Binnen  24 uur overleden twee grote schrijvers: Harry Mulisch en Ted Sorensen. De dood van Mulisch, op 30 oktober, kwam tot ons zoals dat alleen bij de zeer groten gebeurt: met onbevestigde berichten, dit keer veroorzaakt door een voortijdig geplaatst bericht op teletekst.

“Het feit dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewezen worden”. Die stelling van Mulisch’ is dan nu gelogenstraft. Maar het geniale zit hem er natuurlijk weer in, dat hij het bewijs van zijn ongelijk niet zelf onder ogen hoeft te zien. En hij was zelf de laatste om zijn genialiteit te ontkennen.

Mulisch was door zijn afkomst (zoon van een collaborateur en een nazislachtoffer) de verpersoonlijking van het leed van de Tweede Wereldoorlog. Hij vertegenwoordigde zelf het verhaal waar hij zijn leven lang aan schreef. En dus máákte Mulisch van zijn leven een verhaal.

In mei van dit jaar verrichtte Mulisch nog de eerste slag van een herdenkingsmunt ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de Max Havelaar. Daarmee bracht één van de grootste schrijvers van de 20e eeuw een hommage aan één van de grootste auteurs van de 19e eeuw, Eduard Douwes Dekker.

IMG_4940-lores

Minister van Financiën De Jager zei in zijn speech, dat er maar weinig boeken zijn, die met een lidwoord worden aangeduid: De Max Havelaar, De Camera Obscura, De Gijsbrecht. En hij voegde daar De Siegfried aan toe, wat Mulisch ongetwijfeld zal hebben gestreeld.

En zo kom ik bij speechschrijver Ted Sorensen, de man die Mulisch zal ontmoeten bij zijn ontdekking van de hemel. Een groot schrijver, maar in bijna alles Mulisch’ tegenpool.

Sorensen geldt als de geestelijke vader van speechschrijvers in de moderne tijd. Als speechschrijver van John F. Kennedy schreef hij enkele van de meest invloedrijke toespraken van de 20e eeuw.

En zoals het een speechschrijver betaamt, deed hij dat onopvallend. Hij schreef niet zijn eigen verhaal, zoals Mulisch deed, maar hij schreef achter de schermen aan het verhaal van een ander. Sorensen heeft altijd volgehouden dat Kennedy’s bekendste zin: “Ask not what your country can do for you…” van JFK zelf was. Zo hoort dat. Maar ‘Profiles in Courage’, het boek waarmee Kennedy de Pulitzerprijs won, kwam uit Sorensens pen.

Sorensen kon zijn verhaal niet afschrijven, zoals Mulisch dat wel kon. Niet omdat híj vroegtijdig stierf, maar omdat zijn hoofdpersoon dat deed. “I do not know whether I have ever fully recovered from John F. Kennedy’s death,” schreef Sorensen. “Time passed. Love and laughter helped. But the deep sadness of that time remained, only to be reinforced five years later by the murder of his brother Robert. Those two senseless tragedies robbed me of my future.”

Sorensen werd vóór zijn dood beroofd van zijn toekomst; Mulisch na zijn dood van zijn verleden. Hun verhaal is nu voltooid.

Verder lezen: