Het is bijna niet te begrijpen. Een petekind hebben in een van de mooiste delen van Engeland. Komt nu bijna terug. Nog nooit opgezocht. Het is bijna niet te begrijpen.

Maar op 29 maart zijn onze koffers gepakt. Reservering geboekt voor een onder monumentenzorg staand bed & breakfast etablissement, “the Rock Cottage” genaamd. We gaan via eurotunnel “le Shuttle”, we rijden nog even door naar zuid-west, links houden op de weg, bij Bristol de M5, in het zuiden links voorsorteren en met nog 25 km komen we in Sidmouth, de parel van Devon. Binnen vijf minuten omhelzen we een stralende Cécile en bewonderen we haar in stemmig grijze private-school blazers en sweaters gestoken kroost. Het is er prachtig. ’s Nachts ruist de eeuwige zee de laatste stressdromen uit onze hoofden.

De eerste dag spoeden we ons naar Stonehenge. Koud waait een Keltische wind om het reusachtige bouwwerk. Daarna bezoeken we Old Sarum, het hoog gelegen oorspronkelijke Salisbury. Na 1100 bouwt de bisschop zijn kathedraal in de warmere vallei. Hij had gelijk. Het Godshuis is indrukwekkend, met een prachtig Sint Nicolaas­beeld. We rijden links van de weg naar huis.

Dag twee gaan we in gezelschap van het petekind en haar beide tweetalige zonen naar Cornwall. Aan de zee ligt de mystieke rots Tintagel geheten, niet ver van het gehucht Camelford. U weet het: we zijn in de geboortestreek van King Arthur. Freek en Max houden tournooien wie het hardst kan lopen. De lucht is blauw. De branding beneden kranst de rotsen wit. Cécile voedt ons met repen muesli. De auto zoeft tevreden terug naar Sidmouth.

Dan is het 1 april. Tilly doet het in Salisbury gekochte cadeautje aan. We bezoeken Otterly St Mary. Branden een kaarsje in de oude dorpskerk. Eten wat in een eeuwenoude pub. Het hout is zwart, het koper fonkelt, het eten is goed en de jonge bediening zorgzaam. ’s Avonds gaan we met de family naar Barnscombe. Kleine huisjes met rieten daken en veel bloemen. Een nog eeuwenoudere pub. Het haard­vuur brandt. We eten zalig met z’n zessen lamsbout en toosten herhaaldelijk op Tilly’s lieve gezondheid. Het is goed zo.

Zondag gaat de family ter kerke. Max en Freek schrijden van achter uit de kerk met het kerkelijk vaatwerk tussen andere kinderen voorwaarts. De pastoor kent hen. In zijn slotwoord memoreert hij het komende vertrek. Tactvol noemt hij even the visitors van de family. In Nederland heeft geen pastoor Tilly of mij ooit in zijn slotwoord genoemd. De prachtige namiddag gaan we met de wandelschoenen door berg en dal. We bewonderen een pre-gotisch kerkje dat zich schuil houdt achter schitterende appelbloesems. Philippe is onze betrouwbare gids in alles. Ten afscheid omhelzen we elkaar.

 

De dag daarna spoeden we ons via “the Shuttle” weer terug naar ons lieve ontpolitiekte vaderland. We hebben de family geschreven dat ons hart vol van dankbaarheid is.

Verschenen in Familiekrant van Els, nr. 4, april 2000.

Verder lezen: