Op de groote stille heide

dwaalt de herder eenzaam rond.

Wijl de witgewolde kudde

trouw bewaakt wordt door den hond.

 

(Kun je nog zingen

zing dan mee; uitg. 1925)

Hoe pastoraal klonk dit lied in het Brabants herenboerenland, waar de poffer nog gedragen, gesnoerd werd de krans. Het zijn herinneringen uit een tijd die werd beschreven door Anton van Duinkerken en Antoon Coolen. U hebt gelijk: de tijden zijn veranderd! Na bewogen jaren als jongeman in de Kempen, word ik begin jaren ’80 burgemeester in Nistelrode. Een echt Brabants dorp. Ik loop er rond met de handen op de rug en denk: “hoe schoon is mijn heide”. Dan wordt het 22 juni 1982. Ik word uit de collegevergadering geroepen. Er is een grote hennepplantage ontdekt. Hoe is dat in dit pastorale land mogelijk? Ik spoed mij derwaarts. Aan een landweg groepen ze al samen. Agenten, mensen van openbare werken, de ambtenaar van algemene zaken en de pers. Adjudant Rijer Schut van onze politiepost legt het uit.

Aan een landweg in het buitengebied tussen Nistelrode en Vorstenbosch ligt, ogenschijnlijk begroeid met maïsplanten, een perceel dat de laatste dagen de aandacht trekt van opmerkzame wandelaars. Achter de eerste strook planten, komt een gewas op, dat trots de kruinen brutaal boven de maïs laat wiegen in de wind. Gealarmeerd neemt de politie poolshoogte. De politiechef  wordt verwittigd. Dan ook maar de baas van openbare werken. Praktische mensen daar in Nistelrode. “Laten we ze maar vernietigen”, zegt Jan Hanengraaf van OW. Met een ruwe inschatting komen ze op 900 vierkante meter. “Da’s wel veul”, zeggen ze tegen mekaar. “Laat d’n burger maar komen!” Die spreekt van bestuursdwang en besluit tot vernietiging. Een loonwerker komt met vervaarlijk uitziende apparatuur uit het naburige Loosbroek en stapelt het gewas op deskundige wijze op een hoop. Een van de jongens van de buitendienst houdt er een brandende krant bij. Het smeult even. Maar niks hoor. Het gewas is nog te groen en wil niet branden.

Na een snel overleg besluit Jan er een paar autobanden op te gooien. En jawel hoor. De rijke oogst van de wiettelers, naar ik later vernam ergens uit de Meierij, ging in vlammen op. Ik hoef niet te vertellen dat de burgemeester kort daarna de milieu-inspecteur op bezoek kreeg om hem uit te leggen dat het verbranden van autobanden echt niet kan. Het liep gelukkig met een sisser af.  Bij de rondvraag na de raadsvergadering werden mij goedmoedig  nog de oren gewassen. “Maar burgemeester, we lezen in de krant dat de geschatte straatwaarde de 2 miljoen beloopt. Dat zou toch prima geïnvesteerd kunnen worden in de verbouw van het gemeentehuis en de renovatie van de komweg!” Maar met een gerust geweten liep ik nadien weer door het dorp, naar gewoonte met de handen op de rug.

Dan, een of twee weken daarna zit ik met Tilly en de twee kinderen in huiselijke kring naar de TV te kijken, naar een uitzending van het Simplistisch Verbond. En jawel hoor! Daar schrijdt, getooid met ambtsketen, de edelachtbare heer burgemeester (De Bie) van de gemeente Juinen naar voren. Hij wordt bijgestaan door de weledelgestreng kijkende wethouder Hekking (Van Kooten).  Zij delen de verbijsterd toekijkende natie mede dat ze paal en perk willen stellen aan de om zich heen grijpende illegale wiet-teelt. En treden daadkrachtig een woning binnen om een voor het raam staande bloempot met een wietplant mee naar buiten te nemen. Vier dappere agenten vertrappen vervolgens het gewas op aanwijzing van de zich vóór de burgemeester verdringende wethouder.

Tegenwoordig gaat dat anders. Gemeentebestuurders komen bij Jinek uithuilen en vertellen hoe moeilijk het allemaal is. Ik zou zeggen: Wees moedig. Een paar banden erop, en je bent er zo mee klaar. Het lucht op. Echt!

Bronnen:

Van Kooten en De Bie in Nistelrode