Opening van het AOC Limburg lokatie Horst op donderdag 26.1.1995.

 

Zeer geachte heer Gouverneur,

Geachte leden van Bestuur en Directie. Dames en heren.

Het zal niet zonder betekenis zijn dat men na de officiële openingshandeling van onze gouverneur een intermezzo heeft ingelast. De wel-bedrevenheid van de hoogste bestuurder in onze provincie en de markering van een memorabel feit wettigen distantie en noden tot peinzen. Het verwekken van deze school, de barensweeën bij haar geboorte en vandaag de doop zijn, voor degenen onder ons die beschikken over deze relevante natale exper­tises, aangele­genhe­den waarbij een rustgevend muzikaal inter­mezzo niet onwelkom is. Deze beeld­spraak is niet zo ver gezocht. Velen onder ons voelen zich immers de peetvader of peetmoe­der van deze stoere school. En komen naar het feest op zijn ’s zon­dags. Er zal wel vlaai zijn en de glaasjes worden gastvrij bijgevuld.

Uit klot en moer

Mijn wat poëtisch ontboezemend taalgebruik verraadt de geluk­kige mens. Die opgetogen de dagen heeft geteld tot de gouver­neur zijn belofte om te openen zou inlossen. Die met respect kijkt naar al degenen die hun bijdrage leverden aan dit insti­tuut: bestuurders, denkers en doeners. Die met genoe­gen de jonge mensen ziet komen die zich willen bekwamen in een vak met toekomst. Die De Peel met hun handen en hart blij­vend toekomst willen geven.

Of een geuzen-naam

De Peel. Een interessant landschap in zuid-oost Nederland. Oude verhalen deden er de ronde. Deze zomer nog bracht de opvoering van het toneelstuk “de gouden helm” vele duizenden mensen op de been en zij beleefden met de toneelgroep uit America, hoe De Peel ont­worsteld werd aan “klot en moer”. Haar mysterieus aanzien inruilde voor toekomstgerichte arbeid, werkgelegenheid en na­tuurbeheer.

De Peel. Minister-President Wim Kok keek er vorige week naar. In het draaiboek van zijn bezoek tekende hij op, gezeten in de schoolbankjes van de AOC-studenten, wat hij van ons allen hoorde: de vele duizenden arbeidsplaatsen in de agribusiness van zuid-oost Nederland; een op de zes mensen verdient er in die sector de kost; het grootste tuinbouwareaal van Nederland meten we er – met de tweede grootste tuinbouwomzet; een thuis­markt van 13 miljoen afnemers binnen een cirkel van een uur rijden. En problemen te over: vermesting, verzuring en verdro­ging. Er moet kennis in De Peel blijven! Zonder kennis geen innovatie, geen kwaliteitsimpulsen, geen nieuw beleid. Wims pen kraste de cijfers neer. “Werk-werk-werk!”, zal hij wel gedacht hebben. Eigenlijk zou elke be­windsman derge­lijke kengetallen toch paraat moeten hebben. Inmiddels is Helmut Kohl bij hem op bezoek geweest. Die heeft nog grotere kenge­tal­len. Toch keek de Minister-President mij aan alsof hij wilde zeg­gen: beste Fasol, wees gerust, dit vergeet ik niet! En toen ik hem naar de bus terugge­leide zei hij tegen mij: “u bent zo’n beetje een boe­ren-burge­mees­ter, geloof ik”. Een ere-naam, gekregen vanuit de randstad, koester ik!

Er is met hem ook gesproken over BOVO. U kent dat woord allen: letters van de woorden Bedrijfsleven, Onderwijs, Voorlichting en Onderzoek. Een netwerk, tot nu toe sterk gegroepeerd rond organisaties en instituties. Waar sprake is van samenwerken, ontstaat meer­waarde. Binnen een netwerk reikt men elkaar de argumenten aan met perspectief: kan het anders, kan het nog beter. Zo groeide dat aan deze kant van De Peel. Daarmee is veel be­reikt. Een bovenproportioneel gegroeide agrotechniek en een be­drijfsleven met sterke innovatieve impulsen, een geva­rieerd aanbod van dag- en modulair onderwijs, publieke en private voorlich­ting in velerlei vorm, onderzoek op schaal en ken­nis­overdracht in praktijksituaties. Met de komst van Euro­pees geld worden in die context strategische allianties uitge­werkt die zeer perspectiefvol kunnen zijn.

Un beau veau

Er ligt nu binnen BOVO een nieuwe uitdaging. Opnieuw dringt zich de gedachte op: kunnen we het anders doen en nog beter? Ook van departementale zijde wordt dat uitgesproken. De uitda­ging kan niemand ontgaan. Organisaties niet, maar vooral de insti­tuties en het bedrijfsleven niet. Het “living apart together” dient verder doorbroken. De oproep klinkt: vernieuw, zorg voor kwali­teit en goede marketing. Een uitdaging die door deze gebouwen moet waren; het gesprek moet zijn van de dag. De Peel ziet nu zijn derde genera­tie. Na de zwoegers kwamen de doe­ners. Na de doeners de onder­nemers. De overheid dient voor deze genera­tie niet alleen voorwaardenstellend bezig te zijn, maar ook voorwaardenschep­pend. Het is prachtig te aanhoren dat een bewindsman spreekt van prioritei­ten. De geloofwaardigheid daarin wint terrein wanneer dat in onze streken niet alleen leidt tot “vorde­ren” maar ook tot “bevorderen”. Peelvernieu­wing vraagt steun in een nationaal erkend regionaal kaderbe­leid. Het organi­sato­risch en insti­tutioneel netwerk en de private sector staan er voor klaar.

Kort na nieuwjaar was ik met mijn vrouw een paar dagen in Brussel. We hadden het voorrecht de europarlementariërs met opgestroopte mouwen aan de slag te zien. Ook heb ik er mijn neven bezocht. De Brusselse neven Fasol, het valt niet te loochenen, zijn geheel verfranst. Ik vertel over Horst en zij spreken het me na met een aangeblazen “H”. Ik vertel deze Brusse­laars hoe groot ook de schoolgebouwen in mijn gemeente zijn. “Ah”, zeggen ze, “batimenten!” Het woord agricul­tuur levert voor hen weinig problemen. Uitleggen wat “BOVO” bete­kent, was wat gecompli­ceerder. Ten slotte daagde er licht. “Un beau veau”, zeiden ze opgelucht tegen elkaar. Jawel, een mooi kalf. Dat lijkt zeker te behoren tot de agribusiness en ik heb het erbij gelaten.

Internationalisering

Toch is dat beau veau niet zo’n slechte gedachte. Noem het de inter­nationali­sering van de zuid-oost Nederlandse netwerken. En vandaag met name de internationalisering van onze oplei­dingsinstituten. Nederland heeft hier veel buitenland. Euregi­onaal geld is er voor aange­vraagd, evenzo kan de 5B status helpen.

Welnu. Namens het gemeentebestuur en de gemeenschap van Horst wens ik het AOC Limburg succes en geluk met deze stoere neder­zetting. Moge de “Kas van de Toekomst” achter het gebouw ook spoedig verrijzen. Ik heb vernomen dat die zaak nagenoeg rond is. Mocht daarvoor nog enige hulp nodig zijn, dan lijkt het goed daarover te spreken. Wij voelen ons van harte blijvend verbon­den met uw school. Een verbon­den­heid die diep gaat, tot in De Peel. Waar wij vernieu­wend onderne­mer­schap vermoeden met een verfrissende marketing van produc­ten. De toekomst zal weliswaar anders zijn dan we verwachten. Maar de bekwame creatie­ve studenten van het AOC zullen er zeker hun weg blij­ven vinden.

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: