Dit jaar waren we weer een keertje op vakantie in Abtenau. Weer een keertje, want ik kom er al sinds mijn kindertijd. Maar de laatste keer was zes jaar geleden.

De steeds terugkerende vakanties in Abtenau komen voort uit een familierelatie. Een nicht van mijn vader (mijn inmiddels overleden tante Marinette) was getrouwd met een Oostenrijker, ‘ome Hiassi’, die inmiddels 94 jaar oud is, maar een nog altijd scherp denkende, uiterst vitale, zeer conservatieve katholiek.

Een discussie met hem over de ontwikkelingen in de wereld, de toestand van de katholieke kerk en de economie behoort tot de vaste vakantietradities. Aan het eind van zo’n middag zijn we helemaal bijgepraat over de toenemende macht van de Vrijmetselarij, waarom Paus Franciscus slecht is voor de Kerk en hoe de burgemeester van Wörgl in de jaren 1930 eigenhandig de oplossing voor economische crises uit heeft gevonden door de invoering van negatieve rente op lokaal geld. En ome Hiassi rijdt nog elke week een keer eigenhandig naar Salzburg.

Het leuke van zo’n familierelatie is dat mensen uit het dorp je beschouwen als ‘een van hen’ als je eraan refereert. Mijn ouders horen na meer dan 40 vakanties bijna letterlijk tot de autochtonen. Op vakantie gaan in een plaats die je heel goed kent, maar die toch als buitenland aanvoelt kan ik iedereen aanraden. Het is erg leuk als je zo’n plaats hebt. Al met al, het is op vakantie zijn en je thuis voelen tegelijk. Je rust er heerlijk van uit.

Ook dit jaar hebben we weer lekker gewandeld. Het hele gezin heeft de wandelmedailles binnen die ik 35 jaar geleden ook bij elkaar wandelde door stempels te scoren langs de diverse routes. We hebben oude en nieuwe plekken bezocht in de bergen, de Sound of Music gezien in het Marionettentheater van Salzburg en met de Sommerrodelbahn van de Karkogel afgeroetsjt. En ik ben ik een dagje echt de hoogte in gegaan door de Tagweide te beklimmen.

Dit is dan het Gerard Cox-momentje. Tis weer voorbij die mooie zomer.

Verder lezen: