Links van de oude pastorij ligt het voorname Prinsenhuis (thans nummer 16).

In 1658 woonde er de adellijke Ida van Mewen,

weduwe van Hendrik van den Broeck, Raadslid bij de Opperste Raad van Gelre.

En later ook burgemeester Michiel Smeets (*1664).

Wiens dochter Erlindis zal trouwen met voorvader Jacob Fasol.

In 1845 wordt het Prinsenhuis eigendom van Jaak Fasol.

Nu, vanaf 1988, in gebruik bij de familie Martens.

 

Uit: De Geschiedenis van Bree, tweede bijdrage 1952. P.216

 

Vijf generaties in Bree

Naar de stand van het huidig onderzoek telt de familie Fasol vijf generaties in de stad Bree. Het zijn: Jacob Fasol x Maria Laumers (tr.1647), Peter Fasol x Gertruyd Jacobs (tr.1691), Jacob Fasol x Erlindis Smeets (tr.1718), Peeter Fasol x Maria Stals (tr.1766) en Reynier Fasol (tr.1817 te Valkenswaard).

Dienaren der Overheid

Van Jacob Fasol (+1675) is tot op heden de herkomst niet bekend. Hij koopt in 1658, enige jaren na zijn huwelijk een woning in het centrum van de stad. In 1653 wordt hij vermeld als Mr. Jacob Fasoll. Niet noodzakelijk een academische titel. Zijn zonen Claes (1647-1710) en Peter (1651-1711) vervullen wel functies die verwijzen naar goede opleidingen. Claes is gerechtsbode en zaakwaarnemer (advokaat). Peter wordt in 1680 stadssecretaris in Bree. Een snelle carrière voor een tweede generatie stadsburger. Nadien wordt hij zelfs door de prinsbisschop van Luik benoemd tot “notarius apostolicus”. Door de combinatie van functies wordt hij een centrale figuur in Bree met groot aanzien. Peter huwt in 1691 de dochter van burgemeester Jacobs. Een stadssecretaris dient het ambtelijke Latijn te lezen en spreekt ook Frans. De beroepen van de twee zonen, alsook de positie van voorvader Jacob wettigen verder onderzoek naar herkomst. De zoon van Peter, weer een Jacob (1693-1764) huwt dochter Erlindis van de aanzienlijke burgemeester Michael Smeets. Smeets is aan moederszijde zoon uit de adelijke familie De Borman.

Ondernemers in Bree

Hun zoon Peeter Fasol (1739-1814) kiest voor een ambachtelijk beroep. De tijden worden onzeker en de kleine stad stelt de grenzen van haar mogelijkheden. Ook kinderen in het zeer grote gezin van Peeter komen in de zaak. Een van hen, Reynier Fasol (1783-1856) trekt later naar het Brabantse Valkenswaard.

Einde van het Prinsbisdom

De Franse Revolutie en de daarop volgende jaren bieden weinig houvast aan families die hun loopbaan hebben gezocht als dienaren van de overheid. Onrustig is het al sinds het onpopulaire optreden van Jozef II, de keizer-koster van Oostenrijk, die tevens souverein is van de zuidelijke Nederlanden. De omwenteling is nabij. Op 14 juli 1789 valt de Bastille. In hetzelfde jaar verliest de Luikse prinsbisschop zijn vorstendom. Openbare ambten worden alleen nog vergeven door verkiezing. Op 10 juli 1794 zet Brussel zijn poorten open voor de Fransen, die nadien het land overspoelen. Op 18 september 1796 volgt het decreet tot afschaffing van kloosters. Op 4 november valt Maastricht. Zuiveringen volgen. Het roer is om.

Sluiting van Kerken

Stap voor stap valt het kerkelijk bezit toe aan de overheid. Geen tekens mogen nog zichtbaar zijn voor de eredienst. Op 31 augustus 1797 volgt het decreet dat kruisen en klokken van de kerken moeten worden verwijderd. Eind december is in Bree aan die opdracht voldaan, behalve dan de kruisen op de kerktorens. De municipaliteit en de kantoncommissaris beweren niemand voor het karwei te kunnen vinden. In januari 1798 komt het tot een accoord met de gebroeders Schoofs, die bereid zijn voor 600 livres alle kruisen in het kanton van de torens te verwijderen. Zij hebben het beroep van leyendecker. De klus wordt hen niet in dank afgenomen. De betaling van het loon laat lang op zich wachten. Enige tegemoetkoming ontstaat, omdat in 1802 de kruisen worden teruggeplaatst door Schoofs. Het bedrijf van Peeter Fasol was gelegen naast dat van Schoofs. Reynier gaat mogelijkerwijze bij hen als leidekker in de leer. Of hij bij de problematische opdracht is betrokken is niet bekend. Het zijn onzekere tijden, waarin het grote gezin van Peeter Fasol door omstandigheden van allerlei aard uit Bree verdwijnt. Wellicht ook ten gevolge van de in 1798 ingevoerde verplichting zich te melden voor de krijgsdienst.

Op zoek naar werk

Schoofs zit niet bij de pakken neer. In het Valkenswaardse gemeente-archief lezen we: In 1800, de 7e november waaien er 3000 leien van de kerktoren. De leidekker Johannes Theodorus Schoofs werkt 20 dagen aan de reparatie. In 1815 komt Reynier naar Valkenswaard, waar hij leidekker Schoofs opvolgt. Bij aankomst in Valkenswaard vindt hij onderdak ten huize van de familie Daems (Dorp 96) naast het pand Van den Abeelen, waar ook gemeenteontvanger Bartholomeus Daems woonachtig is. Schoofs verlegt zijn werkterrein naar Aalst en Eindhoven. Behalve de Katholieke en de Hervormde kerk (1812) zijn er in Valkenswaard nog twee behuizingen met een leien dak. Onder andere is dat huize Beckers aan de Rechtestraat (de latere Bakkerstraat).

 

*

Schuin tegenover huize Beckers

liggen de panden 56 en 58 aan de Peperstraat.

Ook dat zijn valkenierswoningen, in bezit van de valkeniersfamilie Bijnen.

Een stenen poort verbindt de in 1664 gebouwde

Groote en Cleijne Leijenhuijsinge.

*

 

Bij zijn huwelijk met Elisabeth Beckers in 1817 is Reynier 34 jaar oud en Elisabeth is 37 jaar. Op 27 augustus 1827 wordt notarieel verleden dat Hendrikus Beckers een deel van het familiebezit verkoopt: “aan Elisabeth Beckers, geassisteerd met Renier Van Sol leydekker, een gedeelte van het huis en enige percelen land”. Behalve met leidekken zal hij zich als zoon van een aannemer, met allerlei aanverwante bedrijvigheden hebben bezig gehouden. In een origineel van een rekening uit 1839 verhaalt Reynier dat hij met een knecht tien dagen heeft gewerkt aan het leien dak van de kerktoren. Maar ook in de omgeving is werk aan de winkel. Aan de gemeentelijke watermolen te Westerhoven, zo blijkt uit andere rekeningen, heeft Reynier Fasol het onderhoud aangenomen van dak en leien in de jaren 1819, 1824, 1827, 1832, 1836.

De weg naar Valkenswaard

Voor de komst van Reynier, is er in de periode 1782-1813 in Valkenswaard sprake van belegeringen van Franse en Hollandse garnizoenen. De bedrijvigheid neemt enorm af, het aantal geschoolde ambachtslieden evenzeer. Het aantal winkels daalt van 12 naar 2. Het aantal herbergiers van 9 naar 4. De rijke tijden van de Valkerij zijn voorbij. De omliggende gehuchten en toegangswegen blijven onveilig. Er lopen wachtpatrouilles die door het dorpsbestuur voorzien worden van een “behoorlijc schietgeweer”. Pas na 1820 bloeit de handel op en ontstaat er op de Kempense dorpen weer een actieve burgerij. Waarschijnlijk neemt Reynier bij zijn komst de tolvrije Postdijk van Bree en Hamont naar Valkenswaard (de Kluizerdijk). Het is de korste en best beveiligde weg. Voor zijn beroep heeft hij gerief nodig, zoals ladders, sjortouwen, handgereedschap en vooral een voorraad leisteen. Dus vervoer met paard of os en kar over de zandweg ligt voor de hand. De rit van Bree naar Valkenswaard is 6 uur gaans. Een rustpauze kan worden gehouden bij een herberg ter hoogte van de latere Achelse Kluis.

 

*

Nederlandse patriotten verjagen met de hulp van Franse troepen

stadhouder Willem V naar Engeland. Ze roepen de Bataafse Republiek uit.

Een nieuw parlement stelt de Grondwet van 1798 op.

Ze bevat de vrijheid van meningsuiting, scheiding van kerk en staat

en noemt de rechten en plichten van burgers.

Een nieuwe tijd breekt aan.

*

 

Een nieuwe tijd, een nieuwe generatie

In het boek “Valkenswaard 1794-1994, 200 jaar familie Van den Besselaar” lezen we (p.21) dat deze enerverende tijd veel migranten in beweging brengt. Vele Hollanders komen naar het goedkope Brabant. Vestigen zich ook in Valkenswaard en bouwen, weer in welstand, voorname woningen aan Dorp en Kromstraat. Ook uit Belgisch Brabant vestigen zich nieuwe inwoners hier. De stadsbestuurders van Bree echter en de notaris ter kanselarij van de Luikse prinsbisschop zijn de turbulente smeltkroes van Jozefisme en Revolutie niet te boven gekomen. Pas in Valkenswaard wordt in de persoon van Andreas Fasol het oude elan weer zichtbaar.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: