In de aanloop naar de definitieve ontmanteling (boedelscheiding etc.) van Venraijseweg 44, hadden zich in de zomer 1967 diverse ooms en tantes met hun kinderen in Wanssum gemeld. Omdat wij daar zo’n beetje “altijd” waren, proefden wij in detail de verandering die de van Elsen zouden ondergaan met hun definitieve vertrek uit Wanssum. Veranderingen die spoorden met de change of times die zich geleidelijk aan openbaarde aan de hele wereld in deze zomer, die later als de “summer of love” de cultuurgeschiedenis in zou gaan. (Tilly en Romé hebben zich daar persoonlijk sterk voor gemaakt dat jaar).

Opvallend deze zomer was dat nagenoeg alle kleinkinderen in allerlei combinaties naar diverse bestemmingen ge-reshuffled werden, en dat in een tijd waarin logeerfeestjes en “afspreken” nog niet bestonden; gelogeerd werd er slechts uit noodzaak. Zo ben ik toen dus ook voor het eerst zonder noodzaak elders geraakt. Met goede moed, na zojuist het jaarlijkse misdienaarskamp met iets minder heimwee verdragen te hebben. Deze keer moesten alle misdienaartjes uit Roggel en Heythuysen de cultuurschok verdragen dat de beide organiserende kapelaans en hun begeleidende assistenten (toch op katholiek gehalte en onbesproken gedrag geselecteerde jongelingen) ’s avonds straalbezopen werden. In 1967 liet de Allerhoogste dergelijk feilen niet onbestraft en zie, daags erna viel in de Tour de France Tommy Simpson op de Mont Ventoux dood van de fiets.

Hoe het ook zij, ik bezocht die, ook in Nederland, warme zomer eerst Almelo en daarna Den Haag met Mathieu, Fien en Diederik (Paul was elders ondergebracht en Jules, ja die was er –je kunt het je niet voorstellen- gewoon nog niet)

Nog slechts gewend aan het dorpse Umfeld van Heythuysen en Wanssum werd ik aan de hand van Fien weliswaar nog niet in de liefde, maar voor de rest toch uitgebreid in alle aspecten van het grootsteedse leven ingewijd. Mathieu speelde deze week slechts een kleine rol, want die was de hele dag bezig Nederland c.q. de boeren te redden middels het construeren van een olympisch geproportioneerde, Europese zuivelberg. Verder dan een gezamenlijk (werk-) bezoek aan de deels folkloristische kaasmarkt in Woerden kwamen we niet. Omdat er toen ’s avonds niet meer gekookt kon worden, kwam ik zo wel voor het eerst in een Chinees restaurant, waar ik door liefdevolle overredingskracht van Fien haaienvinnensoep waagde te eten. Dat wilde wel wat zeggen, want culinaire waaghalzerij kenden wij thuis niet. Wilder dan een groene paprika is het vóór 1970 in de Heytser keuken niet geworden. En deze was dan nog strikt voor persoonlijk gebruik door Nellie zelf; Karel “mos dat getuug nie”. Zijn meest buitenissige eetavontuur bleek uiteindelijk crêpe in Bretagne (1977): “tis eigelijk toch miër koëk, mar dan veuls te dun…”

Enfin, Fien bleek een wervelende vrouw van de wereld te zijn. Een vleugje hiervan had ik al ooit opgepikt bij een bezoek aan haar ouderlijk huis; helemaal in het stadse Venraij: ze hadden een fietsenwinkel en een hond: …..wow!

Nu in Den Haag verbleven we niet in hun eigen flat (die door andere re-shuffelaars bezet werd), maar in een echte torenflat. Fien wees op de drafbaan van Duindigt in de verte. Destijds nog bijna wekelijks op “Sport in Beeld” als de locatie waar Quicksilver S. en Hairos 2 (“Deux”) triomfen vierden: nog echte kerels van paarden in tegenstelling tot de huidige, verwijfde trippelaars als Salinero en Bonfire….

De man die met enkele pubers aan de voet van de flat ’s avonds een balletje trapte, was Harry Heijnen, de toenmalige steraanvaller van ADO (NB: destijds een topclub met internationals als “Aadsjhu” Mansfeld). Harry’s moeder woonde in dezelfde flat, wist Fien. Haar suggestie een handtekening te vragen heeft geen resultaat opgeleverd. Dichter dan tot een meter of 15 heb ik deze godheid niet durven naderen met mijn pen en papier, maar ik heb wel gezien dat hij het echt was….!

Kortom, dit was de wereld en hierin bewoog Fien zich in mijn beleving losjes, voortdurend relaxed, vrolijk gehumeurd en met flair. Zonder scrupules snorde ze in de turquoise VW-kever, al wijzend,  dwars over het toen nog onbewaakte Binnenhof. Veelvuldig richting Scheveningen-strand, waar ik nu nog ongeveer uit kan meten waar we toen ons vaste plekje hadden. Mijn hoofd toen ineens vervuld van een heel ander soort muziek (Mrs. Pleasant van de Kinks, Carry Anne van de Hollies), dan waar de oren thuis mee gevoed werden. Fien had namelijk altijd een populaire en voor mij toen nog onbestaanbare hitzender op staan.

De vele uitjes die we met z’n drieën die week gemaakt hebben, vormden de basis van de eerste spreekbeurt die ik in mijn leven heb moeten houden in het erop volgende schooljaar. “Toerisme in Nederland”; idee van mijn ouders, want welke gek komt er nu met zoiets aan, als klasgenoten onderwerpen brengen als vissen, de konijnenfok, wielrennen, onze hond etc. En dat in een tijd dat als men al op vakantie ging (drie  gezinnen in Heythuysen), men dat zeker niet in Nederland deed. Maar goed, het sloeg in als een bom en de meester vond dat deze spreekbeurt ook in de hogere klassen (met knikkende knieën) gebracht moest worden…. Ook daar was het succes denk ik zeker te danken aan de uitvoerige beschrijving van de excursie naar de Gevangenpoort (onze Gouden-Eeuwse Abu Graib) die er toe leidde dat ik enkele jaren later nog van Heytser jongens moest horen dat ik ooit toch zo’n aardige spreekbeurt over Martelen-in-Nederland gehouden had….

Een tweede, de wereld zelfs ontstijgende spreekbeurt  -“het zonnestelsel”-   stoelde op een excursie naar het Haags Planetarium. Aan de hand van Fien binnengeleid in deze geheimzinnige ruimte, ervoer het dorpse misdienaartje dat er andere, reëlere dimensies buiten de aardse werkelijkheid waren, anders ook dan de metafysica van de zemelende pastoor-deken Willy Geurts (Oma kende hem nog als “Piemke uut Horst”) en zijn onderdanige, maar wel aardige en soms dus ook dronken kapelaan  Leenders.

Jawel; zo was dat dus in 1967; de wereld wachtte nieuwe tijden (The Age of Aquarius) en ik zette zo mijn eerste schreden op het pad der individuatie. Voor de wereld was de zomer van 1967  “the summer of love”, voor mij “de zomer van tante Fien”

 

Frank

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 19, april 2009.

Verder lezen: