Voor veel van de jongeren zal misschien het voorbije jaar tergend langzaam gepasseerd zijn –een heel jaar geen Familiekrant, dat moet zwaar zijn!-, voor oudere mensen ligt dat anders. Ook zij hebben natuurlijk de Familiekrant in het najaar gemist, maar dat heeft het alles overheersende gevoel dat het jaar omgevlogen is nauwelijks kunnen temperen. De tijd is niet te stoppen. Het voordeel is voor ouderen wel dat zij steeds het gevoel hebben dat zijzelf niet navenant ouder worden!

Wat, nu, doen ouderen in de versneld verkortende tijd die het jaar hen nog gunt?

Laat ik mijzelf als voorbeeld nemen. Ik loop de belangrijkste dingen langs waar ik me het afgelopen jaar mee bezig gehouden heb. Ik laat weg alle familieaangelegenheden die natuurlijk ook onze aandacht gevraagd hebben. Het gaat om de meer “zakelijke” besognes.

Allereerst, ik ben kerkbestuurslid geweest en daar heb ik het druk mee gehad. Ik was, dus, ‘kerkmeester’ en dat ben ik vanaf 1 januari niet meer. En zo hoort het ook, zoals Chrit Claessen uit Megelsom (Horst), die zelf veel bestuursfuncties had, placht te zeggen: “Kerkmeester moet je niet zijn, dat moet je geweest zijn.” Veel tijd heb ik gestoken in het kerkbestuur, vooral in de poging om onze parochie te laten fuseren met twee andere parochies. Dat is maar half gelukt; een van de twee is op het allerlaatste moment afgehaakt. De manier waarop dat gebeurd is, heeft mij nogal geraakt. Zoiets had ik niet voor mogelijk gehouden. Maar iemand met ervaring met dit soort kwesties in de protestants christelijke hoek, heeft mij verzekerd: “Fusies zijn altijd moeilijk, fusies van kerkgenootschappen zijn schier onmogelijk.” Maar goed, het rondkomen van de halve fusie op 1 januari 2009 was een goed moment om eruit te stappen.

Wat doe ik nog aan “het vak”? Niet veel eigenlijk. Van wat ik doe, is afscheid nemen nog een van de meest tijdrovende. Nogal wat afscheidscolleges heb ik bijgewoond van oud-collega’s of van hoogleraren met wie ik tijdens mijn Rectoraat samengewerkt heb. En reünies, natuurlijk. Van mijn eindexamenklas uit 1954, van twee (!) clubs van oud-Rectoren van Nederlandse universiteiten die ieder eenmaal per jaar een weekend samen doorbrengen. En van de wereld van de beleidsmakerij op het gebied van het vreemdetalenonderwijs, waarin ikzelf vroeger landelijk nogal actief ben geweest.

Echt actief ben ik op het vakgebied ook nog wel een beetje geweest. Ik ben erelid van de Vereniging van Leraren in de Levende Talen en als zodanig voorzitter van de Commissie van Beroep daarvan. En dat laatste heb ik afgelopen jaar geweten. Er was een conflict op te lossen tussen het Dagelijks Bestuur en een belangrijke commissie van de club. We (en zij ook, geloof ik) zijn er uitgekomen, maar het heeft wel wat gekost!

Het serieuze vakinhoudelijke werk wordt alsmaar minder. Terecht ook, natuurlijk, veel nieuws heb ik waarschijnlijk niet meer te melden. Ik heb een lezing gehouden op het driejaarlijkse internationale congres van de toegepaste taalkunde (weer over “de talen van de Europese Unie”), een hoofdstuk geleverd voor een boek voor een afscheid nemend collega (:”Festschrift”) (over het vreemdetalenonderwijs in Nederland) en op dit moment heb ik een overzichtsartikelartikel onder handen (samen met iemand anders) voor een internationaal tijdschrift (ook over het vreemdetalenonderwijs).

Tenslotte, heel actief ben ik nog als voorzitter van de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek. Daar heb ik eerder in de Familiekrant over geschreven. Alle superlatieven die ik toen neerschreef over wat deze Stichting doet (een kamermuziekserie van acht concerten van wereldniveau jaarlijks zelf programmeren en organiseren, in een van de mooiste zalen van Nederland, voor een ongehoord groot publiek van zo’n elfhonderd toehoorders per keer en dat alles zonder subsidie), zou ik nog eens dunnetjes kunnen overdoen. Maar dat laat ik maar. Raadpleeg onze website: www.nsvk.net. En wie de aanvechting heeft om toch eens die superlatieven van mij op hun waarde te komen toetsen, laat haar/hem mij eens bellen voor een vrijkaartje. Ik doe dit werk ook komend seizoen nog. Dan viert de Stichting haar 60-jarig bestaan. Een mooi moment om daarna afscheid te nemen.

Wat er aan tijd resteert, is dan echt “vrije tijd”. Ineke en ik golfen nog steeds, “fanatiek” voorzover dat bij deze sport kan. We tennissen ook, wat wat fanatieker zou mogen. Bridgen kunnen we steeds beter. (Over wat Ineke allemaal doet als actieve oudere, moet zijzelf maar eens schrijven.)

Aan “familieaangelegenheden” zou ik geen aandacht besteden, schreef ik hierboven. Eén dingetje toch daarvan: het redacteurschap van de Familiekrant kost ook tijd, maar die geef ik daar graag aan.

 

Theo

Nijmegen, 7 april 2009

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 19, april 2009.

Verder lezen: