Je wordt ouder, zeg je dan, maar op een dag stel je vast dat je écht ouder wordt, zoal niet echt óud. Dat merk je o.a., wanneer je zo’n dag die doos moet nakijken die al zo lang in de weg staat: “kan dat niet weg?”, is je al eerder gevraagd.

Het is niet mijn liefhebberij, dat opruimen, maar het moet soms. En dan kom je dingen tegen waar je niet van wist dat je ze ooit had gehad, laat staan dat ze nog steeds in je bezit waren. Het rampzalige is dan dat, áls je wat je tegenkomt even aan- of inkijkt, het zomaar opruimen ervan – wat toch de bedoeling was – ineens moeilijk wordt. Maar alles weer bewaren en toch maar terugstoppen in die doos, is ook weer niet de bedoeling.

Een van dat soort verrassende vondsten is een curiositeit die ik onlangs bij (weer) zo’n moeizame opruimactie tegenkwam. Het is een gedicht gemaakt voor mij bij mijn afscheid als Rector door een van de buurtgenoten, een onmiskenbare Vlaming, tevens medewerker Nederlandse literatuur aan de universiteit. Het gaat over mij, maar het veralgemeniseert ook naar “De Elzen” als fenomeen; de geschetste karaktertrekken zie ik ook om mij heen.

En toen dacht ik ineens: “Opnemen in het laatste nummer van onze Familiekrant, dan is het bewaard en kan ik met een gerust hart het origineel weggooien!”. Een bijkomende gedachte was dat het als thema “afscheid” heeft en, dus, ook wel past in dit laatste nummer. De auteur is Bert Vanheste. Zoals gezegd, een Vlaming, een trotse uitdrager van het Vlaamse culturele erfgoed, maar niet op het flamingante af. (Vanheste – een paar jaar geleden overleden – is zelf ook auteur van enkele romans, uiteraard op internet te vinden.) Het gedicht is gemodelleerd naar Guido Gezelle’s bekende gedicht Gierzwaluwen, gedateerd mei 1897, hoogstwaarschijnlijk leerstof voor sommigen van ons vroeger op de middelbare school. De eerste regels zijn letterlijk daar ook uit genomen, je hoort en ziet de zwaluwen ‘gieren’. En ook de woordkeuze verderop herinnert sterk aan Guido Gezelle.

Hebt Meelijen Met De Elzen
‘Zie, zie, zie,
zie! zie! zie!
zie!! zie!! zie!!
zie!!!’
tieren de
zwaluwen,
twee-, driemaal
drie
op hun glijbaan
door d’Uniceflaan.
Zwierende
en gierende
vertolken die
(als was het Strawinsky’s Elegie)
Theo’s theo-rie
Theo’s theo-logie
over d’Europese Unie
en haar Talen:
van Germanen, Angelen en Walen.
Pure taalmuziek,
een theo-fiele republiek.
Taal scherp als een els.
Taal zacht als Theo’s pels.
Guido’s gezellige kout,
maar wie is van hout?
Als den Theo luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blâren van de boomen
kouten met malkaar gezwind
baren in de stroomen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken
wegelen van Gods heilgen voet,
talen en vertolken
’t diep gedoken Woord zo zoet …
Als den Theo luistert!
Nooit echter heeft hij naar macht getaald.
Nimmer zijn talent in hoogmoed vertaald.
Onderwijzer bleef hij, leraar.
Bescheiden in woord en gebaar.
Hoe vreemd hij vaak ook ging,
Het bleef beperkt tot taaltoepassing.
Ik ben, zei hij, even naar Amerika,
alsof het een dorp in de Peel was.
De els wordt gebruikt als windbreker,
dat gold voor hem als Rector vast en zeker.
Relativeren verhief hij tot zijn huismerk,
voor thuis, in de buurt en op het werk.
De sobere taal van Els-schot
was voor hem het twaalfde gebod.
Niemand kon hem ooit op achterklap betrappen,
laat staan op uit de biecht klappen.
Geleerd als de Leuvense Els-evier.
Tevreden met een eenvoudig bier.
Nooit bitterder dan een glaasje els.
o kent de buurt hem, den Theo van Els.
Helaas is nu zijn tijd van gaan gekomen.
Hebt meêlijen met de bomen
Die aan hun einde komen.
Planken voor Jan van Eyck,
Papier voor Bordewijk.
Gemaakt van beuk en van els.
Gezelle wordt zowaar rebels.
Hoe zeer vallen z’ af,
d’ oude hoogleraren;
hoe zinken ze, allemaal,
die eer zo machtig waren,
neer in hun emeritaire jaren.
Hebt meêlijen met de elzen, laat
hun’ schoonheid ongeschonden,
die schoonder is, onaangeroerd,
onvast en ongebonden,
zoo God ze liet gewassen zijn,
gewonnen en gebaard,
als al hetgene gij, o mensch,
verzint en hebt vergaard.

Noot: De encyclopedie zegt van de ELS: “Wild in veenmoerassen en rivierdalen; gekweekt als windbreker langs sloten en wegen. Zaden uit elzeproppen door wind verspreid.”

Theo
Nijmegen, 3 april 2013

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 25, april 2013.

Verder lezen: