Er zijn lijnen die in een leven schijnbaar onontkoombaar en achteraf bezien wonderbaarlijk gevolgd moesten worden. De weg naar Venray was er voor zowel de Timmermans- als van Els-familie zo een, al was het maar omdat vele telgen daar de middelbare school bezochten. Vele malen heb ik als “klèn menneke” deze weg vóór 1967 per bus afgelegd en de reis eindigde dan om de hoek van Paul en Bep’s (latere) domicilie, met het botsen van de bus tegen een stuk tuinslang, waarop, oh wonder, de deur naar het busemplacement zich automatisch opende…! Één maal, als ongeveer 5-jarige legde ik deze weg zelfs liftend af, gelukkig niet alleen, maar waarschijnlijk als het tante Tilly begeleidend anti-harassment vehikel. De aanleiding tot dit liften (“wèt Romé doa trouwens al vannaf?”) moet Tilly nog zelf maar een keer uit de doeken doen, maar ik denk dat de Heytser en Geleense kleinkinderen die ochtend gefaald hebben in het (op zichzelf, graag uitgevoerde) wekken van Tilly, wanneer oma’s falsetto12 “Tillý…, Tillý” gefaald had…; niet ongebruikelijk in die dagen.

Mijn eerste gelifte ritje heb ik achterste voren zittend op de achterbank door gebracht, want op de hoedenplank lagen, heel fascinerend, 2 enorme dubbelloops jachtgeweren. “Joa, dat wo`n jaegers…” werd mij bij aankomst in Venray verklaard, maar het menneke had toch opgepikt dat enige gespannenheid de conversatie tussen de 2 jaegers en Tilly gedurende die 8 km gekenmerkt had. Schijnbaar moest er dan ook iets gevierd worden, want na bezoek aan het arbeidsbureau, waar Tilly toen niks zocht, maar wel werkte, gingen we naar de aanpalende “lunchroom (met zaal!) Verheugen”. Een horecagelegenheid van onberispelijke reputatie, adres van Mathieu’s + Fien’s huwelijk (“joa, Zaal Verheugen was gewoën goed en altied fijn verzùrgd…” aldus Mathieu bij navraag). Maar dat ’t menneke zich nu nog herinnert dat hij daar sinas en iets van gebak heeft gehad, is vreemd en de reden hiervoor blijkt alleen in de toekomst gevonden te kunnen worden. Nu, een halve eeuw later blijk ik het onvermoed aangelegd te hebben met een nazaat van de founding-father van deze lunchroom-Verheugen, namelijk kleindochter Charlotte. Haar vader Piet startte vanuit het Venrayse óók een lunchroom en wel in de Bakkerstraat in Roermond; een zaak die later door brand verwoest werd. Dat was de oorzaak dat de kleine Charlotte weliswaar net als ik in Roermond geboren werd, maar ook elders opgroeide, en wel in Heerlen, waar vader Piet Verheugen zijn zakelijk geluk opnieuw beproefde.

Tante Bep liet bij kennismaking met Charlotte weten, dat een van haar familieleden ook nog wat met iemand van Verheugen gehad had (wie of hoe precies…..; dat moet Bep nog zelf maar een keer uit de doeken doen…), maar dat deze twee elkaar weer hebben laten lopen… Nou lijkt het mij, dat ík dat, al was het maar wegens de onverbiddelijkheid van deze levenslijnen, níét meer laat gebeuren…

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 25, april 2013.

Verder lezen: