Dit artikel verscheen in ‘Reünisten Vivos Voco‘, oktober 2017.

Dimitri Tokmetzis werd in 1994 als geschiedenisstudent lid van USR. Na zijn studie werd hij journalist. In 2012 verscheen zijn boek ‘De digitale schaduw’ over hoe risicoprofielen ons dagelijks leven steeds meer sturen. In 2016 verscheen het zeer succesvolle ‘Je hebt wél iets te verbergen’, over het belang van privacy in de gedigitaliseerde wereld, dat hij schreef met collega Maurits Martijn. Dimitri Tokmetzis is als onderzoeksjournalist verbonden aan de website De Correspondent.

Hoe ben je bij de Correspondent terecht gekomen?

Ik ben erbij betrokken vanaf de start, in augustus 2013. Ik nam contact op met Rob Wijnberg (de oprichter van de Correspondent, red.), die ik vaag kende. Om met hem te praten over zijn plannen. Het klikte heel erg goed, en zo kreeg ik deze baan aangeboden.

Wat deed je daarvoor?

Na mijn studie ben ik bij het Utrechts Nieuwsblad terecht gekomen, in een traineeship voor academici. Regionale kranten wilden toen graag academici aantrekken, dus dan kreeg je een soort werk-leertraject. Ik heb dat 2 jaar gedaan: regionale journalistiek, maar ik ben al vrij snel onderzoeksjournalistiek gaan doen. In 2005 veranderde het Utrechts Nieuwsblad in het AD. Dat vond ik niks. Ik ben toen na een jaar weggegaan en ben voor mezelf begonnen.

Al vrij snel daarna kwam ik bij NRC Handelsblad, ook als onderzoeksjournalist. Dat heb ik een paar jaar gedaan, freelance. Toen ben ik naar Amerika verhuisd, samen met mijn vrouw, eigenlijk voor haar werk. Ik ben gewoon meegegaan. Daar heb ik ook gefreelanced, en mijn eerste boek geschreven (De digitale schaduw, red.).

Daarna ben ik naar Nederland teruggekomen, en ben ook weer gaan freelancen. Maar toen heb ik ook een betaalmodel opgezet voor een weblog, Sargasso. Dat is een van de oudste weblogs van Nederland. Ik heb er een verdienmodel voor opgezet, waarbij we datajournalistieke producten gingen verkopen, onder andere aan het ANP. Daarvan konden we een kleine redactie samenstellen. Dat heb ik gedaan tot ik het aanbod kreeg van De Correspondent. Daar zit ik nu alweer bijna 4 jaar.

Je boek ‘Je hebt wél iets te verbergen’ werd een groot succes.

Ja, zeker. We geven het zelf uit ook, als De Correspondent. Aanvankelijk waren we al blij als we er 6000 hadden verkocht, dan waren we uit de kosten dachten we nog. We zitten nu tegen de 40.000 aan. Voor non-fictie is dat echt enorm. Dat heeft ons weel verbaasd hoor, dat hadden we niet verwacht.

Het onderwerp, internetprivacy, is eigenlijk een heel cruciaal onderwerp. De verkoopcijfers laten ook zien dat heel veel mensen dat vinden. Tegelijk blijft het onderwerp ook altijd een beetje onder de radar. Neem de verkiezingen: er is een partij, de Piratenpartij, die privacy en digitale burgerrechten  als speerpunt heeft, maar ze halen geen zetel. In tegenstelling tot bijvoorbeeld in Duitsland of IJsland. Waar kan dat aan liggen?

Dat komt denk ik omdat je er in het dagelijks leven weinig van merkt. Het is net als het klimaat: deze verkiezingen gingen ook niet over klimaatsverandering. Terwijl dat toch een sluipend en potentieel heel groot probleem is. Dus als je het niet direct merkt, als de discussie er niet over gaat, dan zakt de aandacht ervoor al heel snel in. In IJsland zijn de Piraten groot, omdat het daar vooral ook fungeert als protestpartij. Bij ons hebben andere partijen die functie.

Want wat merk je er zelf van in het dagelijks leven dat je geprofiled wordt? Als hoog opgeleide, welgestelde, blanke persoon met een baan, heb je sowieso niet veel te maken met profiling. Als je er wél mee te maken krijgt, dan herken je het vaak niet als zodanig, als een privacyprobleem, een probleem waar data achter zitten. Als je bijvoorbeeld aan de grens wordt tegengehouden, of extra gecontroleerd, dan denk je wel: ze zijn me aan het profilen, maar dat is op uiterlijk of zo. Maar je ziet niet alle datastromen die daaraan ten grondslag liggen. Daar kom je pas achter als het mis gaat. En zelfs dan nog, je moet maar net doorhebben dat digitale profiling er iets mee te maken heeft.

Hoe is het plan ontstaan om een boek hierover te schrijven?

Zowel mijn collega  Maurits Martijn als ik waren al langer bezig met het onderwerp. We schreven er al jaren over. Vooral na de Snowden-onthullingen dachten we: dit is wel een goed idee om hier iets meer mee te doen. Snowden gaf ineens de urgentie, dat we er nú iets mee wilden gaan doen. We zijn de verhalen gaan bundelen. Bij De Correspondent wordt heel erg aangemoedigd om naar een boek toe te werken. Het is weer een andere vorm om een nieuw publiek aan je te kunnen binden.

Het duurde vervolgens nog best lang voor het er was, er was veel research nodig als je het echt goed wil doen. Wat er nu ligt is versie nummer 5: de eerdere versies vonden we niet goed genoeg.

De opzet van De Correspondent is ook, dat je vrij langdurig een bepaald onderwerp gaat onderzoeken en daar ook je publiek bij betrekt. Dat gaat goed samen met het maken van een boek. We hebben het boek ook als die zoektocht opgeschreven: ‘we zien hier iets raars gebeuren: we zeggen dat we het allemaal belangrijk vinden, maar als puntje bij paaltje komt delen we toch weer al onze gegevens via Facebook, we lopen niet boos weg, we gaan blind akkoord met de voorwaarden.’ We dachten: wat is hier eigenlijk aan de hand? En is het wel erg? Op die manier hebben we dat ingestoken, we zijn kritisch gaan kijken naar onze eigen aannames.

Maar kún je er wel aan ontsnappen? Geen smartphone hebben is een lastige opgave tegenwoordig, zowel voor de anderen als voor jezelf.

Je kunt die strijd ook zonder smartphone nog steeds niet aangaan. Want je communiceert wel met anderen, die jouw data ook weer weglekken. Dus dat is denk ik een onbegonnen strijd.

Ik vind dat ook principieel onjuist. Je zou niet de technologie zelf, die op zich prima en nuttig is, moeten verwerpen om een normaal leven te kunnen leiden, om tot meer privacy te kunnen komen. Je zou willen dat die systemen zo worden ingedeeld, dat controle hebt over die zaken. Dat je wéét wat er gebeurt. Dat is waar Google ook mee adverteert: ‘je kan het ook uitzetten’. Dat is een begin. Ik gebruik zelf ook gewoon Google. Ik heb een iPhone omdat die uit privacyperspectief echt wel beter is. Ik hou ook van die technologie.

Waar werk je op dit moment aan?

Ik ben doorgegaan met over de veiligheidsindustrie in Europa te schrijven.

Er zijn grote defensiebedrijven, die allerlei toepassingen maken, voor civiele veiligheidstoepassingen. Vroeger maakten ze raketten en tanks en zo, tegenwoordig maken ze bijvoorbeeld ook toegangspoortjes op metrostations, cameratoezichtsystemen, grenscontrolesystemen. Er is een enorme markt ontstaan. Met 25 Europese journalisten hebben we die hele Europese markt uitgeplozen. Wat gaat er goed, wat niet, hoeveel geld gaat er in om? Dan kom je er al snel achter dat die industrie zwaar gesubsidieerd is, en er eigenlijk weinig voor levert. En dat er ook best wel problematische dingen gebeuren met allerlei technologieën, die in handen vallen van verkeerde regimes en dergelijke, waar je dat liever niet zou willen hebben. Met dat onderwerp zijn we nu bijna klaar.

Een derde groot onderwerp wordt het rechts-extremisme in Europa. Dat is weer in een totaal andere sfeer.

Komt er weer een boek?

Nee ik ben voorlopig even uitgeschreven! Ik ben lekker elke dag op de redactie aan het werk, kortere stukken maken.

Wat doe je over een jaar of 5, 10?

Als ik mag kiezen, dan werk ik nog steeds bij De Correspondent. Als hoofd van een kickass-onderzoeksredactie. Het is een heerlijke plek om te werken, ik heb heel veel vrijheid, goede collega’s, het is echt een mooie plek.

Hoe was je studententijd?

Soms denk ik wel eens dat ik blij ben dat ik nog in de jaren 90 heb gestudeerd. Zonder sociale media. Er zijn indertijd de nodige misstappen nooit vastgelegd!

De eerste drie jaar ben ik druk geweest met het verenigingsleven. Ik ben redelijk actief geweest. Daarna heb ik me toch maar eens op mijn studie gestort.

Met mijn jaarclub heb ik nog heel goed contact. Vier ervan wonen bij mij in de wijk, in Haarlem. Iedereen woont eigenlijk in de Randstad, we zien elkaar toch eens per maand zeker wel. Eens in de 5 jaar doen we een grote reis. Vorig jaar zijn we in Vietnam geweest. Oud en nieuw vieren we nog wel met elkaar, af en toe eens weekendjes weg en zo.

Heb je het idee dat het lid zijn van Unitas je ook iets heeft gebracht, behalve de gezellighied?

Ja ik denk het wel, je leert wel je mannetje staan denk ik. Ik denk dat dat wel goed is, zeker als je in een wat meer corporate wereld terecht komt kun je dat wel eens nodig hebben. Nou valt dat bij mij wel mee want ik zit in de journalistiek. Ik kan het nieuwe studenten wel aanraden om zoiets te doen, bij een vereniging gaan of in ieder geval actief te zijn. Ik denk dat die ervaring opdoen nuttig is.

Verder lezen: