Enige weken geleden beleefden we Olympische Winterspelen. Ver weg in een stadje nabij de Zwarte Zee. Grote Broer uit Moskou zorgde voor spectaculaire shows met zoveel warmte en empathie dat de sneeuw ervan ging dooien. Er was wat gedoe of Maxima ook mee mocht. Ingezonden brieven in de kranten hadden het over een overdosis charme uit Holland. De wereld is dan een dorp.

In de tuinen van de familie van Els gelegen bij hun woning  aan B55 Wanssum werden tijdens de augustusmaand zomerspelen georganiseerd. Met veel fantasie zwoeren de jonge Van Elsen hun olympische eed: meedoen was belangrijker dan winnen. Hink-stap-sprong, atletiek, bezemsteelwerpen en noem maar op. De grote roergangers zullen wel Leo en Netta zijn geweest. Netta die ook bedacht dat het goud, zilver en brons kon worden uitgebeeld met fraaie bladeren die in de zachte zomerlucht waren gerijpt en gekleurd. Geen dorpsdelegaties die kwamen kijken, geen vragen in de gemeenteraad. Het dorp was de hele wereld.

Hoe deze dorpse Van Elsen toch het reizigersbloed in de aderen kregen is mij een raadsel. Oké, er moesten onder de oorlog en ook na de oorlog een paar broers van Tilly naar verre oorden. Duitsland, Engeland en Indonesië. Mathieu was meer coöperatief ingesteld. Een paar anderen trokken zich in splendid isolation een aantal jaren terug in Rolduc. Netta verkende de wereld rondom het PSV-stadion op de Hemelrijken van Eindhoven. Nelly bleef noodgedwongen Rundum Hause en Pierre reed eens met mij naar het Duitse Herzogenrath. In zo’n tempo dat ik dacht: misschien wordt hij wel beroeps. Paul bleef het dorp trouw. Iemand moet dat doen. Tilly mijmerde. Is dit “all there is”? Hebben we daarvoor de stepstones betreden op de Olympiade bij ons in de tuin?

Het bleef dromen. Ze studeerde voor een beroep. Dat lukte goed. En haar talenknobbel begon toen al aardig op te spelen. Verre horizonten kwamen in haar op. Correspondentie zelfs met een jongeman uit Vietnam, naar ik meen. Uiteindelijk word ik toch voor haar: d’n Onze. In het begin leek het wel wat. Ze was blij met onze trips naar Engeland, Duitsland , Oostenrijk en Italië. Maar de talenknobbel bleek onuitputtelijk: Spaans, Italiaans en Frans. Ze kijkt me verwijtend aan.

Zou het niet leuk zijn, vraagt ze mij, om eens een leuk reisje te maken? Als we naar Vlaanderen Vakantieland kijken, wil ze naar boven om koffers te pakken. Dan weer vraagt ze waarom mijn toilettas doelloos op de badkamer staat en of ik daar zelf alles in doe of dat zij dat zal doen.

Ik zeg haar dan dat ik al in La Courtine ben geweest en dat we bij ons thuis in het tuintje op Kromstraat 8 nooit geoefend hebben op Olympische Spelen met namaak medailles. Ik realiseer me dan dat een gelukkig huwelijk ook wel ergens als leidmotief mag hebben “in der Beschränkung zeigt sich der Meister”. Trouwens  vorig jaar werden we in Abtenau nog gehuldigd voor “40 Jahre treuer Gast”. Karl Ganzer zong met zijn dochter in 1979 al eens de Erzherzog Johann Jodler voor ons en vorig jaar blies Musikmeister Hans het zelfde eerbeton voor ons op zijn piston. Nou dan!

D’n Onze

Verder lezen: