In juni 1998, aan het begin van de eurocampagne, verzorgde ik een bijlage voor de begroting van Financiën waarin werd vooruitgeblikt op de voorlichtingscampagne.

tijdbalk

I. Het Nationaal Forum voor de introductie van de euro

De overgang van gulden naar euro wordt door zowel de overheid als een groot aantal maatschappelijke organisaties als een gezamenlijke verantwoordelijkheid beschouwd. Het Nationaal Forum voor de introductie van de euro, eind 1995 ingesteld door de Ministerraad, geeft uitdrukking aan deze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een groot aantal maatschappelijke organisaties heeft in het Nationaal Forum zitting. Het Nationaal Forum staat onder voorzitterschap van de Thesaurier-generaal. De afstemming van de voorlichtingsactiviteiten van het Nationaal Forum vindt in het Voorlichtersforum plaats, onder voorzitterschap van de directeur Voorlichting van het Ministerie van Financiën. Het Voorlichtersforum is samengesteld uit de voorlichtingschefs van de deelnemende organisaties. In het Voorlichtersforum worden afspraken gemaakt over een op elkaar afgestemde voorlichtingsstrategie met betrekking tot de introductie van de euro. Het doel van de samenwerking is het publiek te bereiken met eenduidige voorlichting over de euro. Uitgangspunt van de eurovoorlichting is een gezamenlijke aanpak door alle organisaties die in het Nationaal Forum zitting hebben.

De coördinatie van de eurovoorlichting binnen de overheid vindt plaats in de Voorlichtingsraad. De uitgangspunten van het Nationaal Forum zijn soevereiniteit in eigen kring en subsidiariteit. Daarom is de afspraak in het Voorlichtersforum, dat iedere organisatie zelf verantwoordelijk is voor de voorlichting naar de eigen achterban.

De kosten van de massamediale voorlichting worden gedragen door het Ministerie van Financiën, evenals de kosten van de voorlichting aan de organisaties die de verdere voorlichting aan burgers en bedrijfsleven verzorgen. Deze organisaties dragen zelf de kosten voor de verdere voorlichting aan hun eigen achterban. De Europese Commissie heeft aan de euro-voorlichting over 1997-1998 in Nederland 2,5 MECU bijgedragen. De besprekingen over 1999 beginnen eind 1998.

De basis van de eurocampagne is het geven van inhoudelijke voorlichting. In oktober 1996 zijn de voorlichtingsactiviteiten van start gegaan. Het verstrekken van informatie is de manier om de Nederlandse samenleving voor eind 2001 voorbereid te hebben op de komst van de euro. In de aanloopfase konden veel vragen van het publiek nog niet worden beantwoord. Door de voortgaande besluitvorming konden steeds meer vragen van een antwoord worden voorzien.

II. Fasen in de voorlichting

a. Tot en met 1998

Tot aan het eerste weekend van mei 1998 is de voorlichting erop gericht geweest zoveel mogelijk inhoudelijke vragen die bij burgers leven te beantwoorden en om betrokkenheid bij het besluitvormingsproces te creëren. Het bedrijfsleven is gestimuleerd om na te denken over de praktische implicaties van de euro en aangespoord om in een vroeg stadium met de voorbereidingen op de komst van de euro te starten. Speciale advertenties om ondernemers hiertoe aan te sporen werden sinds eind 1997 geplaatst. In mei en juni hebben twaalf informatiebijeenkomsten plaatsgevonden voor ondernemers en agrariërs. Ook de intermediairs van deze ondernemers wordt gewezen op de rol die zij kunnen vervullen voor hun achterban.

In mei 1998 werd de definitieve beslissing over de start van de derde fase van de EMU genomen en vervolgens werd de informatiecampagne geïntensiveerd. Deze campagne bestond uit radio en t.v.-spots, frequent geplaatste opvallende advertenties in dag-, week- en maandbladen en wijdverspreide buitenreclames. Voorts was er een informatieve publieksfolder ontwikkeld, verspreid via postkantoren en bibliotheken, via de Eurolijn en via organisaties van het Nationaal Forum. Informatieoverdracht is het leidende thema van dit onderdeel van de voorlichting. In november/december vindt opnieuw een intensivering van de campagne plaats, ter voorbereiding op de ontwikkelingen die vanaf 1 januari 1999 plaats zullen vinden.

b. 1999-2001: monitorfase

Na 1999 sluit de voorlichting aan op de omvang en het gebruik van de girale euro in de samenleving. Door middel van voortdurende monitoring  en een flexibele opzet van de communicatiestrategie voor deze periode zal actief worden aangesloten bij actuele ontwikkelingen op de markt en in de samenleving.  De flexibiliteit van de voorlichting staat in deze periode voorop. Hierdoor wordt het mogelijk om problemen in een vroeg stadium te signaleren en vervolgens advertenties op inhoud en plaatsing strategisch in te zetten om de informatie te kunnen doseren. Door een permanente monitoring van kennis, attitude en behoefte bij het brede publiek in de periode tussen 1999 en 2001 kan met doelgerichte voorlichting de aandacht voor de komst van de euro worden vastgehouden.

Er wordt ruim aandacht besteed aan onderzoek ten behoeve van de voorlichting. Gedurende de looptijd van de voorlichtingscampagne zal ruis ontstaan die de perceptie en de positieve werking van de voorlichting kan vertroebelen. Dit kan optreden bijvoorbeeld doordat feitelijke veranderingen in het introductieproces optreden, maar ook door de media aandacht in het algemeen rond het onderwerp en (commerciële) massacommunicatieve inspanningen van andere (commerciële) marktpartijen. Hierdoor is het moeilijk om de effecten van de voorlichtingscampagne van het Nationaal Forum te isoleren. Het kennisniveau rond de euro zal dan ook steeds in deze samenhang moeten worden bezien. Daarom worden de gerealiseerde effecten nauwkeurig gevolgd. Het onderzoeksprogramma wordt hieronder kort beschreven.

De opdracht waarvoor de voorlichting tussen 1999 en 2002 zich gesteld ziet is om te gaan met de euro-dynamiek die ontstaat. Hoe gebruikt de samenleving de euro? Deze dynamiek wordt daarom op de eerste plaats nauwkeurig gemonitored. De voorlichting kan op verschillende manieren met de dynamiek omgaan, afhankelijk van de vraag wat in een gegeven situatie wenselijk en haalbaar wordt geacht. Allereerst kan de voorlichting ervoor kiezen de dynamiek niet te willen beïnvloeden. Daarnaast kan de voorlichting proberen de dynamiek bij te sturen. Tenslotte kan de voorlichting de dynamiek toelichten. Er moet op hetzelfde moment voor worden gewaakt dat euromoeheid ontstaat bij de bevolking. Want overkill aan informatie schaadt. Euromoeheid kan ontstaan door overvoering met informatie, zonder dat de informatie in handelen kan worden omgezet. De chartale euro verschijnt immers pas in 2002: de hele campagne is erop gericht om in 2002 optimaal resultaat te behalen, want tot 2002 blijft Nederland immers een guldensland.

c. Na 1 januari 2001: conversiecampagne

In 2001 volgt weer een intensivering van de massamediale publiekscampagne die zal uitmonden in de zogenoemde conversiecampagne. Dit campagne onderdeel bereidt het publiek voor op de praktische implicaties die gepaard zullen gaan met de komst van de chartale euro en het verdwijnen van de gulden. In deze fase wordt het publiek gericht geïnformeerd over de praktische kanten van de omwisseling van de gulden in de euro. De voorbereidingen van de werkgroep fase 3b vormen het fundament op basis waarvan deze voorlichting gebouwd zal worden.

III. Bijzondere aandachtsgroepen

In aanvulling op de massamediale campagne is een aantal groepen in de samenleving onderscheiden, die bijzondere aandacht vragen en daarin door middel van specifieke voorlichting worden voorzien. Speciale aandacht wordt besteed aan ondernemers, het onderwijs, minderheden, gehandicapten en ouderen. Veelal word deze voorlichting in werkgroepen van het voorlichtingsforum, aangevuld met vertegenwoordigers uit het werkveld, voorbereid.

a. Ondernemers: het bedrijfsleven en intermediaire kaders

Voor deze doelgroep bestaat een speciaal traject om de ondernemer te attenderen op de waarde die de intermediaire kaders voor hen hebben: zij kunnen terecht met hun specifieke vragen over de euro bij hun vaste adviseurs: accountants, belastingadviseurs, banken en automatiseerders.

De werkgroep Ondernemers staat onder voorzitterschap van het Ministerie van Economische Zaken. Op 8 april 1998 vond een landelijke bijeenkomst plaats voor de brancheorganisaties. De bijeenkomst diende als aftrap voor een twaalftal regionale bijeenkomsten voor ondernemers en agrarische ondernemers, die in mei-juni 1998 plaatsvonden.

b. Onderwijs

Het Nationaal Forum heeft aanvullend lesmateriaal ontwikkeld voor zowel het basisonderwijs als het voorgezet onderwijs, ook om er voor te zorgen dat scholen die nog niet tot aanschaf van geactualiseerde lesmethoden kunnen overgaan (vrijwel gratis) lesmateriaal over de euro tot hun beschikking hebben. Eind 1997 zijn educatieve uitgevers reeds geattendeerd op het feit dat bestaande lesmethodes geactualiseerd moeten worden om tijdig in te kunnen spelen op de veranderingen ten gevolge van de komst van de euro. Het lesmateriaal kan in het schooljaar 1998-1999 worden gebruikt. Bij de ontwikkeling van het euro-lesmateriaal zijn de SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling) en het Ministerie van O&W betrokken om aansluiting van het materiaal op de verplichte leerstof in de diverse onderwijstypen te garanderen.

c. Minderheden

Voor Antillianen, Surinamers, Turken en Marokkanen wordt, conform het bestaande kabinetsbeleid, apart voorlichtingsmateriaal ontwikkeld. Er is in de uitwerking rekening gehouden met de omvang van de doelgroep, de te verwachten kennisachterstand over de invoering van de euro en de toegankelijkheid van deze groep tot de algemene informatievoorziening en de campagne. Het traject sluit aan op de massamediale campagne. Radiospots zijn vertaald en waar nodig aangepast. Voor tv is een nieuwsitem opgenomen. Waar nodig is ondersteunend materiaal uit de massamediale campagne (advertenties, brochure) toegankelijk gemaakt voor deze doelgroep. Intermediaire organisaties worden ondersteund en om free publicity te genereren is een meertalig persbericht verspreid.

d. Gehandicapten

Deze werkgroep onder leiding van De Nederlandsche Bank richt zich op blinden, slechtzienden en licht verstandelijk gehandicapten. De juiste timing van deze voorlichting is van groot belang. Te vroeg informeren kan verwarring veroorzaken, maar er moet toch tijd overblijven om tot een juiste dosering te komen. Het ministerie van VWS is bij dit traject betrokken.

e. Oudere ouderen

Ouderen organisaties besteden in hun media door middel van redactionele artikelen aandacht aan de komst van de euro om de doelgroep op de voor hen meest geschikte wijze voor te lichten. Ook voor deze groep geldt de opmerking over de juiste timing en dosering van de voorlichting, teneinde verwarring te voorkomen. De voorlichting richting oudere ouderen sluit aan bij de massamediale campagne. In zowel print als spots wordt ermee rekening gehouden dat zij ook voor ouderen herkenbaar en aansprekend moeten zijn.

Verder lezen: