Bericht uit het Dagblad voor Noord-Limburg d.d. 20-08-1976: “Met de sloop van een loods aan de Venrayseweg in Wanssum, die moet wijken voor de oprukkende woningbouw in het plan de Kuyper, verdwijnt in dit Maasdorp ook een wandschildering, die tot nu toe de herinnering aan de oorlogsjaren (WO 2) levend hield. In deze voormalige loods van Landbouwbelang (noot van Paul: tot midden 1950 eigendom van vader geweest) waren in de mobilisatietijd 1939-1940 Nederlandse militairen ingekwartierd. Uit die periode stamt de muurschildering die twee elkaar begroetende soldaten toont, waarvan er één met de vinger op de mond het bekende ssst-gebaar maakt. Boven deze militairen is een groot oor afgebeeld en de bedoeling van deze wandschildering wordt helemaal duidelijk met de tekst: ‘in geen tijd elkaar gezien, dan. . . opgepast!’ De tekening moest de in de loods gelegerde soldaten er steeds aan herinneren, dat de vijand meeluisterde”. Aldus het eerste deel van het krantenbericht.

Ik kan er nog aan toevoegen, behalve de schildering van de twee soldaten met het grote oor was er op de tegenoverliggende muur nog een schildering aangebracht, en wel. twee centauren (voorlijf van een mens, achterlijf van een paard), die samen een kolossale druiventros op hun schouders torsten. De bijbehorende tekst luidde: ‘hier komt de wijn, weg je chagrijn!’. Mij werd vroeger verteld, dat dit Josue en Kaleb uit de bijbel moest voorstellen, maar we denken hier eerder aan een klassiek Bacchus-tafereel (helemaal mee eens, Leo). Hiervan is geen foto gemaakt, omdat de sloopbarbaren hun vernietigend werk reeds verricht hadden. Jammer dat niets hiervan in onze musea is terechtgekomen: zo is een groot militaire kunstenaar onbekend gebleven.

Tijdens de mobilisatietijd, september 1939 tot 10 mei 1940, was het pakhuis volledig bezet door het Nederlands leger. Het pakhuis werd voor de soldaten ook wat comfortabeler gemaakt, de plafonds werden met planken betimmerd en het hoofclgebouw werd omgetoverd tot kantine. Daarin was een bar (met die wandschilderingen), er stonden een biljart en een voetbalspel, men kon er sjoelen, kaarten, schaken, dammen en brieven schrijven.

De sanitaire voorzieningen waren nog erg primitief. Onder in de kelder was een hele rij kranen aangebracht. Geen warm water. Buiten tegen onze groeës (grasveld waar de was gebleekt werd) was een batterij W.C.-s aangebracht (met halve deuren voor de ventilatie) zonder spoeling. Voor de reiniging ervan waren corveediensten ingesteld. Open deur werk in de gezonde natuur van Wanssum.

Het pakhuis was voor ons kinderen een heerlijke speelplaats. Je kon ertussen de hoog opgetaste zakken graan fijn pieleke-post (verstoppertje) spelen. En als er af en toe wat meer steekwagentjes waren, werden er treinenvan gemaakt en kon je door het berglandschap van de graanzakken sporen (noot van Leo: we hebben er met die steekwagentjes ook wel eens levensgevaarlijke Romeinse
wagenraces gehouden).

Een heel ander bericht uit Wanssum. op 1 september 2001 is op 91-jarige leeftijd overleden Herman Beterams, in Wanssum beter bekend als Toete Man. Toete Man heeft zolang als de voetbalclub heeft bestaan belangrijke diensten verleend, als spelen lid maar vooral als de man die de lijnen wit maakte en de ballen goed oppompte. Hij heeft beslist een skybox in de hemel verdiend. Een andere verdienste van hem is, dat hij vader is geweest van 12 kinderen (moeder Töwwe Marie). Op 13 oktober is, op 94-jarige leeftijd, overleden Anna Wijnhoven-Asselberghs. Ze was onze buurwouw in ‘Wanssum aan de Venrayseweg. ‘We kennen haar beter als ‘An van Kös Piet’. De laatste jaren woonde zij, met Kös Piet, in een aanleunwoning in Well. Kös Piet zelf leeft nog en is ook
in de negentig.

Dat was weer Wanssum.

Paul uit Venray.

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 7, november 2001.

Verder lezen: