Toen de Champions League nog Europacup 1 was, waren de mensen veel gezonder op zo’n avond. Als je dan dienst had, had je weinig te doen; slechts onder de rust en meteen na afloop werd een enkeling ineens ziek, zwak of misselijk. Nu is dat, net als het voetbal, geheel anders.

Zo consulteerde mij recentelijk op zo’n dinsdagavond een vrouw die door de politie gestuurd was. Ze was mishandeld en de dokter moet dan een schaderapportje opmaken voor bij de rechtszaak. Eigenlijk zoiets als bij autoaanrijdingen zullen we maar zeggen. Voorheen kreeg je na dagen eens een in te vullen formulier toegezonden; nu moet het onmiddellijk, met spoed…

Deze mevrouw had ternauwernood een aanrijding met twee hondjes kunnen vermijden en hun baasje had daarop de auto opengerukt en haar een paar muilperen van, naar verluid, duchtig kaliber verkocht. Maar kijk, de schade viel mee: ik zag jammer genoeg helemaal niks, waarmee de rechter het vonnissen makkelijker gemaakt kon worden. Zij schoof mij nog het proces-verbaal toe om een en ander extra kracht bij te zetten, doch dit schrijfsel deed alleen vermoeden dat er bij de politie nog slechts lieden met stoornissen in het autistiforme scala aangenomen worden. Of zou deze abominabele stijl de juridische eenduidigheid moeten dienen?

Wel kreeg ik, na omschrijving van de causale hondjes en de locus delicti een vermoeden wie deze aanvaller zou kunnen zijn. Of mevrouw mij dit, nu ik haar inmiddels voldoende invoelend en troostrijk had toegesproken, zou willen verklappen; “ach, ’t is toch beroepsgeheim en zo, weet-je-wel….”

“Nou, er was een agressieve vrouw op me afgekomen, maar de klappen leken wel als van een man”

Ik wist al genoeg, maar zij voegde er aan toe, dat de politie de dader al te pakken had en dat ze verteld hadden dat het handelde om een bekende Bemmelse “trafo” Ja hoor, we hebben alles in Bemmel, zelfs enkele transseksuelen. Deze zielige, beklagenswaardige loser logenstraft in zijn eentje misschien nog net niet het hele concept van deze genderdysphorie, maar dan toch wel minstens het intake- en analysevermogen van de hierin gespecialiseerde universitaire vakgroep, die ooit door die andere bekende Wanssumse professor is opgericht. Wieke Gooren, de man die naar mijn moeders zeggen, door zijn eigen moeder werd opgestookt om in vakanties eens “bij de meisjes van Els langs te gaan” Deze werden blijkbaar als goede partij gezien, waarbij het moeder Gooren ontging dat Wieke zelf waarschijnlijk al langer de stellige overtuiging had, dat in ieder geval zijn eigen spullen in het verkeerde lichaam zaten…

En nu dan had deze inmiddels omgebouwde “trafo” in al haar(!) ongeremde impulsiviteit weer toegeslagen; in alles onaangemeten: haar haar, haar make-up, haar taal, haar motoriek, waarvan de paslengte slechts beperkt wordt door de maximale rek op, vooruit maar, het vaginale maaksel.

Enfin, dit was het moment dat ik dacht: “moet ik mijzelf dit nog langer aan laten doen?”

Daarmee viel het definitieve besluit tot het nemen van wat tegenwoordig een sabbatical leave heet. Mocht je vroeger op de sabbat je kont niet keren, en in de latere, katholieke zondagsvorm slechts de hele middag naar Langs de Lijn luisteren, nu moet je iets bijzonders ondernemen.

Wel, ik begon met Renée – begin Herfstvakantie – met een reisje naar Venetië. Op vliegveld Niederrhein (Ryanairport) zoekend naar de gate, hoorden we vanuit de rij wachtenden ineens: “Nou kiek toch, dat lieke Frank en Renée wel…” Toos, Theo en Ineke en Anke Ponsioen: wachtend op dezelfde vlucht!

Nu de Wanssumconnection zich wederom zo pregnant manifesteerde, moest er wel haast een bovennatuurlijke zegen op deze reis rusten en dat is geruststellend wanneer je voor het eerst met Ryanair de lucht in gaat. Viel overigens zat mee. Al tijden niet meer zoveel beenruimte gehad. Dat de stoeltjes wat stug waren, bleek een ander doel te dienen, toen er te elfder ure nog een Duitse vrouw met Teutoonse bekkenomvang (“ein kontj wie un toeptoafel” heette dat in Heythuysen) zich naast mij neer liet vallen. Het Ryanairstoeltje stelde zijn eigen onwrikbare wetten: de boel kan alleen nog maar naar voor, waardoor de veiligheidsgordel in dit geval met geen mogelijkheid meer dicht ging! Een pokdalige (“dat moet toch tegenwoordig niet meer zo hoeven, dokter”) Ierse steward reikte haar minzaam glimlachend en voor iedereen zichtbaar, een verlengstukgordeltje in vrolijk contrasterend oranje aan, waarmee het hernieuwde wirtschaftswunder afdoende angeschnallt kon worden. Haar even omvangrijke man aan de andere zijde van het gangpad onderging hetzelfde lot. Hij werd nochtans getroost door het bezit van een jagershoedje met veer, dat gedurende de hele vlucht onberispelijk op het tüchtige hoofd bleef.

In Venetië beleefden wij mooie dagen. Deden de oom en tantes vooral de cultureel zeer verantwoorde en deskundig begeleide binnenboel, wij lieten ons gemakkelijk afschrikken door 100 meter wachtenden voor de San Marco en zwierven vooral veel buiten en voeren eindeloos in de Vaporetto’s. Voor de Italiaanse ouden van dagen een ware survival, al deed het me ook denken aan de “apenkooi” met gymnastiek op de lagere school. Wanneer ik dan van de week zie dat bij de Praxis (de Praxis!!) rolstoelen en rollators aangeboden worden, dan weet je genoeg over de mentale gesteldheid van een volk….

Als je dan in dit feeërieke Venetië toch dood gaat, kom je wel mooi te liggen: op een eigen eilandje. Prachtige begraafplaats, waar wij in een, jawel, toch wel wat miezerige uithoek, het graf van Stravinsky bezochten. Wij brachten hem eer en kijk aan, het hielp: Onmiddellijk na terugkomst haalde ik met de Bemmelse harmonie op concours (inspeelwerk de finale van de Vuurvogel) een eerste prijs! Weliswaar slechts 4e divisie, maar heel veel beter is er in deze regio toch ook weer niet…

In Venetië brachten we met z’n allen nog een genoeglijke avond in een inheemse trattoria door, waar de sfeer en het eten goed waren en de bierra alla spiena qua maatvoering een Duits referentiekader bleek te hebben. Een hoopvol begin van mijn sabbatical!

’t Is niet dat ik pas 50 geworden ben en nu “midlife” heb: dat had ik op mijn 40-ste al. Meer door de zorgelijke, zorgende gezinsomstandigheden moet en ga ik mijn beroepsomstandigheden anders waarderen. Met Robby’s geleidelijk verslechterende gezondheid en toenemende zorgbehoefte is voor mij de combinatie huisarts en mantelzorger, steeds meer roofbouw geworden. Het ziet er naar uit dat ik per 2009 met de huisartsenpraktijk op ga houden en alleen nog een beetje ’s nachts op de vermaledijde huisartsenposten ga werken. De komende 4 maanden ga ik deze mogelijk nieuwe leefstijl uit proberen.

En wat doet een verse 50-er dan i.p.v. reizen, golfen en een goed glas rode wijn? Hij denkt nog eens terug aan wat hij zich op zijn 17e verbeelde en realiseert zich dat alleen het eerste van Ajax definitief (hoewel…, nu…: post-Stam en post-ten Cate….) onhaalbaar is geworden. Destijds heb ik tegenover mijn ouders nog wel eens voorzichtig geopperd, dat de kunstacademie mij ook wel wat leek. Wetende dat mijn kind ook nog zoiets verstandigs als geneeskunde overwoog, zou ik dergelijke “keunste” ook meteen de kop indrukken; en dat deden ze toen dan ook!
Maar goed, nu let niets mij nog: in ieder geval de komende 4 maanden ben ik volop aan het schilderen en etsen. U hoort nog van mij….

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 17, november 2007.

Verder lezen: