Het afscheid van zijn leeropdracht Rechtsgeschiedenis van de Limburgse Territoria in de Faculteit der Rechtsgeleerdheid vond op 30 oktober 1998 tijdens een academische zitting van de Universiteit van Maastricht.

 

Zeer geachte heer professor Gehlen, mevrouw Gehlen.

Leden van het universiteitsbestuur,

Dames en heren hoogleraren en

Leden van de universitaire gemeenschap.

 

Een eerzaam Noord-Limburgs burgemeester, specialist op het gebied der agribusiness, staat met enige schroom hier in uw midden. Ik spreek op een eerbiedwaardige plaats een hooggewaardeerd lid toe van het Limburgs- Geschied en Oudheidkundig Genootschap. Met hem als adviseur mocht ik in deze jaren negentig voorzitter zijn van het genootschapsbestuur. Tijdens onze onlangs gehouden najaarsvergadering in Wylre, sprak ik hem reeds in die hoedanigheid toe: de zeer wijze, nu bijna emeritus geworden hoogleraar en adviseur. Ik heb toen gememoreerd hoe zijn heengaan ons verstoken zal doen zijn van de meest voor de hand liggende, soms eenvoudige raadgevingen.

Treedt nader

Zo sprak ik eens met hem over mijn zorg, dat het wenselijk ware om juist jonge leden te doen toetreden tot het genootschap. Zijn advies was te wachten tot de jongeren ouder zouden zijn geworden. Zij zouden vanzelf geïnteresseerd raken en dan lid worden. Ik heb hem ten afscheid dankbaar, nog steeds onder de indruk van dit enige jaren geleden gegeven advies, een flesje aangeboden onder het etiket “Els la Vera”, beter bij u bekend als een “Elske”. Professor Gehlen aanvaardde getroffen dit traditionele LGOG-geschenk. Hij is de tweede aan wie het wordt overhandigd, na Louis Augustus. En als Moses zo ontwaarde hij, na die geestverruimende geste, in Wylre reeds het beloofde land. Een wel zeer jong kind was met een der aanwezigen ter vergadering gekomen. Waarschijnlijk had de oppas vrijaf. Maar zo zag Gehlen het niet. “Treedt nader”, zo sprak hij tot de voorzitter, “ziet hoe bij mijn afscheid een schare jongelingen aanklopt bij het LGOG”.

Voeten van vroede hoogleraren

Het is met grote terughoudendheid dat ik u gewaag van dit verhaal. Er werd immers goede raad van grotere importantie van hem gevraagd en de verdiensten van professor Antoon Florentijn Gehlen laten niet toe dat daarover in badinerende zin wordt gesproken. Eerder kon ik daarvan meer serieus getuigen bij de voorbereidingen van deze feestelijke zitting. Want het genootschap wil hem bij deze gelegenheid oprecht eren om zijn grote verdiensten: als voorzitter van de redactie der Publications, als adviseur van het bestuur en als eerste bijzonder hoogleraar in de Rechtsgeschiedenis van de Limburgse Territoria. Het heeft mij geboeid lid te mogen zijn van het College van Toezicht op zijn leerstoel: aan de voeten van vroede hoogleraren zat ik daar, als eenvoudig landman. Het college als geheel echter heeft zich steeds geuit in termen van lof en waardering over hun hoogleraar. De spreker die na mij komt, zal zijn belangwekkende werkzaamheden nader belichten.

Limburghuis

In ditzelfde jaar van afscheid, zal ook het LGOG zich met Veldeke en het Sociaal Historisch Centrum gaan bezinnen op een nieuwe toekomst in gezamenlijkheid. Gedachten daarover zijn uiteengezet in en naar aanleiding van de Cultuurnota van Gedeputeerde Staten van Limburg. Onzerzijds zal aan deze gesprekken worden deelgenomen door professor Peter Nissen, door Ton Henrar, en als eventueel plaatsvervanger van hem, door professor Louis Berkvens.

De aandacht van vele duizenden in onze provincie, voor de grote en kleine geschiedenis en voor geschiedkunde in wetenschappelijke zin, die al beter zichtbaar werd in het onlangs gepubliceerde LIEVE-rapport, zal aldus zorg en waarde krijgen in hetgeen het Limburghuis voor allen toegankelijk kan maken. Een streektaal functionaris en een provinciaal geschiedkundig consulent, zullen naast hetgeen archieven, musea en andere vindplaatsen ons bieden, stimulansen geven aan geïnteresseerden van allerlei herkomst.

Het 135 jaar oude genootschap wil daarin bijdragen met ter ene zijde gekwalificeerde wetenschappelijke prestaties en anderzijds door de belangstelling daarvoor gaande te houden bij onze leden aan de basis. De structuur van de vereniging door heel de provincie heen, met kringen, secties en commissies, waarborgt daarbij participatie die nodig blijft voor een vitale toekomst van het genootschap.

Erasmiaans ideaal

Professor Gehlen heeft in die jaren dat hij het LGOG diende, het zijne ertoe bijgedragen. Hij heeft dat niet bemeten gedaan, maar heeft in breedheid gefunctioneerd. Naast het reeds genoemde, is hij redactielid der Maaslandse Monografieën en als rechtshistoricus en voorzitter actief geweest op congressen en in netwerken binnen en buiten onze grenzen. Hij toonde daarbij iets van een Erasmiaans ideaal. Hij bezit een aansprekende geloofwaardigheid als mens. Denkt na over de ordening van menselijk handelen. Studeert, beoefent de letteren en correspondeert. En zeker, is leraar! Een ambt dat vandaag wordt neergelegd.

Lauwert hem

Het zal niemand verbazen dat het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap de bijzonder hoogleraar Antoon Florentijn Gehlen aan het hart drukt en hem lauwert met een erelidmaatschap. De band die vandaag ontbonden wordt, wordt op een andere manier voorzien van nieuwe kracht. Het verheugt mij bijzonder, als voorzitter van het genootschapsbestuur u het diploma van het erelidmaatschap te mogen overhandigen en deze laudatio te hebben mogen uitspreken.

Namens onze leden, de medewerkers en het bestuur wil ik u van harte danken voor uw werk en u tegelijk daarmee gelukwensen. In deze wensen wil ik zeker ook mevrouw Gehlen betrekken. De gaven van geest en hart van haar man, waarvan zo velen hebben kunnen profiteren, zullen in het nu aanstaande emeritaat ook voor haar een aangename luwte brengen. Na het vele werk wordt dat haar en natuurlijk u beiden samen, voor vele jaren oprecht gegund.

Geachte mevrouw Gehlen.

Na het lofbetoon dat uw echtgenoot vanmiddag ten deel valt, wil ik ook u in die hulde betrekken. Vaak wordt bij een dergelijke gelegenheid in traditionele bewoordingen gesproken over de levenspartner die achter de laureaat staat. In levensjaren van een verbintenis spreekt men echter niet van de successen die hier werden gememoreerd. Eerder worden die jaren gemarkeerd door het vreugdevolle in goede dagen en de lotsverbondenheid wanneer de dagen hun tol vragen.

Zo denkend, staat de vrouw niet achter haar man, maar gaat ze naast hem. Samen fier kijkend naar wat u beiden bereikt hebt en bindt. Daarom wil ik u vanmiddag evenzeer de dank bieden van het LGOG en dat onderstrepen met een oogst van bloemen.

Geachte professor Gehlen, beste Ton,

Vanmiddag werd hier de burgemeester van Heerlen verwacht. Hij zou buiten de muren van Heerlen, doch binnen de veste van de oudste stad van Nederland Maastricht, u zijn trots melden over zulke ingezetenen te mogen waken als u. U ziet hem niet. Dat is erg jammer. Want weinigen zijn in staat eerbetoon te bieden aan inwoners, zoals hij dat doet. Wat ik nu doe, is spreken in zijn naam. Virtueel kijkt u naar ene burgemeester Pleumeekers die zijn ambt thans moet uitoefenen in een stad die niet de zijne is. De burgemeesters der beide steden echter waren eenparig van mening dat hun Horster ambtsgenoot vanmiddag zou spreken. Een vorm van jurisdictie die tot nadenken stemt. Zij hebben, bij ontstentenis, ook overwogen dat ik bevoegd ben op te treden als rijksorgaan en mij verzocht een aangename taak van hen over te nemen. Een taak die ik met het grootste genoegen vervul.

Ridder, je maintiendrai!

Gelet op uw verdiensten, hierin gesteund door vertegenwoordigers uit uw hoofdberoep en de universiteit, bekrachtigd door burgemeester en gouverneur, heeft het LGOG u bij de kanselarij der Nederlandse Orden voorgedragen voor een koninklijke erkenning van uw verdiensten. Het doet mij zeer veel genoegen van de heer minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bericht te hebben ontvangen dat Koningin Beatrix U, met haar besluit Nr. 98.004780 van 10 oktober 1998, heeft willen benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. De minister heeft mij verzocht u de daarbij behorende versierselen te willen overhandigen.

Ik feliciteer u, Antoon Florentijn Gehlen en u mevrouw Gehlen van harte. Met nog meer ridderlijke kennis van zaken kunt u nu in de toekomst spreken over gedingen en appellatiën van adellijken en niet adellijken. De gekroonde onderscheiding draagt de opschriften “Je maintiendrai” en “God zij met ons”. Betere wensen voor u, zijn niet denkbaar!

 

Herinneringen:

  • Na de academische zitting viel me het voorrecht te beurt in het cortège van hoogleraren het auditorium te mogen verlaten.
  • Behalve voor opname in de Orde van Oranje Nassau, heeft het LGOG de laureaat eveneens op 25.11.1997 voorgedragen voor benoeming tot “Officier in de Kroonorde” van België. Deze onderscheiding werd hem op 8 november 2000 uitgereikt.
  • De voorzitter LGOG is lid van het College van Toezicht op de leerstoel Rechtsgeschiedenis van de Limburgse Territoria in de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.
  • Zie ook mijn Ten Geleide bij de bundel Rechtshistorische Opstellen, 1998.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: