Afgelopen zaterdag stond ik weer langs de lijn: het voetbalseizoen is weer gestart. Iedereen die mijn sportcapaciteiten een beetje kent, zal zich erover verbazen dat ik alweer enkele jaren teamleider ben van het team van mijn dochter, een enthousiaste linksvoor.

Zelf voetbalde ik nooit in clubverband. Twee jaar hockey (beetje meerennen), een jaartje tennis (nooit in het vak geserveerd behalve bij toeval), altijd als laatste gekozen bij gym, dat vat mijn sportcarrière wel samen. Maar de jongste dochter wilde al vroeg ‘op voetbal’ en doet dat al heel wat jaartjes met veel plezier bij de club uit onze wijk, De Jodan Boys.

En leuk, dat is het. Zo ook afgelopen zaterdag. Overigens, wie dit linkje aanklikte zag een sinds enkele weken geheel vernieuwde clubwebsite waaraan ik ook mijn steentje bijdraag. Inderdaad, een voetbalclub is een miniatuursamenleving waarin je allerlei talenten kwijt kunt, zelfs als je slecht bent in voetbal.

PSV

In onze familie is men, in sommige gevallen bijzonder fanatiek, voor PSV (hoewel er uitzonderingen zijn). Ik ook. Geboren onder de rook van Eindhoven met een vader die zijn loopbaan bij Philips begon is dat een gegeven.

Toen we naar Gouda verhuisden, kwamen we terecht in de Karel Lotsystraat. Opnieuw een voetbalnaam, die overigens niet onomstreden is. Hier in de Randstad, waar PSV-supporters schaars zijn, houd ik dapper stand, maar in het gezin hebben Ajax en Feyenoord inmiddels evenveel aanhang.

Zondag of zaterdag?

Voetbalclubs in het zuiden hebben doorgaans een afkorting die begint met RK en zijn bovengemiddeld vaak opgericht door de plaatselijke kapelaan. En in het katholieke zuiden speelt men zondagvoetbal. Hoe dat zit? De gedachte was: sport is ontspanning en dus ‘niet werken’. Hoe voorkomen we dat de mensen op zondag werken? Door ontspanning op katholieke grondslag te organiseren.

Zaterdagvoetbal, zoals bijvoorbeeld hier door de Jodan Boys wordt gepropageerd, gaat uit van precies dezelfde opvatting: niet werken op zondag. Het enige verschil is, dat men voetballen beschouwde als een inspanning die de zondagsrust toch zou verstoren. Een mooiere illustratie van het verschil tussen calvinisme en katholicisme kan ik niet snel verzinnen.

Voetbalgenen

Voetbal en genealogie: zit daar wat in? Ik dacht het wel.

Voetbaltalent lijkt immers in veel gevallen erfelijk te zijn. Bij de families Cruijff, Kluivert en Blind bijvoorbeeld gaat het om vaders en zonen, en bij de families Van de Kerkhof en De Boer gaat het om tweelingen.

Paul van Els, oom aan moederskant, beschreef enkele jaren geleden de voetbalgeschiedenis van de familie Van Els. 6 leden van de familie waren lid van voetbalvereniging Juliana (nu: SV United) uit Wanssum. Vooral de namen van mijn ooms Pierre en Leo (zie foto) vallen gewoonlijk in de familieverhalen als uitzonderlijk getalenteerd. Mijn opa Piet van Els was er in de jaren 1931–1933 voorzitter. Het verhaal van een bezoek aan een wedstrijd van VVV, waar Bep Bakhuis zijn debuut maakte, beschreef Matthieu van Els.

Mijn andere opa Piet Fasol was in 1920-1921 bestuurslid van voetbalvereniging De Valk uit Valkenswaard. Dat is ook het enige voetbalfeit dat ik over deze kant van de familie ken. En een achter-achternichtje dat voetbalt.

Twee conclusies dus:

De sportgenen in mijn familie zijn doorgegeven van moederszijde, en vrouwenvoetbal heeft de toekomst.

Naschrift 2 oktober 2017

Toevallig kom ik op Wikipedia tegen dat de eerste voorzitter en mede-oprichter van voetbalclub HRC uit Den Helder C.S. Fasol was. Geen directe familie van mij, maar voor de volledigheid hier toch even gememoreerd.

 

Verder lezen: