Deze pagina is onderdeel van een opgesplitst artikel. Ga naar het begin.

19e eeuw

Louis-Mayeul Chaudon (1737-1817); Antoine-François Delandine (1756-1820) – Nouveau dictionnaire historique, ou histoire abrégée de tous les hommes qui se sont fait un nom par des talens, des vertus, des forfaits, des erreurs, etc., depuis le commencement du monde jusqu’à nos jours; dans laquelle on expose avec impartialité ce que les écrivains les plus judicieux ont pensé sur le caractère, les moeurs et les ouvrages des hommes célèbres dans tous les genres; avec des tables chronologiques, pour reduire en corps d’histoire les articles répandus dans ce Dictionnaire. Huitième édition. Lyon, Bruyset ainé et comp., 1804.

Louis Pierre Anquetil (1723-1806) – Histoire de France, depuis les Gaulois jusqu’à la fin de la monarchie. Paris, Garnery, 1805.


Het artikel gaat verder onder de advertentie:



Louis Pierre Anquetil is ‘de l’institut national, et membre de la Légion d’honneur; auteur de l’esprit de la Ligue, du précis de l’histoire universelle, et d’autres ouvrages.’ Alleen deel 1-5.

[Gymnasium Oosterhout] – Applausus Gymnasii Oosterhoutani Regiae Suae Majestati Ludovico Napoleoni, Nonis Junii 1806 Parisiis Batavorum Regi pronuntiato; Dum ex Gallia per Oosterhoutum, ad Regni moderamen suscipiendum, maxima omnium laetitia, se Hagam-Comitis conferret. Oosterhout, 1806.

4o, 12 pp. – Lofzang gericht aan de vorst van het net opgerichte Koninkrijk Holland, Lodewijk Napoleon, die op 5 juni 1806 de troon besteeg. Zeer zeldzaam. Drie jaar later, van 13 april tot en met 17 mei 1809 ondernam Lodewijk Napoleon een inspectiereis door de departementen Brabant en Zeeland. De reis voerde in het voorjaar van 1809 langs Grave, via Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch, Heusden, Waalwijk, Oosterhout, Tilburg, Steenbergen naar Bergen op Zoom. Toeval of niet, tijdens deze reis werden de dorpen Tilburg, Oosterhout, en Roosendaal tot stad verheven. ’s Konings reis in 1809 had grote culturele, politieke, religieuze en sociale gevolgen voor Noord-Brabant. Tijdens deze reis benadrukte hij dat het voormalige politiek achtergestelde Generaliteitsland in het seculiere Koninkrijk Holland een gelijkberechtigde plaats innam. Provenance: W. Jansen; S.B. (stempel); Groot-seminarie Hoeven (stempel); Catawiki (2019).

Corneille Smet (1740-1812) – De Roomsch-Catholyke religie, begonst, uytgebreyd, vastgesteld ende bewaert in Brabant, tuschen menigvuldige aenstooten, vervolgingen ende verwoestingen. Kerkelyke historie van Brussel, tot het jaer 1805. Leven van den H. Bonifatius, bisschop, geboren tot Brussel. Brussel, P.-J. de Haes, 1807.

8o, (VIII), 392 pp. – Het werk behandelt de geschiedenis van het christendom in het hertogdom Brabant. Exemplaar uit de bibliotheek van het Kapucijnenklooster in Handel. Provenance: Bibliotheca FF. Min. Cap. Handel (stempel); De Slegte Utrecht (1993).

Francis Bacon (1561-1626) – Essays, moral, economical and political. London, Union Printing Office, 1807.

Bacon’s theorieën en zijn redeneermethoden waren populair in het begin van de 19e eeuw. Zo had Bacon bijvoorbeeld een enorme invloed op het denken van Thomas Jefferson. Jefferson was een aanhanger van Bacon’s inductieve wetenschappelijke methode en de theorie van Bacon was in veel van zijn daden merkbaar: hij catalogiseerde zelfs zijn bibliotheek met Bacon’s classificatie van de menselijke geest in ‘Rede,’ ‘Geheugen,’ en ‘Verbeelding’ (Brown ‘Thomas Jefferson’ p. 196).

Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden (1752-1820) – Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van Der Goude, meest uit oorspronkelijke stukken bij een verzameld. Te Amsterdam en in Den Haag bij de gebroeders Van Cleef, 1813.

Eerste deel (van 2): XXII, 796 p., 4to. – Cornelis Johan de Lange werd in 1752 te Gouda geboren als zoon van Bonaventura de Lange en Quirina Jacoba van Gelre. Hij erfde de hoogheerlijkheden van Wijngaerden en Ruygbroek (gelegen in de Alblasserwaard) van zijn vader, die deze rechten in 1775 had gekocht. Hij is daarom ook beter bekend onder de naam “De Lange van Wijngaerden”. Cornelis Johan de Lange bezocht de Latijnse school aan de Groeneweg in Gouda en studeerde vervolgens rechten in Leiden en promoveerde aldaar in 1774. Hij trouwde in 1778 te Gouda met Elisabeth Prins, telg van een vooraanstaand Rotterdams patriciërsgeslacht en kleindochter van de invloedrijke Goudse burgemeester Willem van Strijen. In hetzelfde jaar 1778 werd De Lange lid van de vroedschap van Gouda. Hij vervulde in deze stad diverse bestuurlijke functies. Binnen de vroedschap liet hij zich na enkele jaren nadrukkelijk gelden als een vooraanstaand leider van de patriottische beweging. De tweede stadsgeschiedenis van Gouda die verscheen. Tijdens het leven van de auteur verschenen de eerste twee delen; in 1879 pas verscheen het derde deel.
Provenance: G.C. Helbers (1902-1990, co-auteur van ‘Goudsche pijpen’ in 1942, zie aldaar); Boekenmarkt Den Haag (2018).

Jan Meulman (1767-1847) – Woerden in Slagtmaand MDCCCXIII. ‘s-Gravenhage, Johannes Allart, 1814.

[VIII], 491 p. – Jan Meulman, vrederegter te Woerden, is ooggetuige bij de gebeurtenissen en geeft een beeldverslag uit de eerste hand. Het boek vormt een geïllustreerd verslag van het verloop van de maand november 1813 in Woerden. De aanduiding Slagtmaand in de titel heeft een dubbele betekenis. Van oudsher is november de maand waarin het vee geslacht wordt. Maar het is hier ook de maand waarin de Fransen in 1813 een slachting onder de Woerdense bevolking aanrichtten. De zogeheten Ramp van Woerden vond plaats op 24 november 1813. Op die dag vond een grote slachting onder de bevolking plaats door zich terugtrekkende Franse troepen. Er worden die dag 26 inwoners vermoord in alle leeftijden en alle sociale klassen. Halflederen band. Bevat titelvignet en 8 prenten. Provenance: M. Marcus (1981); Catawiki (2019).

Joseph von Obernberg (1761-1845) – Reisen durch das Königreich Baiern. I. Theil, der Isarkreis, I. Heft. München, Ignaz Joseph Lentner, 1815.

Ex libris Matthieu van Els.

William Coxe (1747-1828) – Memoirs of John Duke of Marlborough : with his original correspondence collected from the family records at Blenheim, and other authentic sources : illustrated with portraits, maps and military plans. London : Printed for Longman, Hurst, Rees, Orme and Brown, 1818-1819.

Memoires van John Churchill, de hertog van Marlborough. Tijdens de Spaanse Successieoorlog hield, in de jaren 1702-1704, een Engels-Nederlands leger van de hertog van deze John Churchill, de hertog van Marlborough, zich op in de Maasvallei en het prinsbisdom Luik. Zo ook rond Bree, waar de familie Fasol indertijd woonde. In de volksmond noemde men hem in deze streken ‘Malbroek’. Hij maakte zich niet populair, zoals we mogen afleiden uit de folkloristische gewoonte die uit deze tijd stamt, om met de kermis op donderdag ‘Malbroek te begraven’. Het verslag van zijn optreden tijdens deze campagne vinden we in deel 1. Provenance: Boekenmarkt Dordrecht (2016).

[Jacob Hendrik Hoeufft] (1756-1843) – Kort overzigt der gebeurtenissen in Staats-Braband thans de provincie Noord-Braband, zoo voor als na den Munsterschen Vrede tot op den tegenwoordigen tijd. Dordrecht, Blussé en Van Braam, 1821.

Jacob Hendrik werd geboren in de adellijke familie Hoeufft met een militaire achtergrond in de Noordelijke Nederlanden. Jacob Hendrik Hoeufft ging rechten studeren en behaalde zijn diploma in utroque jure (in beide rechten, d.w.z. het kerkelijk en wereldlijk recht) met een Latijnse thesis De imperio eminente. Hij werkte eerst als advocaat in Den Haag van 1777 tot 1780 en keerde daarna terug naar Dordrecht, waar hij deel van het stadsbestuur werd. In 1793 verhuisde hij een laatste keer, naar Breda, waar hij zich hoofdzakelijk toelegde op de studie van de Griekse en Latijnse letteren en op het schrijven van Latijnse literatuur. Naast zijn Latijnse verzen en zijn studies over de Griekse taal schreef hij Nederlandse literaire teksten, zowel in proza als in poëzie. Hij werd vooral gewaardeerd voor zijn activiteiten als dichter en classicus, en werd bijgevolg toegelaten tot de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Bovendien werd hij opgenomen in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Met Hoeuffts nalatenschap werd het Certamen poeticum Hoeufftianum georganiseerd, een Latijnse poëzieprijs. De hoofdprijs, een gouden medaille van 250 gram, werd van 1844 tot 1978 elk jaar in Amsterdam uitgereikt door een speciale commissie, geselecteerd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hoeufft betoogt in dit boekje, dat het Gereformeerde geloof in Noord-Braband geen product is van overheersing, maar dat ze op dezelfde wijze in Brabant is ontstaan als in de overige provinciën, en door de vrede van Munster bevestigd. Het geschrift is een reactie op een tekst van een zich Sincerus Brabantus noemende schrijver, die in ‘De onverdraagzaamheid eeniger Protestanten in Noord-Braband,’ het tegendeel had betoogd.

[Philalèthes] – Verslag van de Gedragingen der R.C. Geestelijken in Vlaanderen. Te Amsterdam, bij J.C. van Kesteren, 1821.

In gr. 8vo. XVIII en 98 bl. – Zeldzaam. Een interessant geschrift dat een inkijk biedt in één van de heikele kwesties die een harmonisch samengaan van de Noordelijke en Zuidelijke provincies in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden tegenhielden. De bisschop van Gent had aan Rooms-Katholieke ambtenaren verboden trouw te zweren aan de grondwet, ondanks het feit dat de bisschop van Mechelen (en in diens navolging de Paus) verklaarden dat dit slechts een burgerlijke strekking had. Ook wilde hij niet bidden voor de prinses van Oranje, omdat zij niet katholiek was. Het wereldlijk gezag in de Vlaamse provincies dwong gehoorzaamheid bij de pastoors af. Een recensie in ‘Vaderlandsche Letteroefeningen’ roemt de objectiviteit van het geschrift en haalt daarbij aan dat de anonieme schrijver katholiek is.

Olivier GroeneykKronijk van Zierikze; ten vervolge op die van den Heere J. de Kanter Phil. Z. Zierikzee, Jacobus Koole, 1821.

Vervolg op de kroniek van De Kanter (zie onder 1795).

Jean-Baptiste Say (1767-1832) – Catéchisme d’économie politique ou instruction familière qui montre de quelle facon les Richesses sont produites, distribuées et consommées dans la société. Paris-Londres, Bossange, 1821.

Jean-Baptiste Say wordt gezien als een van de grondleggers van de staatshuishoudkunde. Say was een klassiek econoom die de nadruk legde op de vraagzijde van de economie en op het nuttigheid van goederen. Zijn visie op het economisch heeft hij neergelegd in zijn boek Traité d’économie politique uit 1803. Say is beroemd geworden door de naar hem vernoemde wet van Say. Deze komt erop neer dat de totale koopkracht per definitie gelijk is aan de totale productie.

[Staten-Generaal] Het Nieuwe Testament ofte alle boeken des nieuwen Verbonts onzes Heeren Jesu Christi. Uit de Grieksche tale in onze Nederlandsche tale getrouwelijk overgezet. Door last van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit van de Sinode Nationaal gehouden in de jaren 1618 en 1619 te Dordrecht. Amsterdam, J. Brandt en zn,, P. den Hengst en zn., erven F.G. onder de Linden; Haarlem, J. Enschede en zn. bij de Nederl. Bijbel Compagnie, 1822.

Het Nieuwe Testament in Statenvertaling. De omslag van de achterzijde ontbreekt. Nalatenschap Truus de Wind.

Karl von Martens (1790-1863) – Manuel diplomatique; ou, Précis des droits et des fonctions des agens diplomatiques; suivi d’un recueil d’actes et d’offices pour servir de guide aux personnes qui se destinent à la carrière politique. Paris, Treuttel et Würtz [etc.] 1822.

Dit is een diplomatiek handboek door baron Charles de Martens.

Petrus Weiland (1754-1841) – Kunstwoordenboek, of verklaring van allerhande vreemde woorden, benamingen, gezegden en spreekwoorden, die, uit verschillende talen ontleend, in de zamenleving en in geschriften, betreffende alle vakken van kunsten, wetenschappen en geleerdheid voorkomen. ’s-Gravenhage, weduwe J. Allart, 1824.

In een fraaie prijsband, met opdracht aan Guillem Baltasar van der Feen, ondertekend door o.a. historicus Samuel de Wind (1793-1859). Een ingelegd briefje vermeldt de provenance van het boek. Het ‘Kunstwoordenboek’ is een ‘vreemde-woordenboek’.

Isaac Paul Delprat (1793-1880) – Antwoord op de prijsvraag welke vorderingen heeft de aanval en de verdediging der sterke plaatsen gemaakt, sedert het beleg van ’s-Hertogenbosch, in den jare 1629. Delft, P. de Groot, 1825.

8o, (IV), IV, 368 pp. – Delprat was een Nederlands ingenieur, legerofficier en politicus. In 1854 werd Delprat namens ‘s-Gravenhage gekozen in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, waar hij een conservatief profiel had. Hij sprak hier vooral over zaken waar hij veel ervaring mee had in zijn carrière: militaire zaken en waterstaat. Zo was hij lid van zowel de parlementaire enquête naar het Zwolsche Diep (1856) als naar de staat van de Maas en Zuid-Willemsvaart (1860). In 1861 kwam er, mede op zijn initiatief, een parlementaire enquête naar de staat van de zeemacht, waar hij ook het voorzitterschap van zou vervullen. Provenance: J.M. Buskoop, Den Haag; Boekenbeurs (1998).

J. Pietersz.De verdienstelijke onderwijzer Welmoed, een werkje ten dienste van aankomende onderwijzers. Brest van Kempen, Brussel, 1826.

Papieren omslag, los in de rug, zeer zeldzaam (niet in KB). Zie Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1829.

Johannes ter Pelkwijk (1769-1834) – Beschrijving van Overijssels watersnood in Februarij 1825. Clement, De Vri en Van Stegeren, Zwolle, 1826.

Jan ter Pelkwijk was lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en onderwijzer. De Stormvloed van 1825 was een stormvloed die plaatsvond tussen 3 en 5 februari 1825 en leidde tot grote schade in Nederland, Duitsland, Denemarken en in mindere mate in Vlaanderen. De provincies Groningen, Friesland, Overijssel, Utrecht en Holland werden getroffen door ernstige dijkdoorbraken en overstromingen waardoor 379 mensen in Nederland het leven verloren. Hiervan vielen er 305 in de provincie Overijssel, 25 in de provincie Holland en 17 in de provincie Friesland. In alle landen samen vielen ongeveer 800 slachtoffers te betreuren. Provenance: Antiquariaat Leest, boekenmarkt Dordrecht (2019).

Adam Smith (1723-1790) – An inquiry into the nature and causes of the wealth of nations. J.F. Dove, London, 1826.

Het beroemde werk van Adam Smith uit 1776 in een uitgave uit 1826.

Marcus van Vaernewyck (1518-1569) – De historie van Belgis, Of, Kronyke Der Nederlandsche Oudheyd, Behelsende Alle de Gedenkweerdigste En Wonderlykste Dingen, Die, Van Het Begin Der Wereld Tot Ontrent Desen Tyd, in Alle Gewesten Der Aerde, Maer Voornaementlyk in Dese Nederlanden. Gend, D.J. Vanderhaeghen, 1829.

Marcus van Vaernewyck is een Middelnederlands schrijver die verschillende belangrijke functies bekleedde. Hij was onder andere schepen in Gent. Verder is hij factor geweest van de rederijkerskamer Maria t’eeren. Verder is bekend dat hij enkele reizen maakte naar Duitsland en Italië. Van zijn werken zijn de meeste verloren gegaan. Zijn bekendste werk is ‘Van die beroerlike tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568’. ‘Die historie van Belgis’ werd voor het eerst uitgegeven in Gent in 1574. Het is ook bekend uit een handschrift uit 1561. Het bevat behalve een algemene geschiedenis van de Nederlanden veel informatie over de stad Gent. Dit deel bevat uitsluitend het ‘Byvoegsel op Marcus van Vaernewycks Historie van Belgis, Kronyke der Nederlandsche oudheyd, door eenen Nederlandschen Geschiedkundigen‘.

Jacobus Hagen (?-?) – Avondwandelingen in den omtrek der stad Leijden, of Lotgevallen van den heer Rynald. C.C. van der Hoek, Leyden, 1829.

VIII, 263 p. – Provenance: Gerrit Komrij (1944-2012, met ex libris); Marktplaats (2015).

Pierre Lapie (1779-1850); Alexandre-Emile Lapie (1809-1850) – Kaart: ‘Royaume des Pays-Bas en 1829’. Uit: Atlas Universel de Géographie Ancienne et Moderne, précédé d’une Abrégé de Geographie physique et historique – Dédié au Roi. Paris, Eymery, Fruger et Cie Editeurs, 1829.

Johann Jakob Hess (1741-1828) – Geschiedenis des Ouden en Nieuwen Verbonds : leesboek / op nieuw bewerkt naar Johannes Jacobus Hesz; met platen. ‘s-Gravenhage ; Amsterdam : Gebroeders Van Cleef, [1832].

Samuel de Wind (1793-1859) – Bibliotheek der Nederlandsche geschiedschrijvers, eerste deel. Bevattende de inlandsche geschiedschrijvers der Nederlanden van de vroegste tijden tot op den Munsterschen vrede (970-1648). Middelburg, gebroeders Abrahams, 1835.

De Wind begon aan zijn overzicht van alle Nederlandse geschied- en kroniekschrijvers naar aanleiding van een prijsvraag van de Maatschappij. der Nederlandsche Letterkunde in 1824. Het resultaat was een overzicht van alle historici en hun werken tot 1648, dat verscheen in 1831; in 1835 volgden nog enige aanvullingen en verbeteringen. Het werk is om onbekende redenen nooit voltooid, dus het eerste deel in de editie van 1835 is de definitieve uitgave. Provenance: Koninklijke Bibliotheek.

Mr. Egbert Dirk Rink (1779-1856) – Beschrijving der stad Tiel. A. van Loon, Tiel, 1836.

Egbert Dirk Rink: Regter ter instructie bij de regtbank van eersten aanleg, zitting houdende te Tiel. Compleet met alle kaarten. Originele kartonnen band. Met de ‘Bijvoegsels en Bijlagen’ in apart katern.

Laurent Philippe Charles van den Bergh (1805-1887) – Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer, verzameld en opgehelderd. Utrecht, Johannes Altheer, 1836.

Mr. Laurent Philippe Charles van den Bergh werd in 1854 adjunct-archivaris des rijks en in 1865 hoofdarchivaris. Hij schreef verschillende studies op het gebied van taalkunde, letterkunde en volkscultuur. Dit geschrift uit 1836 is voor een groot deel gebaseerd op de kronieken uit de 15e en 16e eeuw. Deze kronieken zijn echter voor een groot deel romantische verdichtsels. Dit maakt het tot een aardig, leesbaar boek met veel informatie, maar geschreven door een dilettant.

Willem Cornelis Ackersdijck (1760-1843) – Nasporingen omtrent het landschap, in vroeger eeuwen Taxandria genoemd, en bijzonder omtrent eenige plaatsen in dat landschap gelegen. [Leiden], [1838].

102 p. – Papieren omslag (contemporain marmerpapier). Van dit boek is ook een andere editie bekend, met afwijkende paginanummering (87-178), uitgegeven door de Mij. der Nederl. Letterkunde.

Josephus Antonius Coppens (1800-1850) – Nieuwe beschrijving van het Bisdom ‘s-Hertogenbosch, naar aanleiding van het Katholijk Meijerijsch memorieboek van A. van Gils. J.F. Demelinne, ‘s-Hertogenbosch 1840-1844.

Deel I, II, III.1 en IV (III.2 ontbreekt). Deel III.1 en IV in afwijkende band. – Priester gewijd in 1823, assistent te Veldhoven (1823) en te ’s Hertogenbosch (1824) in de St. Jacobskerk. In 1826 kapelaan te Schijndel geworden, werkte hij daar tot 1833, toen hij het rectoraat te Handel aanvaardde. Voor een promotie naar Raamsdonk bedankte hij (1848) om in het kleine Handel rustig te kunnen werken aan zijne kerkgeschiedenis, een algemeen overzicht, waarvoor hij zijn hele leven documenten verzameld had. Hij publiceerde de Nieuwe beschrijving van het Bisdom ’s Hertogenbosch in 4 dln. (in vijf boeken), waarvan het eerste deel in 1840 te ’s Hertogenbosch verscheen.

[Laurens Philippe Charles van den Bergh] (1805-1887) – Iets over Oud Nijmegen voor de verpanding aan Gelderland, benevens eene chronologische list der Burggraven en Richters. C.A. Vieweg, Nijmegen, 1840.

Antiquarisch bibliofiel drukwerk (vanaf 1841)

Martinus Hendrik Kluitman (1808-1882) – Beknopte beschrijving der stad Gouda, met twee kaartjes. G.B. van Goor, Gouda, 1841.

VIII, 112 p. Met 2 kaarten. – Kluitman werd in 1808 in Schiedam geboren als zoon de kuipersknecht Willem Kluitman en Maria Vrijtvoet. Op 25-jarige leeftijd werd hij benoemd tot hoofd van de nieuwe “Stads-Tusschenschool” in Gouda. Kluitman werd geprezen om de kwaliteit van zijn onderwijs en zijn school werd als modelschool aangemerkt. Nadat zijn zoon Pieter in Alkmaar de uitgeverij Kluitman had gesticht verschenen er van zijn hand enkele liedbundels met vaderlandse liederen, geschreven ter gelegenheid van de herdenking in 1873 van Alkmaars ontzet in 1573, die door zijn zoon werden uitgegeven. Kluitman schreef in 1841 een stadsgeschiedenis van Gouda met als titel “Beknopte beschrijving der stad Gouda”. Na de beschrijvingen van Walvis en De Lange van Wijngaerden was dit de derde stadsgeschiedenis van Gouda. Het werk werd uitgegeven door Van Goor, in die tijd nog gevestigd in Gouda. Provenance: Marktplaats (2018).

Lambert Josef Eduard Keuller (1813-1864) – Geschiedenis en beschrijving van Venloo. Weduwe H. Bontamps, Venlo, 1843.

371 + 8 p. – Uiterst zeldzame eerste druk van deze eerste Venlose stadsbeschrijving door notaris L.J.E. Keuller. Origineel halfleder gebonden, met goudopdruk. Naam uit schutblad geknipt, verder uitmuntende staat. Provenance: Antiquariaat Coriovallum, Heerlen (2019).

[F.G. Ullens] (ed.) – Chronycke van Antwerpen sedert het jaer 1500 tot 1575; gevolgd van eene beschryving van de historie en het Landt van Brabant, Sedert het jaer 51 vóór J.-C., tot 1565 na J.-C., volgens een onuitgegeven handschrift van de XVIe eeuw met fac-simile van het HS. Antwerpen, J.P. van Dieren en Cie., 1843.

(VI), IV, 300 pp. – F.G. Ullens was een priester en boekencensor uit Antwerpen. Het werk werd door Frans van Mieris ontdekt en uitgegeven. Provenance: 2dehands.be (2019).

Cornelis Rudolphus Hermans (1805-1869) – Bijdragen tot de geschiedenis, oudheden, letteren, statistiek en beeldende kunsten der provincie Noord-Brabant. Tweede deel. ‘s-Hertogenbosch, gebr. Muller, 1845.

Frans Jacobus van den Blijk (1806-1876); Hendrik Frederik Verheggen (1809-1883) – Catalogus van de uitmuntende verzameling schilderijen, gekleurde en ongekleurde teekeningen, door beroemde oude en hedendaagsche meesters, benevens: liefhebberijen, enz. alles en alleen nagelaten door wijlen den hoog welgeboren Heer Jonkheer E.J. de Court van Valkenswaard, in leven Lid der Ridderschap van Zuid-Holland en van den Raad der Stad Dordrecht. Al hetwelk verkocht zal worden onder de leiding der Kunstschilders F.J. Van der Blijk en H.F. Verheggen, door van Geluk en Mak van Waay, ondernemers van publieke verkoopingen, te Dordrecht. Op Maandag, 12 April 1847, en volgende dagen des voormiddags ten half tien Ure, ten huize van den Overledene, Groenmarkt, Lett. A. No. 291 te Dordrecht. Dordrecht, J. van Houtrijve, 1847.

8o, 78 pp. – Jhr. Etienne Jean de Court van Valkenswaard (1784-1846) was mede-oprichter van het Dordrechts museum in 1842 en liefhebber van schilderkunst. Na zijn dood werd zijn collectie, die in deze catalogus beschreven staat, geveild. Hij was vanaf 1824 door koop heer van Valkenswaard (Waalre werd apart verkocht), reden waarom ik dit boek hier gerubriceerd heb. Veel van de heren en vrouwen van de heerlijkheid Waalre, Valkenswaard en Aalst hadden hun hoofdzetel elders in de omgeving, daar ze in het bezit waren van meerdere heerlijkheden. Het kasteel van deze heerlijkheid was gelegen nabij de Loondermolen, tussen Waalre en Valkenswaard. Nu betrof het enkel nog een paar rechten, zoals het jachtrecht. Het kasteeltje werd in 1867 gesloopt. Daarmee kwam de facto een einde aan de eeuwenlange geschiedenis van de heerlijkheid. Provenance: K. Haan (1847); Antiquariaat Brinkman, Amsterdam (2019).

Mr. Justinus Cornelius Voorduin (1799-1878) – Geschiedenis en beginselen der grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden. Utrecht, Bielevelt, 1848.

Simon Ockley (1678-1720) – The history of the Saracens. Henry G. Bohn, London, 1848.

Simon Ockley werd geboren te Exeter en was vicar van Swavesey, Cambridgeshire. Hij werd professor als Arabist te Cambridge in 1711. In 1718 werd hij gevangen gezet wegens schulden. Gibbon noemde zijn lot “unworthy of the man and of his country.” Het eerste deel van zijn ‘Conquest of Syria, Persia, and Egypt by the Saracens’, meer bekend als ‘The History of the Saracens’, verscheen in 1708. Ockley baseerde zijn werk op een Arabisch manuscript in de Bodleian library. Als geschiedschrijving heeft het zwakheden: bijvoorbeeld de beslissende slag om Cadesia bij de verovering van Perzië blijft onvermeld. Het leest eerder als een verzameling verhalen dan als geschiedenisboek. In literair opzicht heeft het werk echter een uitstekende reputatie.

Christiaan KrammDe Goudsche Glazen, of beschrijving der beroemde geschilderde kerkglazen van de Groote of St. Janskerk ter Goude, benevens de geschiedenis der St. Janskerk, der glazen, der cartonteekeningen, enz. G.B. Van Goor, Gouda, 1853.

L. GuicciardiniBeschryving van Antwerpen , Mechelen, Lier en Turnhout door L. Guicciardini Edelman van Florentie, in het Nederduitsch vertaeld door Kiliaen herdrukt volgens de uitgave van 1612 in naem der Rederykerkamer De Olijftak. Antwerpen, J. E. Rysheuvels, 1854.

Hard cover halflederen band, XII 244 blz, uitplooibare kaart van Antwerpen.

Jean-Charles Houzeau (1820-1888) – Essai d’une geographie physique de la Belgique. Bruxelles, Hayez, 1854.

VII, 331 pp. – Jean-Charles Hippolyte Joseph Houzeau de Lehaie was een Belgisch astronoom, meteoroloog, geofysicus, journalist en avonturier. Hij was autodidact en verbleef lange tijd in de Verenigde Staten waar hij het opnam tegen de slavernij. Bij zijn terugkeer naar België werd hij directeur van de Brusselse sterrenwacht. In die functie leidde hij twee Belgische expedities voor de waarneming van de Venusovergang van 1882 en nam hij de beslissing om de sterrenwacht te verhuizen naar Ukkel. Hij publiceerde diverse studies over de astronomie, de geologie en de geografie met in 1854 een belangrijke publicatie over de fysische geografie van België.

Egbert van der Maaten (1808-1867) – Beknopte geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd, ten dienste van gymnasiën en instituten. Amsterdam, Hendrik Frijlink, 1854.

Egbert van der Maaten kreeg daar zijn opleiding aan het instituut van Kinsbergen en werd bierbrouwer in zijn geboorteplaats. Van der Maaten was gedurende de laatste jaren van zijn leven gemeenteontvanger in Elburg en was tevens ontvanger van de polder Oosterwolden. In 1853 verscheen zijn hoofdwerk: ‘Geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd’, waarin hij zich ten doel stelde een geschiedenis der Nederlanden te leveren die als leesboek bruikbaar zou zijn en tevens geschikt zou zijn als handboek in het onderwijs. Aan zo’n handboek was naar zijn mening behoefte, omdat de bestaande handboeken gedurende de grafelijke regering hoofdzakelijk de geschiedenis van Holland behandelden, of de aanvang van de geschiedenis eerst bij de regering van Karel V stelden.

Alain-René Le Sage (1668-1747) – Histoire de Gil Blas de Santillane. Paris, Jacques Lecoffre et cie., 1854.

Ex libris H. Snellens.

Laurentius Theodorus Zeegers (1818-1884) – Beknopte geschiedenis der stad Amsterdam met platen en kaart. Goedkoope uitgave. Amsterdam, H.W. Weytingh, z.j. [1855].

[II] 498 p. – Zeegers werd geboren te Amsterdam en was van 1843-1873 kostschoolhouder. Hij schreef een Nederlandsche Chrestomathie (1847; bij herhaling herdrukt); een Geschiedenis van Amsterdam (1850) en Bloemen van Nederlandsche Proza en Poëzie (1873). Bovendien schreef hij opstellen in de Vaderlandsche Letteroefeningen en in Europa, van welk tijdschrift hij korte tijd (1861) redacteur was. ‘Beknopte geschiedenis van Amsterdam’ verscheen in 1853, deze ‘goedkoope uitgave’ in 1855. Kaart en 4 litho’s door Desguerrois & Cie. Drukker H.W. Weytingh was boekhandelaar aan de Warmoesstraat over de Visschsteeg. Met plattegrond & 4 platen (litho’s). Provenance: Boekenmarkt Den Haag (2019).

Mr. Franciscus Johannes Emilius van Zinnicq Bergmann (1807-1879) – Het voormalig hertogdom Brabant. Geschied- en regtskundig onderzoek naar den staatkundiigen toestand van dat land, bepaaldelijk ook met betrekking tot Noordbrabant, de Meijerij en stad ‘s-Hertogenbosch. Lutkie & Cranenburg, ‘s-Hertogenbosch, 1856.

Franciscus van Zinnicq Bergmann, geboren in Lier, was een Nederlands jurist. Hij studeerde te Gent en promoveerde te Leiden in 1832. Sinds 1836 rechter in de rechtbank van eerste aanleg te ‘s-Hertogenbosch, werd hij in 1838 raadsheer bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant, wat hij bleef tot de reorganisatie van de hoven 1875. Sedert 1866 was hij lid van de Tweede Kamer. Dit is het eerste deel, dat op zichzelf staat. Het tweede deel verscheen eerst in 1874.

Hendrik Quirinus Janssen (1812-1881); Johan Hendrik van Dale (1828-1872)  – Bijdragen tot de oudheidkunde en geschiedenis, inzonderheid van Zeeuwsch-Vlaanderen, dl. III. Middelburg, J. Altorffer, 1858.

Met vermelding op pag. 68 van notaris Petrus Fasol (‘Fossol’) uit Bree.

Mr. Jacob van Lennep (1802-1868); Willem Jacobsz. Hofdijk (1816-1888) – Het kasteel van Ter Goude, uit: Merkwaardige kasteelen in Nederland, derde en laatste serie, met platen en kaarten. Amsterdam, G.W. Tielkemeijer, 1861.

Jacob van Lennep was een Nederlands schrijver, taalkundige en politicus. Willem Jacobsz. Hofdijk, Nederlands dichter, proza- en toneelschrijver. Vanwege zijn idealisering van het nationale verleden en zijn pathos wordt Hofdijk in de literatuurgeschiedschrijving wel gezien als één van de weinige echte vertegenwoordigers van de Nederlandse romantiek. Artikel over het kasteel van Ter Goude. Tijdens de roerige periode in de Tachtigjarige Oorlog rond 1577 heeft het vroedschap van de stad opdracht gegeven tot sloop van het kasteel. Op 30 oktober 1577 werd begonnen met het deel voor deel afbreken van diverse gebouwen. In 1777 werd de voorlaatste en in 1808 de laatste toren, de Chartertoren, gesloopt. Litho van C. Springer, steendruk door P.W.M. Trap. Het betreft alleen het artikel over Ter Goude, met de litho, in een latere papieren omslag. Litho en tekst komen overeen met bovenvermelde uitgave, maar zetting en paginanummering wijkt af. In plaats van pagina 47-78 is de paginanummering in dit exemplaar 41-67. Provenance: Antiquariaat Boekendaal, Gouda (2019).

Willem Cornelis van Zijll (1834-1868) – Oudewater en omtrek, geologisch, mythologisch en geschiedkundig geschetst. – Oudewater, W.C. van Zijll jr, 1861.

1ste en enige druk. Lithografisch frontispiece door E.C. Rahms, dd. 1816. – 8vo – Halfleer met marmeren platten. Van Zijll  was een Oudewaterse boekhandelaar en historisch expert aangaande de regio. Eberhard Cornelis Rahms (1823-1907) is de bekende Oudewaterse schilder aan wie het Museum Oudewater in 2023 een boeiende tentoonstelling wijdde. Zijn werk bevindt zich o.a. in het Rijksmuseum. Deze belangrijke studie is vrij zeldzaam doordat het in eigen beheer in een kleine oplage werd uitgegeven.

Rinse Koopmans van BoekerenGraaf Gerrit van Groenestein: schetsen uit het leven der vogels. D. Noothoven van Goor, 1862.

Met op pagina 68-73: ‘Het bezoek bij den valkenier’,  met daarin een passage over de valkeniersgeschiedenis van Valkenswaard.

William Henry James Weale (1832-1917) – Bruges et ses environs: description des monuments, objets d’art et antiquités, précedée d’une notice historique. Bruges, Beyaert-Defoort / Londres, Barthés & Lowell, 1862.

James Weale was een Brits-Belgisch kunsthistoricus die aan de studie van de Vlaamse Primitieven een belangrijke impuls gaf. Hij wordt beschouwd als hun ‘herontdekker’. In 1855 overleed zijn moeder en de erfenis bleek voldoende om te gaan rentenieren. Hij verhuisde naar Brugge, waar hij actief begon aan de studie van de Vlaamse Primitieven. Hij werd al vlug opgenomen in de intellectuele katholieke kringen van de stad, die voor een deel uit Britse inwijkelingen bestonden. Het werd in de loop van de jaren 1860 duidelijk dat de stijgende levensduurte en het groot aantal kinderen in het gezin, het onmogelijk maakten om nog enkel van de opbrengst van het geërfde kapitaal te leven. Weale werd broodschrijver. Hij leverde bijdragen aan verschillende tijdschriften tegen vergoeding en verkocht ook de eventuele overdrukken die hij ontving. Aan het huis dat hij in Brugge bewoonde op de hoek van de Clarastraat en de Sint-Jorisstraat in Brugge werd een herdenkingsplaat ingemetseld. Een nieuwe straat werd naar hem genoemd, in een verkaveling op de Sint-Gillisparochie, waar hij woonde. Provenance: De Slegte Antwerpen (2019).

Ernst Karl Guhl (1819-1862); Wilhelm Koner (1817-1882); Richard Engelmann (1844-1909) – Leben der Griechen und Römer. Berlin, Weidmann, 1864.

Camille de Borman – Généalogie des familles De Mewen et De Mewen dit De Keverberg. Extrait de l’annuaire de la noblesse de Belgique. Dix-neuvième année. Typographie de G. Adriaens, Bruxelles, 1865.

J.C.A. HezenmansDe St. Janskerk te ’s Hertogenbosch en hare geschiedenis. G. Mosmans, ‘s-Hertogenbosch, 1866.

Jules van Praet (1806-1887) – Essais sur l’histoire politique des derniers siècles. Bruxelles, Bruylant-Christophe, 1867.

Diverse historische essays, eindigend met een stuk over Willem III (1650-1702).

Jacob van Lennep (1802-1868); Jan ter Gouw (1814-1894) – De uithangteekens, in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd. 2 delen, Gebroeders Kraay, Amsterdam 1868.

Hierin onder meer op p. 45-48 een beschrijving van het uithangteken van Allerd Dircksz Fasol.

Alfred Russel Wallace (1823-1913) – Insulinde: het land van den Orang-Oetang en den Paradijsvogel. Amsterdam, P.N. van Kampen, 1870.

Alfred Russel Wallace was een Brits natuuronderzoeker, geograaf, antropoloog en bioloog. Hij is vooral bekend omdat hij onafhankelijk van Darwin een eigen evolutietheorie formuleerde die sterk leek op die van Charles Darwin. Ex libris H. Snellens.

[Camille de Borman] – Génealogie de la famille de Borman et des familles de Bormans (de Maeseyck), Bormans de Hasselbrouck & Bormans (de Liège). Bruxelles, Félix Callewaert, 1872.

Provenance: Boekwinkeltjes (2010).

Laurent Philippe Charles van den Bergh (1805-1887) – Handboek der Middel-Nederlandsche geografie. ’s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1872.

Anton Bergmann (1835-1874) – Geschiedenis der Stad Lier. Met platen naar teekeningen van J.B. de Weert, bestuurder der Academie van Lier. Antwerpen, J.-E. Buschmann, 1873.

VI, 680 pp. – Anton Bergmann (soms ook Tony Bergmann genoemd) werd geboren in Lier en ging er naar school. In 1849 ging hij naar het stedelijk atheneum in Gent. Samen met o.a. Julius Vuylsteke maakte hij deel uit van het romantisch-flamingant Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal wel gaan, een vereniging die de beoefening van de Nederlandse literatuur en de verdediging van de Nederlandse taal tot doel had. In 1853 ging hij studeren aan de Universiteit van Gent. In 1854 legde hij er het examen in de Letteren en Wijsbegeerte af. In april 1856 deed hij er kandidatuursexamen in de Rechten en in september kandidatuursexamen Notariaat. Daarna volgde hij een aantal lessen aan de universiteit van Brussel, waar hij in april 1858 promoveerde tot doctor in de rechten. In 1858 werd hij advocaat in Lier. Gedurende zijn korte leven was de liberale flamingant Bergmann een actief deelnemer aan de Nederlandse Taalcongressen en lid van talrijke verenigingen, zoals het Willemsfonds. Hij stichtte het weekblad De Lierenaer. Hij stierf in 1874 op 38-jarige leeftijd aan de gevolgen van een borstkwaal. Provenance: Bibliotheek der gemeente Boisschot (stempel); 2ehands.be (2019).

Gualtherus Jacob Dozy (1841-1922); S.J.H. Brugmans – Historische atlas ten gebruike bij het onderwijs in algemeene en vaderlandsche geschiedenis. Zutphen Thieme, z.j. [1874].

[Anoniem] – Bladen voor rederijkers. Gorinchem, G.C. van der Mast, z.j. [1874].

Ex libris H. Snellens.

Jhr. Jan Jacob de Geer van Oudegein (1820-1911) – Het oude Trecht. De oorsprong der stad Utrecht. Uit de oorspronkelijke bronnen beschreven. Met 4 Platen en 2 Kaarten. Kemink en Zoon, Utrecht, 1875.

Nicolaas Wilhelmus Posthumus (1838-1885) – Onze Tijd. Studiën en berichten over personen, zaken en gebeurtenissen van den dag. 10e en 11e jaargang. Amsterdam, C.F. Stemler, 1875-1876.

Ex libris H. Snellens.

Theodoor Ignatius Welvaarts (1840-1892) – Reusel naar de Archieven van Postel’s Abdij. Van Splichal-Roosen, Turnhout, 1877.

Welvaarts was priester en de bibliothecaris van de abdij van Postel in België. Hij was geboren in Schijndel en trad in 1852 in het seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel.

Th. Ign. WelvaartsGeschiedenis van de abdij van Postel / Het huis van Postel “De Postelstraat” te `s Hertogenbosch. Splichal Roosen, Turnhout. G. Mosmans, Den Bosch. Ad 2 De Katholiek, Amsterdam, 1878.

2 delen + overdruk in 1 band. 434 + 6 blz. 10 litho`s, 1 uitvouwbaar.

Jan ter Gouw (1814-1894) – Nacht en morgenrood. Een tijdvak uit de geschiedenis van Amsterdam, merendeels naar oorspronkelijke stukken. Amsterdam, C.L. Brinkman, 1878.

Max RoosesGeschiedenis der Antwerpsche schilderschool. Met 10 etsen door J.-B. Michiels en 40 houtsneden. Gent, Ad. Hoste, 1879.

VIII, 738, (2) pp. – Met handtekening van de uitgever. Max Rooses was een Vlaams schrijver en leider van de Vlaamse Beweging. Provenance: Boekenmarkt Den Haag (2019).

Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden (1752-1820); Jacobus Nicolaas Scheltema (1821-1905) – Geschiedenis en beschrijving der Stad van der Goude, bewerkt en vermeerderd door J.N. Scheltema. G.B. van Goor Zonen, Gouda, 1879.

XVI, 320 p. – De Lange van Wijngaerden, zie onder 1813. Scheltema was Remonstrants predikant te Gouda. Scheltema bewerkte nagelaten hoofdstukken van De Lange van Wijngaerden tot een derde deel van diens stadsgeschiedenis. Provenance: Antiquariaat Van Hoorn, Nijmegen (2018).

Theodoor Ignatius Welvaarts (1840-1892) – Geschiedenis van Corsendock. Met verscheidene steendrukplaten. Prachtuitgave in Elsevier letter. Nijverheids-fabriek van Glénisson en Zonen, Turnhout, 1880-1881.

264, 294 pp. – Een interessante studie over de Priorij van Corsendonck en haar omgeving uit de 14e eeuw tot 1880. Het eerste deel beschrijft de geestelijken van Corsendonck en hun prestaties in de theologie en schone kunsten, het tweede deel vertelt de geschiedenis van de Priorij. Het werk wordt geïllustreerd met lithografieën, waarin zegels en wapenschilden van Maximiliaan, Karel V enzovoort. Twee delen in één. Eigentijds bindwerk. Grote opgevouwen litho, panorama van de Priorij van Corsendonck in ongeveer 1680. 12 volledige pagina litho’s (waarvan 1 gebruind), en een tweede grote gevouwen prent van de situatie in 1880. Grote gevouwen tabel met kalender en een litho met een kaart van Corsendonck en de regio. Compleet. Provenance: Bibliotheek van de abdij van Berne (stempel); Catawiki (2018).

Alphonse Huillard-Bréholles (1817-1871) – L’Irlande, son origine, son histoire et sa situation présente. Tours, Alfred Mame et fils, 1880.

Dr. J.A. WijnneGeschiedenis van het Vaderland. Zesde eenigszins omgewerkte druk. J.B. Wolters, Groningen, 1882.

Ex libris H. Snellens

Hendrik Cornelius Rogge (1831-1905) – Lijst van de voornaamste vorsten en regenten uit de oude-, middel-, en nieuwe geschiedenis. Amsterdam, Y. Rogge, 1882.

Anton Albert Beekman (1854-1947) – Nederland als polderland; beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijksten helft van ons land. Zutphen, W.J. Thieme, 1884.

Ex libris H. Snellens uit Valkenswaard.

Carl Fasol (1815-1892) – Album der Buchdruckerkunst II. Serie. Sammlung von Kunst-Sätzen aus verschiedenen Ländern. 6 Thle, Carl Fasol, Wien, 1884-1888.

Carl Fasol (geboren Nagylózs, 16 februari 1815, overleden Mödling 23 januari 1892) was een boekdrukker uit Wenen. Hij is de uitvinder van de stigmatypie, een manier om afbeeldingen te drukken door punten te drukken op typografische wijze. Carl Fasol was een van de eerste drukkers die experimenteerde met het drukken met naaldpunten. Hij slaagde erin omvangrijke afbeeldingen te drukken door gebruik te maken van stippen van verschillende groottes, vaak maar vier of vijf stippen op een ‘drukletter’, waardoor hij in feite handmatig halftone afbeeldingen maakte. Deze stigmatypie laat hij duidelijk zien in zijn boek Album der Buchdruckerkunst (deel 1: 1868-1881 en deel 2: 1884-88). Een van de mooiste voorbeelden van zijn stigmatypie liet hij zien in een portret en een bloemenafbeelding, waarvoor hij een medaille won bij de Tentoonstelling van Parijs.

Edouard-René Lefebvre (1811-1883) – Paris en Amérique. Paris, G. Charpentier et cie., 1884.

Edouard-René Lefebvre is het pseudonym van Edouard Laboulay. Hij was lid van de Kamer van Afgevaardigden, senator en geschiedkundige. In dit boek beschrijft hij op humoristische wijze het leven in Amerika. Ex libris H. Snellens.

[Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant] – Lijst der verordeningen, besluiten, reglementen, enz. Van het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant, vervat in het Provinciaal Blad over 1885. ‘s-Hertogenbosch, P. Stokvis & zoon, 1885.

Ex libris P.C. Fasol.

Hendrik Blink (1852-1931) – Onze aarde. Handboek der natuurkundige aardrijkskunde. Groningen, Noordhoff & Smit, 1885.

Hendrik Blink was een Nederlandse leraar aardrijkskunde en vervolgens hoogleraar economische geografie. Hij was, samen met Roelof Schuiling en Willem Bouwmeester, een pionier in de historisch-geografische bestudering van het Nederlandse zandgebied. ‘Onze Aarde’ is een aardrijkskundig handboek. Ex libris H. Snellens.

Justus van Maurik (1846-1904) – Uit één pen; novellen en schetsen. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1886.

180 [IV] p. – Justus van Maurik jr. was een Nederlands proza- en toneelschrijver. Typische Amsterdammer, in het dagelijks leven sigarenfabrikant. Genoot een enorme populariteit met stukken voor het volkstoneel als Een bittere pil (1873) en Janus Tulp (1879), doch vooral met zijn levendige maar oppervlakkige vertellingen, die hij zelf met groot succes placht voor te dragen. Hoewel de grappigheid en het sentiment er vaak al te dik oplagen en hij weinig oog had voor sociale vraagstukken, gaf hij het Amsterdamse volksleven op rake wijze weer. De aanval die Frans Netscher als vertegenwoordiger van het opkomend naturalisme in de eerste jaargang van De Nieuwe Gids op hem lanceerde, deerde zijn populariteit niet. Hij kan beschouwd worden als de laatste, zwakke vertegenwoordiger van de 19de-eeuwse humorcultus in Nederland. ‘Uit één pen’ is een van zijn populaire novellenbundels. In 1878 vestigde Tjomme van Holkema, telg uit het geslacht Van Holkema die eerder eigenaar was van Boekhandel Scheltema en Holkema, zich als uitgever op de Amsterdamse Keizersgracht 436. Na zijn overlijden in 1891 nam zijn weduwe C.S. Kremer (1843-1909) het bedrijf over, samen met Simon Warendorf (1861-1918). Zie inschrijvingen op pagina 130-131 uit de Tweede Wereldoorlog. Provenance: Piet van Els (1944); Tilly van Els (1967). 

Franciscus Norbertus Smits (1817-1892) – Beknopte geschiedenis van Eindhoven, met twee gravuren en een kaartje. 3 delen. Snelpersdruk van M.F. van Piere, Eindhoven, 1887-1888.

184, 232, 184 pp. – Franciscus Norbertus Smits was een zoon uit het brouwersgeslacht van brouwerij Oranjeboom aan de Demer. Hij was tot 1884 pastoor in Waalre. Om gezondheidsredenen keerde hij terug naar Eindhoven. In de jaren erna werkte hij aan de ‘Beknopte geschiedenis van Eindhoven’, de eerste stadsgeschiedenis van Eindhoven die het licht zag. Tijdens zijn onderzoeksperiode werd hij geassisteerd door Arthur Zegers, een zoon van sigarenfabrikant J.W. Zegers en M.J. Spoorenberg. Omdat Arthur al in 1884 naar Roermond vertrok om daar te gaan studeren, zal zijn bijdrage vóór 1884 en in de vakantieperiodes vermoedelijk beperkt zijn gebleven tot voorbereidende werkzaamheden. In het werk van Smits zitten nogal wat foutjes, vermoedelijk veroorzaakt door het niet volledig beheersen van het oude schrift. Ook bestaat de indruk, dat hij met een deel van het bronnenmateriaal kritischer had moeten omgaan (eindhoven-encyclopedie.nl). Provenance: Antiquariaat Duthmala (2018).

Joseph Adolf Lodewijk Frans Steffens (1822-1899) – Geschiedenis der aloude Heerlijkheid en der Heeren van ter Horst, in het Land van Kessel, met 58 bijlagen, 2 platen en het gewoonte recht. Roermond, M. Waterreus, 1888.

Joseph Steffens, geboren te Horst, overleed in Roermond als oud-inspecteur der posterijen in de provinciën Noord-Holland en Utrecht en lid van de gemeenteraad te Roermond. Hij was de schrijver van ‘Bijdragen tot de geschiedenis van Asselt en Swalmen’, (verschenen in 1892 in de Publ. de la soc. hist. et arch. dans le duché de Limbourg) en van ‘Geschiedenis der aloude heerlijkheid en der heeren van ter Horst in het land van Kessel’. Zijn portret is gelithografeerd door C.C.A. Last. Provenance: Verkoop in maart 1982; Boekwinkeltjes (2015).

Corneille Jean LuzacDe Landen van Overmaze, inzonderheid sinds 1662. Academisch proefschrift ter verkrijging van den graad van Doctor in de Nederlandsche taal- en letterkunde aan de Rijks-universiteit te leiden, op gezag van den rector magnificus Dr. S.S. Rosenstein, hoogleeraar in de Faculteit der geneeskunde, voor de faculteit te verdedigen op Zaterdag 21 April 1888, des namiddags te 3 uren. Leiden, Gebroeders van der Hoek, 1888.

Ex libris Rijksdienst voor het Nationale Plan; Ministerie VROM.

Roelof Schuiling (1854-1936) – Nederland tusschen de tropen; aardrijkskunde onzer koloniën in Oost en West. Zwolle, Erven J.J. Tijl, 1889.

Roelof Schuiling was een Nederlandse leraar aardrijkskunde. Hij was, samen met Hendrik Blink en Willem Bouwmeester, een pionier in de historisch-geografische bestudering van het Nederlandse zandgebied. Ex libris H. Snellens.

Ludovicus Godefridus Alouisius Houben (1852-1910) – Geschiedenis van Eindhoven: de stad van Kempenland naar voor het meestendeel onuitgegeven handschriften bewerkt. 2 delen. Drukkerij Beersmans-Peek, Turnhout, 1890.

Band I: (IV), 404 pp. / Band II: 408 pp. – Twee delen, in halfleder gebonden. Houben was zoon van een Eindhovense arts, studeerde aan een seminarie, maar moest die studie om gezondheidsredenen beëindigen. Deze tweede Eindhovense stadsgeschiedenis eindigt in de Franse tijd. Pas zestig jaar later, in 1950, zou een derde monografie over de Eindhovense geschiedenis verschijnen, als themanummer van Brabants Heem.
Provenance: Firma Wed. J. van der Heijden, Eindhoven (boekhandelsticker); Antiquariaat Duthmala (2019).

Th. Ign. Welvaarts –  Geschiedenis van Bladel en Netersel naar de archieven Postel’s Abdij. Eindhoven, Snelpersdrukkerij M.F. van Piere, 1890.

Leder gebonden met gemarmerde platten, 209pp. Klein scheurtje in uitvouwbare kaart, verder als nieuw.

Pieter A.J. van den Brandeler (1806-1908) – De wapens van de magistraten der stad Amsterdam sedert 1306 tot 1672. ’s-Gravenhage, C. van Doorn en zoon, 1890.

[IV] 160 p. – Mr. Pieter A.J. van den Brandeler werd te Leiden in 1839 tot Doctor in de beide rechten bevorderd, vestigde zich te Dordrecht als advokaat en fungeerde als plaatsvervangend kantonrechter van 1844 tot 1849. Hij was secretaris van Dordrecht van 1847 tot 1870 en lid van het collegie van Regenten over het Huis van Arrest aldaar van 1849 tot 1870. Het archief van de stad Dordrecht werd door hem geordend en geïnventariseerd. In 1870 vestigde hij zich in Den Haag. Beschrijvingen uit een 17e eeuws wapenboek, in bezit van de auteur. Provenance: Mr. D. Engelberts (lid Tweede en Eerste Kamer 1888-1897); Antiquariaat Serendipity, Midden-Beemster (ca. 2005).

Gerard Keller (1829-1899) – Europa in al zijn heerlijkheid geschetst. Jac. G. Robbers, Rotterdam, z.j. [1890].

2 Delen. Gerard Keller werkte mee aan vele verschillende tijdschriften en bladen, schreef boeken en toneelstukken en werkte als vertaler. Geboren in Gouda, verhuisde hij met zijn ouders in 1830 naar Den Haag. Na het gymnasium werd hij student aan de Delfsche Academie. Nadat hij vele beroepen had geprobeerd, waaronder heelmeester, predikant, ingenieur, architect, handelsman of beambte bij een gasfabriek, werd hij uiteindelijk aangenomen in 1850 als stenograaf bij de Kamers der Staten-Generaal. In 1884 werd hij redacteur bij de Arnhemsche Courant. Ex libris H. Snellens.

Dirk Christiaan Nijhoff (1838-1902) – Willem van Oranje, de bevrijder en stichter van onzen staat. Een levensbeeld, naar de nieuwste geschiedkundige bronnen geschetst. Zutphen, Thieme & cie, 1891.

Dr. Dirk Christiaan Nijhoff, geboren te Gouda, begon zijn theologische studie te Leiden. Hij was predikant te Drimmelen, vanwaar hij in 1870 vertrok naar Culemborg, waar hij in 1875 zijn ambt neerlegde. In 1884 werd hij leraar aan de Militaire Academie te Breda en sedert 1885 was hij te Den Haag en promoveerde in de Nederlandse letteren te Utrecht in 1886.

Hendrik Heukels (1854-1936) – Kennis der natuur; leerboek der natuurkunde, dierkunde en plantkunde. Leiden, E.J. Brill, 1891.

Hendrik Heukels was een Nederlandse leraar aan de kweekschool en floraschrijver. Hij was leraar aan de Rijkskweekschool te Nijmegen. Hij vertaalde en bewerkte Otto Wünsche’s Schulflora von Deutschland voor Nederland. Ex libris H. Snellens.

Gerald Lascelles; Harding CoxCoursing and falconry : Coursing by Harding Cox Falconry by the Hon. Gerald Lascelles With illustrations by John Charlton, R.H. Moore Lancelot Speed, G.E. Lodge, and from photographs. London : Longmans, Green, and Co., 1892.

Waarin opgenomen een passage over de valkeniersgeschiedenis van Valkenswaard.

René Danguy (1860-1912); Charles Aubertin (1829-1902) – Les grands vins de Bourgogne (la Cote d’Or); étude et classement par ordre de mérite; nomenclature des clos et des propriétaires. Dijon, Félix Rey, 1892.

J.H.W. Unger  – De Regeering van Rotterdam 1328 – 1892. Naamlijst van personen die in of vanwege de regeering ambten hebben bekleed voorafgegaan door eene geschiedkundige inleiding over den regeeringsvorm van Rotterdam. W.J. van Hengel, Rotterdam, 1892.

2 delen: 4to: 542 pp. / CX, 543-600 (2) pp.

Dr. H. Blink – Nederland en zijne bewoners. Handboek der Aardrijkskunde en Volkenkunde van Nederland. Met kaarten en afbeeldingen. S.L. van Looy; H. Gerlings, Amsterdam, 1892.

3 delen. Ex libris H. Snellens.

Jan BrouwerGeïllustreerde encyclopaedie, tweede herziene druk. ‘s-Gravenhage, Joh. Ykema, 1894.

Ex libris H. Snellens.

W.K.C. BeerstecherGeschiedenis der stad Bergen-op-Zoom. Met eene afbeelding der Gevangenpoort te Bergen-op-Zoom. Leiden, E.J. Brill, 1895.

110 pp.

Karl Féaux de LacroixGeschichte Arnsbergs. Mit einer alten Ansicht von Stadt und Schloß Arnsberg nebst Abtei Wedinghausen. H.R. Stein, Arnsberg 1895.

VIII, 600 pagina’s, ingenaaid, 14 x 21,5 cm, halflederen omslag met aangehechte leren hoeken. Registreer op pagina’s 595-600. Aanblik op Arnsberg van omstreeks 1600. De in de titel genoemde grote brand is als vouwblad aan het eind bijgevoegd. Tussen het schutblad en de titelpagina is een dubbelblad geplakt met een handgeschreven opdracht, gedateerd 1928.

R. SchuilingAardrijkskunde van Nederland. Vierde druk. De Erven J.J. Tijl, Zwolle, 1896.

Titelblad ontbreekt. Ex libris H. Snellens. Schuiling publiceerde in 1884 Aardrijkskunde van Nederland, een werk dat meerdere malen werd herdrukt en gezien wordt als een belangrijk standaardwerk ten behoeve van de opleiding van geografen in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Nieuw was dat in zijn benadering Nederland werd ingedeeld op basis van de natuurlijke gesteldheid. Schuiling verwoordde dat als volgt: “De aard van den bodem is de diepstliggende oorzaak van het verschillend voorkomen der afzonderlijke landschappen van ons vaderland”.

[Anoniem] – Ecken Auszfahrt, Augsburg, 1491. Mit bibliographischen Nachweisen. Leipzig, 1897.

Halfperkamenten band met covers bedekt met handgeschept papier, perkamenthoeken, gemonteerde titelplaat op deksel, met ingebonden originele omslag met marginalia uit de periode. 51 pagina’s voorwoord, (112 pagina’s) ongepagineerd, pagina’s niet bijgesneden, 12°. Zeldzaam. Het originele werk werd op 7 april 1491 gedrukt door Johann Schaur in Augsburg.

F. van RijsensOnze Oranjevorsten. Groningen, J.B. Wolters, 1898.

Ex libris P.C. Fasol.

Berend DijksterhuisBijdragen tot de geschiedenis der Heerlijkheid Tilburg en Goirle. W. Bergmans, 1899.

Proefschrift. Linnen band, voorkaft van oorspronkelijke paperbackeditie op voorkaft geplakt.

Petrus Franciscus Gebruers (1883-1915) – Eenige aanteekeningen over den Besloten Tijd en den Boerenkrijg in de Kempen. Gheel, H. Rombouts, 1899-1900.

2 delen. Zeer zeldzame eerste druk. Ook de facsimile uitgave van 1996 is vrij zeldzaam. Gesigneerd door de auteur in deel 2. Met bidprentje bij de begrafenis van P.F. Gebruers. P.F. Gebruers werd geboren in Gheel en werd priester gewijd in 1869. Hij studeerde af in de godgeleerdheid aan de hogeschool te Leuven in 1871, werd daarop onderpastoor in Herentals en was sinds 1883 pastoor in Turnhout. Deel 1 bevat vele lijsten met namen van mensen uit de Kempen (en soms ook uit andere plaatsen) die om verschillende redenen betrokken waren bij de Boerenkrijg. De Boerenkrijg, ook Beloken of Besloten tijd geheten, was een opstand in 1798, van de landelijke bevolking tegen het door de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden gevestigde staatsgezag. De opstand vond zijn oorzaak in de misnoegdheid over de aantasting van aloude gewoontes, rechten en voorrechten, in het bijzonder over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstandelingen hadden als leuze Voor Outer en Heerd (“voor altaar en haard”, dit betekent: “voor Kerk en gezin”). De repressie door het Franse regime was bijzonder hard. Eind 1798 was het verzet al over zijn hoogtepunt heen, hoewel het op sommige plaatsen nog tot 1799 werd verdergezet. Later werd de opstand geromantiseerd als een belangrijke gebeurtenis in de Belgische natievorming en vervolgens in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Belgische staat.

[-]: Bijdragen en mededeelingen van het Historisch Genootschap (gevestigd te Utrecht); Twintigste deel. Johannes Müller, Amsterdam, 1899.

Waarin opgenomen: Dr. A.H.L. Hensen: Henric van Arnhem’s Kronyk van het Fraterhuis te Gouda, pag. 1-46.

Steun deze website met een donatie

Waardeer je de informatie op deze website? Overweeg dan een kleine donatie. Zo help je mee om deze site online te houden.
Kies zelf het bedrag:





Meer informatie over donaties en sponsoring.

Pagina's: 1 2 3 4 5