| Aantekeningen |
- Kort na hun huwelijk, op 2 januari 1914 verhuisde Leen van Ooijen naar de boerderij "Mon Plaisier" van zijn schoonouders. Het was een kleine boerderij. Er werden ongeveer 10 koeien gemolken. Leen van Ooijen was lichamelijk gehandicapt, hij had een gebochelde rug en had moeite met lopen. Bij wat langere afstanden ging hij altijd met de hondenkar.
Het echtpaar Van Ooijen-Hulst kreeg een dochter: Agatha.
Er was een inwonende knecht genaamd Albert. Hij had kost en inwoning. Op een goede dag kreeg hij het gouden horloge van Leen van Ooijen als verdienste. Daar er geen geld was om hem te betalen. Jaren later, Albert was op leeftijd en zat in het bejaardenhuis heeft hij nazaten opgezocht van Leen van Ooijen en Cato Hulst en heeft het gouden horloge geschonken aan een kleinzoon.
Bron; Afkomstig van Willem Janssen Hobert.
|