Een naam met twee noten:

Guido d’Arezzo (991-1050)

ontwikkelde voor jonge zangers het vierlijnige notenschrift

met twee gekleurde sleutellijnen

c in geel, f in rood.

Hij deed dit op basis van een hymne

die begon met “Ut quaeant laxis”

waarbij elke regel een toon hoger begon.

Zo ontstond: ut-re-mi-fa-sol.

*

Een naam uit een sage:

geromaniseerde spelling van een reuzennaam

uit de Germaanse mythologie

van Fasold naar Vasoldus (1285)

*

Wat lyrischer:

Federatie Amateur Strijk- en Symphonie Orkesten Limburg

kortweg: FASOL (1993)

*

En wat prozaïscher:

een nieuw project van Rabobank Nederland

Financiële Administratie Simpel Op Lokale-banken

kortweg: FASOL (2001)

*

 

 

IN EUROPA

We zoeken naar sporen in het zand. Zoeken naar een voorvader. Vanwaar komt hij, bestoft, bezweet, belezen… Is het een stadsbestuurder in het machtige Amsterdam van 1539, of een ondernemende prior in Treviso nabij Venetië. Zijn het reformatorische naamgenoten in de Randstad en de provincie Zeeland. Een in 1937 ten offer aan Stalin gevallen Fasol in Moskou lijkt ook niet erg waarschijnlijk. Een schrijver dan van theologische boeken in Amerika, geboren in datzelfde jaar? Of moeten we het zoeken in Westfalen. Of bij wetenschappers en publicisten in het Duitsland en Oostenrijk van na de oorlog. Dan vinden we naburig aan Treviso nog een oud vestingstadje Asolo. Bij de veelvuldig daar voorkomende naam Fasolo, zou je wel wat kunnen bedenken. In de Veneto zit nog een wijnmaker Cantina Fasol Menin. En in de Ardennen tussen Marenne en Menil-Favay (Hotton), ligt een verdwenen middeleeuwse gehuchtsnaam “Fasol”. Heel arcadisch gelegen bij een brugje in een kronkelend beekdal. Een oude naam dus, maar zo vragen we ons af, waar komen die lijnen samen? Of vanuit welke stamvader liepen die lijnen uiteen de geschiedenis in?

Karel de Grote

We lezen in de krant dat mensen met rood haar genetisch materiaal met zich meedragen dat teruggaat op de Neanderthalers(!) Van Mongoliërs wordt verteld dat ze kunnen afstammen van Dzjengisch Khan (NRC 21.05.2005 P.5 cfm Journal of Human Genetics feb.2003). Met Europeanen is het niet anders. Een op de twaalf Ierse mannen zijn afstammeling van de legendarische koning Niall uit de vijfde eeuw. Zijn Y-chromosoom dook zelfs op bij 2% van de mannelijke inwoners van New York (Trouw 18.01.2006). Velen beroepen zich ook op het vaderschap van Karel de Grote. Zo ook onze familie! Langs lange lijnen van de adel in Lotharingse landen komen we in de 15de eeuw bij het geslacht Van Meeuwen. En vandaar uit in de 17de eeuw via een vrouwelijke overstap bij de familie Smeets. Zo heet in 1664 ook de patriciër-burgemeester van Bree. En zijn dochter Erlindis huwt in 1718 met Jacob Fasol. Zodoende.

In Fiesole

Kunnen die Italiaanse Fasollen dat ook zeggen? We zijn met vrienden eens gaan kijken in Italië. Het weer is in mei 2005 zacht en zonnig. Onze reisdoelen zijn helder. Siëna, het Florence van de Medici, Leonardo’s Vinci, het Etruskisch Fiesole, het imperiale Ravenna van Dante Alighieri, Bologna en Rimini. Ergens een Fasol gezien? In Fiesole misschien? Neen, maar in Vinci zocht ik in een telefoonboek naar de stad Verona. Daar stonden een aantal vermeldingen. De presentie van die naam in de omgeving van Verona is aanzienlijk..

 

DE KERKJURIST JOHANNES FASOLUS +1286

Johannes Fasolus uit Pisa is een middeleeuws kerkjurist. Hij leeft eind 13e eeuw en overlijdt in 1286.Van hem is het tractaat “De summariis cognitionibus” overgeleverd, dat ontstond kort na 1272. Hierin worden procedures beschreven van het canoniek procesrecht. Een ander tractaat van Fasoldus is “De causis summariis”. Wikipedia. (IK HEB DIT BOEK NU!)

 

PRIOR PAOLO FASOL 1549

L’olivicoltura in Provincia di Treviso.  

La storia secondo Gabriel Farronato. Internet.

 

Inleiding tijdens het congres van het Agrotechnisch Instituut van Conegliano op 21.09.2002 over de olijvencultuur in de provincie Treviso

In archieven van de jaren 1231-1233 vinden we statuten, die verhalen hoe in Treviso olijven geplant moeten worden. En we lezen in de annalen meer van dergelijke initiatieven. In 1465 treffen we een dictaat van de Magistraten van Treviso, dat van kracht is voor de gehele provincie en ook voor Conegliano. Dit maal wordt gesproken over de aanplant van vruchtbomen. De productie moet vergroot worden. Er wordt dit maal niet over olijven gesproken, maar over noten, kastanjes en kwee-appels.

Een ondernemende Prior

Op 20 oktober 1549 geeft de prior van het klooster St. Giacomo di Crespignaga, Paolo Fasol genaamd, voor drie jaren een kuststrook uit in pacht en bepaalt tevens waar de fruitbomen staan: kastanjes en olijven.

Het congres loopt een groot aantal van deze initiatieven na en concludeert dat de traditie van de olijvencultuur hecht verbonden is met regelgeving van overheden.

 

ANGELO FASOL 1923

 

Enrico Santi e Uberto Tommasi. Storie di emigranti.

I pionieri del Belgio; la grande famiglia Zenatti. Internet.

 

Geschiedenis van de familie Zenatti.

Verteld door Elio Zenatti, de neef van Angelo.

 

Het is voor het eerst in 1923 dat een groep van 5 personen uit Sommacampagna naar België emigreert. Zij, dat zijn onder andere Angelo Zenatti, Luigi Bonvicini, Girardi en Angelo Fasol. Ze hebben een paspoort als handelaars in hooi en komen zo de Franse grens over om daar op het land te gaan werken. De groep blijft bij elkaar en komt later terecht in Lille, daar is bewijs voor.

Emigranten in België

In 1930 trekken ze naar Leuven in België (op zo’n 20 km van Charleroi), waar ze werk vinden in de staalindustrie van Gustave Boeil. Ze leveren goed werk en blijven er tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Toen gingen er vier terug naar Frankrijk, waaronder Angelo Fasol. Zenatti blijft in Leuven. Hij heeft daar spijt van gekregen. Hij wordt flink getiranniseerd. Eerst door de Belgen en later ook door de Duitsers. Na de oorlog blijft hij toch in België en wordt er na zijn dood in 1972, samen met zijn zoon en echtgenote, begraven in Boisden. Zijn eigenzinnigheid wordt wel beloond, toen hij na de oorlog een vijftigtal inwoners van Sommacampagna naar België wist te halen. Zijn neef Elio Zenatti heeft met dit verhaal de geschiedenis van de eerste Italiaanse emigranten in België gereconstrueerd.

 

ALLERD DIRCKSZ. FASOL 1539

 

En so stryke-baerdende,

so quam ick in myn fasol.

 

Bredero (1585-1618) 2, 41

Woordenboek (zie Bronnen) kolom 4385

*

In rood eene gouden figuur

vertoonende een ter weerszijden

aan het ondereinde door schuinbalkjes ondersteunden paal

voorzien aan het boveneinde, ter linkerzijde, van een dwarsbalkje

vergezeld, rechts, van de letter a, links, van de letter d

beide van goud.

*

 

Een stadsbestuurder uit Amsterdam

Allerd Dircksz. Fasol wordt in 1539 Schepen van de stad Amsterdam. Zijn benoeming tot Raad van Amsterdam volgde in 1541. Hij sterft in 1545 en wordt begraven in de Oude Kerk. Naar bekend is, wordt zijn grafsteen herplaatst vanaf de graven uit de Zuiderzijbeuk 149/150 naar nummer 40 in de St. Joriskapel. De grafplaat is rijk geornamenteerd en draagt een ambtswapen (huismerk). Van den Brandeler omschrijft het wapen in de publikatie “De wapens van de magistraten van Amsterdam sedert 1306 tot 1672” (zie boven). Begraven worden in de toen nog katholieke kerk duidt op welstand (rijke stinkerd) en behorend tot een katholieke Amsterdamse familie. (Gegevens nog in onderzoek).

Tussen 1535 en 1578 stagneert de groei van Amsterdam door godsdiensttwisten. Deze twisten (o.a. Wederdopersoproer 1535) zijn een teken van de tijd en escaleren in Amsterdam door een te tolerante houding van het stadsbestuur. Het stadsbestuur wordt daarom vervangen door een strenger bewind. In de Staten van Holland bepalen Burgemeester en Schepenen van Amsterdam het beleid. Allerd Dircksz. Fasol is aanwezig in het centrum van de macht. De Schepenen zijn in die dagen belast met de stedelijke rechtspraak. De oude theorie van afstamming van Hugenoten is daarmee wel ontzenuwd.

 

Tijdgenoten:

  • Erasmus: 1469-1536
  • Willem van Oranje: 1533-1584
  • Johan van Oldenbarnevelt: 1547-1619

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: