Bibliotheca Fasoliana
Deze pagina is onderdeel van een opgesplitst artikel. Ga naar het begin.
17e eeuw
Iustus Lipsius (1547-1606) – Manuductionis ad stoican Philosophiam Libri tres L Anneo Senecae, allisque scriptoribus. Antierpiae, Plantinus, 1604.

Het artikel gaat verder onder de advertentie:
Perkament omslag uit 1925. Omslag met 6 bladen en kleine gravure, 212 pagina’s en 2 bladen. Eerste editie van dit werk over de Stoïcijnse filosofie, een van de belangrijkste verhandelingen die Lipsius over dit onderwerp schreef.
Boeren-litanie ofte Klachte der Kempensche landt-lieden. Dirk Corneliszoon Troost, Amsterdam, 1608.
Klacht over het miserabele leven van de Kempense landbouwers. Pamflet van acht bladzijden, 19 x 15 cm. Tweede druk (eerste in 1607). Knuttel 1395. De houtsnede op de titelbladzijde (een bevalling) heeft niets met de inhoud te maken (dat gebeurde wel meer bij efemeer drukwerk). Anoniem hekel- en klinkdichten over het miserabele leven van de Kempense landbouwers die geplaagd worden door de langdurige oorlog in de streek én door de inhalige eigenaars van hun gronden: “Het dorre Kempen Landt / met pijne wij bevruchten / Tot ‘seygenaars genot”. De teneur is anti-Spaans en anti-katholiek (zie Joost Vrieler, “Het poëtisch accent: drie literaire genres in zeventiende-eeuwse Nederlandse pamfletten“, die dit pamflet uitvoerig analyseert).
D.A. Rodrigo – Het Secreet des conings van Spangien, Philippus den tweeden, achter-ghelaten aen zijnen lieven soone, Philips de derde van dien name, vervatende hoe hy hem reguleren sal nae zijns vaders doodt. In ’t licht ghebracht door een dienaer van den heere Christoffel de Mora, schatbewaerder des Conings van Spagnien, genaemt Rodrigo D.A. Ende nu over-gheset uyt den Spaenschen door P.A.P. S.i., 1608.
Zie Knuttel 1060. Er bestaan diverse edities van dit populaire pamflet over het aftreden van Filips II. De oudste editie is van 1599. Deze edititie, mogelijk gedrukt in 1608, is ook opgenomen in de Byecorf van het jaar 1608. Hij onderscheidt zich van de editie van 1599 door het fileet dat hier vierkant is. De naam Rodrigo is gezet in Latijnse en niet in Duitse letter.
Petrus Diveaus – Rerum Brabanticarum Libri XIX. Hieronymus Verdussen, Antwerpen 1610.
Perkamenten band, 248 pag. Studio Aubertus Miraeus. Zeldzame Brabantse studie over de geschiedenis van Brabant. Geschreven door Brabantse historicus Petrus van Dieve (Petrus Diveaus) (Leuven 1535-1581).
Joannes de Gouda – Ander-half-hondert levghens Henrici Boxhornii woorden-dienaers tot Breda, in sijn venijnich Teghen-ghift ghemenght, ontdeckt ende wederleyt. T’Handtvverpen, By Hieronymus Verdussen, 1611.
8o: [16], 249, [4] p.
Lodovico Guicciardini – Description de touts les Pays-Bas, autrement appelez, la Germanie inferieure, ou Basse Allemagne. Pieter Van den Keere, Petrus Montanus A Arnhem : chez Iean Ieansz, 1613.
Oblong uitgave van Lodovico Guicciardini uit 1613. Franstalig. De prenten en kaarten ontbreken, de beschrijvingen in tekst zijn compleet. Enkele bladen liggen los.
J.J. Orlers: La Genealogie des illustres Comtes de Nassau. Novellement imprimée: avec la description de toutes les victoires lesquelles Dieu a octroiées aux Nobles, Haults & Puissants Seigneurs, Messeigneurs les Estats des Provinces Unies du Païs-bas, Sous la Conduite & Gouvernement de son Excellence, le Prince Maurice de Nassau. Deuxième edition. Leiden, 1615.
Met fraai gegraveerd titelblad van De Gheyn. Vele beroemde gravures, etsen van portretten, steden, gevechtsscenes, zeeslagen, enz. Bijvoorbeeld de beroemde gravure van de inname van Breda. In totaal 66 gravures met 43 dubbelbladige gevechtsscenes, belegeringen, plattegronden, gezichten op Nova Zembla, Groningen, Nijmegen, Gran Canaria, zeeslag met Admiraal Heemskerck, kaart van Nederland en kaart Brabant. Tevens met wapenschild van Prins Maurits enz.
Conrad Gessner (1516-1565) – De Lithofalco et Dendrofalco. Houtsnede uit: Historia animalium. Zürich, 1617.

Deze met de hand ingekleurde houtsnede van een slechtvalk is afkomstig uit ”Historia animalium” (“Geschiedenis van de dieren”), gepubliceerd in Zürich in 1551-1558 en 1587, en is een encyclopedische “inventaris van renaissancezoölogie” door Conrad Gessner (1516-1565). Dit werk van Gessner wordt beschouwd als het begin van de moderne zoölogie in het Westen en het was het meest gelezen van alle natuurhistorische boeken uit de Renaissance. De illustraties in ‘Historia animalium’ zijn zeer naturalistisch vergeleken met die in middeleeuwse bestiaria en gedrukte exemplaren van de Physiologus. Plaats en jaar van publicatie: Zürich, Zwitserland, 1617. Conrad Gessner (1516-1565) was een Zwitserse natuuronderzoeker en bibliograaf die bekendstond om zijn belangrijke bijdragen aan de vakgebieden zoölogie en botanie. Hij was een pionier in het creëren van gedetailleerde classificaties van dieren en planten, wat de basis legde voor de moderne taxonomie.
[Tilman van Bree]; [Hendrik Uwens] (?-1622) – Gelresche Rechten des Ruremundtschen Quartiers van nieuws oversien endt verbetert door last van haere Doorluchtichste Hoocheden.Johan Hompes, Tot Ruremundt, 1620.
(Anders dan de titelpagina vermeldt, in werkelijkheid gedrukt te Keulen bij Johan Gymnich IV). Tilman van Bree was rechtsgeleerde, eerst syndicus of pensionaris van de Staten van het Spaans Overkwartier van Gelderland te Roermond. Met Hendrik Uwens, de kanselier van dit hof, was hij de opsteller van dit boek. Van Tilman van Bree is nog bekend dat hij 19 juni 1609 voor de rechtbank der schepenen te Roermond kwam getuigen, dat hij, toen hij nog schout was te Maaseik, een zekere Johannes Prickelken als weerwolf had vervolgd, op de pijnbank laten leggen en ter dood brengen, en dat deze niets had verklaard tegen Johannes van Uffelt, genaamd Byster, toen voor de Roermondse schepenbank als weerwolf vervolgd. Dit wetboek uit 1620, in de wandeling de ‘Gelderse Land- en Stadsrechten’ genoemd, bevat een systematische optekening van het gewoonterecht in Spaans Gelderland. Het plan om het Gelderse recht vast te leggen in een wetboek dateerde al van vóór de Tachtigjarige Oorlog, maar het kwam er pas van tijdens die oorlog, en dan alleen voor het Overkwartier of Roermonds Kwartier, dus voor het zuidelijk deel van Gelderland dat onder Spaans bestuur gebleven was. Bij de opstelling waren juristen uit Antwerpen betrokken. Hierdoor bestond de inhoud uit Gelders gewoonterecht met enkele Brabantse invloeden. Ook het Kwartier van Nijmegen nam dit landrecht over. Deze eerste druk gaat vergezeld van een rijk versierde titelplaat, door Peter Paul Rubens (1577-1640) getekend naar een voorbeeld van de Roermondse schilder Hendrik Bres en door Hans Collart gegraveerd. Afgebeeld zijn aartshertog Albert van Oostenrijk en aartshertogin Isabella van Spanje, vorstin van de Spaanse Nederlanden, staande voor een poort met in het midden het wapenschild van Gelre waarop een ruiter op een springend paard geflankeerd door twee engelen met tekstbanderollen: Armis et Legibus (‘met wapens en wetten’). Linksonder het wapen van Gelre, rechtsonder het wapen van Roermond. Het ontwerp van de titelpagina wordt bewaard in het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Provenance: L.M. Boissard (17e eeuw); Boissard (1708); J.N. Tindemans, Weert (19e eeuw); Catawiki (2019).
M. Annaeus Lucanus – M. Annaei Lucani Pharsalia: sive de bello civili Caesaris et Pompeii libri X / M. Annaeus Lucanus ; ex emendatione Hug. Grotii cum ejusdem Notis. Amsterodami, apud Guiljelm. Ianß. Caesium, 1627.
[8°, 196 pag., ongenummerd] Klein formaat, gebonden in perkament. De Pharsalia, ook bekend onder de naam Bellum Civile van de Romeinse auteur Marcus Annaeus Lucanus is een episch gedicht over de strijd tussen Julius Caesar en Pompeius. De tekst is bezorgd door Hugo de Groot.
J. van der Eyck (1574-1634) – Corte beschrijvinghe mitsgaders hantvesten, privilegien, costumen ende ordonnantien van den lande van Zuyt-Hollandt. Dordrecht, Van Spierincxhouck, 1628.
Contemporaine blindgestempelde perkamenten band. Met frontispice door W. Hondius naar A. v.d. Venne en geïllustreerd met vele kopergravures in de tekst van stadswapens. De auteur was Jacob van der Eyck, secretaris van het hof en de hoge vierschaar van Zuid-Holland. Het frontispice toont o.a. visvangst, een gezicht op Dordrecht en een vogelvlucht gezicht van de watersnood van 1421. Voorste schutblad met japans papier opnieuw vastgezet.
Samuel Ampzing – Beschryvinge ende lof der stad Haerlem in Holland. Mitsgaders Petri Schriveri. Laure Kranz voor Laurens Koster van Haerlem. Eerste vinder van de Boek-Druckerye. Haarlem, Adriaan Rooman, 1628.
1 frontispice door Th.Matham en 4 van de 18 gravures van J.van der Velde naar P.Saenredam. 1, plattegrond van de Grote Kerk, 2,de Verovering van Damiate, 3, het stadswapen van Haarlem en 4 een afbeelding van de zegel van Haarlem. Het titelblad is los en kleiner van formaat (18 X 14 cm) dan de andere pagina’s, waarschijnlijk later toegevoegd. Ook zijn er enkele pagina’s (nrs: 163-168 waar de prenten verwijderd zijn) los.
Nicolaus Vernulaeus (1583-1649) – Dissertationum politicarum stylo oratio explicatarum; decas prima. Lovanii, typis Philippi Dormalii, 1629.

8o, (XVI), 504 pp. – Nicolaus Vernulaeus geldt als een van de belangrijkste neolatijnse toneelschrijvers in de Nederlanden. In Leuven bestond een academisch theater, dat in de figuur van Nicolaus Vernulaeus een begaafd en internationaal gerespecteerd tragicus bezat. Hij bracht bij voorkeur figuren uit de middeleeuwse en moderne geschiedenis op de planken, zoals Jeanne d’Arc, Thomas More en Albrecht Wallenstein. De meerderheid van zijn geschriften ligt echter op het gebied van welsprekendheid, politiek, zedenkunde, Romeinse antiquiteiten, enz. Vernulaeus’ oeuvre kan samengevat worden in zes categorieën: tragedies, welsprekendheid in theorie en praktijk, dissertationes politicae, lof-en lijkredes, historische werken en ten slotte filosofische basiswerken. In zijn verzamelde Dissertationes politicae (decas prima,1629; decas secunda,1646) becommentarieerde Vernulaeus de politieke vraagstukken van zijn tijd. Daarbij maakte hij steeds gebruik van het procédé waarbij verschillende redenaars het tegen elkaar opnemen over onderwerpen zoals de verhouding tussen Kerk en Staat, de rechtvaardiging van de oorlog of de macht en de verdiensten der vorsten. In perkament gebonden, zeer fraai exemplaar. Provenance: Clément Maus, ingenieur te Vieux-Virton (stempel, 20e eeuw); boekenmarkt Den Haag (2005).
Johannes de Laet (1581-1649) – Belgii confoederati respublica seu Gelriae, Hollan. Zeland. Traject. Fris. Transisal, Groning, chorographica politicaque descriptio. J. de Laet Lugd. Batav. ex officina Elzeviriana, 1630 by J. de Laet. Elzevir, 1630.
Johannes De Laet was een belangrijk bestuurder van de W.I.C. die voor Elzevier een aantal boekjes in de serie Respublicae samenstelde. Van dit specifieke deel (over Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en de niet op de titel genoemde provincies Brabant en Vlaanderen) werden in 1630 alleen al 3 edities uitgegeven. Bonaventura Elsevier (Leiden 1583-Leiden 1652), vijfde zoon van stamvader Lodewijk Elsevier, werd universiteitsdrukker in Leiden in 1626. Dit drukkershuis zou blijven bestaan tot 1712.
Marcus Zuerius Boxhorn (1612-1653) – De Leodiensi Republica. Amstelodami, Janssonius, 1633.
Werk van Marcus Boxhorn over het prinsbisdom Luik.
Nicolas de Bourgogne (1586-1649) – Historia Belgica, ab Anno MDLVIII. Ingoldstadt, Wilhelm Eder apud Ioannem Bayr, 1633.

Octavo. (4) cc., 355 (1) pag. Nicolas de Bourgogne, gelatiniseerd Nicolaus Burgundius of vernederlandst Nicolaas van Bourgoingne (Edingen, 29 september 1586 – Brussel, 4 januari 1649) was een Zuid-Nederlands rechtsgeleerde en historicus. Hij was hoogleraar (1627-1639) en raadsheer in de Raad van Brabant (1639-1649). Op aansporen van de Brabantse kanselier Petrus Peckius begon Nicolas de Bourgogne in 1621 aan een geschiedwerk waarin hij vanuit een koningsgezind en katholiek perspectief de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog behandelde (1558-1568). Hij zag die als veroorzaakt door het streven naar rijkdom en macht van de hoge edellieden, die de onvrede over de inquisitie en de bisdomhertekening aangrepen om hun subversieve ambities te realiseren. Door deze psychologische nadruk op list en bedrog plaatste hij zich in de traditie van Tacitus. Het werk verscheen in 1629 te Ingolstadt, waar hij twee jaar voordien professor in de rechten was geworden aan de universiteit. Het was opgedragen aan keurvorst Maximiliaan I van Beieren, die hem in 1633 ook in dienst nam als raadsheer en die hem verhief tot paltsgraaf. In 1639 keerde hij terug naar de Nederlanden en werd hij rechter in de Raad van Brabant.
[Leonardus Marius] (1588-1658) – Amstelredams eer ende opcomen, door de denckwaerdighe miraklen, aldaer gheschied, aen ende door het H. Sacrament des Altaers. anno 1345. t’Antwerpen, Hendrick Aertssens, door Boetius a Bolswert, 1639.
Bevat 16 gravures door Boetius te Bolswert. Fraaie complete uitgave. Leonardus Marius heette eigenlijk Leonardus Klaaszoon, maar gaf de voorkeur aan het Latijnse Marius = de Zeeuw. Studeerde op het seminarie van Amsterdam, maar ging later naar Keulen en werd opgenomen in het Hollands seminarie ‘de Hoge Heuvel’. Zijn oversten noemden hem ‘zeer jeugdig van leeftijd en zeer klein van gestalte, maar zeer groot van verstand, ontwikkeling en eruditie’. Aan de universiteit van Keulen behaalde hij het doctoraal in de theologie en hij werd, nauwelijks 24 jaar oud, tot priester gewijd. Daarna werd hij leraar in de H. Schrift aan het Keulse college en in 1621 verscheen van hem een uitvoerige verklaring van de Pentateuch. In 1630 werd hij vicaris van het verweesde bisdom Haarlem, ’titulair’ pastoor van de Oude Kerk en leider van het Begijnhof in Amsterdam. Zijn grote tijd ligt in deze steden. Zijn 22-jarig verblijf aldaar is een weldaad geweest voor de herbouw van het vervallen bisdom Haarlem en voor de missie in Amsterdam. Door zijn werk ‘Amstelredams eer ende opcomen’ over de geschiedenis van de H. Stede (Nieuwe-Zijdskapel) heeft hij het fundament gelegd voor ‘den Stillen Omgang’. Marius was een vriend van Vondel. Het is echter de vraag of hij de overgang van Vondel tot het katholicisme heeft bewerkstelligd. Vondel schreef een lijkdicht op Marius: ‘Wij volgen ’t lijk met staatsie een arrem loon voor gulden predikatie gedienstigheen en deugd het paradijs beloon hem in Gods vreugd’.
Bartholomaeus Fisen (1591-1649) – Sancta legia Romanae ecclesiae filia sive Historiarum ecclesiae Leodiensis pars prima. Leodij., 1642.

[folio, XVII, 524, C pp.] – Pas in 1696 zouden de delen 1 en 2 van dit werk van de Jesuiet Fisen gezamenlijk verschijnen; tot die tijd was deel één het enige deel dat gepubliceerd was. Dit boek kan dus als compleet beschouwd worden. Het betreft hier een geschiedenis van het prinsbisdom Luik. Voor mij interessant omdat in deze jaren mijn oudste voorvader in Bree (dat ressorteerde onder Luik) ging wonen.Gebonden in contemporaine kalfsleren band, gerestaureerd op de rug. Ex libris J.H. Corneli Can. Caplis. Reg. Ecclia. B.M.V. Agrisg. (1743); Ludovici L.B. de Fisenne (1802).
Famiani Strada – Bello Belgico decas secunda. Romae, apud Haeredes Francisci Corbelletti, 1648.

Met handgekleurde ‘Leo Belgicus-kaart’. 642+83 pag.
Theodorus Schrevelius (1572-1653) – Harlemias, ofte om beter te seggen, de eerste stichtinghe der stadt Haerlem, het toe-nemen en vergrootinge der selfden; hare seltsame fortuyn en avontuer in vrede, in oorlogh, belegeringe, harde beginselen van d’eerste Reformatie, politique raedtslagen, scheuringhe in de kercke, de tijden van Lycester, oude keuren, gunstige privilegien van graven, regeeringe in de politie soo hooghe als leeghe, in ’t kerckelijcke, militaire, scholastijcke, de oeffeninghe van de ingheseten, in alle wetenschap, kunst ende gheleertheydt, neeringhe en hanteringe, en wat dies meer is. Haerlem, Thomas Fonteyn, 1648.

[XVI] 405, [III] p., 4to. – Schrevelius kreeg zijn eerste onderwijs op de Latijnse school in Haarlem bij C. Schonaeus, die hij na zijn studie in Leiden als rector opvolgde. Bovendien nam hij zitting in de Haarlemse vroedschap (1607), maar hier werd hij bij de wetsverzetting van 1618 uit verwijderd. In 1624 werd hem ook, vanwege de hem toegedachte remonstrantse sympathieën, het rectoraat ontnomen. Weldra echter bekleedde hij dezelfde functie aan de Latijnse school van Leiden (1625-1642). Naast zijn historisch werk schreef hij Latijnse en Nederlandse gedichten. Provenance: Catawiki (2017).
Theodorus Velius (1572-1630) – Chroniick van Hoorn, Daer in verhaelt werden des selven Stadts eerste begin, opcomen, en gedenckweerdige geschiedenissen, tot op den jare 1630. Mitsgaders Vele merckelijcke dingen, die staende den Trubbel, en soo voor, als na de selve, deur heel West-Vrieslandt verloopen, en by ander Schrijvers overloopen, of immers naulijcx aengeroert zijn. Als mede een corte beschrijvinghe van den teghenwoordigen staet van de Stadt, des selven Ontwerp, en oock een kort verhael van de Geleerde Mannen, die sy uytgegeven heeft, midtsgaders de namen van de Regenten. Oversien, verbetert, en eensdeels op ’t nieu beschreven. Derde druck, versien met een bequaem Register. [(28) en 399 pp]. Hoorn, Isaac Willemsz., 1648.

[XXX] 398 [XVI], 4to. – Stadsgeschiedenis van Hoorn. Eerste druk verscheen in 1604. De laatse 16 pagina’s (Westfrisia. In Nederduytsche Rijmen overgheset door Johan de Groot) ontbreken. Pagina’s 385-399 niet origineel maar in kopie. Met 3 van de 4 originele portretten en het 4e portret in kopie evenals de 2 gravures. Provenance: Catawiki (2017).
Jacobus van Oudenhoven (1601-1690) – Beschryvinge der stadt ende Meyerye van ‘s Hertogen-Bossche, Vervatende Des selfs begin, voortgangh ende wasdom, soo van Geestelijcke als Wereltlijcke Gestichten, oprechtingh van ’t Capittel ende Collegien. Maniere van Regeeringe ende hare Privilegien, bevorderinghe haerder Bisdom ende Bisschoppen. Mitsgaders: Haerder Meyerye, ende de daer inne ghelegene Steden, Baronyen, Heerlijckheden ende Dorpen. Amsterdam, Broer Jansz., 1649.

4o, (XXII), 144, 96, (VI) pp. – Van Oudenhoven trad op jeugdige leeftijd in ‘s-Hertogenbosch in het klooster van de wilhelmieten, maar hij verliet het in 1620. Blijkens de titelpagina van zijn eerste werk was hij ‘nu nieuws uyt de grouwelickheden des Pausdoms gescheyden’. Van 1621 tot 1625 studeerde hij theologie in Leiden. Vervolgens verbleef hij nog een jaar bij G. Voetius in Heusden en daarna stond hij als predikant in Aalburg, Heesbeen en Nieuw-Lekkerkerk. Overal waar hij woonde kreeg de geschiedenis van stad en omgeving zijn belangstelling. Dat geschiedde ook in Haarlem, waar hij zich na zijn emeritaat vestigde. Het gedeelte over de Meijerij kreeg een apart titelblad: Beschryvinge vande Meyerye van ’s Hertogen-Bossche, vervatende de groote, steden, heerlijckheden, vryheden ende dorpen der selver … Dit gedeelte wordt ook wel afzonderlijk aangetroffen. Provenance: J.W. de Roever Sr. (ex libris); Marktplaats (2016).
Anoniem – Les affaires qui sont aujourd’huy entre les Maisons de France et d’Autriche. Z.p., 1649.
184 pp. ‘De prinsen die Europa bezitten. In welke mate het Huis Oostenrijk de grote landgoederen heeft bereikt die het bezit. Onderzoek naar de rechten waarover de huizen van Frankrijk en Oostenrijk twisten. Oorlogen, overeenkomsten en verdragen tussen de huizen van Frankrijk en Oostenrijk, vanwege hun aanspraken op het Verdrag van Arras en dat van Vervins. Zaken tussen de twee kronen, vanaf het Verdrag van Vervins tot heden’.
Jacobus Lindbohm – Meritum Christi ex passionis historia, cum sua adfertum veritate, contra Photinianos; universalitate, contra Calvinianos; sufficientia, contra pontificios. Praelo, ac typis Jegerianis, [Greifswald], 1652.
[4°, (VIII), (52) pp.]. Contemporaine band, hout bekleed met kalf op de rug, met papier op platten. Notities op schutbladen voor en achter, 17e eeuws. Typografisch zeer gevarieerd drukwerk. Van Lindbohm zijn nog enkele 17e eeuwse theologische publicaties bekend. ‘Meritum Christi’ is een proefschrift ter verkrijging van een graad in de theologie, onder Johannes Beringi, 28 juni 1652.
Hugo de Groot (1583-1646) – Inleydinge tot de Hollandsche Regts-geleertheyt, beschreven by Hugo de Groot. Bevestight met placcaten, hantvesten, oude herkomen, regten, regts-geleerden, sententien van de hoven va iustitie in Hollant ende elders, mitsgaders eenige by-voegsels ende aenmerkingen op de selve, door Mr. Simon van Groenewegen vander Made, secretaris der stad Delff. Door hem nu op nieuws veel vermeerdert en verbetert. Hier is noch by-gevoegt R. Hoogerbeets Van het aenlegghen ende volvoeren der processen voor de respective hoven van iustitie in Holland, mede met nieuwe aenmerckinge door den selven Groenewegen etc. Mitsgaders het Hollantsche versterf-recht, oock door den selven vermeerdert. Delf, Aernold Bon, boeck-verkooper woonende op ’t Mart-velt, inde Vinder vande Druck-konst, 1652.
[8°, (VIII), 381, (XIII) ; 13 pp.] – Handboek waarin De Groot het Nederlandse recht beschrijft. Het werk verscheen voor het eerst in 1631. Mooi exemplaar, perkamenten band.
Hugo de Groot (1583-1645) – Hugonis Grotii Quædam hactenus inedita, aliaque ex Belgicè editis Latinè versa, argumenti theologici, juridici, politici. Amstelodami : Apud Ludovicum Elzevirium, 1652.
[12°, XII, 555 pp.] – Hugo de Groot liet na zijn dood verscheidene manuscripten na, die klaar waren voor publicatie. Lewis Elzevir drukte in 1652 hieruit een kleine collectie. 19e eeuwse band, kalfsleer.
Adolphus Brachelius (?-1650) – Historiarum nostri temporis, authore Adolpho Brachelio. Pars posterior, in annum 1652 continuata, cujus summarium lector post secundum folium reperiet, adjecti in fine articuli pacis inter Anglos & Batavos cum iconibus illustrium in navali praelio virorum. Amstelodami, apud Jacobum van Meurs, 1655.
[8°, (VI), 271, (XLIX), 42 pp.] – Studie van de actuele politiek medio zeventiende eeuw. Gebonden in perkament. Mooi exemplaar, met vele gravures van politici uit de tijd.
[Staten-Generaal] – Echt-Reglement, Over de Steden, ende ten platten Lande, in de Heerlijckheden, ende Dorpen, staende onder de Generaliteyt. Erven Hillebrandt Iaconsz van Wouw, ‘s-Gravenhage, 1656.
Hugo de Groot (1583-1646) – Annales et historiae de rebus Belgicis. Amstelaedami, Joannis Blaeu, 1658.

[8°, (XVI), 568, (XXIV) pp.] – In ‘Annales et historiae de rebus belgicis’ wordt de Nederlandse geschiedenis van 1559 tot 1609 beschreven. Het is altijd beschouwd als het beste contemporaine verslag van de Opstand. Het is tegelijk accuraat en onpartijdig en in zijn verzorgde Latiniteit staat het model voor het genre. De druk van 1658 verscheen zowel in 12° als in 8°. Pas het jaar daarvoor werd dit werk voor het eerst postuum uitgegeven. In vroeg 20e eeuwse band, marges bijgesneden, watervlekkig.
Henri de Rohan (1579-1638) – Interets et Maximes des Princes et des Estats souverains. Cologne, Jean du Pais, 1666.

[12°, (VIII), 248 pp.] – Henri de Rohan, uit een illuster Frans geslacht, was een beroemde protestant en een van de leidende strategen in het begin van de 17e eeuw, die deelnam aan bijna elke slag van betekenis. Vanaf zijn jeugd maakte hij studie van geschiedenis. Dit is een anoniem gepubliceerde uitgave. Uit dit boek spreekt zijn brede kennis van contemporaine geschiedenis en zijn objectieve oordeel. Het onderwerp wordt systematisch behandeld: in het kort behandelt en verklaart hij alle territoriale claims die de Europese (en enkele Aziatische) staten op elkaar hadden in hun historisch kader. Deze analyse geldt als een van de belangrijkste politicologische geschriften van de 17e eeuw. Deze uitgave werd door een anonieme uitgever bewerkt in verband met de sinds de eerste uitgave (1639) voorgevallen politieke ontwikkelingen. Cf. Brunet, IV 1355; Graesse, VI-I 148. Contemporaine kalfsleren band, slijtage op de rug.
Dirck von Bleyswijck – Beschryvinge Der Stadt Delft Betreffende des selfts Situatie Oorsprong en Ouderdom Opkonst en Voortgangh vermcerdering van Vryheydt en Jurisdictie Domeynen en Heerlijckleden. Voor-af met een Korte Beschrijvinge von Delflandt. Delft: Arnold Bon, 1667.
Jacob vander Does – ’s Graven-hage, met de voornaemste plaetsen en vermaecklijheden. Den Haag, Herman Gael, 1668.
(16) 143 (1) pp.
Henricus de Pape – Het leven, deughden ende mirakelen vanden H. Petrus de Alcantara belyder, van het ordre der Minder-broeders, ghetrockedn uyt verscheyde Schrijvers, ende beschreven door F. Henricus de Pape, Priester van het selve Ordre. Verciert met vele kopere platen. Antwerpen, Michiel Cnobbaert, 1669.

8o, (XVIII), 372, (VI) pp. – Hagiografie van de H. Petrus de Alcantara (1499-1562). Lees meer over de achtergrond van dit boek in het artikel Het leven, deugden en de Mirakelen van den H. Petrus de Alcantara. Vanwege de daar beschreven provenance gerubriceerd onder Valkenswaard. Provenance: Nicolaus Aerts; Familie Van Ham, Valkenswaard; Rens van Ham, Valkenswaard; Christina Fasol-Lommers (ca. 1950); Romé Fasol (tot 2016).
L.S.N. – Journael ofte maent-register, van ’t geene gepasseert en voorgevallen is, in ’t jaer 1672 ende 1673 omtrent de verandering van de Vereenighde Nederlanden. ‘s-Gravenhage, Levijn van Dijck 1674.
Onder het pseudoniem Kees Knol vertelt de anonieme schrijver op rijm vertelt wat in de jaren 1672-1673 voorviel. Het jaar 1672 staat in de Nederlandse geschiedenis bekend als het Rampjaar. Volgens een Nederlands gezegde was “het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos”. In dit jaar begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen.
Bernhard von Zech (1649-1720) – Der durchlauchtige Regenten-Saal, auf welchem der Roem. Papste, Keisere des H. Roem. Reichs, in Tuerkei, Moskau und Persien, dann der Koenige in Portugal, Spanien, Frankreich, Engelland, Daenemark, Schweden, Polen, Hungarn und Boehmen, so auch der Kuhrfuersten im H. Roem. Reich und Herzogen zu Venedig, Namen, Nachfolge, Regirung, fuernehme Tahten und Absterben, ingleichen der hoechsten Haeupter der Christenheit Geschlechte, hohe Ankunft und XVI Ahnen in zwo Fuerstellungen auf kurzen historischen Stamm- und Ahnen-Tafel aufgefuehret und entworfen werden durch Bernhard Zechen von Weinmar. Regensburg, in Joh. Conrad Emmerichs, Buchhaendler Berg, drucks Georg Heinrich Mueller, 1674.
[8°, (XX), 678, (XXXIV) pp.] – In de ‘Regenten-Saal’ worden alle koningen, keizers en andere wereldleiders behandeld aan de hand van beknopte biografieën. In 19e eeuwse band.
Lambert van den Bosch (1620-1698) – Prael-tooneel der doorluchtige mannen, of het leven en bedrijf der beroemder vorsten, uytheemsche veldt-oversten en vorstelijcke bedienaers deses tijdts. Verhandelende de voornaemste saecken van staet en oorlogh, in en omtrent dese laetste hondert jaeren voorgevallen. Uit de vermaerste historie-schrijvers by een versamelt, en vertaalt. Amsterdam, Iacob van Meurs en Compagnie, 1676.

[4°, 779 pp.] – Van den Bosch (Van Bos / Sylvius) behaalde in 1640 zijn bevoegdheid het apothekersambt te mogen uitoefenen, wat hij aanvankelijk in Amsterdam gedaan zal hebben. Van 1652 tot 1655 was hij rector van de Latijnse school in Helmond, daarna conrector van die in Dordrecht. In 1671 werd hij ontslagen wegens plichtsverzuim en andere hem verweten nalatigheden, welk ontslag hij aan de persoonlijke invloed van Cornelis de Witt toeschreef. In 1672 werd Van den Bosch rector aan de Latijnse school van Heemstede en tevens ouderling. Na de periode in Heemstede volgde nog een tijd in Amsterdam en Vianen. Zijn productiviteit was enorm. Uit tal van auteurs en talen, Latijn en Grieks, Spaans en Italiaans, Duits, Frans en vooral Engels compileerde en vertaalde hij. Zo bracht hij als eerste een Nederlandse vertaling van Don Quichote. Hij schreef ook enkele dichtwerken en toneelstukken. Perkamenten band, met vele gravures van de besproken staatslieden.
Antoine Varillas (1624-1696) – Sommaire royal de l’histoire de France, continuée depuis Pharamond jusques au Regne d’apresent. Par le Sieur de Bonair, historiographe du Roy, & l’un des XXV. gentils-hommes de la Garde Ecossoise. Avec des portraits, armes & devises de tous les Rois. Paris, Charles Osmont, 1676.
[8°, (VIII), 400 pp.] – Varillas wordt hier aangeduid als ‘Le sieur de Bonair’. De uitgave bevat gravures van elke Franse koning tot Lodewijk XIV. Ex libris Johannes Gregorius Stalmans (1707). Contemporaine kalfsleren band, bindwerk wat los, overigens mooi exemplaar.
Jean-Baptiste Christyn – Basilica Bruxellensis, sive monumenta antiqua, inscriptiones et coenotaphia aedis DD. Michaeli Archangelo & Gudilae, virgini sacrae. Amsterdam: Johannes van Ravesteyn, 1677.
6+132+4 pp; 16.5/11 cm. 2 gravures van Johan Wiericx die Sint-Michiel en Sint-Goedele voorstellen. Half perkament (gebruikt), pagina’s vergeeld maar fris. Eerste druk uitgegeven in 1677 te Brussel (door François Foppens), maar onder de naam Amsterdam, door kanselier Christyn; heruitgegeven met supplement door Jean-François Foppens in 1743. Teksten in het Latijn, Frans en Nederlands.
[P. Boucher] – Die Oude Caerte der Stadt Maestricht des Jaers 1283. Maastricht, P. Boucher, Stads-Drucker, 1682.
159, [1] p. – Titelpagina met stadswapen. Zeldzaam.
Jacob van Lansberghe (1656-1727) – Beschryvinge van de Stadt Hulst, Behelsende haer oude opkomst, aenwasch, tegenwoordige toestandt, en veelvuldige gedenckwaerdige saecken, van tijdt tot tijdt daer in voorgevallen. Vergadert meest uyt de selve Stadts Archives, en verder uyt de voornaemste Historie-schryvers; ende in twaelf hooft-stucken afgedeelt en beschreven. ‘s-Gravenhage, Gerrit Rammazeyn, 1687.
Eerste editie. Een omgewerkte druk verscheen opnieuw in Rotterdam in 1692. Jacob van Lansberghe, geboren in Den Haag, groeide vanaf zijn kinderjaren in Hulst op. Naar eigen zeggen vervulden zijn voorouders, zowel van vaders- als moederszijde, al honderd jaar functies in het stadsbestuur. Zelf was hij schepen in 1683, 1687-1690 en 1692 en burgemeester in 1686 en 1687. In die jaren schreef hij ook zijn geschiedenis van Hulst. Later was hij advocaat in ‘s-Gravenhage. Zijn Vlaamse connecties maakten hem tot een interessant contactpersoon voor raadpensionaris A. Heinsius, die in de Spaanse Successie-oorlog Van Lansberghe als geheim agent gebruikte. In 1708 werd hij naar Bergen in Henegouwen afgevaardigd om met de Spaanse onderhandelaar, de graaf van Bergeyck, over vrede te onderhandelen. Hij overleed in Hulst.
Nicolaus Vernulaeus (1583-1649) – Collegium Porcensis Academiae Lovaniensis Rhetorum Collegii Porcensis, inclytae Academiae Louaniensis, Orationes in tres partes secundum tria causarum seu orationum genera distributae, sub Nicolao Vernulaeo, Collegii Porcensis, & publico eloquentiae professore. Accessit Orationum sacrarum volumen singulare in festa Deiparae Virginis, & aliorum divorum. Coloniae Agrippinae: apud Joannem Wilhelmum Friessem, 1688.
12o, (XX), 694 pp. – Vernulaeus wijdde zich zijn leven lang aan de vorming en de opvoeding van de jeugd. Zijn hele oeuvre staat model voor de toepassing van de beginselen der retorica.Inhoudelijk liet hij zich inspireren door zijn katholieke overtuiging en zijn sympathie voor de Habsburgse dynastie. De theoretische beginselen van de kunst der welsprekendheid werden door Vernulaeus uiteengezet in zijn De arte dicendi libri tres (1615). Dit succesvolle handboek werd tien keer heruitgegeven tot in 1667. Vernulaeus bundelde de oefeningen in de redekunst die onder zijn leiding tot stand kwamen aan de pedagogie Het Varken in de Rhetorum collegii Porcensis orationes (1614). Die voortdurend aangroeiende verzameling modelredevoeringen werd Vernulaeus’ bestseller met meer dan twintig edities tot in 1721. Daarnaast publiceerde hij ook afzonderlijke gelegenheidsredevoeringen zoals zijn triomfrede bij de opheffing van het beleg van Leuven in 1635. Na de derde editie van 1635 werden de intussen dertig redes toegevoegd aan de Rethorum collegii Porcensis orationes. Hard-kartonnen contemporaine band. Provenance: Franciscus Frank (1850); Antiqbook (2009).
[Anoniem] – Legende van broer Casper, naergelaten aan broer Antoni. Dordrecht, Jacob Gerritsen, 1690.
Zie Knuttel 13475: Met Casper is de gewezen Raadpensionaris Fagel , met Antoni de toenmalige Heinsius bedoeld. 14 pp – 19,5 x 15 cm. Curieus (voor mij): pagina 3, de regels ‘Broer Caspers Geest Gereformeert, En in Fa sol getransformeert.’
Joannes Opstraet (1651-1720) – Theologus Christianus, sive ratio studii et vitae instituenda a theologo, qui se ad ordines sacros, atque ad directionem animarum disponit. Lovanii, apud Guilielmum Stryckwant, 1692.
8o, (VIII), 256, (VIII) pp. – Opstraet werd geboren in Beringen bij Hasselt. Studeerde theologie aan het om zijn jansenistische tendenzen bekende Collège de la Sainte-Trinité te Leuven. Het doctoraat werd hem in 1698 om deze reden geweigerd. Sinds 1680 was hij priester. Vanaf 1686 doceerde hij theologie aan het seminarie in Mechelen. Moest na vier jaar op last van de antijansenistische aartsbisschop wijken en ging weer naar Leuven. Werd echter van 1704-1706 als suspecte theoloog door de Spaanse regering verbannen. Na zijn terugkeer in Leuven als president van het Collège du Faucon streed hij tegen het antijansenisme en tegen de pauselijke bul ‘Unigenitus’ en ondersteunde op deze wijze de Nederlandse clerus. Publiceerde gedurende zijn leven verscheidene theologische studies. In ‘Theologus Christianus’ (eerste druk Leuven 1692, herdrukken in Vicenza 1723, Venezia 1771) neemt Opstraet de wijding van priesters onder de loep. 19e eeuws bindwerk. Provenance: de Slegte, Utrecht (1990).
William Temple (1628-1699) – Introduction à l’histoire d’Angleterre par le chevalier Temple. Enrichie de tous les portraits des rois, tirez sur les originaux de Westminster etc. Traduite de l’Anglois. Amsterdam, Louis de Lorme, 1695.

[8°, (XVI), 310, (II) pp.] – ‘Le Chevalier Temple’ was gezant te Brussel in 1666, realiseerde de alliantie tussen Engeland, de Republiek en Zweden om Spanje te beschermen tegen Frankrijk. Ook speelde hij een sleutelrol in het bewerkstelligen van het huwelijk tussen Willem III en Mary Stuart. Temple’s ‘Introduction to the history of England’ was bedoeld als aanzet tot een algemene geschiedenis van Engeland. Een nogal pretentieus werk, niet zonder historische fouten, maar Temple ondervond in zijn tijd weinig concurrentie. Contemporaine kalfsleren band, slijtage op de rug.
Jean Nicolas Parival (1605-1669) – Les delices de la Hollande en deux parties. La première contenant une déscription exacte du Païs, avec les Moeurs & les Coutumes des habitants; et la Seconde, un abrégé Historique depuis l’établissement de la République jusques à l’An 1697. Amsterdam, Henri Wetstein 1697.
Petrus Stockmans (1608-1671) – Opera Omnia, quotquot hactenus separatim edita fuere nunc primum in unum corpus collecta & emendatiora prodeunt. Bruxellis, apud Judoci de Grieck, apud Portam lapideam, sub signo Sancti Huberti et Franciscum t’Serstevens, propè Templum PP. Praedicatorum, 1698.
Tractatus de jure devolutionis. Bruxellis, typis Judoci de Grieck, apud Portam lapideam, sub signo Sancti Huberti , 1700.

4o, XXII, 300, LVI / XIV, 296 p. – Petrus Stockmans was een schrijver, hellenist, en jurist in de Zuidelijke Nederlanden. Hij was in Europa een belangrijk vertegenwoordiger van de jansenistische stroming. Hij doceerde Griekse taal en rechten aan de oude Universiteit Leuven. Hij werd ook rector van deze universiteit. Hij nam als gevolmachtigde deel aan de Münsterse vredeconferentie in 1648. Twee werken in één band over Brabants recht, in perkament gebonden, nauwelijks gebruikssporen.
[Adrien Baillet] (1649-1706) – Histoire de Hollande, depuis la mort du Prince Maurice. Par M. de la Neuville. Tome II. Paris, la Compagnie des Libraires Associés, 1698.
[8°, (VIII), 542, (IV) pp.] – Frans auteur. Zijn ouders waren arm, maar de Cordeliers de la Garde namen hem op in hun klooster en bevorderden zijn toelating tot het College de Beauvais, waar hij leraar in humaniora werd. Priester gewijd in 1676. Na vier jaar vetrok hij naar Parijs waar hij bibliothecaris werd van Lamoignon. Zijn leven wijdde hij aan studie en afzondering. Hij maakte een catalogus van de bibliotheek en schreef talloze boeken over eruditie (bijv. het curieuze ‘Des enfants célèbres’ (1688), religie (de belangrijkste categorie) en geschiedenis. Tot die laatste groep behoort ook ‘Histoire de Hollande’. Histoire de Hollande werd gepubliceerd onder de naam M. de la Neuville. Alleen deel 2, lopend tot 1647. Contemporaine kalfsleren band.
Gregorio Leti (1630-1701) – Het leven van Elizabeth, koninginne van Engelandt; behelsende der zelver ongemeene hoedanigheden en groot verstant; mitsgaders haare wyze en voorzigtige regeeringh, onder welke ’t Koningryk van Engeland meer als onder yemand van des selfs koningen gebloeyt heeft. Mitsgaders een pertinente beschryvinge hoedanigh sy het groote werk van de Reformatie der Kerke van Engeland met d’uyterste omzichtigheyt bevordert en volvoert heeft gehadt. In ’t Italiaans beschreven door d’heer Gregorio Leti. Met figuren, Eerste deel. ’s-Gravenhage, Meyndert Uytwerf, 1698.

[8°, (XII), 512, (23) pp.] – Gregorio Leti schreef een aantal anti-katholieke werken. Waarschijnlijk vinden zijn standpunten hun oorsprong in zijn jeugd. De oom bij wie hij opgroeide was een prelaat. Dit verklaart Leti’s kennis van de misbruiken en intrigues aan het pauselijke hof. Vijf boeken in een band. Met 9 gravures: Elisabeth, Hendrik VIII, Anna Boleyn, Cromwell, Thomas More, etc. Gegraveerde title (houtsnede). Eerste deel. Perkamenten band.
Steun deze website met een donatie
Waardeer je de informatie op deze website? Overweeg dan een kleine donatie. Zo help je mee om deze site online te houden.Kies zelf het bedrag:
Meer informatie over donaties en sponsoring.

