Vorig jaar november overleed Joop Hanckx, dermatoloog te Maastricht. Joop was van Wanssumse origine. Hij zou nu 78 jaar oud zijn geweest. Enkele jaren jonger, dus, dan ik. Op school en op het gymnasium was hij de leerling die het meeste, zo niet alles, wist.

Het meest contact hebben Joop en ik gehad in de jaren dat hij Medicijnen studeerde in Amsterdam en ik Rechten in Nijmegen. Tijdens de vakanties en tussendoor kwam Joop naar het ouderlijk huis in Wanssum, bijvoorbeeld ter gelegenheid van de kermis. Wij frequenteerden dan de café’s (zijn moeder belde dan mijn moeder en was om welke reden dan ook gerust gesteld, als zij hoorde dat Joop met mij op stap was).

Wij hebben tijdens zo’n kermislijke uitgaansavond een studentenclub opgericht, bestemd voor universitaire en hogeschool-studenten, waarbij de leerlingen van de hoogste klassen gymnasium en hbs als aspirant leden toegang hadden. Wij noemden die vereniging “Wodansheim”. (Het verhaal ging in die jaren dat Wanssum oorspronkelijk de plaats van de Germaanse god Wodan was!)

Wodansheim benoemde ook maar meteen een beschermvrouwe, die wij consequent Freia noemden (ons Netta was de eerste Freia). En bij zijn terugkeer uit Indonesië werd Harrie benoemd tot erelid.

Statuten hebben wij niet gemaakt en van verdere activiteiten weet ik ook niets meer. Alleen herinner ik mij een reünie, toen Noud Wijnhoven -student in Wageningen- voorzitter was. Er werd toen een nieuwe Freia geïnstalleerd, te weten de vrouw van de toenmalige burgemeester. Zij werd met een fors zwaard omgord, dat in een lederen foedraal was gestopt. Aangezien het die dag snikheet was en ik als eregast de plechtigheid mocht bijwonen, verstoutte ik mij om de nieuwe Freia te suggereren dat de Wodansheim-voorzitter haar beter met een bikini had kunnen bekleden; ik kreeg niet de indruk dat mijn opmerking erg door haar werd gewaardeerd. Ik had verder de eervolle opdracht om de tafel voor te zitten. Of Joop bij die gelegenheid aanwezig was, herinner ik mij niet.

Ik geloof wel dat Wodansheim een poos daarna contact heeft gehad met de studentenvereniging van Venray, maar veel verder dan een hazen-diner bij café Den Brier herinner ik mij niet. Wel weet ik nog dat wij voorafgaand aan dit alles als gymnasiumstudenten contact hadden met de club van Oirlo, waar toen wijlen Toon Peters voorzitter was.

(noot Theo: ik herinner mij dat Wodansheim een keer met de studenten uit Vierlingsbeek/Maashees in het Bondsgebouw in Wanssum een toneelstuk heeft opgevoerd, Bloed en Liefde van Godfried Bomans.)

In 1956/57 woonde ik in Amsterdam. Toen had ik uiteraard weer contact met Joop Hanckx. Daarna liepen onze wegen geheel uiteen, zodat wij elkaar nooit meer hebben ontmoet.

De vroegste herinnering gaat zo’n 70 jaren terug, toen ‘Hanckxen Nol’ (de grootvader van Joop), ‘Litjens Ton’, ‘Meister Oeëme’ en Tante Regien bij ons thuis Grootmoeder kwamen opzoeken. Grootmoeder was allang weduwe; grootvader Rutten was in 1917 gestorven aan de Spaanse griep, die in die jaren in Europa miljoenen slachtoffers heeft gemaakt. Of Nol Hanckx als vroegere buurman op bezoek kwam of dat er via de Rutten-familie een relatie was, zoals met Ton Litjens -voorzover mij bekend-, weet ik niet. Meister Oeëme was een zwager van Grootmoeder en -als Rutten- net geen lid meer van de Tweede Kamer.

Enfin, terloopse herinneringen n.a.v. een overlijdensadvertentie.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 17, november 2007.

Verder lezen: