Eind vorige week, vrijdag 4 november, hebben Ineke en ik weer aan een bridgedrive meegedaan. Niet als paar, maar ieder met andere partner. Dat is niet omdat we niet graag samen spelen. En ik schrijf dit stukje niet, om uit de doeken te doen hoe dat zit.

Theo van ElsWaarom dan wel over die bridgedrive beginnen? Wat kan er voor de familie interessant zijn aan een bridgedrive waaraan wij ieder half jaar in een echt ouderwets dorpscafé in Groesbeek meedoen? Het merendeel van de deelnemers aan die Groesbeekse drive zijn vrienden die we hebben ‘overgehouden’ van onze Molenhoekse tijd (1972-1994). Het interessante eraan, laat ik dat maar meteen vertellen, is dat in wezen die drive een voortzetting is van de drive die Ineke en ik jarenlang voor hoofdzakelijk leden van de familie Van Els in ons huis gehouden hebben. Aanvankelijk ieder jaar in de stille, wat ‘onbestemde’, dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar. De “familiedrive” van weleer, dus, daar wil het hier over hebben. De link met de drive in Groesbeek van nu is dat in de loop der jaren regelmatig de deelnemerslijst van de familiedrive werd aangevuld met kaarters ook uit onze Molenhoekse kennissenkring. Toen er op een gegeven moment (zie verderop) een einde kwam aan de traditie van de familiedrive, besloten de Molenhoekse vrienden om in eigen kring de bridgedrive nieuw leven in te blazen. Over de wederwaardigheden van de ‘nieuwe’ drive zal ik het hier verder niet hebben.

Het bridgen is in ons gezin geïntroduceerd door de oudste van het stel, Jan. Die had, meen ik, het spel geleerd tijdens zijn officiersopleiding (vlak na de Tweede Wereldoorlog) in Engeland en kwam daarmee ons in Wanssum een trapje hoger op de ladder van de beschaving brengen. Bridgen was -dat voelden we wel direct- iets heel bijzonders. Erg sjiek ook vergeleken bij jokeren, toepen, ‘hüegen’, ‘kruusjassen’ en, zelfs, rikken, de kaartspelletjes waar wij ons dagelijks mee onledig hielden. Je zat in die tijd met z’n allen in de winter in de enige verwarmde kamer van het huis en je moest iets om handen hebben om samen te doen. Televisie was er nog niet, en je kon dan wel iedere avond gezamenlijk de Rozenkrans bidden, maar dat was meestal wel in tien minuten gepiept (er waren snelle ‘voorbidders’ onder ons). Het was natuurlijk Jan wel toevertrouwd om iets wat hij als enige beheerste, als iets heel bijzonders te brengen. Iedereen, uitgezonderd denk ik Paul, wilde het dan ook leren, zelfs Vader, die als succesvolle, uitgekookte beoefenaar van vooral het kruusjassen en het rikken ook wel een ander kunstje wilde leren. Vader was natuurlijk al gauw ook bij het hem toch altijd wat vreemde bridgen wat dominant, herinner ik me. Hij wilde altijd zelf spelen, wilde altijd het laatste bod hebben, om maar te kunnen spelen. ‘Dummy’ zijn paste niet bij hem. Hij bood, als het maar even kon, bij voorkeur ‘sans atoût’; het afspelen van een spel zonder troef kon hij als geen ander. Vader kreeg zelfs Moeder zo ver dat ze mee ging doen. Met Vader als partner, natuurlijk. In mijn herinnering staat mij de volgende dialoog tussen hen beiden bij: (Vader:) “Vrouw, wat zegde?” (Moeder, beduusd, na lang vertwijfeld turen in haar kaarten:) “Een ‘sènske’??” (met alle aarzeling die in die twee vraagtekens en het verkleinwoord uitgedrukt wordt).

Ineke en ik zijn samen gaan bridgen toen we, in 1962, in Venray op het Desselke zijn gaan wonen. We deden dat met onze vrienden Gerrit en Ria Bongers, ook eerste bewoners van de Paulusstraat. We speelden, meen ik, aanvankelijk een vaste wekelijkse avond. Het moet in 1963 (in een brief van ’78 is sprake van de ‘vijftiende bridgedrive’) zijn geweest dat Pater Theo Simons, leraar wiskunde van het Franciscaanse Gymnasium Immaculatae Conceptionis, met het idee kwam om een huis-bridgedrive te houden. Hij had de benodigde systemen en hoeveelheid mapjes met kaarten uit zijn Heerlense tijd meegebracht van de Bridgeclub “De Mijnstreek”. We zijn toen, vermoed ik, met twee tafels begonnen en Ineke en ik waren, denk ik, toen de enige deelnemers uit onze familie.

Wanneer precies andere familieleden zijn gaan meespelen, weet ik niet meer. Ik heb over die eerste jaren geen documentatie, maar het zal al gauw geweest zijn. Ik denk dat Leo en Toos bij de eersten waren die zich aansloten. Ik weet dat we de drive één of twee keer in Wanssum, bij Moeder thuis, gehouden hebben (dat moet, dus, vóór 1967 zijn geweest) en dat we met de drive zijn doorgegaan, toen we in 1966 verhuisden naar de Harpstraat in Nijmegen, Neerbosch Oost. Het aantal deelnemers en, dus, tafels nam ook geleidelijk aan toe; ik herinner me dat we aan de Harpstraat met 5 à 6 tafels aan de slag gingen, want er werd ook gespeeld op de (koude!) (slaap)kamers boven.

Ik heb documentatie over de jaren 1972 tot en met 1982, in de vorm van nette eindscorelijsten, waaruit af te lezen is wie er mee speelden en hoe de paren gescoord hebben. Waar die documentatie voor de daarop volgende jaren is gebleven, weet ik niet. Toevallig een keer opgeruimd, vermoed ik. Misschien heb ik die documentatie ook nooit zelf gehad. In ’83, namelijk, hebben wij afgezien van het organiseren van een drive, omdat Ineke in dat jaar die zeer ernstige val van de trap gemaakt had. En ná dat jaar is de drive min of meer “op tournee” gegaan. Een paar keer hebben Hans en Miep Krul in Arnhem de familiedrive gastvrij onderdak verleend en op een gegeven moment hebben Hanneke en Eric in Veldhoven de drive onder hun hoede genomen. Tot hoe lang we zijn doorgegaan, weet ik niet meer. We hebben nog foto’s van drives begin ‘90er jaren. Ik denk dat ‘93 het laatste jaar geweest is. Ik ga -“privacy gevoelig” materiaal!- gegevens over de prestaties van de individuele deelnemers hier niet onthullen. Ik beperk me tot een paar andere interessante feiten. Allereerst over de deelnemers.

Het aantal bridgers ging al snel uit boven de acht tot twaalf van de eerste jaren. In de 70er jaren, in Molenhoek, was een wedstrijd met zeven tafels (= 14 paren, dus 28 deelnemers) heel gebruikelijk. In latere jaren was het aantal van acht tafels heel gewoon; één keer hebben we aan negen tafels gespeeld. Met 36 spelers, dus! Dat is het maximum geweest, meer tafels konden we echt niet kwijt in ons huis aan de Ringbaan. Er moest immers ook nog plaats over blijven voor “begeleidende”, niet-spelende personen. Moeder, die dus ook kon bridgen (zie boven), heeft zelf een paar keer meegespeeld, maar zag daar na een paar jaren vanaf. Ze wilde er wel ook daarna altijd bij zijn. Jongere neven en nichten en ook onze kinderen speelden aanvankelijk ook niet mee. Dat kwam dan goed uit, want op momenten dat zij de spelers niet hoefden te bedienen met koffie, drank etc., konden zij met Oma jokeren. Daar werd in de woonkamer een apart hoekje voor vrij gehouden.

Ik denk dat we in de kamer beneden ruimte hadden voor drie bridgetafels, voor de overige vier, vijf of zes moest men de trap op: vier ‘tafels’ op de eerste verdieping en nog twee à drie op de tweede. Niet overal was de verwarming normaal op kamertemperatuur te krijgen en daar werd dan iets aan gedaan met straalkacheltjes en dekens.

Wie waren nu de deelnemers? Ik beperk me tot de inbreng bij de drive vanuit “de familie”. ‘Familie’, dat waren niet alleen Van Elsen. De Moeder van Ineke heeft in de jaren ’72 tot ’83 nooit ontbroken; bijna ieder jaar aan een andere partner gekoppeld, soms iemand uit ons dan wel haar eigen gezin, soms iemand uit haar brede kring van vrienden en vriendinnen. De zus van Ineke, Trudy, en haar man, Paul, hebben in die jaren ook altijd meegedaan. Haar broer Harrie heeft de meeste van die jaren meegedaan, waarvan één keer met ‘Anke’ (!, even dacht ik hier met een geweldige verrassing te doen te hebben: in mijn herinnering heeft zijn vrouw Anke nooit gekaart, laat staan gebridged; maar Ineke wist, natuurlijk, wel beter: het gaat om Anke Bongers-Ponsioen, Ineke’s vriendin van al heel lang) en één keer met z’n broer Leon.

Bekijken we de deelname vanuit de ‘eigen’ familie, dan kom ik daar een paar namen tegen die mij nu erg verrassen. Ik was totaal vergeten dat ze ooit meegedaan hadden. Dat is allereerst – ik heb het al even vermeld- het deelnemen van Moeder; in totaal 3 keer. Vergeten was ik ook dat Jan in de jaren ’72, ’73 en ’74 ook onder de deelnemers hoorde: de eerste twee keren met Moeder als partner, in zijn laatste jaar een paar vormend met Wilbert. Een verrassing was het ook voor mij om op de deelnemerslijst voor ’72 ook de namen van Miepen Romé aan te treffen. Toos (Egmond a/d Hoef, Almere) staat ook op de lijst van dat jaar. Leo, die nooit ontbrak, heeft het na dat jaar met verschillende partners moeten doen, meestal met Heleen, maar de eerste twee keren ook met Ben Timmermans (was ik ook helemaal vergeten) en zelfs een keer met Hugo. Harrie en Matthieu zijn waren ook altijd van de partij; Matthieu een paar keer met Hans Krul, ook een drietal jaren met Diederik en in de laatste jaren steevast met ‘onze’ Harrie (Fien tref ik niet op de lijsten van deze elf jaren aan, maar in mijn herinnering heeft ze –eerder?- wel eens meegedaan). Harrie heeft nog heel wat andere partners gehad: Moeder, Dré Fasol (!), Pierre, Wilbert, Tilly en Peter (3 keer). Pierre–ook een trouwe speler- heeft ook nogal wat gewisseld, maar heeft het vaakst gespeeld met zijn zwager Clemens. Tilly en Nettahebben altijd meegedaan, Netta altijd met Sraar, Tilly met ‘wisselende partners’, maar het vaakst nog met Margo. De grootste verrassing was voor mij om de naam van Nellie op de lijst van ’81 te zien, gekoppeld aan Wilbert! Ik zou gezworen hebben dat ik Nellie nooit heb zien bridgen. Dat jaar ’81 was, overigens, ook om andere redenen een heel bijzonder jaar: het was het jaar met het uitzonderlijk hoge aantal deelnemers (36) én Frank en Robbie deden in dat jaar mee! Tenslotte, voor wat betreft de deelnemers, nog iets over de neven en nichten. Kwam de een of ander aanvankelijk zomaar mee voor de gezelligheid en om met Oma te jokeren, al snel sloeg de bridgedrivekoorts ook onder hen toe.

Als eerste treffen we Hanneke aan, in ’73, en al die jaren is ze trouw gebleven, vanaf vast gekoppeld aan Eric. In ’74 verschijnt Wilbert als tweede en ook hij kwam daarna bijna ieder jaar weer. Heleen waagde er zich aan vanaf ’76. Het daaropvolgende jaar maken Diederik, Margo en Christianneen Alexhun opwachting. Diederik en Margo blijven alle jaren daarna meedoen, Christianne en Alex zie ik daarna nog een paar jaar terugkomen. Peterdoet ook in ’77 voor het eerst mee. In ’81 hebben Susanne, Stijn en Hugo hun rol als ‘jokeraar’/”aansleper versnaperingen’ afgeschud en hebben zich onder de deelnemers geschaard; Susanne en Stijn speelden samen en Hugo mocht met Leo spelen. Een jaar later, overigens, schoof ook Paul (van Matthieu) aan bij de bridgers.

Er is nog veel te vertellen uit dit interessante fenomeen uit de familiegeschiedenis. Laat ik alleen nog een paar punten vermelden van de organisatievan dit gebeuren. Die organisatie had nogal wat voeten in de aarde, kan ik me herinneren. Eerst moest er een convocatie uit. Dat moest meteen na Sinterklaas, om op tijd precies te weten met hoeveel tafels we moesten rekenen. We vroegen dan om te reageren uiterlijk twee dagen vóór de geplande datum; eerder had het risico dat er toch weer de een of ander zich zou komen afmelden (griep etc.: ‘tijd van het jaar’).

Tot ’78 was de aanvang van de drive op een ‘christelijke’ tijd, meestal half acht ’s avonds. Er werd dan begonnen met koffie en gebak en dan kaarten volgens een strak tijdschema. In ’78, met de sterke toename van aantal deelnemers, kwam er een geheel ander speelschema. Er ging gespeeld worden in twee rondes: we begonnen om half vier (het jaar daarop vervroegd tot vlak na de middag), tussen zes en half zeven was er een eetpauze (Ineke’s erwtensoep volgens oud recept en veel belegde broodjes!) en omstreeks half acht begonnen we aan de tweede ronde. Voor de tweede ronde werden –ook iets nieuws- alle paren door elkaar gehusseld, zodat er op het einde van de dag niet alleen paren als winnaars konden worden aangewezen, maar er ook kon worden vastgesteld wie over de beide rondes samen als individuele speler de beste score had behaald.

Dat alles betekende dat voor ons gezin –en later ook voor degenen die de organisatie van ons overnamen: Hanneke en Eric en Hans en Miep Krul- zo’n drie à vier dagen van de Kerstvakantie heengingen met de bridgedrive (: voorbereiding, de dag zelf en opruimen).

Wij denken nog altijd met veel plezier –en ook soms met weemoed- terug aan de ‘familiebridgedrive’. Het was erg mooi en het was de moeite en de last van de uitgebreide organisatie waard. Je zou bijna in de verleiding kunnen komen om het weer op te pakken.

P.S. Elders in dit nummer haalt Hugo zíjn herinneringen aan de drives op. Misschien dat anderen zich daardoor gestimuleerd voelen om in het volgende nummer nog meer van dit stukje familiegeschiedenis aan de vergetelheid te ontrukken?!! Correcties van mijn bijdrage zijn uiteraard ook van harte welkom.

Theo
Nijmegen, 7 november 2011

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 23, december 2011.

Verder lezen: