Trefwoord

Nederlandse taal

En so stryke-baerdende, so quam ick in mijn facol

Het enige mij bekende wetenschappelijke artikel dat ooit werd gewijd aan de etymologie van het woord Fasol werd geschreven in 1899 door de taalkundige F.A. Stoett (1863-1936). Zijn conclusie is dat het woord terug te voeren is op de muzieknoten fa en sol.

De Hilversumse klemtonenziekte

‘ROSmalen!’ riepen mijn ouders in koor. Hoe komt het toch dat plaatsnamen uit Zuid-Nederland steeds met de verkeerde klemtoon worden uitgesproken?

Makkelijk is moeilijk

Succesvolle communicatie staat of valt met helder taalgebruik. Duidelijk formuleren legt de moeite bij de schrijver in plaats van bij de lezer.

De onstuitbare opkomst van het hunebedje

De Nederlandse taal kende al een tantebetjestijl. Tante Betje heeft een neefje gekregen, dat ik ‘hunebedjestijl’ wil noemen. De opkomst ervan is onstuitbaar.

Actal Seminar

De overheid heeft een dusdanige reputatie opgebouwd van regelzucht, dat de gedachte aan een overheid die regeldruk vermindert voor de leek niet te bevatten is.

Een ongerieflijke waarheid

In augustus 2008 organiseerden we weer een ‘Groot Dictee’ voor het personeel van het ministerie van Financiën. Ik mocht het dictee schrijven.

© 2019 fasol – boeken, genealogie en heemkunde — Ondersteund door WordPress

Thema door Anders NorenOmhoog ↑