1536) – Epistolae selectiores ex libro epistolarum decerptae. Wratislaviae, Ioh. Iac. Kornium, 
1752.

Desiderius Erasmus was een van de belangrijkste humanisten van de Renaissance. Hij is een consequente bestrijder van dogma’s. In zijn bekendste werk Lof der zotheid neemt hij priesters, pausen en geleerden op de hak. Hij brengt een nieuwe tweetalige bijbel uit. Door Erasmus’ kritiek op de katholieke kerk worden de geesten rijp voor de Reformatie.
Bloemlezing uit de correspondentie van Erasmus in een wat exotische editie, gedrukt in Bratislava.

1753
Marcus Zuerius van Boxhorn
(1612-1653); Jacobus Baselius (1623-1661) Nederlands merkwaardigste gebeurtenissen, vervattende een aaneengeschakeld verhaal der wisselvalligheden, zo in voor- als tegenspoed, ons vaderland overkomen, zedert den Jaare 1000 tot de tyden toe van Keizer Karel den V. door […] En den Nederlandsche Sulpitius, van Jacobus Baselius. Of de historie van de godsdienst in Nederland; en van de Nederlanders hersteld, bedorven, en wederom gezuivert. Met een voorreden, aanwyzende de nuttigheid van dit werk door M. Leydekker, S.S. Theol. Doctor & Professor. Amsterdam, Steven van Esveldt, 
1753.

Zuerius van Boxhorn was ‘Professor in de historien tot Leiden’. Hij werd geboren op 28 Augustus 1612 in Bergen op Zoom. Hij werd in 1626 ingeschreven aan de Leidse Hogeschool. Boxhorn vierde de verovering van ‘s-Hertogenbosch met een gedicht, dat verbazing wekte, omdat de auteur nog nauwelijks het zeventiende levensjaar bereikt had. In 1631 zag zijn uitgave van de ‘Historiae Augustae Scriptores’ het licht.
Baselius had van zijn veertiende tot zijn achttiende jaar bij Boxhorn aan huis gewoond; hij was daarenboven door huwelijk aanverwant geworden. Hij werd in 1638 student te Leiden, en beroepen tot predikant te Kerkwerve, waar hij overleed in februari 1661. Hij schreef ook een Latijns werk over de Hervorming.
Platen door Caspar Luyken (1672-1708), zoon van Jan Luyken (1649-1712) en als graveur diens leerling en medewerker.
Boekdrukker Steven van Esveldt (1734-1776) was werkzaam in de Kalverstraat tussen 1754-1774.

1836
Laurent Philippe Charles van den Bergh
(1805-1887) – Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer, verzameld en opgehelderd. Utrecht, Johannes Altheer, 1836.

Mr. Laurent Philippe Charles van den Bergh werd in 1854 adjunct-archivaris des rijks en in 1865 hoofdarchivaris. Hij schreef verschillende studies op het gebied van taalkunde, letterkunde en volkscultuur.
Dit geschrift uit 1836 is voor een groot deel gebaseerd op de kronieken uit de 15e en 16e eeuw. Deze kronieken zijn echter voor een groot deel romantische verdichtsels. Dit maakt het tot een aardig, leesbaar boek met veel informatie, maar geschreven door een dilettant.

1872
Laurent Philippe Charles van den Bergh
 (1805-1887) – Handboek der Middel-Nederlandsche geografie. ’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1872.

1942
Dirck Volkertsz. Coornhert
(1522-1590) – Zedekunst dat is wellevenskunste vermids waarheyds kennisse vanden mensche, vande zonden ende vande deughden nu alder eerst beschreven int Neerlandsch. Leiden, E.J. Brill, 1942.

1.2.3 – 80-jarige Oorlog

1608
D.A. Rodrigo
Het Secreet des conings van Spangien, Philippus den tweeden, achter-ghelaten aen zijnen lieven soone, Philips de derde van dien name, vervatende hoe hy hem reguleren sal nae zijns vaders doodt. In ’t licht ghebracht door een dienaer van den heere Christoffel de Mora, schatbewaerder des Conings van Spagnien, genaemt Rodrigo D.A. Ende nu over-gheset uyt den Spaenschen door P.A.P. S.i., 1608.

Zie Knuttel 1060. Er bestaan diverse edities van dit populaire pamflet over het aftreden van Filips II. De oudste editie is van 1599. Deze edititie, mogelijk gedrukt in 1608, is ook opgenomen in de Byecorf van het jaar 1608. Hij onderscheidt zich van de editie van 1599 door het fileet dat hier vierkant is. De naam Rodrigo is gezet in Latijnse en niet in Duitse letter.

1630
Johannes de Laet
(1581-1649) – Belgii confoederati respublica seu Gelriae, Hollan. Zeland. Traject. Fris. Transisal, Groning, chorographica politicaque descriptio. J. de Laet Lugd. Batav. ex officina Elzeviriana, 1630 by J. de Laet. Elzevir, 1630.

Johannes De Laet was een belangrijk bestuurder van de W.I.C. die voor Elzevier een aantal boekjes in de serie Respublicae samenstelde.
Van dit specifieke deel (over Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en de niet op de titel genoemde provincies Brabant en Vlaanderen) werden in 1630 alleen al 3 edities uitgegeven.
Bonaventura Elsevier (Leiden 1583-Leiden 1652), vijfde zoon van stamvader Lodewijk Elsevier, werd universiteitsdrukker in Leiden in 1626. Dit drukkershuis zou blijven bestaan tot 1712.

1652
Hugo de Groot
(1583-1645) – Hugonis Grotii Quædam hactenus inedita, aliaque ex Belgicè editis Latinè versa, argumenti theologici, juridici, politici. Amstelodami : Apud Ludovicum Elzevirium, 
1652.

[12°, XII, 555 pp.] Hugo de Groot liet na zijn dood verscheidene manuscripten na, die klaar waren voor publicatie. Lewis Elzevir drukte in 1652 hieruit een kleine collectie.
19e eeuwse band, kalfsleer.

Hugo de Groot (1583-1646) – Inleydinge tot de Hollandsche Regts-geleertheyt, beschreven by Hugo de Groot. Bevestight met placcaten, hantvesten, oude herkomen, regten, regts-geleerden, sententien van de hoven va iustitie in Hollant ende elders, mitsgaders eenige by-voegsels ende aenmerkingen op de selve, door Mr. Simon van Groenewegen vander Made, secretaris der stad Delff. Door hem nu op nieuws veel vermeerdert en verbetert. Hier is noch by-gevoegt R. Hoogerbeets Van het aenlegghen ende volvoeren der processen voor de respective hoven van iustitie in Holland, mede met nieuwe aenmerckinge door den selven Groenewegen etc. Mitsgaders het Hollantsche versterf-recht, oock door den selven vermeerdert. Delf, Aernold Bon, boeck-verkooper woonende op ’t Mart-velt, inde Vinder vande Druck-konst, 1652.

[8°, (VIII), 381, (XIII) ; 13 pp.] Handboek waarin De Groot het Nederlandse recht beschrijft. Het werk verscheen voor het eerst in 1631.
Mooi exemplaar, perkamenten band.

1658
Hugo de Groot
(1583-1646) – Annales et historiae de rebus Belgicis. Amstelaedami, Joannis Blaeu, 1658.

[8°, (XVI), 568, (XXIV) pp.] In ‘Annales et historiae de rebus belgicis’ wordt de Nederlandse geschiedenis van 1559 tot 1609 beschreven. Het is altijd beschouwd als het beste contemporaine verslag van de Opstand. Het is tegelijk accuraat en onpartijdig en in zijn verzorgde Latiniteit staat het model voor het genre. De druk van 1658 verscheen zowel in 12° als in 8°. Pas het jaar daarvoor werd dit werk voor het eerst postuum uitgegeven.
In vroeg 20e eeuwse band, marges bijgesneden, watervlekkig.

1698
[Adrien Baillet]
(1649-1706) – Histoire de Hollande, depuis la mort du Prince Maurice. Par M. de la Neuville. Tome II. Paris, la Compagnie des Libraires Associés,
1698.

[8°, (VIII), 542, (IV) pp.] Frans auteur. Zijn ouders waren arm, maar de Cordeliers de la Garde namen hem op in hun klooster en bevorderden zijn toelating tot het College de Beauvais, waar hij leraar in humaniora werd. Priester gewijd in 1676. Na vier jaar vetrok hij naar Parijs waar hij bibliothecaris werd van Lamoignon. Zijn leven wijdde hij aan studie en afzondering. Hij maakte een catalogus van de bibliotheek en schreef talloze boeken over eruditie (bijv. het curieuze ‘Des enfants célèbres’ (1688), religie (de belangrijkste categorie) en geschiedenis.
Tot die laatste groep behoort ook ‘Histoire de Hollande’. Histoire de Hollande werd gepubliceerd onder de naam M. de la Neuville.
Alleen deel 2, lopend tot 1647. Contemporaine kalfsleren band.

1734
Hugo de Groot
(1583-1645) – De veritate religionis christianae. De eligenda inter Christianos dissentientes sententia, contra Indifferentiam Religionum. Libri duo. Den Haag, Anthonum Van Dole,
1734.

De Groot schreef dit werk origineel in het Nederlands in gevangenschap in 1627, als het eerste Protestantse boek ter verdediging van het Christelijke geloof. Het werk werd buitengewoon populair en in vele talen vertaald; het bleef 3 eeuwen in druk. De Groot benadert de verdediging van het christendom vanuit zijn juridische achtergrond.

1735
Jacob Marcus
(1702-1750)Sententien en indagingen van den Hertog van Alba, Uitgesproken en Geslagen in zynen Bloedtraedt: Mitsgaders die van byzindere Steden, Tegen verscheide zo Edellieden als voorname Burgers en Inwoonders van Hollandt, Zeelandt en andere Provincien,: Van den Jaere 1567 tot 1572. Mitsgaders een Aenhangsel van Authentike Stukken, Spruitende uit deselve Sententien. Nu eerst in ’t licht gegeeven na het oorspronkelyk Handtschrift. Amsterdam, Hendrik Vieroot, 1735.

1e druk – (XXII) (6) 484 (16) pp – hardcover – 22 x 14cm. Jacob Marcus was een Amsterdamse koopman en verzamelaar van oudheden, oude boeken en handschriften. Hij bracht een aanzienlijke collectie oude boeken en handschriften bijeen, waarvan hij er enkele publiceerde. Zijn grootvader Jacobus Marcus is bekend van zijn uitgave Deliciae Batavicae (Leiden 1618), een plaatwerk met stadsgezichten.
Jacob Marcus was met dit boek de eerste die een boek wijdde aan de slachtoffers van de Bloedraad van de hertog van Alva.

1771
Caspar Brandt
(1653-1696); Adriaan van Cattenburgh (1664-1743) – Het leven van Hugo de Groot. Vervattende zyne studiën, schriften, gezantschap en staatkundige verrichtingen, van zyne geboorte af tot zynen dood toe. Grootdeels overgenomen uit de Beschryvingen van Brand, en Van Cattenburg, en anderen; en in een volledige en beknopte orde gebragt door eenige liefhebbers der Nederlandsche historie. Met plaaten. Amsterdam, Pieter Spriet en zoon, 1771.

Caspar Brandt dichtte, schreef geschiedwerken en werd predikant. Hij kreeg eveneens een opleiding aan het Remonstrants Seminarium en stond als predikant achtereenvolgens in Schoonhoven (1675), Hoorn (1678), Warmond (1679), Alkmaar (1682), Rotterdam (1683) en uiteindelijk als opvolger van zijn vader in Amsterdam (1686). Vooral door zijn preken was hij vermaard.

1773
Hugo de Groot
(1583-1645) – De jure belli ac pacis. Libri tres, cum adnotationibus selectis Ioann. Frid. Gronovii, & auctoribus Ioannis Barbeyrachii. Accedit H. Grotii. Dissertatio de Mare Libero; et Libellus singularis De Aequitate, Indulgentia, & Facilitate. Edidit atque praesatus est Meinardus Tydeman. Traiecti ad Rhenum, ex officina Ioannis a Schoonhoven & Soc., 
1773.

Dit is een latere druk van dit uit 1625 stammende standaardwerk van Grotius, waarin hij de grondslag legde voor het internationaal recht. De algemene beginselen daarvan baseert hij op het natuurrecht en de rede. Daarnaast acht hij staten gebonden aan gewoonterecht en aan hun onderlinge afspraken (‘pacta sunt servanda’). Deze uitgave bevat uitgebreide annotaties door Jean Barbeyrac, een autoriteit in natuurrecht. Deze jurist doceerde te Lausanne en Groningen en was vermaard om zijn commentaren over Noodt, Grotius en Pufendorf. In Mare Liberum uit 1609 gebruikt Grotius elk denkbaar argument om aan te tonen (tegen Portugese aanspraken in) dat de zeeën voor iedereen open staan. In deze uitgave is tenslotte opgenomen De Aequitate. [Ter Meule-Diermanse 611, Dekkers, 70].
Gegraveerd portret en frontispice ontbreken. Oorspr. papieren omslag, ingebonden door Thieu Wetemans. Katernen niet losgesneden.

1785
Louis-Sébastien Mercier
(1740-1814) – Portrait de Philippe II, roi d’Espagne. Amsterdam, 
1785.

Historisch essay gevolgd door een toneelstuk over de Spaanse koning Filips II.

1797
Paul Jérémie Bitaubé
(1732-1808) – Les Bataves. Paris, Strasbourg, J.B. Garnery … Varin … F.G. Levrault …, An V.,
1797.

Auteur is membre de l’institut national de France en van de Academie royale des sciences et belles-lettres de Prusse.

1822
[Staten-Generaal] –
Het Nieuwe Testament ofte alle boeken des nieuwen Verbonts onzes Heeren Jesu Christi. Uit de Grieksche tale in onze Nederlandsche tale getrouwelijk overgezet. Door last van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit van de Sinode Nationaal gehouden in de jaren 1618 en 1619 te Dordrecht. Amsterdam, J. Brandt en zn,, P. den Hengst en zn., erven F.G. onder de Linden; Haarlem, J. Enschede en zn. bij de Nederl. Bijbel Compagnie, 1822.

Het Nieuwe Testament in Statenvertaling. De omslag van de achterzijde ontbreekt. Nalatenschap Truus de Wind.

1824
Hugo de Groot
(1583-1645); Desiderius Erasmus (1466-1536) – Bloemlezing uit de verhandeling van Mr. Huig de Groot, getiteld : Wensch naar eenen kerkelijken vrede ; tegen het onderzoek van Andreas Rivetus en tegen andere eigenzinnigen ; Benevens Brieven van Erasmus aan M. Luther en C. Pelicanus. ‘s-Gravenhage, gebr, Langenhuysen, 1824.

Combinatie van geschriften van Hugo de Groot en Desiderius Erasmus.

1835
Samuel de Wind
(1793-1859) – Bibliotheek der Nederlandsche geschiedschrijvers, eerste deel. Bevattende de inlandsche geschiedschrijvers der Nederlanden van de vroegste tijden tot op den Munsterschen vrede (970-1648). Middelburg, gebroeders Abrahams, 1835.

De Wind begon aan zijn overzicht van alle Nederlandse geschied- en kroniekschrijvers naar aanleiding van een prijsvraag van de Maatschappij. der Nederlandsche Letterkunde in 1824. Het resultaat was een overzicht van alle historici en hun werken tot 1648, dat verscheen in 1831; in 1835 volgden nog enige aanvullingen en verbeteringen. Het werk is om onbekende redenen nooit voltooid, dus het eerste deel in de editie van 1835 is de definitieve uitgave.

1842
Willem de Groot
(1597-1662) – Broeders gevangenisse : dagboek van Willem de Groot betreffende het verblijf van zijnen Broeder Hugo op Loevestein / uit echte bescheiden aangevuld en opgehelderd door H. Vollenhoven; (met facsimiles). ‘s-Gravenhage, A.D. Schinkel, 1842.

1856
John Lothrop Motley
(1814-1877) – The Rise of the Dutch Republic. 3 delen, New York, Harper & Brothers, 1856.

Motley schreef zijn studie voor een Engelstalig publiek. Daar werd het werk populair en kreeg het vele herdrukken. In Nederland was de ontvangst kritisch.

1891
Dirk Christiaan Nijhoff
(1838-1902) – Willem van Oranje, de bevrijder en stichter van onzen staat. Een levensbeeld, naar de nieuwste geschiedkundige bronnen geschetst. Zutphen, Thieme & cie, 1891.

Dr. Dirk Christiaan Nijhoff, geboren te Gouda, begon zijn theologische studie te Leiden. Hij was predikant te Drimmelen, vanwaar hij in 1870 vertrok naar Culemborg, waar hij in 1875 zijn ambt neerlegde. In 1884 werd hij leraar aan de Militaire Academie te Breda en sedert 1885 was hij te Den Haag en promoveerde in de Nederlandse letteren te Utrecht in 1886.

1925
Jacob ter Meulen
(1884-1962) – Concise bibliography of Hugo Grotius. Sijthoff, Leiden, 1925.

1.2.4 – Republiek der Verenigde Nederlanden na 1648

1655
Adolphus Brachelius
(?-1650) – Historiarum nostri temporis, authore Adolpho Brachelio. Pars posterior, in annum 1652 continuata, cujus summarium lector post secundum folium reperiet, adjecti in fine articuli pacis inter Anglos & Batavos cum iconibus illustrium in navali praelio virorum. Amstelodami, apud Jacobum van Meurs, 1655.

[8°, (VI), 271, (XLIX), 42 pp.] Studie van de actuele politiek medio zeventiende eeuw.
Gebonden in perkament. Mooi exemplaar, met vele gravures van politici uit de tijd.

1666
Henri de Rohan
(1579-1638) – Interets et Maximes des Princes et des Estats souverains. Cologne, Jean du Pais, 1666.

[12°, (VIII), 248 pp.] Henri de Rohan, uit een illuster Frans geslacht, was een beroemde protestant en een van de leidende strategen in het begin van de 17e eeuw, die deelnam aan bijna elke slag van betekenis. Vanaf zijn jeugd maakte hij studie van geschiedenis.
Dit is een anoniem gepubliceerde uitgave. Uit dit boek spreekt zijn brede kennis van contemporaine geschiedenis en zijn objectieve oordeel. Het onderwerp wordt systematisch behandeld: in het kort behandelt en verklaart hij alle territoriale claims die de Europese (en enkele Aziatische) staten op elkaar hadden in hun historisch kader. Deze analyse geldt als een van de belangrijkste politicologische geschriften van de 17e eeuw. Deze uitgave werd door een anonieme uitgever bewerkt in verband met de sinds de eerste uitgave (1639) voorgevallen politieke ontwikkelingen. Cf. Brunet, IV 1355; Graesse, VI-I 148.
Contemporaine kalfsleren band, slijtage op de rug.

1674
L.S.N.
Journael ofte maent-register, van ’t geene gepasseert en voorgevallen is, in ’t jaer 1672 ende 1673 omtrent de verandering van de Vereenighde Nederlanden. ‘s-Gravenhage, Levijn van Dijck 1674.

Onder het pseudoniem Kees Knol vertelt de anonieme schrijver op rijm vertelt wat in de jaren 1672-1673 voorviel. Het jaar 1672 staat in de Nederlandse geschiedenis bekend als het Rampjaar. Volgens een Nederlands gezegde was “het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos”. In dit jaar begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen.

1690
[Anoniem]
Legende van broer Casper, naergelaten aan broer Antoni. Dordrecht, Jacob Gerritsen, 1690.

Zie Knuttel 13475: Met Casper is de gewezen Raadpensionaris Fagel , met Antoni de toenmalige Heinsius bedoeld. 14 pp – 19,5 x 15 cm
Curieus (voor mij): pagina 3, de regels ‘Broer Caspers Geest Gereformeert, En in Fa sol getransformeert.’

1697
Jean Nicolas Parival
(1605-1669) – Les delices de la Hollande en deux parties. La première contenant une déscription exacte du Païs, avec les Moeurs & les Coutumes des habitants; et la Seconde, un abrégé Historique depuis l’établissement de la République jusques à l’An 1697. Amsterdam, Henri Wetstein 1697.

1705
[Jean Jennet]
(?-1706) – The History of the republick of Holland, from its first foundation to the death of King William; as also, a particular description of the United Provinces giving an account of the cities, fortified places, universities, commodities, customs and manners of the inhabitants, with an alphabetical table of all their rivers, the rates of their schoots and times of their setting out and coming in from place to place. London; Printed for A. Bell, R. Smith, D. Midwinter, W. Hawes, W. Davis, G. Strahan, B. Lintott, J. Round, and J. Wale, 1705.

Vertaald uit het Frans: ‘Histoire de la République des Provinces-Unies des Païs-Bas, depuis son établissement jusques à la mort de Guillaume III, roi de la Grande-Bretagne‘. Den Haag, Jean van Millinge, 1704. Jean Jennet vluchte na 1685 uit Frankrijk en woonde eerst te Utrecht. Hij overleed in Den Haag.
2 delen, met talrijke gravures; (8vo). Kaart van Nederland ontbreekt. Engelse bindwijze, platten los, rug van deel 2 gebroken. Niettemin een fraaie uitgave, bijzonder zeldzaam.

1709
[Pieter de la Court]
(1618-1685) – Memoires de Jean de Wit, grand pensionnaire de Hollande, traduits de l’original en Francois par Mr. de ***. Troisième édition. Ratisbonne, Erasme Kinkius, 1709.

Pieter de la Court is een bekende vertegenwoordiger van de staatsgezinden in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij wordt ook wel Pieter de la Court junior genoemd om hem te onderscheiden van zijn vader Pieter de la Court. Hij publiceerde vaak onder de letterlijke Nederlandse vertaling van zijn naam: Pieter van den Hooft of Pieter van der Hove. Als zoon van de Vlaamse immigrant Pieter de la Court wist hij zich, samen met zijn broer Johan, in korte tijd op te werken tot een van de meest succesvolle lakenreders (textielhandelaren) van Leiden. Hij schreef, deels samen met zijn broer (die in 1662 onverwacht overleed), zowel economische als politieke werken. Hij stond bekend als fel anti-Orangistisch en werd door zijn politieke tegenstanders gezien als een querulant. Sommigen van zijn opvattingen waren zo radicaal dat hij ook vanuit de eigen staatsgezinde kring weinig publieke bijval kreeg. Zo bevatte de eerste teksten van de ‘Interest van Holland’ het plan om Holland en Utrecht door middel van een kanaal tussen Lek en Zuiderzee tot een goed verdedigbaar eiland te maken en afscheid te nemen van de andere provincies. Na interventie door de Witt werd dit uit de definitieve editie van de ‘Interest’ gehouden, maar dit plan was wel weer te vinden in de tweede editie, uit 1669. In het rampjaar 1672 vluchtte hij samen met Pieter de Groot, zoon van Hugo de Groot, naar het buitenland. Hij keerde terug naar de republiek, nadat de ergste politieke onrust bedaard. Tot diens dood in 1672 onderhield De la Court indirect contact met Johan de Witt, die enkele hoofdstukken schreef in een van zijn boeken. Zijn politieke werken, en met name de Politike Weeg-schaal hadden invloed op het politieke denken van Franciscus van den Enden en Baruch Spinoza.
Johan d
e Witt (1625-1672) was sinds 1652 aanvoerder van de staatsgezinde partij, die afschaffing van het stadhouderschap voorstond. Van 1650-1672, het stadhouderloos tijdperk, was De Witt raadpensionaris. Toen Lodewijk XIV in 1672 binnenviel, werden De Witt en zijn broer vermoord. ‘Memoires’ betreft een politiek traktaat over de economische mogelijkheden van de Republiek. Barbier III, 196b. Öttinger 23190 (Den Haag). Hoefer XLVI, 791. Memoires de Jean de Witt is een vermeerderde en verbeterde uitgave van de Interest van Holland. De hoofdstukken over de Witt daaruit komen er in voor (het 5e, 6e en het begin van het 7e hoofdstuk van het derde deel). Het boek werd in 1669 verboden en de exemplaren van het werk vernietigd; de auteur zou worden opgespoord en in proces gesteld. Er stond een boete van 600 gulden op het drukken, verkopen of verzenden van het werk.

1710
Le Marechal Godefroi d’Estrades
(1607-1686) – Lettres et negotiations de messieurs Le Marechal Godefroi d’Estrades; Charles Colbert, marquis de Croissy; André Félibien Comte de d’Avaux. La Haye, Adrian Moetjens, 
1710.

Graaf Godefroi d’Estrades was een Frans edelman, diplomaat en maarschalk. Hij werd geboren als zoon van graaf François d’Estrades, een vertrouweling van koning Hendrik IV en broer van bisschop Jean d’Estrades. Godefroi werd page van koning Lodewijk XIII en op negentienjarige leeftijd vertrok hij voor een diplomatieke missie naar Maurits van Oranje. In 1646 werd hij benoemd tot buitengewoon ambassadeur in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en nam hij deel aan de besprekingen die leidden tot de Vrede van Münster. In 1661 werd hij naar Engeland gestuurd en een jaar later gelukte het hem voor Frankrijk om Duinkerke terug te krijgen, waarvan hij gouverneur werd. In 1667 was hij een van de onderhandelaars bij de Vrede van Breda met koning Frederik III van Denemarken en in 1678 onderhandelde hij over het verdrag dat bekendstaat als de Vrede van Nijmegen, dat de oorlog van Frankrijk met de Republiek beëindigde. Op militair gebied nam hij deel aan de campagnes van koning Lodewijk XIV van Frankrijk, in Italië (1648), Catalonië (1655) en de Republiek (1672-’73). Van 1673 tot 1678 was hij militair gouverneur van Maastricht, waar hij de tijdens het Beleg van Maastricht (1673) zwaar beschadigde vestingwerken liet herstellen. In 1675 volgde zijn benoeming tot maarschalk van Frankrijk. D’Estrades liet zijn Lettres, memoires et négociations en qual d’ambassadeur en Hollande depuis 1663 jusqu’en 1668 na, waarvan de eerste editie in 1709 uitkwam, gevolgd door een editie van negen delen die in 1743 in Londen en ‘s-Gravenhage werd uitgegeven. Ook schreef hij een uitvoerige karakterschets over de Hollandse raadpensionaris Johan de Witt, waarmee hij veel contact had. Het werd in 1757 in ‘s-Gravenhage uitgegeven.
Correspondentie van Le Marechal Godefroi d’Estrades met Charles Colbert, marquis de Croissy (1619-1683) en André Félibien Comte de d’Avaux (1619-1695). Deel 1 (van 3) over het jaar 1676. Opgedragen aan Bruno van der Dussen, burgemeester van Gouda.

1725
François Halma
(1653-1722); Matthaeus van Brouërius Nidek (1677-1742) – Tooneel der Vereenigde Nederlanden, En onderhorige landschappen, geopent in een algemeen historisch, genealogisch, geographisch, en staatkundig woordenboek, waar in de aloude, de opvolgende en hedendaagsche staat dezer gewesten naar de orde van’t A.B.C. ontvouwen en opgeheldert wordt, uit een zeer groot getal van oude en nieuwe geschiedboeken, hantvesten, brieven, aantekeningen, en andere schriften, met behulp van verscheide kenners byeenvergadert en zamengestelt door François Halma, en na deszelfs overlyden vervolgt door Matthaeus Brouërius van Nidek. Hendrik Halma, Leeuwaarden, 1725.

Eerste en enige druk van dit standaardwerk. Bevat een schat aan informatie over historische, genealogische, geografische en staatkundige onderwerpen, gerangschikt op alfabetische volgorde.
Zonder de platen.

Roger de Piles (1635-1709) – Beknopt verhaal Van het Leven der vermaardste Schilders. Met Aanmerkingen over hunne werken, Benevens Een Schets van een volmaakt Schilder, een verhandeling van de kennisse der Tekeningen en Schilderyen, en van nuttigheid der Printen. In ’t Frans beschreven en nu in ’t Nederduits vertaalt door J. Verhoek. Balthasar Lakeman, 1725.

Vertaling van Abregé de la vie des peintres.
Gekartonneerd. Pp: 531. Eerste Nederlandse uitgave.

1739
[Jan Wagenaar]
(1709-1773) – Tegenwoordige Staat Der Vereenigde Nederlanden. Eerste Deel. Vervattende eene Algemeene Beschryving Des Lands, der Zeden en Godsdienst van de Inwooners, een kort Begrip van ’s Lands Historie, eene Beschryving der hooge en mindere Generaliteits-Kollegien, der Maatschappyen van Oosten en Westen, en der Handwerken, Visscheryen, Zeevaart, Koophandel, enz. Met eene Naauwkeurige Landkaart en Printverbeeldingen versierd. Tweede Druk. Amsterdam : I. Tirion, 1739.

Dit exemplaar zonder gravures of kaarten.

1740
Cornelis van Bynkershoek
(1673-1743) – Verhandelingen van staatszaken, vervat in twee boeken, waar van het eerste handelt van oorlog en vrede. En het twede van zaken van verscheide stof. In het Latyn beschreven … en nu in ’t Nederduitsch overgebragt, door Matth. de Ruusscher, R.G. Leyden, Johannes van Kerckhem, 1740.

De Middelburger Cornelis van Bynkershoek volgde aanvankelijk een opleiding tot predikant in Franeker, maar koos uiteindelijk voor rechtsgeleerdheid. Hij is auteur van een tiental boeken op het gebied van rechtsgeleerdheid.
Zie ook deze blog.

1742
Benedictus XIV [Prospero Lambertini]
(1675-1758) – Declaratio SSmi D.N. Benedicti PP. XIV. super matrimoniis Hollandiae et foederati Belgii et acta in sacra congregatione eminentissimorum DD. cardinalium sacri concilii Tridentini interpretum, coram SS. D.N. 13 maii 1741. exhibita. Lovanii, typis Martini van Overbeke, 1742.

Benedictus XIV staat bekend als een van de meest menselijke en realistische pausen uit de geschiedenis. Hij was jurist en theoloog. Werd, voordat hij na een conclaaf van een half jaar tot paus werd gekozen, achtereenvolgens aartsbisschop van Ancona, kardinaal en aartsbisschop van Bologna. Hij publiceerde verschillende werken over het kerkrecht en voerde hervormingen door in de liturgie, de biecht en het huwelijk. Hij was de eerste paus die het huwelijk tussen protestanten en katholieken erkende.

1747
Johan Blomhert
(1694-1738) – De geschiedenissen van het vereenigdt Nederlandt […] onder’t bestuur der princen van Oranje en Nassauw […]. Vyfde druk – Utrecht, Gysbertus van Paddenburg & Gysb. Tieme van Paddenburg de Jonge, 1747.

Formaat: 23x14x4 – 430 genummerde bladzijden.

1774
[Simon Stijl]
(1731-1804); [Johannes Stinstra] (1708-1790) e.a. – Levensbeschryving van eenige voornaame meest Nederlandsche mannen en vrouwen. eerste deel, 1774. Amsterdam, Peytrus Conradi, 1774.

Biografieënboek met onder meer flink wat Gouda erin: Erasmus, Coornhert, gebroeders Crabeth.

1781
J. Dibbetz Westerwout
(18e eeuw) – Beknopte Beschryving der zeventien Nederlandsche Provincien. Nymegen, by J.v. Campen, 1781.

1867
Jules van Praet
(1806-1887) – Essais sur l’histoire politique des derniers siècles. Bruxelles, Bruylant-Christophe, 1867.

Diverse historische essays, eindigend met een stuk over Willem III (1650-1702).

1914
Daniel François Scheurleer
(1855-1927) – Van varen en vechten. Verzen van tijdgenoten op onze zeehelden en zeeslagen, lof-en schimpduchten, matrozenliederen. 1572-1800. 3 delen, Martinus Nijhoff, Den Haag,
1914.

Dr. D.F. Scheurleer was bankier en muziekkenner te ‘s-Gravenhage, gaf de bundel Souterliedekens van 1540 uit, 1898. Ook had hij reeds in 1889 het Devoot ende Profitelijck Boecxken van 1539 uitgegeven, met inleiding, registers en aantekeningen.

1.2.5 – Zuidelijke Nederlanden 1648-1795

1784-1785
[Patrice-François de Neny]
(1716-1784) – Historische en staetkundige gedenk-stukken der Oostenryksche Nederlanden , door wylen den weledelen heere grave de N***. Amsterdam, z.j. [1784-1785].

3 delen: deel 1-2 in een band, deel 3 apart gebonden.

1.2.6 – Franse Tijd

1796
Cornelius Rogge
(1762-1806) – Tafereel der geschiedenis der jongste omwenteling in de Vereenigde Nederlanden. Amsterdam, Johannes Allart, 1796.

In 1778 ging Rogge studeren aan het Remonstrants Seminarium te Amsterdam waar hij in 1783, zonder examens te hebben hoeven afleggen, proponent werd en vanaf 1787 predikant was, vanaf 11 mei 1794 te Leiden. Hij werd gewaardeerd, ook postuum, als predikant en zijn leerredenen werden na zijn overlijden uitgegeven. Rogge was een patriot, bovendien een groot voorstander van de scheiding van kerk en staat en interesseerde zich voor de eerste geschiedenis van de Nederlandse republiek na 1795. Hoewel hij geen historicus was, heeft hij zich in die geschiedenis verdiept, daarbij zich zoveel mogelijk baserend op primaire bronnen.
In 1796 resulteerde dat in zijn werk Tafereel van de geschiedenis der jongste omwenteling in de Vereenigde Nederlanden terwijl in 1799 zijn belangrijke werk Geschiedenis der staatsregeling, voor het Bataafsche volk verscheen.

1.2.7 – Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

1829
Pierre Lapie
(1779-1850); Alexandre-Emile Lapie (1809-1850) – Kaart: ‘Royaume des Pays-Bas en 1829’. Uit: Atlas Universel de Géographie Ancienne et Moderne, précédé d’une Abrégé de Geographie physique et historique – Dédié au Roi. Paris, Eymery, Fruger et Cie Editeurs, 1829.

1832
Nicolaas Godfried van Kampen
(1776-1839) – Geschiedenis van den Vijftienjarigen Vrede in Europa, sedert den vrede te Parijs in 1815 tot op de tweede Fransche omwenteling in 1830. Haarlem, erven Francois Bohn, 1832.

Nicolaas Godfried van Kampen werd in 1815 benoemd tot Lector in de Hoogduitsche taal en letterkunde aan ’s Rijks Hoogeschole te Leiden. In 1829 benoemd tot hoogleraar in de Nederlandse letterkunde en vaderlandse geschiedenis aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam.
‘Geschiedenis van den Vijftienjarigen Vrede in Europa’ is een staatkundige geschiedenis van Europa tussen 1815 en 1830.

1.2.7 – Nederland na 1839

1848
Mr. Justinus Cornelius Voorduin
(1799-1878) – Geschiedenis en beginselen der grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden. Utrecht, Bielevelt, 1848.

1854
Egbert van der Maaten
(1808-1867) – Beknopte geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd, ten dienste van gymnasiën en instituten. Amsterdam, Hendrik Frijlink, 1854.

Egbert van der Maaten kreeg daar zijn opleiding aan het instituut van Kinsbergen en werd bierbrouwer in zijn geboorteplaats. Van der Maaten was gedurende de laatste jaren van zijn leven gemeenteontvanger in Elburg en was tevens ontvanger van de polder Oosterwolden.
In 1853 verscheen zijn hoofdwerk: ‘Geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd’, waarin hij zich ten doel stelde een geschiedenis der Nederlanden te leveren die als leesboek bruikbaar zou zijn en tevens geschikt zou zijn als handboek in het onderwijs. Aan zo’n handboek was naar zijn mening behoefte, omdat de bestaande handboeken gedurende de grafelijke regering hoofdzakelijk de geschiedenis van Holland behandelden, of de aanvang van de geschiedenis eerst bij de regering van Karel V stelden.

1868
Jacob van Lennep (1802-1868); Jan ter Gouw (1814-1894) – De uithangteekens, in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd. 2 delen, Gebroeders Kraay, Amsterdam 1868.

Hierin onder meer op p. 45-48 een beschrijving van het uithangteken van Allerd Dircksz Fasol.

1874
Gualtherus Jacob Dozy
(1841-1922); S.J.H. BrugmansHistorische atlas ten gebruike bij het onderwijs in algemeene en vaderlandsche geschiedenis. Zutphen Thieme, z.j. [1874].

1882
Hendrik Cornelius Rogge
(1831-1905) – Lijst van de voornaamste vorsten en regenten uit de oude-, middel-, en nieuwe geschiedenis. Amsterdam, Y. Rogge, 1882.

1884
Anton Albert Beekman
(1854-1947) – Nederland als polderland; beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijksten helft van ons land. Zutphen, W.J. Thieme, 1884.

Ex libris H. Snellens uit Valkenswaard. Hendrik Snellens was hoofd van de openbare school in Valkenswaard en voorganger in die functie van mijn grootvader Piet Fasol. Een collectie boeken van Snellens kwam zo in het bezit van de familie Fasol. Boeken uit deze collectie worden in dit overzicht in het vervolg aangeduid met ‘Ex libris H. Snellens’.

1885
Rimmer van der Meulen
(1850-1925) – De courant : geschiedkundig en vergelijkend overzicht der nieuwsbladen van alle landen. Leiden, z.j. [1885].

1905
Cornelis Eliza van Koetsveld
(1869-1945) – Onze politieke partijen. Jac. C. van der Stal Utrecht, z.j., [
1905].

De meeste bekendheid genoot Van Koetsveld door zijn omvangrijke Onze politieke partijen (1905), dat nu weliswaar grotendeels is verouderd, maar dat toch door zijn beschrijving van de partijen van zijn tijd en door de toegevoegde artikelen van H. Bijleveld over de ARP en van Lohman over de Vrije AR – en niet in de laatste plaats door de tekeningen van J.H. Isings jr. – zijn waarde behoudt. 

1914
[Diverse auteurs]
Nederland’s Adelsboek. Uitgeverij Van Stockum & zoon, ‘s-Gravenhage, 1914.

Editie 1914 met daarin o.a. het geslacht van Keppel.

1918
Dr. J.A.N. Knuttel
(1878-1965) – Woordenboek der Nederlandsche taal. derde deel, acht en twintigste aflevering; Eunjer-Fatsoeneeren. ‘s-Gravenhage-Leiden, Martinus Nijhoff, 1918.

Dr. Joannis Adrianus Nelinus Knuttel was redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van 1906-1943. Hij was vooraanstaand lid en propagandist van de Communistische Partij Nederland (C.P.N.). Op neerlandistiek terrein publiceerde hij belangrijke artikelen o.m. over de rederijkers en G.A. Bredero. Hij studeerde van 1896 tot 1901 Nederlandse letteren aan de universiteit van Leiden. Na zijn studietijd werd hij tijdelijk leraar op het gymnasium in Rotterdam. In 1906 promoveerde hij in Leiden op het proefschrift Het geestelijk lied in de Nederlanden voor de kerkhervorming. In dat zelfde jaar werd hij benoemd tot redacteur bij het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
Na een opleiding van acht maanden werd Knuttel de letter C toegewezen ‘die was blijven liggen, omdat niemand er zin in had’. Toch wordt het deel C-Fuut, dat hij tussen 1908 en 1920 bewerkte als een matig deel beschouwd. De taalkundige F. Stoett zei zelfs: ‘Bij Knuttel kijk ik niet eens meer, daar vind je toch niets’.
Dit is een los katern, waarin opgenomen het lemma Fasol (pag. 4385). Ingebonden door Thieu Wetemans. 

1925/1930
Pieter Geyl
(1887-1966) – De groot-Nederlandsche gedachte / De groot-Nederlandsche gedachte; tweede bundel. H.D. Tjeenk Willink, Haarlem, 1925 / De Sikkel, Antwerpen, 1930.

De twee bundels in één band bij elkaar gebonden.

1940
Algemeen Handelsblad
Nederland in oorlog met Duitschland. Vrijdag 10 mei 1940.

1943
Jac. van Ginneken
(1877-1945) – De studie der Nederlandsche streektalen. Amsterdam, Elsevier, 1943.

1946
Dr. A.C.J. de Vrankrijker
(1907-1995) – De grenzen van Nederland. Overzicht van wording en politieke tendenzen. Met 20 kaarten. Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1946.

1948
C. Jongkoen; S. van Creveld
Geschiedenis van de nationale hulpactie Rode Kruis h.a.r.k. Haar ontstaan, haar groei, haar inrichting, haar werkzaamheid. Stichting Nationale Hulpactie Roode Kruis, 1948.

Exemplaar aangeboden aan M. van Els.

1948
Camil Schutijser
 (1912-1993) – Dwars door Nederland. Aardrijkskundig leesboek voor de R.K.Lagere school en het V.G.L.O.; tweede deeltje. Drukkerij De Spaarnestad, [1948].

Exemplaar uit de bibliotheek van de St. Jansschool te Valkenswaard.

1.2.8 – België

1854
Jean-Charles Houzeau
(1820-1888) – Essai d’une geographie physique de la Belgique. Bruxelles, Hayez, 1854.

Jean-Charles Hippolyte Joseph Houzeau de Lehaie was een Belgisch astronoom, meteoroloog, geofysicus, journalist en avonturier. Hij was autodidact en verbleef lange tijd in de Verenigde Staten waar hij het opnam tegen de slavernij. Bij zijn terugkeer naar België werd hij directeur van de Brusselse sterrenwacht. In die functie leidde hij twee Belgische expedities voor de waarneming van de Venusovergang van 1882 en nam hij de beslissing om de sterrenwacht te verhuizen naar Ukkel. Hij publiceerde diverse studies over de astronomie, de geologie en de geografie met in 1854 een belangrijke publicatie over de fysische geografie van België.
VII, 331 pp.

1936
Prof. dr. Herman Theodoor Colenbrander
(1871-1945) – De afscheiding van België. J.M. Meulenhoff, Amsterdam, 1936.

1.3  – Topografie andere gebieden

1745
Thomas Osborne
(1704?-1767) – A collection of voyages and travels: consisting of authentic writers in our own tongue, which have not before been collected in English, or have only been abridged in other collections. And continued with others of note, that have published histories, voyages, travels, journals or discoveries in other nations and languages, relating to any part of the continent of Asia, Africa, America, Europe, or the islands thereof, from the earliest account to the present time. Vol. 1. London, Thomas Osborne, 1745.

Folio, niet alle platen aanwezig, los deel.

1759
[Thomas Salmon]
(1679-1767) – Hedendaagsche historie of tegenwoordige staat van Spanje en Portugal. Behelzende Eene Beschryving van de Gelegenheid die Ryken, van derzelver Kusten, Havens, Rivieren en Gebergten. (…). Amsterdam, Isaak Tirion, 1759.

Met titelprent en uitvouwbare gravure van Auto da fe of strafoefening der Inquisitie in Spanje.  

1815
Joseph von Obernberg
(1761-1845) – Reisen durch das Königreich Baiern. I. Theil, der Isarkreis, I. Heft. München, Ignaz Joseph Lentner, 1815.

Ex libris Matthieu van Els.

1834
Vosgien [Jean-Baptiste Ladvocat]
(1709-1765) – Nouveau dictionnaire géographique universel. Paris, Lebigre 1834.

De naam Vosgien werd in de loop van de tijd een soortnaam om geografische woordenboeken aan te duiden, zo populair was dit handboek. Het ‘Dictionnaire de Vosgien’ was in feite het werk van een abt van Lorraine, geboren te Vaucouleurs in de Vogezen, Jean-Baptiste Ladvocat.
Het Dictionnaire de Vosgien kende vele edities, van 1747 tot 1851.

1870
Alfred Russel Wallace
(1823-1913) – Insulinde: het land van den Orang-Oetang en den Paradijsvogel.Amsterdam, P.N. van Kampen, 1870.

Alfred Russel Wallace was een Brits natuuronderzoeker, geograaf, antropoloog en bioloog. Hij is vooral bekend omdat hij onafhankelijk van Darwin een eigen evolutietheorie formuleerde die sterk leek op die van Charles Darwin.
Ex libris H. Snellens.

1880
Alphonse Huillard-Bréholles
(1817-1871) – L’Irlande, son origine, son histoire et sa situation présente. Tours, Alfred Mame et fils, 1880.

1889
Roelof Schuiling
(1854-1936) – Nederland tusschen de tropen; aardrijkskunde onzer koloniën in Oost en West. Zwolle, Erven J.J. Tijl, 1889.

Roelof Schuiling was een Nederlandse leraar aardrijkskunde. Hij was, samen met Hendrik Blink en Willem Bouwmeester, een pionier in de historisch-geografische bestudering van het Nederlandse zandgebied.
Ex libris H. Snellens.

1890
Gerard Keller
(1829-1899) – Europa in al zijn heerlijkheid geschetst. Jac. G. Robbers, Rotterdam, z.j. [1890].

2 Delen. Gerard Keller werkte mee aan vele verschillende tijdschriften en bladen, schreef boeken en toneelstukken en werkte als vertaler. Geboren in Gouda, verhuisde hij met zijn ouders in 1830 naar Den Haag. Na het gymnasium werd hij student aan de Delfsche Academie. Nadat hij vele beroepen had geprobeerd, waaronder heelmeester, predikant, ingenieur, architect, handelsman of beambte bij een gasfabriek, werd hij uiteindelijk aangenomen in 1850 als stenograaf bij de Kamers der Staten-Generaal. In 1884 werd hij redacteur bij de Arnhemsche Courant.
Ex libris H. Snellens.

1892
René Danguy
(1860-1912); Charles Aubertin (1829-1902) – Les grands vins de Bourgogne (la Cote d’Or); étude et classement par ordre de mérite; nomenclature des clos et des propriétaires. Dijon, Félix Rey, 
1892.

1907
Mr. Samuel Muller Fz.
(1848-1922) – Italiaansche reisindrukken. Met vele afbeeldingen in en buiten den tekst. Haarlem, H.D. Tjeenk Willink & Zoon, 1907.

(XII); 231+1p.

1925
Heinrich HackelFührer durch das Tennengebirge. Antaria GMBH, Wien, 1925.

2 – Overige onderwerpen

Gerubriceerd op taal.

2.1 – Nederlands

1676
Lambert van den Bosch
(1620-1698) – Prael-tooneel der doorluchtige mannen, of het leven en bedrijf der beroemder vorsten, uytheemsche veldt-oversten en vorstelijcke bedienaers deses tijdts. Verhandelende de voornaemste saecken van staet en oorlogh, in en omtrent dese laetste hondert jaeren voorgevallen. Uit de vermaerste historie-schrijvers by een versamelt, en vertaalt. Amsterdam, Iacob van Meurs en Compagnie, 1676.

[4°, 779 pp.] Van den Bosch (Van Bos / Sylvius) behaalde in 1640 zijn bevoegdheid het apothekersambt te mogen uitoefenen, wat hij aanvankelijk in Amsterdam gedaan zal hebben. Van 1652 tot 1655 was hij rector van de Latijnse school in Helmond, daarna conrector van die in Dordrecht. In 1671 werd hij ontslagen wegens plichtsverzuim en andere hem verweten nalatigheden, welk ontslag hij aan de persoonlijke invloed van Cornelis de Witt toeschreef. In 1672 werd Van den Bosch rector aan de Latijnse school van Heemstede en tevens ouderling. Na de periode in Heemstede volgde nog een tijd in Amsterdam en Vianen. Zijn produktiviteit was enorm. Uit tal van auteurs en talen, Latijn en Grieks, Spaans en Italiaans, Duits, Frans en vooral Engels compileerde en vertaalde hij. Zo bracht hij als eerste een Nederlandse vertaling van Don Quichote. Hij schreef ook enkele dichtwerken en toneelstukken.
Perkamenten band, met vele gravures van de besproken staatslieden.

1698
Gregorio Leti
(1630-1701) – Het leven van Elizabeth, koninginne van Engelandt; behelsende der zelver ongemeene hoedanigheden en groot verstant; mitsgaders haare wyze en voorzigtige regeeringh, onder welke ’t Koningryk van Engeland meer als onder yemand van des selfs koningen gebloeyt heeft. Mitsgaders een pertinente beschryvinge hoedanigh sy het groote werk van de Reformatie der Kerke van Engeland met d’uyterste omzichtigheyt bevordert en volvoert heeft gehadt. In ’t Italiaans beschreven door d’heer Gregorio Leti. Met figuren, Eerste deel. ’s-Gravenhage, Meyndert Uytwerf, 1698.

[8°, (XII), 512, (23) pp.] Gregorio Leti schreef een aantal anti-katholieke werken. Waarschijnlijk vinden zijn standpunten hun oorsprong in zijn jeugd. De oom bij wie hij opgroeide was een prelaat. Dit verklaart Leti’s kennis van de misbruiken en intrigues aan het pauselijke hof.
Vijf boeken in een band. Met 9 gravures: Elisabeth, Hendrik VIII, Anna Boleyn, Cromwell, Thomas More, etc. Gegraveerde title (houtsnede). Eerste deel. Perkamenten band.

1739
[Nicolas Fontaine]
 (1625-1709) – De historien des ouden en nieuwen testaments, met stichtelijke toepassingen, getrocken uyt de HH. vaderen, om de Zeden in allerhande staeten van Menschen te reguleren. In ’t Frans beschreven door de Heere de Royaumont, overste van Sambreval. Vertaelt, met veerzen op ieder hoofdstuk versien, en met schoone printen verciert. Brussel, P.J. Lemmens / J.B. de Vos Fontaine,
1739.

Auteur wordt hier genoemd ‘De Heere de Royaumont’ (Sieur de Royaumont). Dit is een Nederlandse vertaling van het Franse origineel. Met meer dan 265 afbeeldingen.
Gerestaureerd (1989) door Mathieu Wetemans.

1811
C.F. Lhomond
  (1727-1794) – Des hommes illustres de la ville de Rome, depuis Romulus jusqu’à C. Auguste. Ouvrage traduit du Latin de C.F. Lhomond, par M. Boinvilliers; maintenant traduit du francais en flamand par F.L.N. Henckel, prêtre, professeur des langues latine, francaise et flamande. / Van de doorlugtige mannen der stad Roomen, sedert Romulus tot aen C. Augustus [..]. Gent, J. Begyn, 1811.

Dit is een simultaanvertaling in het Frans en het Nederlands van het werk van Cornelius Nepos.

1819
Xenophon
(ca. 430-355 v. Chr.) – Gedenkwaardigheden van Socrates, door Xenophon. Groningen, J. Oomkens,
1819.

Jan ten Brink (1771-1839) vertaalde dit werk van Xenophon.

1824
Petrus Weiland
(1754-1841) – Kunstwoordenboek, of verklaring van allerhande vreemde woorden, benamingen, gezegden en spreekwoorden, die, uit verschillende talen ontleend, in de zamenleving en in geschriften, betreffende alle vakken van kunsten, wetenschappen en geleerdheid voorkomen. ’s-Gravenhage, weduwe J. Allart, 1824.

In een fraaie prijsband, met opdracht aan Guillem Baltasar van der Feen, ondertekend door o.a. historicus Samuel de Wind (1793-1859). Een ingelegd briefje vermeldt de provenance van het boek. Het ‘Kunstwoordenboek’ is een ‘vreemde-woordenboek’.

1830
Augustinus van Hippo
 (354-430) – De Belydenissen van den H. Augustinus. Mechelen, P.-J. Hanicq, 1830.

1832
Friedrich Karl Kraft
(1786-1866) – Handboek der geschiedenis van Oud-Griekenland; ter vertaling in het Latijn. Tiel, C. Campagne, 1832.

Friedrich Karl Kraft beschrijft de geschiedenis van Griekenland in de Oudheid, te gebruiken als schoolboek voor de Latijnse les.

1874
[Anoniem]
 – Bladen voor rederijkers. Gorinchem, G.C. van der Mast, z.j. [1874].

Ex libris H. Snellens.

1875-1876
Nicolaas Wilhelmus Posthumus
(1838-1885) – Onze Tijd. Studiën en berichten over personen, zaken en gebeurtenissen van den dag. 10e en 11e jaargang. Amsterdam, C.F. Stemler,
1875-1876.

Ex libris H. Snellens.

1885
Hendrik Blink
(1852-1931) – Onze aarde. Handboek der natuurkundige aardrijkskunde. Groningen, Noordhoff & Smit, 1885.

Hendrik Blink was een Nederlandse leraar aardrijkskunde en vervolgens hoogleraar economische geografie. Hij was, samen met Roelof Schuiling en Willem Bouwmeester, een pionier in de historisch-geografische bestudering van het Nederlandse zandgebied.
‘Onze Aarde’ is een aardrijkskundig handboek.
Ex libris H. Snellens.

1891
Hendrik Heukels
(1854-1936) – Kennis der natuur; leerboek der natuurkunde, dierkunde en plantkunde. Leiden, E.J. Brill, 1891.

Hendrik Heukels was een Nederlandse leraar aan de kweekschool en floraschrijver. Hij was leraar aan de Rijkskweekschool te Nijmegen. Hij vertaalde en bewerkte Otto Wünsche’s Schulflora von Deutschland voor Nederland.
Ex libris H. Snellens.

1894
Jan Brouwer
Geïllustreerde encyclopaedie, tweede herziene druk. ‘s-Gravenhage, Joh. Ykema, 1894.

Ex libris H. Snellens.

1904
J.J. ten Have
 – Nieuw Leerboek der Aardrijkskunde, vooral ten dienste van hen, die voor de hoofdakte studeeren. Met een groot aantal gravures, schetskaarten, enz. en vele vragen en opgaven tusschen den tekst. Derde druk. ‘s-Gravenhage, Joh. Ykema., 1904.

564 p. Ex libris P.C. Fasol.

1926
G. Keller
 – Joh. Seb. Bach; Beroemde musici, deel II. ‘s-Gravenhage: J. Philip Kruseman, 1926.

1928
Dr. Jan Steffen Bartstra
(1887-1962) – Twaalf jaren ‘Vrije-hands-politiek’. De internationale verhoudingen van 1890-1902. A.W. Sijthoff, Leiden, 1928.

Luxe exemplaar, gedrukt op dik papier in beperkte oplage. Exemplaar uit de bibliotheek van prof. H. Brugmans, Bartstra’s promotor bij dit proefschrift. Ingelegd katern met stellingen.

1947
Augustinus van Hippo
(354-430) – De staat Gods. Bewerkt door Dr. J. Wytzes. J.H. Kok, Kampen, 1947.

2.1.1 – Gedrukt in de Nederlanden, anderstalig

1627
M. Annaeus Lucanus
 (39-65)– M. Annaei Lucani Pharsalia: sive de bello civili Caesaris et Pompeii libri X / M. Annaeus Lucanus ; ex emendatione Hug. Grotii cum ejusdem Notis. Amsterodami, apud Guiljelm. Ianß. Caesium, 1627.

[8°, 196 pag., ongenummerd] De Pharsalia, ook bekend onder de naam Bellum Civile van de Romeinse auteur Marcus Annaeus Lucanus is een episch gedicht over de strijd tussen Julius Caesar en Pompeius. De tekst is bezorgd door Hugo de Groot.
Klein formaat, gebonden in perkament. 

1695
William Temple
(1628-1699) – Introduction à l’histoire d’Angleterre par le chevalier Temple. Enrichie de tous les portraits des rois, tirez sur les originaux de Westminster etc. Traduite de l’Anglois. Amsterdam, Louis de Lorme, 1695.

[8°, (XVI), 310, (II) pp.] ‘Le Chevalier Temple’ was gezant te Brussel in 1666, realiseerde de alliantie tussen Engeland, de Republiek en Zweden om Spanje te beschermen tegen Frankrijk. Ook speelde hij een sleutelrol in het bewerkstelligen van het huwelijk tussen Willem III en Mary Stuart.
Temple’s ‘Introduction to the history of England’ was bedoeld als aanzet tot een algemene geschiedenis van Engeland. Een nogal pretentieus werk, niet zonder historische fouten, maar Temple ondervond in zijn tijd weinig concurrentie.
Contemporaine kalfsleren band, slijtage op de rug.

1724
Dionysius Petavius
(1583-1652) – Rationarium Temporum. In quo aetatum omnium sacra profanaque historia chronologicis probationibus munita summatim traditur. Lugduni Batavorum, apud Theodorum Haak, 
1724.

Dionysius Petavius (Denis Petau) was een van de beste chronologen. Hij werd geboren in Orléans, en publiceerde in 1627 zijn grote werk ‘De doctrina temporum’ en in 1630 een vervolg hierop. Petavius’ systeem wordt vooral in de katholieke kerk gebruikt. Hij had talen bestudeerd, was zeer deskundig in de wereldgeschiedenis, goed onderlegd in de wiskundige en als astronoom in staat om zonsverduisteringen te berekenen. In de chronologie legde hij de tekortkomingen van zijn rivaal Scaliger bloot. Hij bestreed het gebruik om hiaten in kennis op te vullen met hypotheses en greep daarbij terug op de klassieke teksten.
‘Rationarum temporum’ werd voor het eerst in 1633-4 gepubliceerd als verkorte versie van ‘De doctrina temporum’.

1743
Iohannis Rosini
(1551-1626) – Antiquitatum Romanarum. Corpus Absolutissimum, cum notis Doctissimis ac locupletissimis Thomae Dempsteri J.C., Cui accedunt Pauli Manutii Libri II. De Legibus, et de Senatu, cum Andreae Schotti Electis. I. De Priscis Roman. Gentibus ac Familis; II. De Tribubus Rom. XXXV. Rusticis atque Urbanis; III. De Ludis Festisque Rom. ex Kalendario Vetere. Cum Indicelocupletissimo Rerum ac Verborum, & aeneis figuris accuratissimis Urbis, & c. Editio novissima, prioribus omnibus longe emendatior. Salomonem Schouten, Amstelaedami, 1743.

Beschrijving van de Romeinse oudheid.

1763
Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu
 (1689-1755) – 
De l’esprit des loix. Nouvelle édition , revue, corrigée, et considérablement augmentée par l’auteur. Amsterdam et Leipzig, chez Arkstee & Merkus, 1763.

Deel 1 van het beroemde werk uit 1748 van Montesquieu. Opnieuw ingebonden.
Arkstee & Merkus (1734-1780) – Hans Kasper Arkstee (biografie: zie hierboven onder Nijmegen) was van 1734 tot 1780 geassocieerd met zijn halfbroer H. Merkus; de firma Arkstee en Merkus had een filiaal te Leipzig en het hoofdkantoor van haar boekhandel te Amsterdam. Van 1737 tot 1765 was de firma op de boekhandelaarsmis te Frankfort vertegenwoordigd. (dbnl).

1838
Alexandre Rodolphe Vinet
(1797-1847) – Chrestomathie française, ou choix de morceaux tirés des mailleurs écrivains français, ouvrage destiné à servir d’application méthodique et progressive à un cours régulier de langue française. Bruxelles, Meline, Cans et compagnie, 1838.

Ex libris H. Snellens.

2.1.2 – Nederlandse auteur, gedrukt in het buitenland

1754
A. Guilielmus Henricus Nieuwpoort
 (1670-1730) – Rituum, qui olim apud Romanos obtinuerunt, sucincta explicatio. Ad intelligentiam veterum auctorum facili methodo conscripta. Editio quarta veneta. Venetiis, apud Joannem Tyberninum, 
1754.

Willem Hendrick Nieupoort was hoogleraar in de rechten te Utrecht, alwaar hij dit werk voor het eerst publiceerde in 1712.
‘Rituum’ is een systematische studie van alle feiten omtrent de beschaving van de Romeinen (geld, maten, gewichten, gebruiken, etc.) ter toelichting bij de klassieke auteurs. Het boek had enorm veel succes in de 18e eeuw en werd vele malen herdrukt. (Hoefer NBG XXXVIII/66).

2.2 – Latijn

Titelblad Antoninus, Summa sacra Theologiae. 1571.1571
Antoninus van Florence
(1389–1459) – Summae sacrae theologiae, iuris Pontificij, & Caesarei, pars tertia. Nunc demum innumeris, quibus vndique scatebat, mendis repurgata, & in pristinum nitorem restituta. Venetië, apud Bernardum Iuntam & Socios, 1571.

Theologisch werk, voor het eerst gedrukt in 1477 van de H. Antoninus van Florence (1389–1459), een dominicaanse broeder uit Italië, die aartsbisschop van Florence was.
Alleen deel 3, gedrukt in Venetië in 1571 in de drukkerij van Bernardo Giunta (1487-1551),
uit een beroemd, van oorsprong Florentijns, drukkersgeslacht. Meer over dit boek en het herstellen van de oorspronkelijke band in het artikel Facelift voor een 445 jaar oud boek.

1652
Jacobus Lindbohm
(1622-?) – Meritum Christi ex passionis historia, cum sua adfertum veritate, contra Photinianos; universalitate, contra Calvinianos; sufficientia, contra pontificios. Praelo, ac typis Jegerianis, [Greifswald], 1652.

Van Lindbohm zijn nog enkele 17e eeuwse theologische publicaties bekend.
‘Meritum Christi’ is een proefschrift ter verkrijging van een graad in de theologie, onder Johannes Beringi, 28 juni 1652.
[4°, (VIII), (52) pp.]. Contemporaine band, hout bekleed met kalf op de rug, met papier op platten. Notities op schutbladen voor en achter, 17e eeuws. Typografisch zeer gevarieerd drukwerk.

1736
Johann Gottlieb Heineccius
(1681-1741) – Fundamenta stili cultioris in usum auditorii adornavit et syllogen exemplorum. Leipzig, Fritsch, 1736.

1828
Publius Vergilius Maro
(70-19 v. Chr.) – P. Vergilii Maronis Opera in Tironum gratiam perpetua annotatione illustrata a Chr. Gottl. Heyne. Vol. I. Lipsiae, Hahnianae, 1828.

Bezorgd door Christian Gottlob Heyne (1729 – 1812).
Deze band bevat alleen het eerste deel van de werken van Vergilius.

2.3 – Duits

1674
Bernhard von Zech
(1649-1720) – Der durchlauchtige Regenten-Saal, auf welchem der Roem. Papste, Keisere des H. Roem. Reichs, in Tuerkei, Moskau und Persien, dann der Koenige in Portugal, Spanien, Frankreich, Engelland, Daenemark, Schweden, Polen, Hungarn und Boehmen, so auch der Kuhrfuersten im H. Roem. Reich und Herzogen zu Venedig, Namen, Nachfolge, Regirung, fuernehme Tahten und Absterben, ingleichen der hoechsten Haeupter der Christenheit Geschlechte, hohe Ankunft und XVI Ahnen in zwo Fuerstellungen auf kurzen historischen Stamm- und Ahnen-Tafel aufgefuehret und entworfen werden durch Bernhard Zechen von Weinmar. Regensburg, in Joh. Conrad Emmerichs, Buchhaendler Berg, drucks Georg Heinrich Mueller,
1674.

[8°, (XX), 678, (XXXIV) pp.] In de ‘Regenten-Saal’ worden alle koningen, keizers en andere wereldleiders behandeld aan de hand van beknopte biografieën.
In 19e eeuwse band.

1758
Marcus Tullius Cicero
(106-43 v. Chr.) – M. T. Ciceronis Epistolae ad Familiares oder: Ciceronis Briefe, Die er An unterschiedene gute Freunde geschrieben, zu mehrern Nutzen der studierenden Jugend mit Deutschen Anmerkungen also erläutert, … Nürnberg, Wienn, Joh. Paul Krausz, 1758.

Brieven van Cicero, in contemporaine band.

1774
Esaias Schneider
(1721-1743) – De vita excellentium imperatorum … captui puerorum accomodatus; oder: deutliche, und nach dem Begriff der Jugend endlich recht eingerichtete Erklärung des Cornelii Nepotis. Durch Emanuel Sincerum. Durchgehends mit grossem Fleiss aufs neue übersehen. Ingolstadt / Augsburg, J.F.X. Crätz, 
1774.

Emanuel Sincerum is een pseudonym van de theoloog Esaias Schneider.
Dit is een uitgave van het werk van Cornelius Nepos (100 v. Chr.-28), door Schneider becommentarieerd voor de jeugd.

1864
Ernst Karl Guhl
(1819-1862); Wilhelm Koner (1817-1882); Richard Engelmann (1844-1909) – Leben der Griechen und Römer. Berlin, Weidmann, 1864.

1884-1888
Carl Fasol
(1815-1892) – Album der Buchdruckerkunst II. Serie. Sammlung von Kunst-Sätzen aus verschiedenen Ländern. 6 Thle, Carl Fasol, Wien, 1884-1888.

Carl Fasol (geboren Nagylózs, 16 februari 1815, overleden Mödling 23 januari 1892) was een boekdrukker uit Wenen. Hij is de uitvinder van de stigmatypie, een manier om afbeeldingen te drukken door punten te drukken op typografische wijze. Carl Fasol was een van de eerste drukkers die experimenteerde met het drukken met naaldpunten. Hij slaagde erin omvangrijke afbeeldingen te drukken door gebruik te maken van stippen van verschillende groottes, vaak maar vier of vijf stippen op een ‘drukletter’, waardoor hij in feite handmatig halftone afbeeldingen maakte. Deze stigmatypie laat hij duidelijk zien in zijn boek Album der Buchdruckerkunst (deel 1: 1868-1881 en deel 2: 1884-88). Een van de mooiste voorbeelden van zijn stigmatypie liet hij zien in een portret en een bloemenafbeelding, waarvoor hij een medaille won bij de Tentoonstelling van Parijs.

1922
André Pirro
 (1869-1943) – Bach : sein Leben und seine Werke. Berlin, Schuster & Loeffler, 1922.

1929
Johann Sebastian Bach
(1685-1750) – Passionsmusik nach dem Evangelisten Matthäus, herausgegeben von Siegfried Ochs. Edition Peters, Leipzig, 1929.

2.4 – Engels

1797
Jean Siffrein Maury
(1746-1817) – The principles of eloquence : adapted to the pulpit and the bar. Albany : Printed by Loring Andrews & Co. for Thomas, Andrews & Penniman, sold at their bookstore …, by I. Thomas in Worcester, by Thomas & Andrews in Boston, and by Thomas, Andrews & Butler in Baltimore, 1797.

1807
Francis Bacon
(1561-1626) – Essays, moral, economical and political. London, Union Printing Office, 
1807.

Bacon’s theorieën en zijn redeneermethoden waren populair in het begin van de 19e eeuw. Zo had Bacon bijvoorbeeld een enorme invloed op het denken van Thomas Jefferson. Jefferson was een aanhanger van Bacon’s inductieve wetenschappelijke methode en de theorie van Bacon was in veel van zijn daden merkbaar: hij catalogiseerde zelfs zijn bibliotheek met Bacon’s classificatie van de menselijke geest in ‘Rede,’ ‘Geheugen,’ en ‘Verbeelding’ (Brown ‘Thomas Jefferson’ p. 196).

1826
Adam Smith
(1723-1790) – An inquiry into the nature and causes of the wealth of nations. J.F. Dove, London, 1826.

Het beroemde werk van Adam Smith uit 1776 in een uitgave uit 1826.

1839
[McLean & Taylor]
The Addresses and Messages of the Presidents of the United States from 1789 to 1839: Declaration of Independence and Constitution of the United States, with Portraits of the Presidents. New York, McLean & Taylor, 1839.

1848
Simon Ockley
(1678-1720) – The history of the Saracens. Henry G. Bohn, London, 1848.

Simon Ockley werd geboren te Exeter en was vicar van Swavesey, Cambridgeshire. Hij werd professor als Arabist te Cambridge in 1711. In 1718 werd hij gevangen gezet wegens schulden. Gibbon noemde zijn lot “unworthy of the man and of his country.”
Het eerste deel van zijn ‘Conquest of Syria, Persia, and Egypt by the Saracens’, meer bekend als ‘The History of the Saracens’, verscheen in 1708. Ockley baseerde zijn werk op een Arabisch manuscript in de Bodleian library. Als geschiedschrijving heeft het zwakheden: bijvoorbeeld de beslissende slag om Cadesia bij de verovering van Perzië blijft onvermeld. Het leest eerder als een verzameling verhalen dan als geschiedenisboek. In literair opzicht heeft het werk echter een uitstekende reputatie.

1900
John Stuart Mill
(1806-1873) – Principles of political economy. New York, Colonial Press, 1900.

John Stuart Mill publiceerde zijn eerste belangrijke boek in 1843, A System of Logic. Een van de belangrijkste theorieën is het beginsel van causaliteit – Als A altijd door B wordt gevolgd, kan worden verondersteld dat dit in de toekomst ook altijd zo zal zijn. Hierin zet hij een vorm van het psychologisme uiteen.
Zijn Principles of Political Economy (1848) werd één van de belangrijkste referentiewerken op het gebied van economie, en was tot in 1919 het standaard tekstboek van de opleiding economie aan Oxford University.

2.5 – Frans

1676
Antoine Varillas
(1624-1696) – Sommaire royal de l’histoire de France, continuée depuis Pharamond jusques au Regne d’apresent. Par le Sieur de Bonair, historiographe du Roy, & l’un des XXV. gentils-hommes de la Garde Ecossoise. Avec des portraits, armes & devises de tous les Rois. Paris, Charles Osmont,
1676.

[8°, (VIII), 400 pp.] Varillas wordt hier aangeduid als ‘Le sieur de Bonair’.
De uitgave bevat gravures van elke Franse koning tot Lodewijk XIV. Ex libris Johannes Gregorius Stalmans (1707). Contemporaine kalfsleren band, bindwerk wat los, overigens mooi exemplaar.

1762
Jacques Lacombe
(1724-1811) – Abrégé chronologique de l’histoire du Nord; ou des états de Dannemarc, de Russie, de Suède, de Pologne, de Prusse, de Courlande, etc. etc. Avec des remarques particulieres sur la génie, les moeurs, les usages de ces nations; sur la nature & les productions de leurs climats. Ensemble un précis hitorique concernant la Laponie, les Tartares, les Cosaques, les ordres militaires des chevaliers Teutoniques & Livoniens; la notice des scavans & illustres; des métropolites, des Patriarches de Russie. Paris, Jean-Thomas Herissant, 
1762.

Abrégé chronologique is een overzicht van de geschiedenis van de Noordeuropese landen.
Dit betreft alleen het eerste deel van de twee (Denemarken en Rusland).

1781
Louis-Mayeul Chaudon
(1737-1817); Antoine-François Delandine (1756-1820) – Lecons élémentaires d’histoire et de chronologie : ouvrage nécessaire à toutes les classes des citoyens, & sur-tout aux Jeunes-gens, auxquels on veut donner une idée précise, mais distincte, de l’origine des états, de l’histoire des peuples, des révolutions des empires, depuis la Création jusqu’à nos jours (…). Caen, G. le Roy, 1781.

1804
Louis-Mayeul Chaudon
(1737-1817); Antoine-François Delandine (1756-1820) – Nouveau dictionnaire historique, ou histoire abrégée de tous les hommes qui se sont fait un nom par des talens, des vertus, des forfaits, des erreurs, etc., depuis le commencement du monde jusqu’à nos jours; dans laquelle on expose avec impartialité ce que les écrivains les plus judicieux ont pensé sur le caractère, les moeurs et les ouvrages des hommes célèbres dans tous les genres; avec des tables chronologiques, pour reduire en corps d’histoire les articles répandus dans ce Dictionnaire. Huitième édition. Lyon, Bruyset ainé et comp., 1804.

1805
Louis Pierre Anquetil
 (1723-1806) – Histoire de France, depuis les Gaulois jusqu’à la fin de la monarchie. Paris, Garnery, 
1805.

Louis Pierre Anquetil is ‘de l’institut national, et membre de la Légion d’honneur; auteur de l’esprit de la Ligue, du précis de l’histoire universelle, et d’autres ouvrages.’
Alleen deel 1-5.

1808
Pierre Jean Baptiste Nougaret
 (1742-1823) – Anecdotes militaires, anciennes et modernes, des Francais; contenant les actions sublimes et couragieuses des généraux, des grandes capitaines, des officiers et des soldats; les traits de dévouement extraordinaire de plusieurs villes assiégées; des particularités sur plusieurs batailles mémorables, soit de terre, soit de mer, et sur les strategèmes de guerre curieux et remarquables. Paris, F. Louis, 1808.

‘Anecdotes militaires’ is een militaire geschiedenis van Frankrijk.

1811
Esprit Fléchier
 (1632-1710) – Histoire de Théodose le Grand, pour monsieur le Dauphin. Nouvelle édition. Lyon, M.P. Rusand, 1811.

Esprit Fléchier is ‘abbé de Saint Severin, aumonier ordinaire de madame la Dauphine’. Hij was bisschop van Nîmes.
Hij beschrijft hierin het leven van de Romeinse keizer Theodosius de Grote.

1818
Jean-Charles Dortet de Tressan
 (1799-1884) – La mythologie comparée avec l’histoire. Paris, Gabriel Dufour, 1818.

1818-1819
Jean Baptiste Louis Crevier
 (1693-1765) – Histoire des empereurs romains depuis Auguste jusqu’a Constantin. A Paris, : De l’Imprimerie de Didot le jeune. : Chez Ledoux et Tenré, libraires …, 1818-1819.

1821
Jean-Baptiste Say
 (1767-1832) – Catéchisme d’économie politique ou instruction familière qui montre de quelle facon les Richesses sont produites, distribuées et consommées dans la société. Paris-Londres, Bossange, 1821.

Jean-Baptiste Say wordt gezien als een van de grondleggers van de staatshuishoudkunde. Say was een klassiek econoom die de nadruk legde op de vraagzijde van de economie en op het nuttigheid van goederen. Zijn visie op het economisch heeft hij neergelegd in zijn boek Traité d’économie politique uit 1803. Say is beroemd geworden door de naar hem vernoemde wet van Say. Deze komt erop neer dat de totale koopkracht per definitie gelijk is aan de totale productie.

1822
Karl von Martens
(1790-1863) – Manuel diplomatique; ou, Précis des droits et des fonctions des agens diplomatiques; suivi d’un recueil d’actes et d’offices pour servir de guide aux personnes qui se destinent à la carrière politique. Paris, Treuttel et Würtz [etc.] 1822.

Dit is een diplomatiek handboek door baron Charles de Martens.

1831
Jean-Jacques Rousseau
(1712-1778) – Du Contrat social, ou Principes du droit politique. Parijs, A. Hiard, 1831.

Het maatschappelijk verdrag of Beginselen der staatsinrichting (oorspronkelijke Franse titel Du contrat social ou principes du droit politique, 1762) is een politiek-staatkundige verhandeling geschreven door de Zwitsers-Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hierin zet hij zijn visie op de legitimiteit van de macht uiteen, en stelt dat de politieke macht en de wetten terug te voeren zijn op het feit dat de burgers van een samenleving een sociaal contract hebben afgesloten. Dit hield in dat de burgers zich zouden onderwerpen aan de volonté générale of algemene volkswil. Het is deze wil die elke vorm van macht of recht legitimeert. Dat was in tegenstelling met heersende gewoonterecht. Du Contrat social had veel invloed op de Franse Grondwet van 1793.

1835
Claude Le Ragois
 (?-1683) – Nouvelle histoire de France, entièrement refondue, et continuée jusqu’au règne de sa majesté Louis-Philippe 1er ; (…). Paris, Didier; Limoges, Martial Ardant & fils, 1835.

Claude Le Ragois was abt en leermeester van de hertog van Maine.
Dit werk is een geschiedenis van de Franse koningen, met 68 gravures van de Franse koningen door Dembour.

1836
Ph.
 – Beautés de l’histoire Romaine, avec une esquisse des moeurs et un apercu des arts et des sciences à différentes époques, depuis Romulus jusqu’à la division de l’empire après Constantin ; précédées de notion sur les institutions des Romains. 1836.

Beautés de l’histoire Romaine is een beschrijving van de Romeinse cultuur.

1854
Alain-René Le Sage
(1668-1747) – Histoire de Gil Blas de Santillane. Paris, Jacques Lecoffre et cie., 1854.

Ex libris H. Snellens.

1884
Edouard-René Lefebvre
(1811-1883) – Paris en Amérique. Paris, G. Charpentier et cie., 1884.

Edouard-René Lefebvre is het pseudonym van Edouard Laboulay. Hij was lid van de Kamer van Afgevaardigden, senator en geschiedkundige.
In dit boek beschrijft hij op humoristische wijze het leven in Amerika.
Ex libris H. Snellens.

2.6 – Grieks

1827
Homerus
(ca. 800-ca. 750 v. Chr.) – Homeri Carmina; secundum recensionem Wolfii cum praefatione Godofredi Hermanni; volumen I. Ilias. Lipsiae, Caroli Tauchnitii, 1827.

Deze band bevat alleen het eerste deel, de Ilias; bezorgd door Gottfried Hermann (1772-1848).

2.7 – Italiaans

1563
Giovanni Cassiano
(360-435) – Opera di Giovanni Cassiano delle costitutioni et origine de monachi. Et de remedij et cause de tutti li uitij; doue si recitano uentiquattro ragionamenti de i nostri antiqui padri, non meno dotti et belli, che utili & necessarij a sapere. Tradotta per fra Benedetto Buffi heremita, dell’ordine di Camaldoli, di latino in uolgare. Venetia, Michele Tramezzino,
1563.

Werk van Giovanni Cassiano, een monnik, waarschijnlijk afkomstig uit de Provence. Volgens overlevering is hij de stichter van abdijen voor wie hij de regels op schrift zette en waarvoor hij de monniken en nonnen opleidde.
Drukker Michele Tramezzino (1526-1571) werkte samen met zijn broer Francesco als boekdrukker en uitgever vanuit Venetië. Ze waren actief in Venetië en Rome. Beiden vluchtten vanuit Rome naar Venetië in 1527 ten tijde van de plundering. Michele bleef in Venetië, Francesco keerde terug naar Rome in 1528. Francesco’s winkel bevond zich in de via del Pellegrino, hij overleed in 1576. Francesco had de reputatie van een geleerd man en een vriend van humanisten.
Pagina’s: [8], 320; 21.5 x 16 cm. Contemporaine perkamenten band met de slijtage van 450 jaar. De eerste 24 pagina’s hebben in de hoek onderin schade maar de tekst is intact. Houtgravure-merkteken op het frontispice die een rechtopstaande Sibylla afbeeldt met een boek in haar rechterhand en een opgeheven linkerhand. Inscriptie daaronder: Sibylla; en rondom het motto: Qual più fermo è il mio folio è il mio presagio.

2.8 – Perzisch

16e eeuw
Niẓāmī Ganjavī
(1141-1209) – Eskandar-nameh (de ‘Alexander-roman’) [fragment]. Handschrift, 1 pagina, Perzisch miniatuur, 16e eeuw.

Nezāmi Ganjavī was een 12e eeuwse Perzische dichter. Hij wordt beschouwd als de grootste epische dichter uit de Perzische literatuur.
De Romance van Alexander de Grote werd geschreven rond het jaar 1200 en omvat 10,500 versregels. Het verhaal is gebaseerd op islamitische mythes rond Alexander de Grote, die op hun beurt zijn afgeleid van verwijzingen uit de Koran en van de Griekse Alexander romance van Pseudo-Callisthenes. Het werk bestaat uit twee boeken, Sharaf-Nama en Iqbal-nameh. Het gedicht vertelt over de drie periodes in Alexanders leven: als veroveraar van de wereld, als zoeker naar kennis, waarna hij tot het inzicht komt dat hij zijn eigen onwetendheid onder ogen ziet, en vervolgens als profeet, opnieuw reizend over de wereld om zijn monotheïstische geloof aan de wereld te verkondigen. Een Perzische miniatuur is een klein schilderij afkomstig uit Perzië, het huidige Iran. Perzische miniaturen werden als afzonderlijke kunstwerken gemaakt maar dienden ook als illustraties in boeken. Een manuscript dat een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de vroege Perzische miniaturen heeft gegeven is de Jami’ al-tawarikh van de Perzische historicus Rashid al-Din. De bekendste schilder van miniaturen was Reza Abbasi uit de zeventiende eeuw. Een andere bekende schilder was Kamāl ud-Dīn Behzād (ca. 1450 – ca. 1535). Stuart Cary Welch schrijft in het boek Perzische Miniaturen: “De Perzische schilderkunst is uniek door de zuiverheid en de gloed van haar koloriet en leerlingen moesten daarom ook de eigenschappen van iedere tint leren ontdekken, zowel op zichzelf als in verbinding met de overige; op Perzische miniaturen vormt het koloriet niet alleen een visueel ‘akkoord’ als bij een groep klanken in de muziek, maar heeft het ook kleur voor kleur afzonderlijk de beschouwer iets te zeggen.”
Afkomstig uit privébezit van Wim van Gerwen, stichter van Museum Van Gerwen-Lemmens te Valkenswaard. Door de afbeelding loopt een scheur. Ingelijst.