Inleiding door burgemeester drs. B. Fasol ter gelegenheid van de eerste openbare bijeenkomst van de werkgroep Heemkundekring Nistelrode en Vorstenbosch, 26 januari 1983 – Dorpshuis Nistelrode.

Op een avond in december 1982 bezochten mij de heren Rien van Berkom, Ton van den Broek en Harrie van Grinsven. Zij vertelden dat ze doende waren met de oprichting van een heemkundekring in de gemeente Nistelrode. Ik heb mijn medewerking aan dit sympathieke initiatief direct willen geven.

Wat later op de avond, de kopjes koffie waren toen reeds lang achter de rug, opperde een der heren het idee dat ik op de oprichtingsavond ook maar een ‘heemkundige’ inleiding zou moeten houden. Het heeft inderdaad aan de gezelligheid van die avond in december gelegen dat ik me daarvoor heb laten strikken.

Ik veronderstel dat ik, gelet op mijn nog maar korte verblijfsduur in deze gemeente, niet de eerst aangewezene ben om net kennis van zaken te spreken over het Nisseroise erf. Beschouw daarom deze inleiding als een poging tot een heemkundige inleiding. Mogelijkerwijze kunnen de leden van de nieuwe heemkundekring de witte en grijze plekken in mijn betoog met frisse tinten inkleuren, waarbij deze samenvatting wellicht van nut kan zijn.

Wat is heemkunde

Het begrip heemkunde is niet in een enkel woord te vatten. De dikke Van Dale noemt ‘heemkunde’ de lokale, folkloristische aardrijkskunde. Ik denk dat dit een omschrijving is, die ons met vele vragen laat zitten.

Eén der Brabantse heemkundekringen brengt zelf in een folder onder de naam heemkunde al drie kernbegrippen bijeen. Die kring noemt als belangrijk:

  1. Heemliefde. Dat is de gehechtheid en het zich thuis voelen in dorp en streek.
  2. Heemstudie. Onbekend maakt onbemind. Hetgeen ons bindt, verdient derhalve gekend, bestudeerd en beoefend te worden.
  3. Heemschut. Wat mooi en goed is, zou bewaard moeten blijven. Daarop moet het streven gericht zijn.

Ik heb mijn vraag ook voorgelegd aan de voorzitter van Brabants Heem. Hij duidt het begrip tenslotte aan op de volgende wijze:

  1. Heemkunde is en voor en van amateurs. Het zijn de mensen met hart voor dorp en streek.
  2. Veel van deze amateurs bereiken in deze kunde een nivo waarop hun werk van betekenis wordt voor professionele lieden, zoals archivarissen, geschiedschrijvers, archeologen, planologen, journalisten en monumentenzorg.
  3. En liefhebbers van heemkunde treft men in alle ranggen en standen, leeftijden en geslachten, in alle politieke richtingen, bij autochtonen en allochtonen.

Nostalgie

De voorzitter van Brabants Heem merkt ook op dat de drijfveer tot het beoefenen van de heemkunde bij sommigen de ‘nostalgie’ is. Dat mag, hoewel hij dit niet realistisch vindt. We zouden die goeie ouwe tijd ook kunnen relativeren, ondanks ons respect voor wat we interessant en goed vinden in de vroegere jaren. Hij meent dat het verstandig is om relativerend te staan tegenover het verleden, zoals bij een verhouding van een zoon ten opzichte van zijn vader. Sterker nog. Nu we in staat zijn het verleden als een film terug te draaien, mogen we er best kritisch tegenover staan. En wellicht meer nog wanneer het onze eigen streek betreft, dan wanneer het gaat om Egyptenaren of
Romeinen.

Ik heb de neiging het met deze opvatting eens te zijn. Al te vaak (ik denk dat de tegenwoordige ons verwarrende tijden er de oorzaak van zijn) – al te vaak stellen we ons hart open voor een weemoedige terugblik. Ik zal u daar twee voorbeelden van geven.

Zo schrijft Uri Nooteboom in een biografische roman uit De Kempen: “Het huis van Joseph Snieders was in vroeger dagen het terrein der oude school, Daar voerde de meester den scepter. Dat was nog in de tijd voordat de leerplichtwet was ingevoerd. Ge zat daar soms maar met vijf of zes kinderen in de klas des zomers, want dan moesten de jongens en durskes mee helpen op het land, het maaien, den rog binden, helpen met aardappel rooien en alderhand. Ge kijkt daar nu misschien minachtend op neer, ge moet dat niet doen. Want Ma Snieders zee altijd: “Waar ge op smaalt daar komde toe”. Met Allerheiligen was de klas weer zowat voltallig en de kinderen gingen weer verder met leren lezen, rekenen en schrijven. En als ge oude en waarachtige getuigenissen wilt geloven: ze leerden er best in diejen tijd en als ge wa kondt, dan waarde de meester zijnen vriend”.

Ik denk dat deze welhaast pastorale beschrijving van het landleven in het Brabant van honderd. jaar geleden ons hart doet opengaan.

Ook Wim Sonneveld. roept een dergelijk weemoedig beeld op met zijn lied over het dorp van zijn jeugdjaren. Een dorp dat Nistelrode of Vorstenbosch zou kunnen heten. Luistert u maar, het gaat zo:

Thuis heb ik nog een ansichtkaart
waarop een kerk, een kar met paard,
een slagerij J. van der Ven, (!)
een kroeg, een juffrouw op de fiets
het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets,
maar het is waar ik geboren ben.

Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
de boerenkinderen in de klas,
een kar die ratelt op de keien
het raadhuis met een pomp ervoor (! )
een zandweg tussen koren door,
het vee, de boerderijen.

En langs het tuinpad van mijn vader,
zag ik de hoge bomen stam,
ik was een kind en wist niet beter,
dan dat dit nooit voorbij zou gaan.

Wat leefden ze eenvoudig toen,
in simpele huizen tussen groen,
met boerenbloemen en een heg,
maar blijkbaar leefden ze verkeerd,
het dorp is gemoderniseerd
en nou zijn ze op de goede weg.

Dit opklinkend heimwee naar ongeschonden tijden, steekt schril af bij hetgeen Van der Aa schrijft in zijn Aardrijkskundig Woordenboek. Dit woordenboek werd zo’n 150 jaar geleden gedrukt. Over Nistelrode lezen we er:

‘Men telt er 370 huizen bewoond door 420 huisgezinnen uitmakende eene bevolking van ongeveer 2320 inwoners, bijna allen linnenwevers, onder welke vele behoeftigen gevonden worden. De overigen zijn landbouwers, die zich sterk toeleggen om de onvruchtbare heidegronden te bebouwen en vruchtbaar te maken. Het dorp Nistelrode ligt rondom in eene groote onvruchtbare heide. De helde is met allerlei keisteentjes als bezaaid’.

Voeg daaraan toe de diverse oorlogen, die van tijd tot tijd buitenlandse troepen op Brabants grondgebied brachten. In 1629 zijn het de plunderende troepen van de in Heeswijk logerende Prins Frederik Hendrik. In 1672 trekken Franse troepen door en in 1748 bivakkeren Engelse en Hannoverse soldaten op de Nistelrodese heide.

Het beeld van de pastoraal vrolijke Meijerij vervaagt en we begrijpen opeens beter de schilderijen van de Brabantse schilder Jeroen Bosch. Er zal niemand terug verlangen naar die dagen van armoe, ploeteren en schending. Het relativeren van de heemkundevoorzitter kunnen we nu beter begrijpen.

Toch houden we van dit oorspronkelijke Brabantse land, van zijn gebruiken, zijn spraak, zijn bevolking en levensstijl, waarvan oud-minister Zeevalking in het vriendenboek voor Dries van Agt zegt: “de Brabants-bourgondische levensstijl, het is een mengeling van uitbundigheid en discipline”.

Inhoud heemkunde

Na deze bespiegelingen zou ik nader willen ingaan op. de inhoud welke gegeven kan worden aan heemkundig werk. Ik heb het voor u op een schema in beeld gebracht:

Project Projectdelen Voorbeeld van wat er is
1 Bewustwording woonomgeving Bewustwording monumenten:

Verbetering dorpsaanzicht:

Bewustwording laantjes, linden, eiken, knotwilgen:

Kennis van flora en fauna:

Inventarisatie door werkgroep

Nieuw dak Stekkerhoek

Dorpslinden in ’t Gebooi

Educatief centrum Slabroek

2 Volkskunde Folkloristische gebruiken:

Zeden en gewoonten, volksverhalen en legenden, dorpsfiguren, volksmuziek en instrumenten:

Volkskunst van gelovigen:

Gemeentelijk prentenkabinet:

Oogstfeest, bijenmarkt, gilde

Kerkorgels

Devoties, beelden, prentjes, archief, vlaggen, schilderijen

3 Taalkunde Dialectstudie en taaleigen:

Toponymie en cartografie:

Registratie door Ad de Laat e.a.

Zie suggesties prof.dr. Van Els en toponymist Mélotte

4 Archiefonderzoek Gemeentelijke geschiedenis:

Kerkelijke geschiedenis:

Agrarische geschiedenis:

Ambachtelijke geschiedenis:

Familiegeschiedenis:

Oud en nieuw

Kerken van vóór 1800 en daarna

Educatief centrum Slabroek

Het Weversrijk

Het ‘Van der Heijden’-boek

5 Oudheidkunde Oppervlakte-onderzoek:

Archeologisch onderzoek:

Geomorfologisch onderzoek:

De tufsteen van de Blauwe Steenweg

Nederzettingvondsten

Wijstgrond en dorpsvorming

6 Documentatie Voorwerpenverzameling, geluisdsbanden, films, vindplaatsen literatuur

Knipselarchief, fotoarchief, actenkopieën > op losse kaarten

7 Theorievorming Samenstelling jaarboekje

 

Het overzicht spreekt in hoofdlijnen voor zichzelf. Bij enkele onderdelen plaats ik enige kanttekeningen.

Bewustwording woonomgeving (1)

Zorg voor waardevolle monumenten

Voor deze activiteit bereidt een in dit kerkdorp actieve werkgroep een rapportage voor. Geregistreerde monumenten zijn, zoals u weet:

  1. Onze fraai gerestaureerde waterstaatskerk van 1842.
  2. De gesloten standerdmolen van 1552.
  3. De stenen bergkorenmolen van 1820.
  4. De T-vormige boerderij aan de Loosbroekseweg van omstreeks 1650
  5. De T-vormige boerderij op Slabroek van omstreeks 1700.
  6. De Brouwershoeve aan het raadhuisplein van 1717.

Verbetering dorpsaanzicht

Een goed voorbeeld van verbetering van het dorpsaanzicht werd nog onlangs geleverd door de woningbouwstichting bij het aanbrengen van dakkappen op de van oorsprong platte daken van bejaardencentrum De Stekkerhoek. En bij mogelijke verbouwplannen voor het gemeentehuis dient eveneens omzichtig gehandeld te worden voor wat betreft het dorpsaanzicht.

Bewustwording dorpslinden

In ’t Gebooi 1982-3 hebt u kunnen lezen dat voorlopige conclusies over onze beide dorpslinden als volgt zijn samen te vatten:

  1. De dorpslinde in Nistelrode beschaduwde sedert 1846 een schutskooi voor verloren gelopen vee. Wanneer deze linde in 1846 reeds schaduw gaf, moet deze boom nu 150 jaar of ouder zijn.
  2. De dorpslinde in Vorstenbosch is ouder. In 1863 overleefde hij een uitslaande brand van een aanliggende boerderij. De brandschade aan de boom is nu nog zichtbaar. De linde heeft het overleefd en moet derhalve ten tijde van de brand volgroeid zijn geweest. Men neemt daarom aan dat de planting kort na het jaar 1700 plaatsvond en de ouderdom is dus minimaal al 250 jaar. Onder deze boom werden vroeger de dorpsberichten en het gemeentenieuws aan de bevolking medegedeeld.
Kopie van de Klampenkaart uit 1780.

Kopie van de Klampenkaart uit 1780.

Volkskunde (2)

Folkloristische gebruiken

De toponymist en heemkundig onderzoeker Mélotte noemt het van groot belang dat oude gebruiken beschreven worden, zoals deze bestonden bij kerkelijke feestdagen, huwelijk, geboorte, overlijden, kermis en vastenavond. Verder beveelt hij aan alles vast te leggen wat men te weten kan konen over boerderijtypen, klederdracht en “bijgeloof” tijdens onweer, noodweer, ziekte, moord, brand, en oorlog. Evenzo met oude liedjes, vertelsels en sterke verhalen. Veel voortreffelijk werk wordt bij ons op dit gebied reeds tot stand gebracht door de oogstfeestelingen van de Raauw Hei, de imkers op de bijenmarkt en het gilde van Vorstenbosch.

Volksmuziek en muziekinstrumenten

In zekere mate geldt de hierboven omschreven activiteit ook voor volksdeuntjes, liedjes onder de groene linde en ook voor oude trommels, trekharmonica’s en blaasinstrumenten. Zijdelings maak ik u opmerkzaam op het kerkelijk orgelbezit:

  1. Het orgel in Nistelrode uit 1858 van Van Dinther en Verhoeven.
  2. En het wel zeer unieke orgel in Vorstenbosch uit 1876 van Adrianus Kuijte.

Gemeentelijk prentenkabinet

Sedert een tweetal jaren is een poging gedaan om de representatieve ruimtes in het gemeentehuls te voorzien van authentieke Nistelrodese wandversieringen. U moet maar eens komen kijken naar wat in deze zaken thans voorhanden is in de oude raadszaal, de raadsleeskamer en het ambtsvertrek van de burgemeester. Pronkstukjes zijn de oude Klampenkaart (zie afbeelding), de opnieuw geconserveerde Heidemij-foto’s, de reproducties van de schetsen van Hendrik Verhees en de oude gemeentevlag.

Taalkunde (3)

Dialectstudie en taaleigen

Er bestond vroeger nogal wat verlegenheid om buiten de familiekring je moedertaal te laten opklinken. Tegenwoordig wint gelukkig de gedachte veld dat men er trots op moet zijn. Vriendschappen tussen de bewoners van het platteland verwoorden zich vrijwel altijd in de volkstaal.

Iemand vertelde mij eens dat ze bij hem thuis zo èrrum waren dat ze mar in een klein boerderijke konden wonen, dat zo’n lage zoldering had, dat ze er altijd plat in moesten praten.

Nistelrode kan zich voor taaleigenheden van dorp en streek in grote mate verlaten op mensen als Ad de Laat, Truus van den Broek en de vele anderen waarvan ik het niet uit eigen ervaring weet. De liedjes van Ad bewaren voor ons fraaiheden als:

  • ’t akkerdeert goed mé mekare, of
  • ‘m borreltje mé suiker en nog vloeke dè ’t verrekt.

Prachtig! Maar ook zijn voorzichtig uitgevallen eerste boekske mag er zijn. Op de omslag test hij onze kunst om dialect te spreken met vijf uitspraakmogelijkheden van de woordvorm “ater”. Luistert u maar: “even later dan de kater gaat er een pater in het water”. In het Nisserois wordt deze woordvorm steeds anders uitgesproken. Ongeveer aldus: “efkes lötter dan de kaoter gutter ‘ne pooter in ’t watter”. Verder onderzoek, zeker indien het zulke wonderlijke uitkomsten oplevert, verdient navolging. Het vastleggen op geluidsbanden van de spreektaal van de wat oudere Nistelrodese en Vorstenbossche mensen, biedt mogelijkheden voor bestudering, ook in de toekomst, van verschillende lokale dialectvormen. Ten voorbeeld verwijs ik u tenslotte naar het aardige boekje van Cornelis Verhoeven, “Herinneringen aan mijn moedertaal”, dat in onze bibliotheek voor u beschikbaar is.

Toponymie

Toponymie wordt langzaam aan een echte wetenschap. Met name in Nederlandstalig België is veel gepubliceerd op dat gebied. In deze wetenschap wordt studie verricht op de betekenis van oude namen van akkers, weilanden, heidegronden, riviertjes, sloten, wegen en herbergen. Hier zijn we aangeland bij wat de dikke Van Dale noemt “de lokale aardrijkskunde”. Veldnamen verwijzen naar hun inhoud vaak op gebeurtenissen, ontstaanshistorie, familiebezit en oudtijds dialect. Bij de registratie der benamingen is het van groot belang dat deze registratie uitslultend en alleen geschiedt door mensen die het dialect van het gebied van jongs-af-aan spreken, teneinde beoordelingsfouten tot een minimum te kunnen beperken.

Om u een idee te geven van de vermoedelijke betekenis van een aantal Nistelrodese veldnamen, heb ik een aantal ervan voorgelegd aan de taalkundige prof. dr. Van Els en aan de toponymist Mélotte. Ik noem u hun suggesties alleen ter verdere bestudering.

Allereerst de plaatsnaam NISTELRODE.
Uit de door mij bestudeerde Nistelrodese acten in het abdijarchief van Heeswijk blijkt, dat de schrijfwijze van Nistelrode in de jaren na 1200 NISTERLE is. Ook op het zegel van onze schepenbank uit 14O8 treft men deze schrijfwijze. Later verandert deze schrijfwijze tot NISTELRE. De naamsverandering van Nisterle tot Nistelre is niet bijzonder. Deze omkeer van -LOO naar -RE is ook bekend van de plaatsnaam Waalre. Bannenberg leest reeds voor 1326 in Waalrese archieven de namen: Waetriloe, Waderloo, Wadelre en Waalre.

Van Els concludeert voorts dat het oorspronkelijk niet om een naam gaat met een -RODE uitgang, maar om een naam met een -LO uitgang. Dit zou te naken hebben met de aanwezigheid in de buurt van het gehucht LOO. Hetgeen inderdaad het oudere gedeelte is van onze gemeente.

Hij meent dat het woordgedeelte NISTER afkomstig zou kunnen zijn van NITTEL dat netel betekent. Van der Aa (1846) zegt’ dat de naam Nistelrode door de bevolking wordt uitgesproken als NITTELROOY.

Mélotte echter leidt NISTER af van het Germaanse NESTER hetgeen “westen” betekent. NESTERLE zou dan betekenen het dorp dat ligt ten westen van het oorspronkelijke LOO. Deze betekenis zou reeds aanvaard zijn bij de verklaring van de naam NISTERLAKEN aan de Vecht.

Interessant wordt het wanneer Van Els het heeft over de betekenis van DONZEL. Hij neemt aan dat in het woord Donzel het element DONK zit, dat zoiets betekent als “hoger gelegen zanderige plek in het veen” en verwant is met de Engelse woorden DUNG en DONJON, een versterkte plaats dus.

Akte van 1328

GEMEENTE VAN NISTELRODE
HERTOG JAN III VAN BRABANT BEVESTIGT DEN BRIEF, DOOR ZIJN VADER AAN DE LIEDEN VAN ZIJN VILLA NISTELRODE OVER DE GEMEENTE ALDAAR VERLEEND, EN MAAKT BEPALINGEN OVER HET SCHUTTEN VAN DE GEMEENTE, DAT AAN ZIJN SCHOUT WORDT OPGEDRAGEN.
22 september 1328.
Wij, Jan, bij de gratie Gods hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, maken aan allen bekend, dat wij de brief die aan de mensen van ons landgoed NISTELRE door onze zeer geliefde heer en vader zaliger nagedachtenis, is verleend, nameljjk met betrekking tot de gemeente van genoend landgoed van ons, prijzen, goedkeuren, bekrachtigen en met inachtneming van de huidige situatie voor ons, onze erfgenamen en opvolgers voor onbeperkte tijd bevestigen;
bovendien zeggen wij aan onze mensen aldaar toe, dat geen enkele vreemdeling, namelijk ieder die buiten de parochie van ons landgoed NISTELRE verblijft, in enig opzicht gebruik maakt van de gemeentegrond van onze mensen, die op genoemd landgoed NISTELRE wonen en er huis en haard bezitten, en er ook geen gebruik van kan maken of er genot van kan hebben tenzij met vrije wil en algemene instemming van onze voornoemde mensen;
eveneens zeggen wij aan de mensen van ons landgoed NISTELRE toe, dat zij de belasting van vijf Leuvense Ponden, jaarlijks vanuit voornoemde gemeente aan ons te betalen, zoals in de brief van onze voornoemde heer en vader uitvoeriger vermeld staat, aan ons en aan opvolgers na ons in het vervolg betalen..(?)..volgens de oude koers van de gangbare munteenheid van de koning van Frankrijk op twaalf stuivers berekend (?), zoals ze tot nu toe gewoon waren aan ons te betalen vanuit hun voornoemde gemeente;
bovendien staan wij toe en zeggen wij toe aan genoende mensen van ons voornoemd landgoed NISTELRE de volle en vrije macht om iets te verkopen en een dienst te bewijzen in die mate ..(?)..aan hun genoemde gemeentegenoten (?), in een deel of in meer delen..(?).. zij zelf twee ponden duiten (groschen?) van de gangbare munteenheid als dienstbaarheid eveneens door hen aan ons betoond, ten volle ontvangen en incasseren op de wijze, dat het hun bevalt en voordelig schijnt te zijn.
Bovendien willen vrij en schrijven wij duidelijk voor, dat onze Schout in NISTELRE, wie er ook als zodanig optreedt, uit een deel van genoemde mensen in NISTELRE hiervoor uitgezocht, vee en dieren van buiten, namelijk van hen die niet in genoemd landgoed NISTELRE wonen, op ons gezag verwijdert van hun genoemde gemeentegrond en in bewaring houdt en de dieren zelf of het vee op hun genoemde gemeentegrond zonder dat daartoe instemming van onze genoemde mensen nodig is, zo dikwijls als en wanneer ook maar deze daar gevonden en aangetroffen zijn, tegen een boete van 20 Turijnse Stuivers (?) in beslag neemt en vasthoudt, dat hij er zorg voor draagt, dat de helft van genoemde boete ten gunste van ons en onze opvolgers, de andere helft ten gunste van onze voornoemde mensen voldaan wordt uit genoemde boete zowel aan ons, als aan genoemde mensen vóór het loslaten van genoemd vee of dieren en dat hij aan onze voornoemde mensen ten aanzien van het onrecht, door dergelijke mensen hen aangedaan..(?)..zonder enige vertraging en zonder wat voor moeilijkheid dan ook het vonnis volledig ten uitvoer legt.
Tot bewijs van dit alles en ter bevestiging van een ononderbroken duurzaamheid hiervan, menen wii aan onderhavige brief ons zegel te moeten hechten.
Gegeven te Brussel op de dag na de feestdag van de heilige Apostel en Evangelist Mattheus in het jaar des Heren 1328
(Rijksarchief Noord Brabant)
Proeve van vertaling: LvE 1983

Nu is een “versterkte hoeve” in Nistelrode niet uit te sluiten. De acte van 22 september 1328 maakt reeds melding van een VILLA NISTELRE. Wellicht een fraaie naam voor deze heemkundekring! In de acte lezen we dat de villa al vóór 1328 door de vader van de Hertog van Brabant zou zijn bevestigd. En Bannenberg zegt dat een middeleeuwse villa, een domein is dat teruggaat op bezit van Romeinse oorsprong. Daarvan zijn hier in ieder geval vindplaatsen bekend. Later, in de Frankische tijd, zo omstreeks het jaar 700, wordt het domein een landgoed met herenhuis en herenhoeve omringd door waI en gracht, toebehorend aan één familie. Huis en hoeve werden opgetrokken uit materialen van de streek: hout, leem en een rieten dakbedekking. Eromheen treft men de hofsteden der vrije boeren, de behuizingen van de horigen-ambachtslieden, van de hoeders, een molen en gemeenschappelijke weiden. Ook op het MAXEND of MAKSEND valt in dit verband het zoeklicht, wanneer het element MARK erin verondersteld wordt, hetgeen hetzelfde is als “grenspaal”, waarmee de grens of het “einde” van het landgoed wordt gemarkeerd.

Ik meld u tenslotte nog dat op de oude Klampenkaart van omstreeks 1780, “’t VEER” reeds als lokatie vermeld staat.

Ook op het Vorstenbossche erf is interessant werk te doen op gebied van naamkunde. Namen als DERPT, RAKT en BEDAF zijn voor plaatsnaamkundigen fraaie kluiven.

Cartografie

Buitengewoon interessant wordt het onderzoek naar veld- en gehuchtnamen, wanneer deze namen worden aangeduid op een cadastrale kaart van onze gemeente. Op basis van deze cartografie kan verder onderzoek volgen naar familiebezit en dorpsopbouw. Mélotte heeft een methode ontwikkeld voor de wijze waarop inventarisatie, cartografie en theorievorming aldus tot stand kan komen .

Archiefonderzoek (4)

Gemeentelijke geschiedenis

Archiefonderzoek is niet eenvoudig. Het vereist kennis van oud schrift, monikkengeduld en geremdheid in het meteen verklaren van de dingen die men vindt. Iets vinden is altijd een opwindende gebeurtenis. Ik verwijs u bijvoorbeeld naar mijn eerder gemeld bezoek aan het abdijarchief van Heeswijk, waar het oudst mij bekende gave zegel van de Nistelrodese schepenbank ligt. Het zegel is bevestigd aan een acte uit 1408 en draagt het randschrift: SIGILUM SCABINATUS IN NISTERLE (schepenbankzegel).

De acte beschrijft een grondtransport “op die wijst”. Van de vijf Nistelrodese actes uit Heeswijk noem ik u ook de door Schutjes foutief geïnterpreteerde schepenbrief uit 1506. Hij zegt dat het een schepenbrief zou zijn uit Bokhoven. Lezing echter toont aan dat wel degelijk sprake is van een brief van ons dorpsbestuur, ondertekend door onder andere Hendricus van der Wijst. Een naam die nog steeds niet weg te denken is in Nistelrode.

Maar wat zou u denken van onze hedendaagse geschiedenis? Ten voorbeeld verwijs ik u naar de brief van minister Braks van 23 november 1982 over de Nistelrodese hennep. Evengoed geschiedenis!

Kerkelijke geschiedenis

De navorsing der kerkelijke geschiedenis heeft bij onze inwoners reeds enige aandacht gekregen. Toch stootte ik bij mijn onderzoek nog op een nieuwtje voor u. Met de reeds genoemde Mélotte bezocht ik in 1981 de capucijner pater Gerlach, Hendrik Verhees-kenner bij uitstek. Deze toonde ons het in kloosterarchief bevindende originele schetsenboek van Hendrik Verhees. Het manuscript is ook in druk verschenen. Mijn vriend fotografeerde een drietal schetsen uit het origineel. Het zijn de Sint Lambertuskerk op Kleinwijk, de Capel van het Sint Teunis Gilde op Laar en de Sint Antonius Kapel te Vorstenbosch. Wij vonden daarbij in de niet gepubliceerde bijlagen nog drie platen. Het waren achterin geplakte afbeeldingen van de Dom van Keulen, de Kapel te Nistelrode en de Munsterkerk van Roermond. Voorwaar voor onze kapel een waardige entourage.

Nadenkende hoe zoiets nu kan gebeuren, stuitte ik op de volgende gegevens. Het manuscript zou door Hendrik Verhees zelf ziin vermaakt aan zijn zuster Catherine Verspeeck-Verhees. Haar zoon was pastoor Verspeeck uit Hulsel. Diens kapelaan Sengers werd later pastoor in Nistelrode. Hij diende hier als herder van zijn kerkvolk tussen 1885 en 1895. Hij verwierf het schetsenboek van zijn oude pastor uit Hulsel. Het befaamde boek heeft dus een tiental jaren hier op de pastorie in de kast gelegen. Het is waarschijnlijk pastoor Sengers geweest die in die jaren de drie prenten er achterin bijplakte, omdat die prenten ook wel ergens in dezelfde kast zullen hebben gelegen. Vanuit Nistelrode kwam het werk van Verhees tenslotte op een of andere manier terecht in het capucijnerklooster in Handel.

Ambachtelijke geschiedenis

U weet allen dat Nistelrode in carnavalstijd “Weversrijk” heet. Eerder op deze avond meldde ik u reeds de behoeftige omstandigheden waarin de vroegere wevers verkeerden. Kleine weverijen en huisvlijtwevers waren in Brabant op vele plaatsen te vinden. Ik heb vanavond nog een oude linnendoek meegebracht, die naar alle waarschijnlijkheid geweven is in het eerste kwart van deze eeuw. De lap heb ik voor de aardigheid verpakt in origineel kesing-papier, zoals dat vroeger hoorde. Dergelijk linnen werd ook in onze woonplaats geweven.

Men werkte overdag op de boerderij. ’s Avonds spinden moeder, grootmoeder en de kinderen garen, terwijl vader bij de olielamp tot laat het weefgetouw hanteerde. Met een rol finnen op zijn nek bezocht hij nadien zijn vaste adressen. Hij bracht een kwaliteit van vader op zoon van over 100 jaar: een hoogwaardig product van op zandgronden geteeld vlas. Onderzoek naar de ambachtelijke geschiedenis zal van groot nut zijn voor onze kennis van de eigen sociaal-economische geschiedenis.

Oudheidkunde (5)

Oppervlakte onderzoek

Ik kon nu tot toelichtingen op andere onderzoeksvelden. Dan komt allereerst het oppervlakte onderzoek. De naam spreekt wel voor zich. Ik noem slechts het voorbeeld opgedaan bij een van mijn vele wandelingen door de omgeving van de gemeente. Ik vond op het zandweg-gedeelte van de Blauwe Steenweg een brok bewerkte tufsteen. Een restant nog van waarschijnlijk de 14e eeuwse kerk op Kleinwijk. Men kan gissen naar een stuk van een fries of waterlijst.

Archeologisch onderzoek

Archeologie is een vakgebied voor beroepsonderzoekers en voor de zeer serieuze amateurs. Uitgegraven vondsten verwijzen ook bij ons naar een interessant verleden.

In het lage gebied aan de westkant der gemeente is een vondst bekend:

  • neolithische vuurstenen bijl, met een potbekerfragment

In het hogerliggende en dus oudtijds bewoonde deel van de gemeente wijzen vondsten op vele nederzettingen.

  • De meest opzienbarende is wel de “pot uit Vorstenbosch”, een begrip in de Nederlandse archeologie. Zijn bekendheid is te danken aan het feit dat lokale versieringsmethoden werden toegepast op aardewerk waarvan de vorm is afgeleid van Britse voorbeelden. Vijf sierbanden tonen nagelindrukken en knobbeloren. Bij de beker vond men een bronzen naald. Datering: vroege bronstijd.
Pot uit Vorstenbosch.

Pot uit Vorstenbosch. Bron: thuisinbrabant.nl, collectie Noord-Brabants Museum.

Oostelijk van de kern Nistelrode vond men:

  • Vier neolithische grafheuvefs ten noord-oosten van de boerderij op Slabroek,
  • Voorts een glad gepolijste urn met crematieresten uit de late bronstijd, ten noord-oosten van Kleinwijk. Daarnaast andere urnvondsten op de Vorssel.
  • Ook op het Kerkveld heeft een urnenveld gelegen. Bij bouw- en graafwerkzaamheden zijn urnen en crematieresten uit de ijzertijd gevonden. Bij deze urnen zaten schaalvormige afdekelementen. Archeologen verwijzen naar invloeden uit de Marne en Eyffelcultuur.
  • Tenslotte bracht ontgronding op de Vorssel veel Romeins aardewerk en molensteenfragmenten aan het licht, hoewel slechts een klein deel van de nederzetting werd uitgegraven.

Documentatie (6) en theorievorming (7)

Het zal u duidelijk zijn dat voor het doen en vastleggen van onderzoek een goed toegankelijke documentatie noodzakelijk is. Daarbij zijn plakboeken en foto-albums niet de juiste opbergsystemen. Beter is het uw knipsels, foto’s, actenkopieën, vindplaatsen van literatuur en andere documentaties te rangschikken op losbladige kaarten. Daarmede krijgt theorievorming over een bepaalde periode een bredere basis en hechte onderbouw. Bevindingen kunnen voor de leden worden vastgelegd in een jaarboekje.

Betekenis heemkunde

Ik kom nu toe aan een slotbeschouwing over de betekenis van heemkunde voor mensen. Over deze betekenis heeft dr. E. Govers in het tijdschrift Kleio (1979-20/1) een interessante gedachte ontwikkeld. Govers is een actief historicus en schrijver van onder andere een boek over de geschiedenis van Veghel (een boek dat wacht op publicatie) en is tevens als geschiedenisdocent betrokken bij de vorming van jonge mensen.

Hij zegt bijvoorbeeld de geschiedenis van de 80-jarige oorlog van geringer belang te achten dan Bernard van Dam’s boek over het oud-Brabants dorpsleven. Vroeger betekende geschiedenisles voor de schoolkinderen: bestudering van de voltooid verleden tijd der buitenlandse politiek, militaire veldslagen en godsdienstoorlogen. Tegenwoordig is er een streven het geschiedenisverhaal te vermenselijken. Er is méér aandacht nu voor de kennis van plaatselijke en regionale gebeurtenissen. Men dient dan het verleden te bezien vanuit het gezichtspunt van de mensen die het moesten ondergaan.

Niet de politiek staat dan centraal, naar het bestuursorgaan. Niet met de militaire veldtocht wordt meegeleefd, maar met de gevolgen ervan voor de bevolking die het onderging. Niet de godsdienst is dan interessant, maar de devotie in de kleine gemeenschap. Aldus komt de geschiedenis op het eigen erf der mensen. Kinderen en groten gaan om zich heen zien. Men wordt onderzoeker dicht bij huis.

Kinderen nemen een vuursteen in de hand, kijken naar een “rare” straatnaam, leren de werking kennen van het spinnewiel en laten een kruisje of een oude munt door hun hand glijden. Of verkleden zich om mee te kunnen doen op het oogstfeest. En de wat minder actieve mens laat zich naar het Noordbrabants Museum, het Jan Cunencentrum of het Udens Museum leiden of raakt  geïnteresseerd in de werking van een molen.

HEEMKUNDE wordt daarmee een serieuze wetenschap. Ze legt begrijpelijke verbanden van het leven van gewone mensen naar de “grote” geschiedenis.

HEEMKUNDE biedt voorts mogelijkheden om zich te identificeren met de eigen omgeving en er content mee te zijn. En het vormt gemeenschap. Zo werd het werkboek van de wijk Kloosterakkers over Dommelen door de Heidemij gehonoreerd met het predicaat “een kern waar pit in zit”.

HEEMKUNDE is een voor allen in het gezin bereikbare activiteit. Ik noem de vaders en de moeders en de kinderen op de Raauw Hei of het boek over de familie van brouwer Van der Heijden.

HEEMKUNDE maakt mensen tot historische figuren. Denk maar aan de in onze gemeente in 1860 geboren dorpsfiguur Jan Tompe en de in 1863 geboren schrijver Toon van Duren. Of wat denkt u van Teun van Erp, of van de archivaris van het Vorstenbossche gilde?

HEEMKUNDE is een ideale tijdsbesteding. Het geeft de opwinding van de nieuwe vondst in oude waarden. En de uren vliegen voorbij. onderzoek, voorbereiding en uitwerking van deze inleiding boden mij werk voor vele, vele uren.

Besluit

Dames en heren. Ik dank u voor het geduld waarmee u mij hebt willen aanhoren- Ik hoop een overzicht te hebben gegeven van wat heemkunde is en wat haar betekenis kan zijn. Een stukje lokale invulling heb ik daarbij niet kunnen missen. Wellicht heb ik aldus een start geboden voor anderen. Graag wil ik de werkgroep alle succes toewensen met hun voorbereidingen bij de oprichting van een heemkundekring. Zorg dat het een hartelijke, ijverige en gastvrije vriendenkring wordt van goei Vorstenbosch en Nisserois volluk!

Bijlagen

Uit het oorkondenboek van Noord-Brabant

1196 – Hertog Jan sticht gronden in Heeswijk voor de abdij van Berne in het Land van Heusden.

1200-1225 – Lijst van goederen en rechten “in Dinthere, Nisterle et Asten” van de abdij van Berne in het Land van Heusden.

1291 – Goederen welke vroeger aan Berne behoorden worden door de weduwe Metta geschonken aan de abdij van Mariënweert (bij Beesd), waar haar zoon broeder-monnik was.

Uit het documentenarchief van de Abdij van Berne

1408 – Acte met schepenzegel waarop Sint Lambertus. Rondschrift: SIGILUM SCABINATUS IN NISTERLE (=schepenbankzegel van Nistelrode). Dit is voorlopig het oudst bekende zegel van
Nistelrode. Onderwerp: Een stuk land “op die wijst ln NYSTELRE” Datering: Zondag na Valentijn in 1408.

1429 – Acte met twee zegels van de bossche schepenen. Onderwerp: Pachtovereenkomst van een halve mud rogge voor huis, hof en tuin “op die hoeven in NYSTERLE”. Partijen: Henricus zoon van Jan Ghyssellen en Theodoricus die Lodder. Datering: 24 november 1429.

1464 – Acte zonder zegel. Onderwerp: Een stuk land “aan het hagelkruis”

1492 – Acte zonder zegel. Onderwerp: Recht op inkomsten voor de pastoor van een “mauer rogs” (=mud rogge). Partij: Herman Geritszoon van Slabroeck.

1506 – Schepenacte met halve zegel. Onderwerp: Schenking aan de kerk in NYSTELRE van een vat rogge. Ontvanger: De priester en vicaris Wolter van Heze. Schutjes meldt op pagina 198 van deel V onterecht dat het hier een schepenbrief van Bokhoven zou betreffen. Schepenen: Henricus van der Wijst, Rombout Meus, Huybert Dirkxen, Joest Arnt Woutgerszoon. Datering: 1 januari 1506.

Sint Lambertuskerk op Kleinwijk

Eenzaam gelegen in het gehucht Kleinwijk tussen Loo en Weijen. Altaren van onze Lieve Vrouw en Sint Sebastiaan. Een-beukige kerk met kleine lichtbreuk en driezijdig gesloten koor. Vlakopgaande toren met vier maal twee galmgaten boven de waterlijst. Laagingesnoerde toren met kruis en knop.

1300 – Media ecclesia

1426 – Bericht over een Luiks patronaat

1520 – Altaar voor Maria

1571 – Altaar voor Sint Sebastiaan

1648 – Vrede van Munster: de kerk gaat over naar de Reformatie.

1672 – Inval der Fransen: katholieken bouwen een schuurkerk op Weijen.

1799 – Teruggave der parochiekerk aan de katholieken

1842 – Bouw van de waterstaatskerk: afbraak van de oude kerk

1889 – Door blikseminslag verliest de eenzame toren zijn spits

1891 – Voor 95 gulden wordt de toren afgebroken

Bewaarde bezittingen: 1606 Torenklok, 1772 twee oliebusjes

Tekening: schetsen Hendrik Verhees 1806
Reproductie: foto van origineel Henny Mélotte 1981

Capel van het Sint Teunis Gilde op Laar

Gelegen aan Laar op de plaats van de huidige waterstaatskerk. De kapel bestaat uit twee delen. Het koorgedeelte werd verbouwd, maar de verbouw moest snel worden afgerond wegens het beleg van ‘ s-Hertogenbosch.

1340 – Bouw van een kapel voor Sint Antonius Abt ten tijde van de grote pestilentie

1571 – Verlening van een benificie door de Commanderij van Aldenbiezen.

1629 – Verbouw van het koorgedeelte

1648 – Vrede van Munster: beëindiging van de eredienst. De kapel wordt in gebruik genomen als school en onderwijzerswoning.

1840 – Na enige tientallen jaren als raadhuis te hebben gediend, volgt afbraak ten behoeve van de bouw van de waterstaatskerk.

Tekening: schetsen Hendrik Verhees 1787
Reproductie: foto van origineel Henny Mélotte 1981

De kapel te Nistelrode

Gezicht op de kapel aan Laar vanaf de noordzijde. De niet gesigneerde prent is in bruin krijt opgezet, en behoort ook om die reden niet tot de gebundelde schetsen van Hendrik Verhees. In het originele manuscript is deze afbeelding te vinden tussen de ingeplakte bijlagen van de Don van Keulen en de Munsterkerk van Roermond. Naar geconcludeerd kan worden, werden de drie prenten aan het schetsenboek toegevoegd door de Nistelrodese pastoor en voornalig eigenaar van het manuscript, J. Sengers.

Tekening: niet gesigneerd
Reproductie: foto van origineel Henny Mélotte 1981

Schuurkerk op Weijen

1672 – Na de inval der Fransen wordt de katholieke eredienst weer mogelijk gemaakt. Men hoeft niet meer in Bedaf ter kerke te gaan. De kerk op Kleinwijk blijft echter voor de protestanten beschikbaar. De katholieken besluiten daarom een schuurkerk te bouwen op Weijen, nagenoeg midden in het dorp.

1799 – De kerk op Kleinwijk wordt aan de katholieken teruggegeven. De schuurkerk wordt dan, na ruim 125 jaar te hebben gediend, afgebroken.

Geen afbeelding beschikbaar.

Kerk op Bedaf

Gewijd aan Sint Antorius Abt.

1648 – Na de vrede van Munster sticht de clerus van Heeswijk in het vrije land van Ravenstein, waartoe Bedaf behoorde, een kapel voor de katholieken van Heeswijk, Dinther, Loosbroek, Nistelrode, Vorstenbosch en Bedaf.

1650 – Grote faam kreeg de kapel, toen het genadebeeld van Sinte Cunera in het geheim van Kaathoven werd overgebracht naar Bedaf. Tijdelijk werden ook haar relieken er bewaard.

1672 Na de komst der Fransen wordt in Heeswijk en Nistelrode een schuurkerk gebouwd. De kapel van Bedaf blijft in gebruik voor de parochianen van Vorstenbosch en Bedaf.

1802 – Verbouwing van de kapel.

1847 – Tegen de wil van de bewoners van Bedaf, wordt in Vorstenbosch een waterstaatskerk gebouwd.

1848 – Na 1848 wordt de kapel van Bedaf afgebroken.

1850 – De parochiekerk van Vorstenbosch neemt officieel haar taak op.

1881 – Het beeld van Sinte Cunera wordt teruggevonden in de bezittlngen van de abdij van Heeswijk.

1948 – Honderd jaar na de verlating van de kerk op Bedaf, wordt de huidige kapel daar gebouwd op ongeveer 15 meter ten zuid-oosten van de oorspronkelijke plaats.

Geen afbeelding beschikbaar

Sint Antoniuskapel te Vorstenbosch

Gewijd aan Sint Antonius Abt.

Klokkentorentje op de middelste travee. De ramen zijn gedeeltelijk dichtgemetseld. Klein koor van twee traveeën aan drie zijden afgesloten, De kapel is “op een hoogte” gebouwd.

1340 – Bouw van de kapel tijdens de grote pestilentie.

1571 – Verlening van een benificie door de Commanderij van Aldenbiezen.

1648 – Vrede van Munster: beëindiging van de eredienst. De parochianen gaan ter kerke in het vrije Bedaf. De kapel wordt gebruikt voor diverse andere doeleinden.

1800 – Kort na 1800 raakt de kapel in verval en wordt afgebroken. Wellicht naar aanleiding van de verbouwing van de kapel te Bedaf.

Bewaarde bezittingen (via de kerk te Bedaf thans parochiebezit):

1550 Beeld Antonius Abt
1550 Gedeelte van het beeld van Sinte Cunera
1561 Klokje
1600 Kruisbeeld
1600 Diverse kandelaars
1667 Torenklok

Tekening: schetsen Hendrik Verhees 1801
Reproductie: foto van origineel Henny Mélotte 1981

Vindplaatsen literatuur

Archieven

Rijksarchief in Noord Brabant
Waterstraat 20 ‘s-Hertogenbosch

Bibliotheek Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen
Jozefstraat ‘s-Hertogenbosch

Streekarchivariaat Maasland
Raadhuislaan 13 Oss

Archief Waterschap de Aa
Postelstraat 49 ‘s-Hertogenbosch

Jan Cunencentrum
Molenstraat 65 Oss

Archief Abdij van Berne
Abdijstraat 49 Heeswijk-Dinther

Educatief Centrum Slabroek
Erenakkerstraat 5 Nistelrode

Archief Gemeente Nistelrode

Parochiearchief Nistelrode

Parochiearchief Vorstenbosch

Naslagwerken

Catalogus Brabantica
Provinciaal Genootschap
‘s-Hertogenbosch 1954

H.P.H. Camps
Oorkondenboek van Noord Brabant, 2 delen
Nijhoff 1979

H. van Bavel O’Praem, e.a.
Memoriaal van Abt Jan Moors (1634-1639)
Heeswijk

J. van Laarhoven
Het Schetsenboek van Hendrik Verhees
‘s-Hertogenbosch 1975

A.J. van der Aa
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden
Gorinchem 1839-1851

L.H.C. Schutjes
Geschiedenis van het Bisdom ‘s-Hertogenbosch, 4 delen
St. Michielsgestel 1876

Geschiedschrijving

Nieuwsbulletin van de NKNOB
Archeologisch Nieuwrs 1969-123, 1973-4, 1973-53en54, 1973-104
Provinciaal Genootschap ‘s-Hertogenbosch

Toon van Duren
Diverse geschriften 1942

Betsie Smits
Nistelrode in oude ansichten
Zaltbommel 1972

Betsie Smits en Harry van Grinsven
Kent u ze nog… de Nistelrodenaren
Zaltbommel 1972

Hans van Uden
’t Veerhuis Nistelrode
Nistelrode 1983

H.G.J. Buijks
Korte Geschiedenis van Nistelrode
Gemeentegids 1983

Taalkunde

Nomina Geografica Neerlandica
Deel 2, pagina 48 en 137
Universiteitsbibliotheek Nijmegen

M. SchönfeId
Veldnamen in Nederland
Amsterdam 1950

H.E.M. MéIotte en J. Molemans
Noord Brabantse Plaatsnamen
Monografie 1
Brabants Heem 1979

C. Verhoeven
Herinneringen aan mijn moedertaal
Register pagina 133
Ambo Baarn 1978

Ad de Laat
Brabant ge verandert,…
Crossroad 1980

Ad de Laat
Vandaag d’n dag
Crossroad 1982

Ad de Laat
Klompspijkers op brandewijn
Noord Brabant 1982

Deze gebundelde inleiding werd door de burgemeester van Nistelrode aangeboden aan de nieuwe heemkundekring. Moge een speurtocht door verleden en heden voor velen de belofte inhouden van een goede tijdsbesteding in de toekomst.

Verder lezen: