Eind oktober 1991 vaardigde President Menem van Argentinië een decreet uit met als doel vergaande liberali­sering van de Argentijnse economie. De maatregelen behels­den een vrijwel totale deregulering van de economie door onder andere het opheffen van alle re­stricties, quota en belemmeringen voor de import en export en ambtelijke voor­schriften voor het bedrijfsleven. Verder werd overge­gaan tot verkoop van verliesgevende staatsbe­drijven en opheffing van kunstmatig hooggehouden prijzen.

Tengevolge hiervan wordt een daling van de lonen in de agra­ri­sche sector en kleine indus­trie verwacht, alsmede prijs­da­lin­gen. Het besluit past in het kader van Menems verkiezingsbelof­te tot een privati­seringsprogramma. De maatregelen waren nodig voor aanmoe­diging van import en export, goedkopere en betere produkten en daling van grond­stofprijzen, aldus Menem.


Het artikel gaat verder onder de advertentie:



Dit stuk wil ingaan op de vraag wat de problemen zijn waarvoor de Argen­tijnse maatregelen een oplossing willen zijn, alsmede op het kader dat aan deze denkwijze ten grondslag ligt.

Argentijnse liberalisering in een tripolaire wereldeconomie

Door liberalisering van de wereldhandel (GATT) zijn een aantal nieuwe problemen ontstaan: in zwakkere landen werd het binnenlandse sociale evenwicht verstoord, er ontstonden nieuw protectionisme, economisch regionalisme en non-libe­rale nationale structuren (Gilpin, p. 229).

Rood schetst in De Volkskrant van 23-11-1991 een tripolaire wereldeconomie, bestaande uit de polen Verenigde Staten, Japan en Duitsland/EG. In tegenstelling tot multi­latera­le vrij­handel behelst dit systeem bilateralisme en regionali­sering. Hij ziet dit bestel als de keerzijde van het einde van de Ameri­kaanse economische hegemonie. Econo­mieën die niet met deze drie polen kunnen meeko­men, zullen hun welvaart en later ook machts­posi­tie zien aange­tast. Eigen­belang staat in de huidige situatie dus voorop, en bilate­raal kan de eigen machts­positie het best worden ingezet.

Argentinië is rijk aan grondstoffen, maar bleef onsuccesvol wegens starheid van sociale en politieke om­standig­heden. Het ligt in de periferie van de economische kerngebieden. Het land heeft de derde groot­ste buiten­landse schuld ter wereld, $ 48 Mil­jard dollar (Gilpin, p. 317). De economi­sche regiona­lisatie die plaats­vindt (Euro­pa, Paci­fic) gaat aan Argen­tinië voor­bij. (Gil­pin, p. 400). Ook de Argentijn­se schuld zelf speelt hier­bij een rol (Gi­lpin, p. 407).

Rood ziet als mogelijkheden voor de buitenstaan­ders: aan­sluiting bij een van de polen (cf. EVA/EG), of zelf regionale verbanden aangaan. Voorts hebben crediteurs al vaak aange­drongen op een meer naar buiten ge­richt econo­misch beleid, teneinde de schuldproble­men op te lossen (Gil­pin, p. 325). Het ziet ernaar uit dat Argentinië om te beginnen voor deze laatste optie heeft gekozen.

De Argentijnse liberalisering in de spanning tussen de twee sociale ordeningsprincipes: staat en markt

Het ordeningsprincipe van de staat is gebaseerd op territorialiteit, loyaliteit en exclu­siviteit. De staats­grenzen zijn de basis van nationale auto­nomie en politieke eenheid. De staat wil controle op het proces van economi­sche groei en kapitaal­accumulatie.

De markt daarentegen is gebaseerd op integratie, contractuele relaties en vergrotende interdependentie van kopers en verkopers. Voor de markt is verwijdering van poli­tieke en andere obstakels ten behoeve van het prijs­mecha­nisme noodza­kelijk. Ze wil plaatsing van economi­sche acti­viteit daar waar de opbrengst het grootst is. (Gilpin, p. 10-11)

In de liberale opvatting doen de voorde­len van internationale verspreiding van arbeid markten ont­staan, een argument dus om de markt vrij te ma­ken. Bovendien is de wereldmarkteconomie voor nationale economieën een groeimo­tor; wereldhandel moet dus bevorderd worden (Gilpin, p. 12-14). De sleutel tot economische ont­wik­ke­ling is de capaci­teit van de economie om zich om te vormen in antwoord op veran­derende omstandigheden. Het falen van onontwikkelde landen is volgens liberalen méér gelegen in hun sociale en politieke syste­men dan in de werking van de markt. Men moet derhalve agressief op de wereldmarkt opereren (cf. Zuid-Korea, Singapore, Taiwan en Hong Kong). Export- en integra­tiebevor­dering is dan ook van groot belang (Gilpin, p. 267-268).

Zowel de liberale theorie van de duale economie als de Marxistische theorie van het Modern World System (MWS) laten zien dat economische integratie behalve noodzakelijk ook onvermijdelijk is. In de theorie van de duale econo­mieën bestaat de economie uit twee sectoren, een moder­ne sector (efficiënt en geïntegreerd) en een tradi­tionele (lokaal, autarkisch) De traditione­le sector wordt langzaam opgeno­men in de moderne sector (Gilpin, p. 66-67). De theo­rie van het MWS wordt gesteld dat geen economisch beleid mogelijk kan zijn los van de wereldeconomie. Elk land zit in de wereldeconomie gevangen. Een perifeer ‘soft’ land kan geen weer­stand bieden aan externe marktfac­toren en de eigen economie niet beheer­sen (Gil­pin, p.71). Argenti­nië is dus sterk beïnvloedbaar.

Conclusie

De Argentijnse problemen bestaan met name uit hun extreem hoge buitenlandse schuld. De oplossing die Menem opteert, draagt een overduidelijk liberaal signatuur. Er is overeenkomst met het Amerikaanse Baker-Plan uit 1985: lan-den met grote schulden werd geadviseerd hun economieën open te stellen voor handel en buitenlandse investeringen, de overheidsrol te verkleinen door privatisering, en markt-aanvoer georiënteerd beleid te voeren (Gilpin, p. 326). Een belangrijk gevolg dat Gilpin verwacht is vergrote regiona­lisering van de wereldeconomie: Latijns-Amerika als zorg van de VS, Oost-Europa als zorg van de EG en Zuidoost-Azië als zorg van Japan (Gilpin, p. 327).

Gebruikte literatuur:

–  Robert Gilpin: The Political Economy of International Relations, Princeton 1987
–  Redactioneel: Argentinië liberaliseert economie, NRC Handelsblad 1-11-1991
–  J.Q.Th. Rood: In tripolaire wereldeconomie is vrijhandel een illusie, De Volkskrant 23-11-1991

Paper in het kader van de studie Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen, Universiteit Utrecht, december 1991.

Peter Fasol werkt sinds 1998 voor de rijksoverheid bij diverse ministeries en de Algemene Rekenkamer. Hij interesseert zich voor heel veel, maar in het bijzonder voor genealogie en antieke boekdrukken.

Gerelateerde artikelen

EU Back to SchoolEU Back to School
EU Back to School: Europa in de klas
‘Alle landen moeten vluchtelingen opvangen naar rato van het aantal inwoners dat ze hebben. En landen die dat toch weigeren moeten betalen aan landen die...
Lees verder
IS, ISIS of Da’esh? Waarom woorden ertoe doen
Menig televisiekijker zal even de oren hebben gespitst bij de verklaring van president Hollande. Hoe noemt hij IS? De Franse president gebruikt de naam Da’esh....
Lees verder
Blij van zin de hele wereld in
Buitenlandse Zaken had en heeft zijn eigen Sinterklaastraditie. Hoe een oerhollandse maar cosmopolitische goedheiligman BZ'ers verbond met elkaar, met de Nederlandse samenleving en met de...
Lees verder
Ameerah HaqAmeerah Haq
Werken op de lange termijn
Ameerah Haq was in 1976 de eerste niet-Nederlander die aan de slag ging bij een VN-organisatie in een functie die door Nederland werd gefinancierd uit...
Lees verder
Groepsfoto Nuclear Security Summit
Tijdens de Nuclear Security Summit op 24-25 maart 2014 in Den Haag had ik de gelegenheid om het opstellen van de 58 leiders voor de...
Lees verder
Bron: PixabayBron: Pixabay
Het veelkoppige monster van de Eurocrisis
Degenen die vrijdag 28 juni het congres over de Eurocrisis bezochten met de hoop op een spoedig einde aan de Eurocrisis, gingen met een licht...
Lees verder

Steun deze website met een donatie

Waardeer je de informatie op deze website? Overweeg dan een kleine donatie. Zo help je mee om deze site online te houden.
Kies zelf het bedrag:





Meer informatie over donaties en sponsoring.