De liefde voor het zingen moet ik van huis uit meegekregen hebben. Mijn beide ouders zijn jarenlang lid geweest van het R.K. kerkkoor “St. Caecilia” te Heythuysen (Limburg), zo’n koor bestaande uit voornamelijk huisvrouwen op leeftijd die genoeg tijd overdag hadden om trouw- en begrafenismissen op te luisteren. Verder werd natuurlijk de zondagse Hoogmis verzorgd, daar deden de mannen dan ook aan mee. We praten hier over eind jaren ’60, kort voordat de Huub Oosterhuis teksten en beatmissen ook Heythuysen zouden gaan terroriseren en de plaats innemen van de Latijnse liturgie.

Ik mocht als kleine jongen op zondag mee met mijn ouders en je had dan het privilege dat je samen met de andere koorkinderen in de koorbanken naast het grote orgel mocht zitten en van bovenaf de kerkgangers kon bekijken, en, helemáál een kick, apart ter communie gaan, ná het beneden gezeten kerkvolk. Heel chique vond ik dat.


Het artikel gaat verder onder de advertentie:



Later, als verlegen puber, ontkwam ik er niet aan mee te doen aan genoemde beatmissen, door het Jongerenkoor gebracht, met muzikale begeleiding van inderdaad blokfluit, dwarsfluit, tamboerijn en eenvoudig Solina-orgel, door mijzelf bespeeld, want ik had indertijd pianolessen van de plaatselijke orgelstemmer. Op het repertoire stonden arrangementen van bijv. Hey Jude van de Beatles (“Oh God, why is it dark?”) en Ramses Shaffy hits (“….Wolkentorens, ijskristallen, ach alles draait om me heen!”).

Toen ik eenmaal in Amsterdam woonde ben ik in 1989 gaan zingen bij het Toonkunstkoor dat toen net de charismatische Winfried Maczewki van het Operakoor van het Muziektheater als dirigent had aangenomen. Ik zou daar 11 jaar lang blijven zingen en heb er heel goede herinneringen aan. Het grote romantische repertoire (Verdi, Mahler, Schubert, Bruckner) en verder elk jaar Bach’s Matthaüs Passion, optredens met professionele orkesten en solisten en altijd in de imponerende ambiance van het Concertgebouw. Het probleem met koren van zo’n 100 man is echter dat je onder gaat in de massa en je steeds meer het gevoel krijgt dat het niet uitmaakt of je wel of niet meezingt. Het kwam regelmatig voor dat er een tenor naast me langzaam in slaap dommelde of dat ik heel andere noten om me heen hoorde dan in de partituur stonden. Verder ging me de oubollige cultuur van de 25-jarige jubilea (met Toonkunstspeldjes), de bejaarde dames die trots waren dat ze nog onder Willem Mengelberg gezongen hadden, het gevecht wie er bij uitvoeringen op de eerste rij mocht zitten en de kledingvoorschriften (zwartfluwelen “Toonkunst-capes” voor de dames…) me tegenstaan. Alle frisse, leuke, jonge mensen die Winfried had aangenomen verlieten het koor weer binnen 1 of 2 jaar en dat vond ik erg jammer.

Via een collega die zangles had van een vriendin van JanJoost van Elburg ben ik eind 1999 gaan luisteren naar een uitvoering van het Lelikoor in de Waalse Kerk. Ik was meteen diep onder de indruk van de klank en kwaliteit van het koor. Op het programma stond o.a. het adembenemende Miserere van Allegri en het leek me geweldig om aan dit soort stukken mee te mogen gaan zingen. Ik kon me niet voorstellen dat ik goed genoeg zou zijn om aangenomen te worden, maar dat is dus gelukt (ik kreeg voor de auditie een deel van een partituur toegestuurd, zonder titelblad: heel lang zoeken in mijn grote CD verzameling want ik wist dat het Bach moest zijn, maar wát?… ).

Inmiddels ben ik sinds begin 2000 lid en zing meestal de baritonpartij met soms een uitdagend uitstapje naar tenor 2. Ik houd erg van de repertoirekeuze van JanJoost (met serieuze inbreng van de koorleden zelf): meestal een combinatie van Barok, Renaissance en 20e eeuw klassiekers van bijv. Frank Martin, Messiaen, Poulenc, Arvo Pärt. Ik hoor wel eens van vrienden dat ze de programma’s zo treurig en zwaar vinden, maar dat vind ik alleen maar goed!  Ik houd eerlijk gezegd niet van vrolijke of grappig bedoelde stukken, met bijv. vogelgeluiden of “gekke ritmes” er in….

Het bijzondere van het Lelikoor is de warme, vertrouwde band tussen de leden. De contacten onderling, ook met nieuwelingen, zijn meteen, als vanzelfsprekend, belangstellend en persoonlijk. Ik denk dat dat overigens ook met het fenomeen “zingen” te maken heeft: dat is toch een vorm van zeer persoonlijke, intieme expressie, heel anders dan wanneer je bijv. samen in een boetseerclub met klei bezig bent…

Het zingen in een kamerkoor vraagt veel van de zangers: je moet de noten kennen, goed intoneren, naar de andere stemgroepen luisteren, harmonieën begrijpen. JanJoost hoort elke afwijking en tilt ons met zijn enorme gedrevenheid en hoge maatstaven telkens net weer boven ons zelf uit. Zijn onstuitbare inzet en kritische correcties leiden wel eens tot lichte irritatie of het ontmoedigende gevoel dat het “ook nóóit goed is” maar uiteindelijk blijkt alles in dienst te hebben gestaan van een mooie uitvoering. Het samen zingen geeft energie, velen hebben de ervaring dat ze na een lange werkdag, vaak achter buro en/of beeldscherm, na de repetitie weer opgeladen en versterkt naar huis gaan.

Sinds kort ben ik voorzitter van het bestuur. Als bestuur bekijken we samen met de koorleden o.a. wat de ambities zijn. We willen, liefst meer dan voorheen, programma’s uitvoeren met muzikale begeleiding, zoals bij ons komende concert met een Purcell programma. Dat valt qua organisatie en financiering niet mee en we moeten daar onze weg nog in gaan vinden. Maar het lijkt me geweldig om in de toekomst monumentale werken als Bach’s Hohe Messe of de Mariavespers van Monteverdi te kunnen uitvoeren.

Thijs, januari 2005.

Verschenen in Familiekrant Van Els, april 2005.

Ga naar: Zingen in een koor

Thijs Timmermans

Thijs Timmermans is gepensioneerd IT-specialist/HR-businessanalist met ervaring in de banksector.

Gerelateerde artikelen

Familiekrant Van Els
In 1998 verscheen het eerste nummer van de familiekrant van de familie Van Els. Twee keer per jaar verscheen de krant, tot het 25e en...
Lees verder
Jubilerende familiekrant
Proficiat oprichters, redactie, eigenlijk: de hele familie! Proficiat! Meteen ook de reeds aangekondigde digitalisering. Dat is nou echt iets voor de jongere generatie van de...
Lees verder
Het ouderlijk huis aan de Venrayseweg 44 in Wanssum, anno 2013. Het pakhuis stond links naast het huis, waar nu een parkeerplaats is. (Foto: P. Fasol)Het ouderlijk huis aan de Venrayseweg 44 in Wanssum, anno 2013. Het pakhuis stond links naast het huis, waar nu een parkeerplaats is. (Foto: P. Fasol)
Venrayseweg 44, Wanssum
Van de 25 kleinkinderen van Oma van Els heeft denk ik nog niet de helft het geboortehuis van onze ouders in Wanssum bewust meegemaakt. Ikzelf...
Lees verder
Een man met een hobby
‘Een man moet een hobby hebben’, zoals Martin Bril al schreef. In mijn geval is dat genealogie. Vroeger, toen ik als middelbare scholier door die...
Lees verder
Tijdschrift Het KompasTijdschrift Het Kompas
Allerhande (2)
De vorige familie-nieuwsbrief bracht mij tot het voornemen (na een dringend gesprek met de oudste redacteur) om enige aandacht aan de diverse onderwerpen uit dat...
Lees verder
Dino Sarti - L'era Fasol
Dit lied van de cabaretier Dino Sarti gaat over een zekere heer Faccioli. De tekst is in het dialect van Bologna, waar men de naam...
Lees verder

Steun deze website met een donatie

Waardeer je de informatie op deze website? Overweeg dan een kleine donatie. Zo help je mee om deze site online te houden.
Kies zelf het bedrag:





Meer informatie over donaties en sponsoring.