Peter Beets, aankomstjaar 1989, bouwde al tijdens zijn studententijd een carrière in de muziek op. Inmiddels is hij een jazzpianist van internationale faam. Het leven als jazzmuzikant geeft hem vrijheid te spelen wat hij wil, hoe hij het wil. Een muzikant die leerde ‘zelf achter zijn briefje aan te gaan’.

Dit interview verscheen in de Reünisten Vivos Voco, tijdschrift van de reünistenvereniging van Unitas S.R., mei 2015.

Ik bel hem terwijl hij in de auto op weg is naar Utrecht. Nadat de telefoonoplader gevonden is gaan we op weg. Hoewel we hetzelfde aankomstjaar hebben, kennen we elkaar niet echt. Peter is A-novitiaat, ik na-novitiaat. Ik vraag hem waar hij op dit moment aan werkt.

‘Ik kom net uit de studio. Daar heb ik live-opnames gemixed van mijn eerder uitgebrachte cd ‘Chopin Meets the Blues’. Dat was een studio-cd in New York. De concerten die ik daarvan in Nederland heb gegeven, onder andere in het Concertgebouw in Amsterdam, worden een nieuwe cd ‘Chopin Meets the Blues Live’. Dat heb ik vandaag dus gedaan.

Ik heb een programma waarbij ik improviseer op operamuziek, klassieke muziek met klassieke zangeressen erbij. En niet de minste. Overigens ook met Judith van Wanroij, dat is óók een ex-Unitariër. Judith heeft geloof ik zelfs nog in het bestuur gezeten, ik dacht ergens in de jaren 1995-’96-’97. Dat is een heel leuk project. Daarbij improviseer ik, nadat Judith de originele melodie gezongen heeft, met allerlei andere harmonieën eronder, andere akkoorden en andere ritmes. Dat is leuk, want dat is nog nooit eerder gebeurd: improviseren op stukken van Poulenc en Debussy en zo.

Er is wel een heel beroemde musicus die Bach heeft gedaan, maar dat bleef zoveel Bach dat het teveel klassiek bleef en niet die vrijheid geeft. Dan is de muziek niet echt een vehikel voor vrije improvisatie.

Bij Chopin kan dat veel beter. Die heeft heel veel logische harmonieën geschreven. Daarom heeft hij ook bijgedragen aan de ontstaansgeschiedenis van de jazz. Omdat de Europese licht-klassieke salonmuziek, waar Chopin onder valt, in New Orleans en in Havana op de conservatoria werd gespeeld, kwamen zwarte mensen die muziek tegen. Die muziek ligt gemakkelijk in het gehoor, die melodieën kon je gemakkelijk nafluiten. Zo leende die muziek zich er prima voor om op te improviseren. Dat is niet zo bij Bach, maar ik vind dat het bij Chopin heel goed kan. Dat is nu misschien wel voor het eerst gedaan. Ik heb natuurlijk mijn eigen arrangementen en mijn eigen selectie gemaakt uit het stuk. Ik zoek naar de balans tussen improvisatie, en dat het toch Chopin blijft.’

Wanneer komt de cd uit?

‘Die breng ik uit als ik naar Polen ga. Ik speel vaak in Polen, ik ga er 9 maart weer heen.

Of nou ja, wat is uitbrengen tegenwoordig nog… ik heb distributeurs, maar het is bijna net zo gemakkelijk om het gewoon op je website te doen, want iedereen downloadt. Door optredens moet je je fanbase creëren, die mensen kennen je naam. Dan komen ze op je site en daar kunnen ze de cd kopen. Dus de link valt er tussenuit qua platenmaatschappijen en wat al niet. Nou deden die nooit erg veel voor jazz, maar nu kun je al het geld zelf houden, zeg maar!’

Het verdwijnen van de platenwinkel en traditionele platenmaatschappijen is voor jou commercieel gezien niet eens zo slecht dus?

‘De podiumverkoop, daar is de grootste hap, die verkoop is een impulsaankoop, als je gespeeld hebt. Daar scheelt het me 7 euro per cd. Dat is wel lekker dat je die mag houden en niet hoeft in te leveren bij een maatschappij die eigenlijk toch niks doet aan promotie. Want als je kijkt op de radio en op tv daar is bijna geen jazz meer. Spotify en Deezer, daar verdien ik niets aan. Dus in die zin is het wel slecht voor mij dat de cd verdwijnt. Dan blijft alleen het aantal kaarten dat je verkoopt over. Maar gelukkig, omdat ik al zo lang bezig ben, gaat dat goed met mij. Het is wel moeilijker geworden voor beginnende muzikanten om wat op te bouwen.’

In 1989 werd je lid van USR, weet je nog waarom je dat deed?

‘Ja. Eigenlijk heel gewoon, ik was helemaal alleen in Utrecht en kende de stad verder niet. Ik zat wel wat in de muzikantenscene. Met een netwerk heb je een wat bredere horizon dan alleen maar muziek. En vrouwen hè, ik vond het corps niet interessant omdat er geen vrouwen bij zaten. En ik wilde wel een hechte club, niet dat Veritas waarbij je een los zand hebt van iedereen loopt maar binnen. Ik wilde echt een band creëren met elkaar. Wel de striktheid van het corps, maar toch gemengd met vrouwen, dat was het.’

Hoe lang ben je actief lid geweest?

‘Naar de club komen, dat is op een gegeven moment wel minder geworden, toen ik in 1992 naar Den Haag verhuisde. Ik had wel mijn jaarclub, Bivalva, die is nog jaren doorgegaan. Daarmee hebben we wel nog jaren weekendjes gehad. Maar ja, daar heb je het al, in de weekenden moest ik altijd spelen. Dus ik betaalde wel contributie en dat gingen zij op zitten vreten en zuipen en ik kon nooit. Dus toen heb ik gezegd, daar stop ik mee, want ik kan nooit. Het is nu een beetje uit elkaar gevallen, eentje is ook verhuisd naar Amerika. Maar ik heb wél nog 9 jaar lang mijn Unitas lidmaatschap betaald. Ik wilde als oud-lid gewoon altijd binnen kunnen stormen.’

Heeft het feit dat je lid bent geweest je iets gebracht of geleerd waar je nu nog wat aan hebt?

‘Eén van de dingen die me nu te binnen schiet was tijdens het novitiaat. Je moest een briefje hebben met antwoorden op allerlei vragen. En dan pakte iemand dat briefje af. Menno Bentveld was praeses van mijn novitiaatscommissie. Ik was nog echt nat achter mijn oren, maar Menno zei dan: ‘Wat denk je? Wat sta je hier dan? Er achteraan! Haal dat briefje!’ En dan moest ik gewoon rennen door de vereniging tot ik dat briefje weer had. Uiteindelijk had ik dat briefje dan wel weer. En dat leert je dat je soms nergens kan aankloppen maar zelf actie moet ondernemen. Gewoon moet beginnen, in de pas, achter dat briefje aan. Dat is een soort zelfredzaamheid die ik daar heb meegekregen. Want je kan niet meer naar je grotere broer of naar je ouders. Je moet het gewoon zelf doen. Menno Bentveld, hoewel ik die daarna nooit meer ben tegengekomen, dat is iemand van wie ik nog steeds het gevoel heb: die ken ik. Hij zit natuurlijk ook op televisie en zo, maar in een andere hoek, niet zozeer de culturele maar meer de wetenschappelijke. Ik heb natuurlijk ook op het liefdespad daar wel dingen geleerd. En ik vond het kamp met zijn allen ook helemaal te gek.’

Er waren niet veel muzikanten op USR.

‘Ik ben een keer of drie uitgenodigd om met mijn band op USR te spelen. Maar er waren destijds niet veel muzikanten waar ik aanknoping mee had op USR. Er was ook verder niet één conservatoriumstudent lid.

Ik studeerde overigens ook rechten, tegelijk. Dus ik was daar niet alleen maar de muzikant. Ik heb de rechtenstudie later wel laten vallen. Het werd me te druk met de muziek, dus na de propedeuse en een paar doctoraalvakken heb ik het laten vallen. Ik heb vorige week nog wel opgetreden in Utrecht, in de Janskerk voor het College van Beroep, een van de vier hoogste instanties in Nederland voor de rechterlijke macht. Die man die dat aankondigde zei: ‘Peter Beets, dit en dat..,’ die las mijn curriculum voor: ‘… en toen heeft hij de juiste keuze gemaakt, ik zou zo met hem willen ruilen!’

Tips voor oud-leden die nog een muziekinstrument in de kast hebben liggen?

…‘Ho! Ik heb geloof ik olie op mijn banden, bijna geslipt… Heb ineens een verhoogde hartslag…’

…‘Heel veel muzikanten die naar het conservatorium gaan verwachten daar een betere muzikant te worden. Maar die verliezen gaandeweg misschien wel het plezier dat een amateur heeft, en gaan dan soms bijna achteruit. Plezier in muziek maken, dat is het allerbelangrijkste als je goed wil worden. Je kunt het verder zelf doen. Gewoon een plaat die je mooi vindt na gaan spelen. The drie i’s, noemde Clark Terry dat. Die zat bij Duke Ellington in de band. Imitation, inspiration, innovation. Je kunt gewoon beginnen met platen naspelen en dan wordt dat vanzelf iets van jezelf.’

Terwijl ik stilaan wat zorgen krijg over de situatie aan de andere kant van de lijn, en dan met name de toestand van Peters auto, stel ik mijn volgende vraag: wat zijn je doelstellingen voor de rest van je carrière komende jaren?

‘Ik ga nu een serie doen in de North Sea Jazz Club in Amsterdam, waarbij ik iedere maand een lunchconcert geef. En dan nodig ik een muzikant uit, die zegt zijn favoriete muzikant of componist en daar spelen we dan muziek van. Waar ik eigenlijk naar toe wil is dat het niet meer zoveel uitmaakt welke muziek ik speel, maar dat de mensen altijd een uurtje komen kijken. Want ik heb tot nu toe altijd iets bedácht. Van Chopin, of …

… Goed, ik moet echt stoppen, mijn banden zijn zo glibberig… ik kan nog niet eens 50 rijden zonder weg te glijden… Ik moet echt de stad hier in, ik ben bij Utrecht trouwens…

…Maar het doel is om gewoon altijd volle zalen te trekken. En dat gaat heel goed, de zalen zitten overal vol. En er zijn over de hele wereld gebieden waar ik vaak word uitgenodigd. Ik speel nu ieder jaar een paar weken in Amerika, en ik speel veel in Polen, Spanje. En in Azië speel ik veel, Japan, en die vuurtjes die wakkeren steeds weer aan. Ik zou dat nog wel meer willen laten groeien, daar ben ik hard mee bezig. ‘We blijven aanstormen’, noem ik dat altijd tegen mijn drummer.

We hebben het nog niet over vrijheid gehad! Op mijn laatste cd staat ook een stuk dat heet ‘Hymne to Freedom’, maar dat is een ander soort vrijheid. Dat gaat over de vrijheid tegen onderdrukking van zwarte mensen. Muzikale vrijheid is als ik een solo ga spelen, dat ik dan een blanco velletje zie en vrij ben om helemaal in te vullen of ik die noot speel, of ik hem hard of zacht, kort of lang speel. Dat is de vrijheid waarvoor ik heb gevochten.

Het is hard werken voor vaak niet de grootste gages, veel vrienden hebben allemaal een huis gekocht en ik huur nog steeds. Maar het psychologisch inkomen is wel hoog, want ik vind het echt leuk wat ik doe. Dat is ook wat waard. Ik zit niet onder een baas die me vertelt wat ik moet doen. Ik heb mijn eigen winkeltje.

…Ik ben zomaar een afslag afgegaan… ik ben op Kanaleneiland.’

Ik zoek op mijn tablet de dichtstbijzijnde Kwikfit op, zodat Peter zijn banden schoon kan laten spuiten. Het einde van de rit, het einde van het gesprek.

Meer over Peter Beets op www.peterbeets.com. Daar kun je je ook abonneren op zijn nieuwsbrief.

Foto: Piet Gispen

Foto: Piet Gispen

Concertagenda

De concerten van Peter Beets zijn – zeg ik uit eigen ervaring – zeer de moeite waard. De komende weken kun je Peter zien spelen op de volgende concerten:

  • 8 mei 2015: Trio Peter Beets feat. Fay Claassen (Remembering Rita Reys), Capelle aan de IJssel, Isala Theater
  • 10 mei 2015: Trio Peter Beets feat. Fay Claassen (Remembering Rita Reys), Haarlem, Philharmonie
  • 16 mei 2015: New York Round Midnight, Gouda, De Goudse Schouwburg
  • 17 mei 2015: Trio Peter Beets, Oosterhesselen, Stichting Hesselen Cultureel
  • 24 mei 2015: Lunchconcert met Trio Peter Beets & Anton Goudsmit, Amsterdam, North Sea Jazz Club
  • 28 mei 2015: Trio Peter Beets, Amsterdam, Rotary Benefietconcert (De Rode Hoed)
  • 29 mei 2015: New York Round Midnight, Venlo, Theater De Maaspoort
  • 21 juni 2015: Lunchconcert met Trio Peter Beets & Benjamin Herman, Amsterdam, North Sea Jazz Club

Verder lezen: