Van de 25 kleinkinderen van Oma van Els heeft denk ik nog niet de helft het geboortehuis van onze ouders in Wanssum bewust meegemaakt. Ikzelf was in chronologische volgorde het 10e kleinkind, en pas 7 jaar oud toen Oma al in haar early seventies naar het bejaardenhuis Beek en Bosch in Heythuysen verhuisde.

Mijn herinneringen aan het huis van oma zijn dus vooral die van een kind van vier, vijf, zes jaar oud. Lang geleden en veelal vervaagd. Ons gezin heeft vaak het huis aan de Venrayseweg nr. 44 bezocht. Het ging dan altijd om (lange) weekend-logeerpartijen en die andere kleinkinderen waren er dan ook. Het moet voor ons telkens een hele reis met streekbussen en groen- of blauwgekleurde treinen (“hondekoppen”) zijn geweest om van Heythuysen naar Wanssum te geraken. Mijn vader heeft namelijk pas in 1972, op zijn 45e, en bepaald niet zonder slag of stoot, zijn rijbewijs voor een automobiel met “automatische transmissie of gangwissel” (lees: een Dafje) gehaald.

Ik meen dat het huis nog altijd overeind staat, jaren geleden lag het er wat eenzaam en vreemd bij, tussen non-descripte bedrijven in veevoeder of landbouwmaterialen, en psychiatrische inrichtingen in. Misschien geheel naast de waarheid maar dat beeld heb ik ervan (ik zat in een auto en we reden in behoorlijke vaart de Venrayseweg over).

In mijn herinnering woonde Oma in een kast van een huis met ontelbaar veel kamers en gangen. Het was er ALTIJD koud. Dat kan natuurlijk niet want wij kwamen er ook ‘s zomers. Maar ik weet alleen maar van avonden dat ik naast mijn grote broer kruip in een muf ruikend, klam bed met ijsplanken van halfbevroren lakens. Er waren houten vloeren die kraakten, en de bovenverdieping met de slaapkamers was donker, erg donker. En dus beangstigend en eng. Er zouden zomaar spoken kunnen ronddolen, dat bedoel ik. Het aantal slaapkamers .. was dus ontelbaar! Het huis was eigenlijk gewoon een hotel. En er was 1 slaapkamer die “de kazerne” heette. Waarom? Kan iemand mij dat uitleggen? Uit zo’n vroege jeugd blijven je blijkbaar vooral schijnbaar nutteloze en vreemde details bij. Waarom juist die? Het is een film die je al schrijvend aan je voorbij kan laten gaan. Een deel van deze stream of consciousness: de doorzichtige groene stukken zeep die nergens naar roken, op de kleine slaapkamer van Oom Paul. Een washok naast de keuken met daarin een emaillen ketel, in mijn herinnering 2 meter hoog, waarin de “kookwas” gedaan werd. De vuurtjes die, alweer, oom Paul stookte, ergens achter in de tuin, ver buiten zicht van zijn moeder, onze oma. Dat vuurtje stoken was een samenzweerderig feest voor ons, want wanneer maakte je nou live mee dat er een echt vuur werd aangestoken? Frank en ik hebben ons altijd afgevraagd hoe Paul aan zoveel spullen kwam die opgestookt konden (of mochten?) worden. Wij vermoedden, toen al, dat oma geen weet had van Paul’s subversieve activiteiten.

Dan: het aandoenlijke Philips pick-upje van Tante Tilly, waarvan het geluid uit het kofferdeksel kwam: voor mij een absoluut mysterie want ik geloofde mijn oudere broer natuurlijk, die mij uitgelegd had dat er kaboutertjes in dat deksel zaten die alle liedjes zongen!

Oma had een hulp in de huishouding: Lien Vissers. En Lien was er ALTIJD. Woonde ze bij Oma in? Zij was ongelooflijk liefdevol en hartelijk en had een ongepolijste, krasserige stem. Elke zin eindigde ze met “Wonnie, Möeder?” De film gaat verder en ik zie: de woonkamer met daarin crapauds met afgesleten pluchen bekleding en daar bijna uit stekende ijzeren springveren. Deze chique stoelen, toch al danig beproefd door het overmatige dagelijkse gebruik, werden vervolgens door de tien destijds actieve kleinkinderen totaal naar de knoppen geholpen. ‘s Ochtends heel vroeg namelijk, wanneer nog niemand van de ouders was opgestaan.. dienden deze crapauds voor de kleinkinderen als geweldige trampolines. ADHD bestond toen nog niet en alles mocht! Heerlijk. Het was dan ook altijd feest op de Venrayseweg, althans er was onveranderlijk blijkbaar aanleiding om de hele kamer, gehuld in een blauwe walm van sigaretten- en sigarenrook bij het naar bed gaan, achter te laten zonder dat er ook maar 1 bordje of glas opgeruimd was. En dan was het voor ons kleinkinderen extra spannend om ‘s ochtends (voor of na het trampoline springen) de bodempjes verschaald bier, oude jenever of zure wijn uit de volwassenen glazen voorzichtig te proeven… Vies!

Dan.. zie ik nu voor me: de reproductie van het expressionistische schilderij met de 3 paarden van Franz Marc. Ik kon eindeloos naar dat werk kijken. Ik weet zeker dat ik door het Franz Marc schilderijtje tegenwoordig trouw elke expo in het Stedelijk Museum bezoek en zelfs de elitaire high brow expositie met werk van Mike Kelley geen geheimen voor mij kent. Later kwam ik er pas achter dat Marc’s kleuren op de reproductie aan oma’s salonwand ten opzichte van het origineel ongeveer een factor 10 verbleekt waren. De gezamenlijke maaltijden aan de lange tafel in de kamer naast de keuken.. Waarom herinner ik me daarvan nu het “partsvleis” (zult), een glibberige gelei-achtige drilpudding, die oma nooit succesvol uit het plastic bakje heeft kunnen peuteren, zodat dat drilgeval onbedoeld over haar schort en de vloer stuiterde. Ik herinner me dat ik mijn broek nat heb geplast bij het aanschouwen van dit aandoenlijke tafereel.

Dan zie ik: een theemeubel met ijzeren kettinkjes, het blad doorgezakt zodat theekopjes er ongeveer van af gleden…zelfgeknoopte smyrnakleden, waar weer geen enkel glas recht op kon blijven staan. De foto-flitslampjes (alweer tante Tilly!) met gestolde blauwe lava-achtige uitstulpingen, ter afkoeling in een asbakje gedeponeerd.. wandborden met Egyptische farao’s.. Buiten in de tuin: een soort ondergrondse kruipruimte, een kelder, maar zonder bovenverdieping. Wij mochten daar eigenlijk niet spelen, maar deden het toch.. Er werd oud papier gedumpt .. en andere troep. Maar we hebben er ook mooie spullen zoals etalagemateriaal gevonden. Ja, waarom herinner ik me dit alles? Ik kan nog even doorgaan, maar doe het niet, Voor nu: de Venrayseweg 44 was de plek waar het allemaal begon, het warme nest, de basis van een liefdevolle en beschermde en veilige jeugd, een zoete herinnering die we ons hele leven mee mogen nemen. Gelukkig maar.

Thijs Timmermans, april 2013.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 25, april 2013.

Verder lezen: