Met mijn schouders
– de blik omlaag –
groet ik de bomen
achter mijn rug.

Waar wind wervelend
handjes laat zwaaien;
verdord vaarwel
de lucht in ontvoerd.

Ze vliegen vóór me uit –

– sneeuw zal komen waar ik loop.

Pas daarna,
als ontspringend groen
mijn ooghoek beroert,
ga ik weer omkijken.

 

Ga naar: Heel even was ik al eens oud

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je deze website in stand houden. Steun fasol.nl met een donatie op NL30ABNA0555485943 t.n.v. P. Fasol, onder vermelding van ‘Donatie fasol.nl’.