Gouda heeft de nodige grote zonen en dochters voortgebracht: van Erasmus, Coornhert, Gheraert Leeu en Hieronymus van Alphen tot Leo Vroman en Ed de Goeij: er zijn er tientallen en ze zijn in onze stad gekend en geëerd met straatnamen, scholen en standbeelden. Ik vind dat uitstekend.

Enkele maanden geleden kwam ik er naar aanleiding van een twitterdiscussie achter dat we iemand schromelijk zijn vergeten.

Ik heb het over een van de meest markante musici uit de Nederlandse barok: muziektheoreticus, organist, orgelkeurder, beiaardier en componist Quirinus Gerbrandsz van Blankenburg die in 1654 te Gouda geboren werd en in 1739 te Den Haag overleed.

Hij was de zoon van Gerbrand Quirijnsz van Blankenburg, stadsorganist van 1648 tot 1708 in de Janskerk, die hem liet kennismaken met de vooruitstrevende Italiaanse muziek.

Hij werd keurmeester van orgels en klokkenspelen. In 1675 wilde Gouda een nieuw Hemony-beiaard in de toren hangen. Quirinus van Blankenburg werd om advies gevraagd. Hij stelde voor om een volledig chromatisch bas-octaaf aan te schaffen: dat betekende twee extra klokken. Dat zou de kosten echter met 30% laten stijgen! Er ontstond een pittige discussie in de stad met voor en tegenstanders die hun zienswijze publiceerden. Blankenburg won het pleit. Zo komt het dat de beiaard van Gouda de enige Hemony-beiaard is met een volledig bas-octaaf.

 

Er zijn verder maar weinig werken van hem bewaard gebleven. Maar wat er is, is van een grote internationale allure. Al in 1938 zei D.J. Balfoort in een artikel dat hij ‘recht heeft op een ereplaats in de rij der 18de eeuwsche Nederlandsche componisten’.

Het bekendste werk van van Blankenburg is Elementa musica uit 1739. Hij werkte er zestig jaar aan. Het gaat over de beginselen en grondregels van de basso-continuo. In de Elementa musica staat één compositie: Fuga obligata.

Bekend is verder de cantate ‘l’Apologie des femmes’.

Ook componeerde in 1733 hij ‘Duplicata Ratio Musices ou La double harmonie d’une musique algébraique’ of ‘De verdubbelde harmony’, een suite voor klavecimbel van op Franse leest geschoeide dansen en airs, als bruiloftsgeschenk voor Anna van Hannover, dochter van George II, de koning van Engeland en en de Friese stadhouder Willem Carel Hendrik Friso. Het stuk werd geprezen door andere componisten als Georg Friedrich Händel, Antonio Caldara en Josef Fux, met wie hij ook correspondeerde.

Toch voelde hij zich miskend als componist: ‘Als ik over eenige jaren een stuk musiec van mijn maaksel plag te vertoonen, dan was ’t nooit prijsbaar; het most van verre komen om goed te zyn: maar als ik in de plaats van myn naam Van Blankenburg, Di Castelbianco (’t welk ’t zelfde is) daar boven zette, dan was ’t uitstekend.’

En miskend is hij nog steeds: de vuistdikke stadsgeschiedenis ‘Duizend jaar Gouda’ uit 2002 negeert hem volkomen. Zijn naam wordt zelfs niet éénmaal ook maar vermeld.

Ik stel voor dat we Quirinus van Blankenburg de plaats geven in onze stadsgeschiedenis die hem toekomt. Dat kan betrekkelijk eenvoudig, bijvoorbeeld door bij de eerstvolgende gelegenheid die zich aandient een straat naar hem te vernoemen.

Gepubliceerd in Samen in Gouda nr. 6, november 2013.

UPDATE 14 december 2013:

Op 14 december 2013 verscheen een interview met mij in AD Groene Hart over Quirinus van Blankenburg.

20131214_100416

 

Verder lezen: