Het advies dat het Platform Onderwijs op 1 oktober uitbracht is rampzalig. In plaats van te pleiten voor kennis, pleit het voor vaardigheden. Maar de enige manier om goed gebruik te maken van de informatiemaatschappij is juist het opbouwen van zoveel mogelijk parate kennis.

Het advies van het Platform Onderwijs verwart kennis met informatie. En daar gaat het meteen helemaal mis.

Paul Schnabel, die namens het Platform Onderwijs het advies presenteerde, zei in het AD: ‘We hebben inderdaad allemaal altijd toegang tot kennis. Maar je moet niet helemaal blanco zijn. Daarvoor moet je kinderen een goed gevuld rugzakje meegeven. Een soort Zwitsers zakmes. Zodat ze leren hóe ze moeten leren.’

Volgens het advies is parate kennis minder belangrijk nu informatie dankzij Google, Wikipedia en smartphones voor iedereen beschikbaar is.

Kennis en informatie

De woorden van Schnabel klinken mooi, maar kloppen niet. Even iets duidelijk maken: we hebben via internet geen toegang tot kennis, maar tot informatie.

Dat is geen semantisch onderscheid, want kennis en informatie zijn twee fundamenteel verschillende zaken. Om tot kennis te komen, is informatie nodig. Kennis is wat je uit informatie kunt distilleren.

Informatie zit in een opslagsysteem, kennis zit in de mens. Cumulatie van kennis leidt tot wijsheid. Die cumulatie, het opbouwen van kennis, heet eruditie. Eruditie is een woord dat ingelijst boven het bed van iedere onderwijsvernieuwer zou moeten hangen.

Eruditie

Eruditie heeft alles te maken met parate kennis, en daar kun je, juist in dit informatietijdperk, niet genoeg van hebben.

Het Platform Onderwijs beweert nu, dat parate kennis vervangen kan worden door de externe beschikbaarheid van informatie. Dat is een richting die alleen maar naar de afgrond kan leiden.

Eruditie is een woord dat ingelijst boven het bed van iedere onderwijsvernieuwer zou moeten hangen.

Laten we eerst even naar de tekst van het advies zelf kijken.

‘Kennis van de wereld: meer van minder – In de visie van het Platform biedt de school van de toekomst leerlingen essentiële kennis en vaardigheden die ze kunnen gebruiken om de wereld om hen heen te begrijpen en mede gestalte te geven. Die basis hebben ze nodig om te leren hoe ze nieuwe informatie tot zich kunnen nemen en die in uiteenlopende situaties op een verantwoordelijke manier kunnen toepassen.
Toekomstgericht onderwijs biedt leerlingen een vaste kern van essentiële kennis over drie ‘domeinen’: natuur & technologie, mens & maatschappij en taal & cultuur. De domeinen zijn – naast de bovenstaande kennis en vaardigheden – het uitgangspunt om te beschrijven wat leerlingen in de kern moeten leren. Voor de ontwikkeling van het leervermogen is het belangrijk dat leerlingen de kennis over de domeinen op een diepgaande manier krijgen aangeleerd: niet van alles een beetje, maar meer van minder.’

De crux van deze passage zit in de laatste woorden: niet van alles een beetje, maar meer van minder. Geen verbreding maar verdieping. De vraag is dan, wat die kern is die verdiept moet worden:

‘Bij het vaststellen van de kern gaat het wat het Platform betreft enerzijds om ‘cultuurdragende’ kennis, waarlangs de Nederlandse geschiedenis en identiteit van de ene op de andere generatie worden overgedragen. Anderzijds gaat het om kennis waarin de toekomst voorop staat: leerlingen leren iets niet alleen maar omdat het historisch zo is gegroeid, maar omdat het voor de toekomst van belang wordt geacht. Dat heeft als consequentie dat onderdelen kunnen worden geschrapt die in de huidige leermethodes vanzelf spreken. Te denken valt aan de hoeveelheid topografische, historische en natuurwetenschappelijke feitenkennis die leerlingen momenteel aangeleerd krijgen.’

De premisse van het Platform Onderwijs is dus, dat verdieping van kennis (voor opgroeiende kinderen) beter is dan verbreding. Welke kennis verdiept moet worden, kiest het Platform zelf vast uit. Raar.

Dit uitgangspunt stel ik dus nadrukkelijk ter discussie.

Wijsheid

Mijn stelling is, dat het onderwijs de niet de de deur moet openzetten naar informatie, maar naar wijsheid.

Om tot kennis te komen, is de toegang tot informatie niet genoeg. De praktijk is namelijk, dat informatie wordt opgezocht op het moment dat er kennis nodig is. Dat is maar al te herkenbaar. Maar omdat die twee niet hetzelfde zijn, komt die informatie te laat voor enige reflectie en kan zij nooit meer tot een wijs besluit leiden. Terwijl die informatie tot wijsheid zou kunnen leiden als zij belandt in een voedingsbodem van reeds aanwezige kennis.

Omdat er geen tijd is voor het verwerken van de informatie, grijpen we terug op meningen. Iedereen heeft een mening.

Meningen

Tegenwoordig worden meningen nogal vaak gebruikt als oplossing van problemen. Dat zou onderwijsvernieuwers zorgen moeten baren: dat ondanks de fenomenale beschikbaarheid van informatie er zo weinig kennis is, en dat in plaats daarvan het primaat van de mening het maatschappelijk debat overheerst.

Maar echte problemen hebben echte oorzaken, en om ze op te lossen heb je dus echte feiten nodig. Kennis. En vaak is kennis zelfs niet voldoende: er is wijsheid nodig. Geen meningen.

Wijsheid ontstaat uit cumulatie van kennis – uit eruditie: een brede parate kennis van de wereld waarin je leeft. Belezenheid, zodat je profiteert van denkers vóór je.

Als het advies overgenomen wordt, versterkt dat een ontwikkeling die al enige decennia aan de gang is: er is steeds meer informatie beschikbaar, maar we weten steeds minder. Als je mensen alleen de weg wijst waar informatie te vinden is, krijg je dat intelligente mensen denken dat Pearl Harbour een filmster was. Dat intelligente mensen denken dat Anne Frank in de Eerste Wereldoorlog omkwam. Dat ze niet weten wie Boris Johnson is. Dit zijn echte voorbeelden.

Dat intelligente mensen deze dingen niet weten, komt omdat ze nooit een aanleiding hebben gehad om het op te zoeken. Dat kun je hen niet kwalijk nemen, maar het onderwijs wel.

De taak van het onderwijs is nu juist, om hen deze dingen aan te reiken, vóórdat ze nodig zijn.

En je kunt tijdens je hopelijk lange leven heel veel verschillende soorten kennis nodig hebben. Niet alleen over de onderwerpen die Paul Schnabel voor ons uitkiest.

Daarom moet je dus wél je topografie gewoon uit je hoofd leren. Moet je weten dat de Franse Revolutie in 1789 was. Moet je als middelbare scholier wat Plato lezen. En gedichten.

De Groningse hoogleraar psychologie Douwe Draaisma formuleerde het aldus: ‘Wij leven in een tijd van externe geheugens. Eruditie begint als voorwaarde voor kennis van zaken plaats te maken voor zoiets als ‘potentiële belezenheid’: het vermogen om zich – op korte termijn en voor de gelegenheid- te oriënteren in informatie die extern is vastgelegd.’

Deze woorden moet je lezen als een waarschuwing.

We kunnen niet zonder parate kennis. Dat is ons collectieve geheugen en dat hoort zo vol mogelijk te zitten. Hoe meer hoe beter.

‘Het onderschatten van de rol van het uit het hoofd leren en kennen van feiten, regels, jaartallen, woorden, formules, gedichten, grammatica etc. is één van de belangrijkste oorzaken van de vluchtigheid, oppervlakkigheid en het gevoel van overladenheid in het huidige onderwijs. Zonder parate kennis uit het hoofd te leren kan niemand goed informatie verwerken of bewerken’, schrijft de Stichting Aristoteles. Zonder parate kennis ‘zwalken we stuurloos over de zee van kennis in onze informatiemaatschappij.’ En juist de basisschoolleeftijd is de ideale periode om het geheugen te trainen.

Zo. U mag het zeggen.

Is parate kennis minder belangrijk nu informatie dankzij Google, Wikipedia en smartphones voor iedereen beschikbaar is? Of moeten we zorgen dat kinderen de school verlaten met een juist zo breed mogelijke algemene ontwikkeling?

Reageer onder aan de pagina.

Lees ook: