Hôrs mien Hôrs al ziede ok wied

Mit ów bin en blief ik verwaeve

 

(Uit: De Horster Revue “Ik bin ván Hôrs” 1993)

 

Na een paar sollicitaties als burgemeester van Nistelrode naar grotere gemeenten (Uden, Zevenaar, Cuijk en Horst) leidt het gesprek met minister P. van Dijk over de voordracht Cuijk (blijft PvdA-gemeente), uiteindelijk tot benoeming in Horst. Voor die gemeente heb ik gesolliciteerd op 17 november 1987.

Van de voorzitter van de vertrouwenscommissie, ontvang ik omstreeks 23 januari 1988 een uitnodiging tot overleg met de commissie. Het overleg vindt plaats op vrijdag 5 februari 1988 om 11.00 uur in een vergaderzaaltje van AC Restaurant Nederweert Noord. Het gesprek krijgt een gewenst vervolg. De minister ontvangt mij voor de vacature in Cuijk op donderdag 3 maart. Ook Horst komt ter sprake. Van de Directeur Generaal Binnenlands Bestuur verneem ik al op 4 maart dat een KB voor de benoeming in Horst het contraseign krijgt. Het betreffende Koninklijk Besluit dateert van 15 maart 1988. Ik heb de benoeming even geheim moeten houden tot na de terugkeer van gouverneur Kremers uit Amerika, begin april. Op 28 mei vindt de installatie plaats. De vertrouwenscommissie kreeg het nog Spaans benauwd toen bleek dat Toon Christiaens in het AC Restaurant schilderwerkzaamheden aan het verrichten was. Toon heeft hierover nooit gelekt. Hij dacht: “Het leven van raadsleden is zwaar. Zo vroeg in de morgen en dan toch al aan het vergaderen in een restaurant”.

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: