Voornemens voor het nieuwe jaar, ik doe er doorgaans niet aan. Maar dit jaar heb ik er één. Ontevreden over de hoeveelheid boeken die ik in 2018 had gelezen, heb ik mezelf de opdracht gegeven dagelijks minimaal 10 pagina’s te lezen. Méér mag natuurlijk, maar minder niet. Als stok achter de deur bij dit voornemen zal ik dit jaar op deze pagina verslag doen van mijn leeservaringen. 

23 juli

Geert Mak – De eeuw van mijn vader

Uitgave: Olympus/Atlas-Contact, 2017.
Paperback, 672 pagina’s.
Taal: Nederlands.

Ik houd van het lezen van familiegeschiedenissen. Dat heeft onder andere te maken met eigenbelang: als genealoog hoop ik nog altijd die van mij te beschrijven. Maar niet in de vorm van een overzicht vol namen en data, maar als een verhaal binnen de context van de tijd waarin de familie leefde. Het vinden van goede voorbeelden is interessant: ‘De stamhouder’ van Alexander Münninghoff is een mooi voorbeeld dat ik een paar jaar geleden las. Geert Maks ‘Levens van Jan Six’ is een ander voorbeeld, waarin het huis waarin de familie leefde de rode draad vormt.

De eeuw van mijn vader verscheen bijna 20 jaar vóór De levens van Jan Six, maar ik had het nog niet eerder gelezen. Hier is de rode draad het samenvallen van het leven van zijn vader met de twintigste eeuw: een eeuw waarin de samenleving als in geen enkel eerder tijdvak volkomen op zijn kop werd gezet. Het eenvoudige leven aan het begin van de eeuw, de crisisjaren, de wereldoorlogen, Indië, de verzuiling, de veranderingen van de jaren 1960, de technocratie van de jaren 1980 en later. Geert Mak is een geweldige verteller die een enorme informatiedichtheid weet over te brengen als een natuurlijk verhaal. Het is geen nostalgisch boek: de harde waarheid wordt zonder omhaal voorgeschoteld, zoals het Nederlandse optreden bij de onafhankelijkheid van Indonesië.

Is het nu meer een familiegeschiedenis of meer een algemeen geschiedenisboek? Uiteindelijk een geschiedenisboek met meerwaarde: de wederwaardigheden van Maks familie staan symbool van de levens van de Nederlanders in de twintigste eeuw. Mak slaagt erin die geschiedenis persoonlijk te maken, door te appelleren aan wat genealogie voor zoveel mensen aantrekkelijk maakt: het dichtbij brengen van geschiedenis doordat het over jezelf gaat. De eeuw van mijn vader is de twintigste eeuw van ons allemaal.

21 mei

Madeleine Albright – Fascisme; een waarschuwing

Uitgave: De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2018.
Paperback, 304 pagina’s.
Taal: Nederlands.
Oorspronkelijke titel: Fascism: a warning.

Madeleine Albright, voormalig minister van Buitenlandse zaken onder president Clinton, schreef met Fascisme een krachtige waarschuwing tegen het opkomende fascisme in onze tijd. Gealarmeerd door de opkomst van autocratische leiders als Orbán in Hongarije, Erdoğan in Turkije, Duterte in de Filipijnen en niet te vergeten Donald Trump, grijpt ze terug naar de ervaring uit haar jeugd in Tsjechië onder de nationaal-socialisten en communisten. Ze analyseert de opkomst van het fascisme van Mussolini en Hitler en laat zien hoezeer de factoren die dat mogelijk maakten ook nu aanwezig zijn en worden toegepast.

In het laatste hoofdstuk vat ze samen: “Trump is de eerste antidemocratische president in de moderne Amerikaanse geschiedenis,” die “pronkt met zijn minachting voor democratische instellingen, de idealen van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, het maatschappelijk discours, burgerzin en Amerika zelf”. (…) “Ondanks alla onderlinge vrerschillen zijn er ook overeenkomsten tussen figuren als Maduro, Erdoğan , Poetin, Orbán, Duterte en – de enige van hen die echt een fascist is – Kim Jong-un.” (…) “Ze claimen voor zichzelf allemaal het stempel van ‘sterke leider’ en zeggen allemaal dat ze ‘namens het volk’ spreken.”

Fascisme is een belangwekkend boek dat een waarschuwing bevat die we ter harte moeten nemen.

1 mei

Umberto Eco – Op de schouders van reuzen

Uitgave: Prometheus, Amsterdam 2018.
Hardcover, 443 pagina’s.
Taal: Nederlands.
Oorspronkelijke titel: Sulle spalle dei giganti.

Dit boek bevat 12 nagelaten artikelen van Umberto Eco, die hij tussen 2001-2015 schreef als voordrachten voor het cultuurfestival La Milanesiana. Artikelen waarin Eco zijn schijnbaar onbegrensde eruditie vrijelijk ten toon kan spreiden in opstellen over onderwerpen als ‘Schoonheid’, ‘Lelijkheid’, ‘het Onzichtbare’, ‘het Heilige’. Het boek is rijk geïllustreerd met afbeeldingen van kunstwerken en enkele foto’s die bij de voordrachten werden gebruikt. Een prachtige uitgave.

Het meest genoot ik van de hoofdstukken ‘Enkele onthullingen over het geheim‘ en ‘Het Complot‘. Eco heeft over deze onderwerpen recht van spreken, weet iedereen die zijn roman De slinger van Foucault heeft gelezen. In deze roman bedenken de hoofdpersonen ‘een allesomvattend plan, geïnspireerd door alle rommel die in de occulte boekhandels circuleert.’ Wat het geheim van het plan behelst laten ze onbepaald, en juist dat blijkt bepalend voor de aantrekkingskracht van het idee.

Eco noemt vervolgens enkele bekende complottheorieën zoals de landing op de Maan en de aanslag op de Twin Towers: om een valse aanslag op de Twin Towers te organiseren zou de medewerking van duizenden of toch honderden gewetenloze mensen nodig zijn geweest. Het is onmogelijk dat ten minste een van hen niet gesproken heeft in ruil voor het juiste bedrag.

Dan gaat hij (tot mijn genoegen) over tot een genadeloze filering van Dan Brown’s De Da Vinci Code. Het verhaal over het grote geheim van de Graal, in de betekenis van de nakomelingschap van Jezus Christus, vindt zijn oorsprong bij de Franse schrijver Gerard de Sède, die enkele boeken schreef over Rennes-le-Chateau, geïnspireerd op een bedrog van de fantast Pierre Plantard. In 1982 belandt De Sèdes verhaal in de bestseller ‘Het heilige bloed en de heilige Graal‘ van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln en krijgt zo een nieuw leven. Zij gebruiken het materiaal om een omvangrijker complot te beschrijven, waarbij een geheim genootschap de geheimen van de familie die afstamt van Jezus Christus bewaakt. De Tempeliers en de vrijmetselaars spelen daarbij een belangrijke rol. Komt bekend voor? Inderdaad, dit is precies de plot van de Da Vinci Code. Brown werd aangeklaagd wegens plagiaat, maar beweerde het boek van Baigent, Leigh en Lincoln niet te kennen, een nogal ongeloofwaardige verdediging voor een auteur die zei dat hij al zijn beweringen had ontleend aan betrouwbare bronnen (die precies hetzelfde beweerden als de schrijvers van ‘Het Heilige Bloed’). Aan de andere kant, Baigent c.s. presenteren de informatie in hun boek als de historische waarheid: door Brown van plagiaat te beschuldigen erkenden zij impliciet dat hun boek fictie was.

10 april

Jan Blokker – Waar is de Tachtigjarige Oorlog gebleven?

Uitgave: Rainbow, Amsterdam 2018.
Paperback, 195 pagina’s.
Taal: Nederlands.

Jan Blokker voert ons als de ideale geschiedenisleraar langs plekken in Nederland, op zoek naar sporen van de 80-jarige oorlog. Heiligerlee, Nieuwpoort, Den Briel, we kennen allemaal de namen. Maar wat gebeurde daar precies, en wat vinden we ervan terug? Blokker concludeert dat de herinneringen vooral lokaal nog worden herdacht.

Soms hebben legendevorming en de tand des tijds de ware aard van de gebeurtenissen verdoezeld, maar dat verhindert Blokker niet om dat mooie verhaal toch te vertellen, zoals het een geschiedenisleraar betaamt.

Trouwens, de ware aard van die oorlog is voor Blokker vooral een burgeroorlog, zoals hij het helder verwoordt naar aanleiding van een bezoek aan Heiligerlee, waar alles begon:

‘De moraal van het verhaal wordt meestal verdoezeld, maar bij alle heroïek over het kleine dappere landje tegen het machtige, wrede Spanje, moet dat ene facet aan de zaak toch maar niet vergeten worden. Lodewijk had in Heiligerlee dan wel een lastbrief van zijn oudste broer op zak waarin hem was opgedragen te vechten voor ‘de liberteyt van religie en consciëntie’, maar toen de strijd was gestreden is er van die liberteyt een paar honderd jaar lang niets terecht gekomen. Niet alleen katholieken zijn behandeld als religieuze paria’s. Ook lutheranen, wederdopers en remonstranten hebben de fundamentele intolerantie van hun calvinistische christenbroeders nog jaren ondervonden, en Johan van Oldenbarnevelt is er om vermoord.’

Maar, in vergelijking met andere oorlogen, zoals de 30-jarige oorlog, die bij dezelfde Vrede van Westfalen werd beslecht, was onze oorlog wel veel minder gewelddadig en kleinschaliger. Over het algemeen voltrok de revolutie zich geweldloos, of zelfs in vergevingsgezindheid. Blokker haalt de woorden van Motley aan:

‘De burgemeester van Gouda, lang onbuigzame handlanger van Alva en de Bloedraad, zocht bij het uitbarsten van de opstand in die stad zijn leven door de vlucht te redden. In het huis van zekere weduwe smeekte hij om een schuilplaats. De vrouw bracht hem in een afgeschoten vertrek dat voor kelder diende. “Zal ik hier veilig zijn?” vroeg de vluchteling. “O ja, heer burgemeester,” antwoordde de weduwe; “hier lag mijn man verborgen, toen u met uw gerechtsdienaars huiszoeking deed om hem om de godsdienst op het schavot te brengen.”’

3 april

Walter Isaacson – Leonardo da Vinci; De biografie

Uitgave: Unieboek/Het Spectrum, Houten 2018.
Paperback, 622 pagina’s.
Taal: Nederlands.
Oorspronkelijke titel: Leonardo da Vinci.

Walter Isaacson, die eerder biografieën schreef van mensen als Steve Jobs, Albert Einstein en Benjamin Franklin, begint zijn lijvige biografie met de vraag wat een genie eigenlijk is. Leonardo is de spreekwoordelijke homo universalis, iemand die zich op elk denkbaar terrein heeft ontwikkeld. Hij was niet alleen schilder: het schilderen maakte hem nieuwsgierig naar perspectief, de werking van het licht, de anatomie van de mens, geologie, kortom naar alles. Hij wilde van alles weten hoe het écht zat.

Aan het eind van het boek komt die vraag naar wat genialiteit is terug. Leonardo leert ons dat genialiteit zit in zaken als ongeremde nieuwsgierigheid, de gave om je over alles te blijven verwonderen, observatievermogen, vasthoudendheid, het respecteren van feiten, visueel denken, fantasie en samenwerking.

Leonardo was slecht in het afmaken van dingen. Veel schilderijen bleven onvoltooid of hij werkte er jaren aan: de Mona Lisa werd nooit aan de opdrachtgever afgeleverd, zijn aantekenboeken leidden nooit tot een publicatie. Was hij daar wel toe gekomen, dan was het niet nodig geweest dat veel van zijn ontdekkingen (zoals de bloedsomloop) eeuwen later herontdekt moesten worden. Maar Leonardo zocht naar perfectie en daardoor was in zijn ogen iets nooit ‘af’. Hij liet zich door zijn brede belangstelling voor alles ook enorm snel afleiden, waardoor je onwillekeurig ook het idee krijgt dat Leonardo adhd-achtige karaktertrekken had: dit is door andere auteurs ook wel geopperd, maar Isaacson stelt deze diagnose niet.

Deze biografie nam me mee op een fascinerende ontdekkingsreis door het leven en werk van Leonardo: zijn schilderijen en aantekenboeken. Toegankelijk geschreven, rijk geïllustreerd en gebaseerd op de nieuwste inzichten.

2 maart

Ben Coates – The Rhine; Following Europe’s Greatest River from Amsterdam to the Alps

Uitgave: Nicholas Brealey Publishing, London/Boston 2018.
Paperback, 291 pagina’s.

Taal: Engels.

Een reisverslag stroomopwaarts langs de Rijn, de reisindrukken van een in Nederland woonachtige Brit. Na enkele locaties in de Nederlandse delta, via Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Liechtenstein reist de auteur naar de bron van de Rijn in Zwitserland.

Leuk van opzet: de plaatsen en steden die Coates bezoekt zijn aanleiding voor topografische, historische en politieke observaties.

Een boek als dit is onvermijdelijk subjectief van aard, het zijn de indrukken van de schrijver, hij maakt de keuzes voor wat hij behandelt en wat niet. Als in Nederland woonachtige Brit kent Coates Nederland het best, hoewel hij een lelijke uitglijder maakt als hij de IJssel ziet als rivier die naar de Rijn toe stroomt in plaats van ervan af. Maar het is ook de charme; hij is in al deze landen een vreemdeling en kan er dus met de verwondering van een buitenstaander over schrijven.

Wat ik overhoud aan het boek is, dat het interessant is om het stroomgebied als geheel te zien, als cultuurgebied. Een gebied dat scheidt (Frankrijk en Duitsland, het Romeinse Rijk en de Germanen) en verbindt (economische slagader van Europa, infrastructuur door landen heen). Zo leer je toch weer iets nieuws over een nabije regio, waar je niet te vaak over nadenkt.

4 februari

Adam Rutherford – Een kleine geschiedenis van iedereen die ooit heeft geleefd

Uitgave: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 2018.
Paperback, 485 pagina’s.

Taal: Nederlands.
Oorspronkelijke titel: A brief history of everyone who ever lived – the stories in our genes. 

Geneticus Adam Rutherford neemt je mee in een overzicht van de stand van de wetenschap in de genetica. In twee delen, over de geschiedenis van de mensheid en over de mens nu, zet hij helder uiteen hoe de mens heeft geëvolueerd en dat nog steeds doet, hoe het begrip ‘ras’ in genetisch opzicht onzinnig is (Afrikanen verschillen onderling méér dan Europeanen en Afrikanen met elkaar), hoe wij Neanderthaler-dna met ons meedragen en hoe dna bepaalt welke kenmerken wij hebben als individu (en hoe dat ook niet het geval is).

Als introductie vond ik het interessant, waarbij het historische deel me het meeste aansprak. ‘Een vijfde van de bevolking die 1000 jaar geleden in Europa leefde, is van niemand die nu leeft een voorouder. Hun afstammingslijnen liepen op een gegeven moment dood; er kwamen geen nieuwe nazaten meer bij. Omgekeerd is van de overgebleven 80% iedereen een voorouder van iedereen die nu leeft. Alle afstammingslijnen komen samen bij elk individu in de tiende eeuw.’ De meest recente voorouder van iedereen die nu op aarde leeft, leefde slechts ongeveer 3400 jaar geleden. We zijn als mensheid elkaars naaste familie, het dna bewijst het.

16 januari

Stephen Fry – Mythos 

Uitgave: Michael Joseph – Penguin Random House UK, 2017.
Hardcover, 
442 pagina’s.
Taal: Engels.

Het fascinerende interview dat Adriaan van Dis op 9 maart 2018 had met Stephen Fry zette me op het spoor van dit boek, waarin de acteur-schrijver de Griekse mythologie hervertelt.

Als gymnasiast maakte ik kennis met de Griekse mythologie als bijproduct van het lezen van (vooral) Homerus. Ik kende een aantal van de verhalen uit Mythos als achtergrondinformatie: (‘Eos, de rozenvingerige dageraad’). Dit boek brengt dat hele corpus aan verhalen met elkaar in verband, maakt het tot een geheel. Hij is zeker niet de eerste die dit deed (onder andere Hesiodus ging hem voor), maar hij doet het wel goed en leesbaar.

Stephen Fry is een zeer goede verteller. Dat liet hij in het interview zien en ook het boek is virtuoos in het presenteren van de mythologie als echte, goed vertelde verhalen in een onderlinge samenhang. Ik luisterde ademloos naar de verteller Stephen Fry, toen hij uiteenzette hoe de mythe van de doos van Pandora ons alles kan leren over onze huidige tijd, waarin kunstmatige intelligentie een overweldigende rol gaat spelen.

De Griekse mythes zijn universele archetypische verhalen, die in feite alle gemoedstoestanden van de mens ‘verklaren’. Sommige verhalen zijn, in een iets afwijkende vorm, uit bijvoorbeeld de Bijbel bekend: zo lijkt de mythe van Philemon en Baucis als twee druppels water op het verhaal van Lot en zijn vrouw uit Genesis 19, met als nagenoeg enige verschil dat Philemon en Baucis veranderen in een eik en een linde, en Lots vrouw in een zoutpilaar.