Het regent herdenkingen dezer dagen. Volgens traditie is dit jaar de herdenking van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden. 30 november 1813 landde Prins Willem-Frederik van Oranje op het strand van Scheveningen. De fijnproevers onder u weten dat het Koninkrijk pas echt in 1815 werd gevestigd. De herdenking duurt dan ook twee jaar. In het kielzog vieren we ook 200 jaar Grondwet; de grondwet die in 1814 werd bekrachtigd.

Alle reden om ook stil te staan bij een derde jubileum: 200 jaar Buitenlandse Zaken. Ja, fijnproevers, ik weet het: Willem Berend Buys was al in 1798 de eerste Agent van Buitenlandse Zaken. Maar de eerste minister van Buitenlandse zaken van het Koninkrijk was niemand minder dan Gijsbert Karel van Hogendorp, en bij hem wil ik even stil staan, want in zijn persoon worden alle drie bovengenoemde jubilea verenigd.

Gijsbert Karel van Hogendorp was de grondlegger van het Koninkrijk. Na de Franse overheersing benaderde hij Willem-Frederik van Oranje-Nassau om als soeverein vorst terug te keren naar Nederland. Nadat Willem in 1813 deze taak op zich had genomen werd Van Hogendorp de schrijver van de eerste grondwet, én de eerste minister van Buitenlandse Zaken.

Niet dat hij daar erg veel aan vond: ‘in het ministery stierf ik in mijn schoenen, in de Staten Generaal ben ik herleefd’, schreef hij. Wél iemand met behoorlijk moderne opvattingen: ‘Welk een doodelijke staat bedreigt geheel Europa, indien alle de volken zich opsluiten binnen de grenzen van hun gebied, om alles in zich zelven te bezitten!’

Op 30 november zal Huub Stapel als Willem van Oranje uit de Scheveningse branding aan land stappen, en daarmee het begrip ‘rebirthing’ toepassen op ons Koninkrijk in een re-enactment van 1813. Van Hogendorp zal in dat stuk niet voorkomen: hij zat thuis, geveld door jicht. Jammer.

‘Met de kennis van nu – 11′; dit artikel verscheen in BZblad nr. 5, oktober 2013.

Verder lezen: