Mijn oma Christien Lommers (geb. Bergeyk 1896) kende uit haar kinderjaren een kerstlegende, die ze (op ons verzoek) met kerst ook ieder jaar voor ons voordroeg. Toen zij hoogbejaard was (ze werd uiteindelijk 96 jaar) heeft ze het verhaal een keer voor ons opgeschreven. Het is typisch mondeling overgeleverd, eigenlijk week het verhaal ieder jaar op details een klein beetje af of ze vergat een paar regels, of er zat eens een stukje bij dat voor ons nieuw was.

De opgetekende versie is redelijk ‘definitief’, alles wat we haar ooit hebben horen voordragen zit erin. Hoewel er ook nog een paar inconsequenties inzitten – de naam Boudewijn komt op zeker moment wel erg uit de lucht vallen bijvoorbeeld. De opmerkingen tussen [ ] zijn van mij.


Het artikel gaat verder onder de advertentie:



DE PAARDENDEKEN

De kerstnacht was nu aangebroken,
de lucht betrokken, guur en koud;
een storm, in het Noorden opgestoken
loeide akelig door ’t besneeuwde woud.

Een grijsaard met verkleumde handen
zat half verstijfd te klappertanden
in een kamertje op een slot
en zond zijn morgebeê tot God.

Toen stond hij op, met wank’le schreden
sloop bij elken stap verzwaard   [bezwaard?]
den breden trap af naar beneden,
waar ’t vuur lag aan den warmen haard.

Daar zettend op een stoel zich neder
kreeg hij gevoel en warmte weder;
doch stond verschrikt weer op, toen gram
zijn zoon al vloekend binnen kwam.

“Gij hier! Wat warmt ge u bij de kolen,
voort uit mijn oog op ’t ogenblik;
reeds gisteren heb ik het u bevolen,
want ik ben hier meester, ik!

En zo ge niet met spoed wilt gaan,
dan jaag ik u hier met geweld vandaan!”

      [hier lijken 2 regels te missen]

“Bedenk mijn kind dat heden
het heilig Kerstfeest wordt gevierd;
dat Hij die aan het kruis geleden,
in dezen nacht geboren wierd.

Ik bid je, wil nog eens gedenken
hoeveel maal je kerstgeschenken
in uw kinderjaren van mij genoot;
en nu ontzeg je mij dak en brood.”

Maar ’t was vergeefs, het angstig smeken
der grijsaard, had nog eer den hardsten steen
dan ’t hart zijns zoons doen breken,
dat nog harder scheen dan dan marmersteen.

Toen sloeg hij, duivelswoede aan banden,
aan zijnen vader zelf de handen;
en sleepte, oh gruwel den barbaar,
hem naar de deur bij het grijze haar.

“O spaar me toch, ik wil ’t slot ontwijken,
ik smeek alleen nog maar dat gij
uw mededogen wilt doen blijken,
in dit zo strenge jaargetij.

Ge ziet, mijn rok is gans versleten,
verschoon me, dat ik u durf verweten   [vermetel?]
een kleed te vragen voor ik vertrek,
dat beter voor de kou mij dekt.”

“Dien weldaad zult ge wedervaren”,
sprak Boudewijn, en spoedde terstond
zich naar zijn zoontje van tien jaren
dat luisterend zich bij het vuur bevond.

“Frits, in den stal hangt sinds drie weken
een nieuwe wollen paardendeken
ga, haal en werp gezwind,
hem dezen ouden toe mijn kind.”

De knaap ging heen, maar werd bekeven,
toen hij weer in ’t vertrek verscheen:
“waar ben je toch zo lang gebleven?
En wie heeft die deken doorgesneden?”

“Ik”, sprak het kind, “om hem te dekken
zal ik thans de helft verstrekken;
en de andere helft, welnu,
bewaar ik vaderlief, voor u!”

Naschrift

Het lied is waarschijnlijk afkomstig uit het Duits, maar al aan het eind van de negentiende eeuw is het bekend op Nederlandse liedbladen, en werd het gezongen op de melodie van Donizetti’s ‘Lucia di Lammermoor’.(1) Zie ook de Liederenbank. Dergelijke liederen werden door straatzangers gezongen en de teksten werden op liedbladen verkocht. De liedbladen waren vaak zonder muzieknotatie (kenden vaak alleen een opschrift: “op de wijs van”).

(1) Zie: www.cubra.nl.

Ga naar: Twee kerstnovelles

Peter Fasol werkt sinds 1998 voor de rijksoverheid bij diverse ministeries en de Algemene Rekenkamer. Hij interesseert zich voor heel veel, maar in het bijzonder voor genealogie en antieke boekdrukken.

Gerelateerde artikelen

Half vijf
Uit de stilte van de nacht komt hij weer aangelopen ’s ochtends half vijf stipt loopt een man door onze straat.   Al vaker heb ik hem gehoord want steeds pal...
Lees verder
WachtkamerWachtkamer
Heel even was ik al eens oud
Twee kwalen brachten ons naar de plaats waar het kon gebeuren. De kruk waarmee ik strompelde verhoogde het effect. De wachtruimte was perfect en kleurde ons al grijs. Op rijen stoelen...
Lees verder
WillensWillens
Willens
Slapend op nevel boven veengrond verbeeld ik mij dat kilometers ver rondom slechts grasland vervaagt onder mijn sluierbed. Openende ogen verdrijven eeuwen. Dan verhullen stapels bouwgrond, stoeptegels, vinexsteen, hortensia's, verkeersdrempels de nevel en motorgeluiden, kinderstemmen van het schoolplein aan de overkant onthullen mijn weemoed.   Ga naar:...
Lees verder
headerheader
Weer samen
Herinneringen verstrooid in stof over het gras Verlicht door de zon De wind speelt draagt ze mee Ik vang de mooiste weer samen Vandaag is de as van oom Mathieu verstrooid. Op weg...
Lees verder
Relativiteit
Niets kan sneller dan het licht zei Einstein Zeilend op lichtgolven zou de tijd stilstaan In de sterren schijnt het verleden Piloten sterven een seconde jonger zei een vriend Het snelle vliegen heeft hun tijd vertraagd De...
Lees verder
November
Met mijn schouders - de blik omlaag - groet ik de bomen achter mijn rug. Waar wind wervelend handjes laat zwaaien; verdord vaarwel de lucht in ontvoerd. Ze vliegen vóór me uit - -...
Lees verder

Steun deze website met een donatie

Waardeer je de informatie op deze website? Overweeg dan een kleine donatie. Zo help je mee om deze site online te houden.
Kies zelf het bedrag:





Meer informatie over donaties en sponsoring.