Wie tegenwoordig in Wanssum komt en het havengebied bezoekt, weet niet meer of hij wel in Wanssum is, zoveel is er in een paarjaren veranderd! Allerhande bedrijven vestigden zich er. Kortgeleden heeft het havenbedrijf Van de Lande uit Rotterdam een container-overslagbedrijf gevestigd op de westelijke oever (achter de vroegere terreinen van de Encko aan de Geysterseweg). Je ziet er nu rijen kolossale containerbakken op elkaar gestapeld, zelfs 4 tot 5 hoog, en er staat een kraan die ver boven Wanssum uitsteekt. Het lijkt wel een stuk Botlek. Dit bedrijf veroorzaakt nogal lawaai zodanig, dat inwoners van Well, die aan de overkant van de Maas wonen, al een advocaat in de arm genomen hebben om de zo begeerde landelijke rust en stilte terug te krijgen. Ook enkele bewoners v-an de Geysterseweg hebben klachten. Burgemeester J. Hahn heeft hard zijn best gedaan voor deze bedrijven en nu moet er nog aan de milieuwetten gewerkt worden!

In 1934 werd de haven van Wanssum geopend met veel feestgedruis, o.a. waterpartijen. De 20-er en 30-erjaren tussen WO I enWO II noemt men ook wel de crisisjaren: veel werkloosheid en armoede. De ontwikkelingen op landbouwgebied, o.a. in Noord-Limburg, leidden er toe, dat Wanssum een ongekende metamorfose onderging. Door Wanssum stroornt de Grote Molenbeek die ergens in de buurt van het NS-station Horst-Sevenum ontspringt. Deze beek mondt uit in de Maas bij de Staay. Daar heeft woeger een brug(getje) gelegen over de beek. Die brug noemde men de
Lieënebrug. Die naam had te maken met de lijn (touw). Denk hierbij aan de Lijnbaan in Rotterdam. Zo draaide ook Michiel de Ruyter vroeger in Vlissingen in een blauwgeruite kiel aan het grote wiel van een lijnbaan.

Terug naar Wanssum en de Maas: vroeger voeren er ook al transportschepen door de Maas, maar die waren voorzien van zeilen en als de wind ontbrak of uit de verkeerde hoek kwam, moesten ze getrokken worden aan een touw (lijn) over het jaagpad langs de oever van de Maas. Zulke boten werden ook wel getrokken door paarden (zie de trekschuiten op oude prenten), maar heel vaak was dit trekwerk voor de knecht of een stevige zoon/dochter of moeder de vrouw! Ik heb de Lieënebrug niet meer gekend. Ik herinner me het meest van vroeger dat de wachtschepen niet op eigen
kracht voeren maar getrokken werden door sleepboten, vaak in een sleep van wel 4 tot 6 schepen. Deze toestand heeft nog vele jaren na WO II voortgeduurd.

Het eerste grote bedrijf dat verrees op de oostelijke oever van de haven was de veevoeder-silo van Landbouwbelang. Eer dat de haven klaarwas, was er al veel water door de Maas gestroomd, want er waren meer gegadigden voor een haven bij de Maas, o.a. Arcen, gem. Bergen en Venlo. De burgemeester van Wanssum was toen baron I. de Weichs de Wenne (de vader van de huidige baron Wilbert de W. de W.). Deze man had gelukkig veel contacten op hoog niveau in Limburg en Den Haag. Hij was o.a. ook een tijd lang Geheim Kamerheer van koningin Wilhelmina. Vader Piet van Els zat toen ook in de gemeenteraad van Wanssum en maakte menige spannende vergadering mee. Na Landbouwbelang vestig de zich als tweede bedrijf in de 30-er jaren op de westelijke oever de betonwarenfabriek van de Encko. Zo was er werkgelegenheid voor tientallen mannen die daarmee hun (grote) gezinnen konden onderhouden. Ook bracht Frans van Enckevort een gezin mee met 10 kinderen, wat voor de lagere school weer gunstig was!

Maar de haven was ook voor het genoegen van de Wanssummers. Er werd in het toch nog vrij schone water gezwommen en gevist en sommige mensen schaften zich een roeiboot aan. Wij hebben er ook een gehad, maar ik herinner me dat we hem kwijtgeraakt zijn, gestolen of afgedreven. Met die boot gingen vader en de grote broers wel eens vissen, maar ons moeder moest toch wel heel vaak de vis kopen van Dechar uit Venray en later van Schraven uit Blitterwijck. Menige strenge winter konden we schaatsen op de haven. Er gebeurde ook wel eens minder prettige dingen, zoals toen in 1935 onze Harrie met de fiets vanaf een grinthoop vanaf de wal op de rand van een schip terechtkwam. ln zeer kritieke toestand heeft vader hem toen ijlings met de zwarte T-Ford naar het ziekenhuis in Venlo gebracht. Gelukkig is Harrie er weer goed genezen van teruggekeerd; hij was toen natuurlijk de bink van het jaar!

Ook legde de ‘echte’ Sinterklaas (meester Jans uit Geysteren met authentieke baard) aan in onze haven. Door de schoolkinderen werd toen ooit gezongen: ‘gij kwaamt in onze mooie haven met uw boot vol zoete gaven’, enz (een compositie van meester Timmermans).

Tegenwoordig is de vroegere zandvang één grote professionele jachthaven; veel Duitsers. Tot zover. Te zijner tijd weten we misschien weer meer!

Paul, Venray maart 2001.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 6, april 2001.

Verder lezen: