Sinds lang heb ik  gegevens verzameld over de geschiedenis van mijn familienaam, vooral in Bocholt , Bree en omstreken. Ik heb daarbij de vormen: Sors, Soors, Sours, en Soers naast elkaar gevonden. Zo had Leonard Soers, geboren 01.05.1588 te Bree en gehuwd met Barbara van Eygen uit Bree, een zoon Jan Sors en een dochter Maria Sours. Waar komt die naam toch vandaan?

Het verhaal van de naam Soors speelt zich af in  Diest tijdens de toch niet zo duistere Middeleeuwen. Tijdens de 14e eeuw, een roerige tijd met hongersnood en een dodelijk opkomst van de pest, die één derde van de Europese bevolking reduceerde.

De Middeleeuwer was doordrongen van het geloof . Ook de ambachten en de gilden stonden onder de hoge bescherming van God. Elke gilde had zijn altaar in de kerk en een eigen bescherm heilige. In die tijd kregen de stedelingen bij hun doopsel namen van heiligen. Eerder om bescherming dan uit godsvrucht waren namen als Johannes , Petrus, Lucia, Barbara en Quirinus succesvol.

Tot in de 12e -13e eeuw had iedereen slechts één naam:  de voornaam die bij het doopsel werd gegeven. In een kleine gemeenschap waar ieder iedereen kende was dat geen probleem: Jan  van Pier van Trui was door iedereen gekend. Maar toen later er meer mensen in steden gingen wonen veranderde dat. Om persoonsverwarring te vermijden werd er een bijnaam bijgevoegd: de Jan werd nu Jan van Diest of Jan de Zure, die naam koos je niet zelf maar kreeg je van anderen door een opvallende karaktertrek of de plaats waar je woonde of je beroep. Die veranderde wel eens wanneer je verhuisde of je ergerde aan uw naam. Zo kon het gebeuren dat de mensen jou daar niet zozeer een Jan de Zure, maar een Jan Zoors noemden. Dat veranderde na 1563, want toen besliste het Concilie van Trente dat de familienamen werden vastgelegd bij huwelijk door de parochiepriester in registers. Ook de plaats en datum van het huwelijk, de namen van bruid en bruidegom, en de namen van getuigen moesten genoteerd worden. Jammer dat de namen van de ouders ontbreken.

Toch bleven er voordien talrijke varianten  in de familienamen terug te vinden. Op de oudste documenten komt de naam Zoors en Zors voor naast Tsoors, ‘t Soers, Soers, Soors maar ook Soos, Soirs en Sois en Seurs .

Zo nauw werd er niet gekeken bij het noteren van de familienamen door de pastoor. Zoals die op dat ogenblik in de oren klonk, zo werd hij genoteerd. Meestal konden ouders  zelf niet lezen of schrijven en ondertekenden ze met een kruisje of ander teken. Dikwijls was de familienaam gebonden aan de plaats waar men woonde of waar men het land bewerkte.

Schaapsstal, 16de eeuw, Kasterlee (foto: Karel Soors)

Schaapsstal, 16de eeuw, Kasterlee (foto: Karel Soors)

Onze stamreeks gaat terug tot in de 16e eeuw in de Limburgse gemeente Bocholt met Lenart Soers op het Soorshof.

Meestal  werd de boerderijnaam de naam waaronder zijn bewoner door de wereld ging. Ging iemand inwonen als knecht of trouwde men en betrok men de nieuwe woonst dan werd hij al vlug aangesproken met de  naam van de eigenaar van de boerderij; Quirinus Soors ging al vlug als Quirijn Gielen door het leven op Gielenhof. Ook zijn kinderen op het hof werden met  Gielens naam aangesproken. We moeten wachten tot Napoleon hier de plak zwaaide, dat de doorgevoerde burgerlijke stand een vaste en onveranderlijke schrijfwijze verplichtte.

Etymologie

In zijn toponymie van Bocholt geeft  J. Molemans de verklaring van Lindemans: “de naam Soors is  een samengetrokken vorm van Sohier, uit soier, een romaanse vorm van zeger, soy, sohi , soyman.” In zijn woordenboek van de familienamen in Belgie en Noord Frankrijk noemt Frans Debrabandere de naam Soers , Soors, Sorce, Sors “een duistere familienaam uit Limburg en Oost-Brabant.”

Voor de oudste vormen moeten we in Diest zijn waar in 1311 een Jan Soers is, in 1352 een Walterus dictus Zoers en in 1360 een Diederik Zoers=Tsoers , en in 1361 weer Jan Soers.

Frans Claes,  heemkundige uit Webbekom, heeft op mijn vraag in zijn bespreking over de familienaam Soors (Vlaamse Stam 30, 1994 p: 144) het vermoeden geuit dat deze naam vergeleken moet worden met de door DeBrabandere ook opgenomen naam Zuur, Zuure, Suurs, Seurre ,Seurs, de Seure, De Zuere, waarvoor hij alleen voorbeelden uit West Vlaanderen geeft en waarin zuur betekend, iemand met een zuur karakter, een zuurmuil.

In die bespreking noemt Frans Claes ook nog oudere vormen gegeven van de naam Soers of Zoers uit de Diestere schepenlijsten (1281 a 1303 ) en uit het kerkarchief van Diest: vermoedelijk is de Jan Zoers in 1311 een zoon van de vroegere schepen, in 1281 Joannes de Zure en in 1303 verwant of dezelfde Jan Zeur (circa 1330). De oe-klank die vanaf 1311 in deze naam optreedt, komt eveneens van de plaatselijke uitspraak (niet alleen in Diest,maar ook in Bree en omstreken) van het woord zoer voor zuur.

De vorm Tsoers is te verklaren als genetief zoon ‘des Zoers’ dus van de zoere, de zeure  of als oe voor lange o staat de zore. Zo staan de bij de oudste vermeldingen van de naam de lange u, de gewestelijke oe en de lange o naast elkaar.

Frans Claes vermeldt nog dat de vorm Soors met lange o ontstaan kan zijn door verwarring van zoer, zuur met het oud gewestelijk woord zoor, soor, uitgedroogd, droog, dor, dat enigszins overeen komt met de vorm zuur, en ook soer.

Tot slot zegt Frans Claes dat hij bij de familienamen Soors en Soers, uitgaande van de zoere, de zure of de zore een bevredigde oplossing te hebben gevonden. Hij twijfelt echter met vormen Sorce en Sors, (een veel voorkomende familienaam in Spanje) die bij deze familienamen horen.

Zondag namiddag (Alfred Ost)

Zondag namiddag (Alfred Ost)

Oudste sporen

Bij mijn opzoekingen heb ik wel de vorm Sors naast Soors gevonden in Bocholt , Bree en Maaseik en in Nederlands Limburg. Dus de oudste sporen van de naam vinden we dus  in het begin van de 14e eeuw in de streek van Diest .

  • 1430:  Kerstiaen Soers is in 1433 Christiaan Tsoirs (Soirs) was in1430, 1443, 1444 en 1448 schepen van Diest en in 1451 meier en ontvanger of rentmeester van de abt van Tongerlo in Diest
  • 1434:  Diederik Soers
  • 1437:  Carstiaen Tenors
  • Van 1439 tot 1442 leidt meester Jan Soers met de  groep Van der Vorst de bouwwerken van de Sint Sulpitiuskerk te Diest.(M.Van der Eyken :Geschiedenis van Diest p.89)
  • Beatrijs ’t Soers koopt enkele kerkgoederen bij de nieuwbouw van de kerk van Tessenderlo in 1444.  Terwijl de groep Van der Vorst  ook daar de bouwwerken leidt.
Uit eigendommen van Abdij van Averbode; Tessenderlo

Uit eigendommen van Abdij van Averbode: Tessenderlo

  • In de schepenbank van Leuven komt in 1460 de naam van Hendrik Tsoers voor.

En in de schepenbank van Olmen:

  • 15.06.1573 Jan Soers ende G. Severijns. Soo gichte ende goijde Severijs Goris met gevolge sijnder huysvrouwe Heilwich Boevemans , Jan Soers in 2 heythoeven onder Quatmechelen gelegen. Voer de somme van 72 gld 12 st. godspenninck en eenen stuiver, lycoop  10 st. O. Heylken Hoobrechts W. die Cleerenstraat.
  • Thijs en’t Soers gehuwd met Lysbeth Boonen: rente ten behoeve van Wouter Marien (..) pand (..) haren beembt bij Stonvoert 24 phlips gldn.  33 ½ stuiver. St. Jan Batist voor de schepenbank Olmen Akte: 23.06.1530, 00000294 vindplaats RAAOGA Olmen 1/074.

In Diest vinden we verder:

  • 1615 deze weide hoort toe aan Govaert Soers
  • Godevaert (of Govaert) Soers of Zoers, zoon van Godevaert en Anna Cools, schepen in 1645, rentmeester van de heer van Diest (prins van Oranje) en advocaat bij de Raad van Brabant gehuwd met Elisabeth van den Hove (+1686 )  (H. van den Hove d’ Ertsenwijck, in Oost- Brabant 17, 1980, p. 38)
  • Op 24 januari 1569 na de onlusten van Staatse  rebellen in Diest werd in opdracht van Alva al de namen van de leden van gilden en ambachten genoteerd door de drossaard van Diest. Bij het ambacht van de vleeshouwers worden genoemd: Jan Soors, Laureys Soors en Govaert Soors.
  • 1616 het Seurs bonder, het Soers bonder
  • 1684   Soers  beemdeken (B.S. 1836 bis 14) een weide hoorde tevoren toe aan de erfgenamen van Govaert Soers
  • F. Soers was in 1662-1666 secretaris in Diest. (M.Boone en Th. De Hemptinne, Oorkonden van het Hendrik Kempegasthuis in Diest. Brussel, 1993)

Vanaf de 16de eeuw  verdwijnt stilaan de familie uit Diest en komt er een overvloed van Soorsen voor in Limburg: Herk de Stad, Bochelt, Bree, Gerdingen, en Ellikom spannen de kroon, maar ook Gruitrode en Neeroeteren, Opitter.

Loonse gemeenten waren in trek.

Enkele voorbeelden:

  • Wouter Soors huwt in Bocholt op17 oktober 1632 met Christien Schots.
  • Petrus Soers huwt in Bree met Maria Stuyven op 26 mei 1596
  • Hendrick Soors op Soorsgoed in Ellikom werkt als akkerman op het Zoorsvelt in 1627
  • Henricus Soers huwt Heyburgis Swinnen op 11 mei 1595 in Gerdingen.
  • Tijs Soers in Maaseik huwt op twee juli  1621 met Morens Hamsterraet
  • Joannes Bosmans Soors, Soers, gehuwd met Marie Caukerck voor 1630 in Gruitrode.
  • Joannes Soors huwt Maria Keppens te Peer op 5 mei 1796
  • Arnoldus Soors geboren in Sint Huybrechts Lille huwt in Neeroeteren met Anna Catharina Brouwers op 13.04.1847 e.a.

De zoektocht naar mijn familie heeft me naar Bocholt gebracht waar de Soorsen in de 16de eeuw en misschien ook vroeger geleefd hebben en het gevecht tussen natuur, machthebbers en geloof aangegaan zijn.

Afb.: Alfred Ost

Afb.: Alfred Ost

Van Diest naar Loon

Waarom verdwenen de families uit Diest en kwamen ze naar de Loonse (Limburgse )regio?

Maarten Larmuseau van de KU heeft bij onderzoek ,dat hij deed in samenwerking met de vereniging Familiekunde Vlaanderen -waaraan duizend vrijwilligers meewerkten – naar het mannelijk geslachtschromosoom Y  in de late Middeleeuwen en gelinkt aan familienamen en stambomen. Hij vond verrassend veel variatie in het Y-chromosoom. Dat betekent dat mannen niet zo’n sterke genetische band hadden als gedacht. Eeuwen geleden , vaak uit noodzaak verplaatsten de families zich naar andere oorden vanwege pest of oorlogen.

Ook de 80 jarige oorlog raasde sinds 1568 over onze gebieden en joegen de burgers van de stad naar de buiten, maar ook de boerenbevolking werd niet ontzien en  deelde in de klappen. Ze probeerden te overleven van dag tot dag. Onverwachts was er meer genetische diversiteit in Limburg.

In de 15e en het begin van de 16e eeuw kende het Land van Loon en het prinsbisschop Luik economisch topjaren, veeteelt, de lakenhandel, de handel in honing en de productie van netgaren en visnetten bracht rijkdom. Het wegennetwerk door Limburg was verbonden met grote delen van Europa. Brugge–Keulen was een drukke handelsroute. En de Maas was één van de drukste bevaarbare rivieren. Daarbij hadden de hertogen van Brabant hun oog laten vallen op dit gebied om hun machtsgebied te vergroten. Ze hadden hun zeg in Maastricht; de voornaamste stad in de regio, samen met het prinsbisdom Luik. Dit bracht een ongekende immigratie op gang.

Mijn opzoekingen naar de familienaam Soors legden veel linken bloot naar andere gemeenten in de omgeving van Bree.

Doordat de oudste zoon het hof erfde bij het overlijden van de vader, waren de andere zonen verplicht een ander werkterrein te zoeken. Zo is mijn Bocholtse stam rechtstreeks verbonden met Kinrooi, Kaulille, St. Huibrechts Lille, Neeroeteren en Bree. Daarover vertel ik later meer.

Vanaf de gehele 16e eeuw was er een opvallende daling van de burgers in de grote steden, die trokken naar de buiten en gingen terug het land bewerken. Ze lieten de stad over aan de ambachtslieden en ondernemers. Zo verging het ook met de Soers(en) van Bree.

Op de buiten (Alfred Ost)

Op de buiten (Alfred Ost)

Verder lezen: