Afscheidsrede als burgemeester van de gemeente Horst, uitgesproken tijdens de buitengewone raadsvergadering van zaterdag 18 december 1999 in Cultureel Centrum Het Gasthoês in Horst.

Aan allen die hem vroegen: “Wat is de beste constitutie?”
antwoordde Solon: “Voor wie en op welk moment?”
Solon (+560 v.Chr.) was een Atheens staatsman en dichter

Mijnheer de loco-burgemeester
Leden van de Gemeenteraad
Geachte dames en heren.

Het avontuur op weg te gaan

Toen ik mij neerzette om na te denken over hetgeen gebleven is aan herinnering en sedimenten uit 17 jaren werken bij Philips en de 23 jaren voor lagere overheden en professionele organisaties, moest ik terugdenken aan de rede die Michel van der Plas op 9 oktober 1998 uitsprak ter gelegenheid van de 75ste dies natalis van de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

Hij sprak daar van de merkwaardige tegenstelling waarvan de bijbel verhaalt over mensen die hun geboortegrond verlaten, de opdracht van hun leven nagaan en schijnbaar in toevalligheid hun tocht beëindigen nog voordat ze hun doel kunnen verwezenlijken. U kent deze verhalen: van Abraham en Mozes en van Paulus. Zij allen trekken weg, ze kennen hun doel, maar kunnen (zo lijkt het) hun opdracht niet voltooien.

Wanneer men voor het afscheid staat van een taak, die deel uitmaakt van maatschappelijke doelen kunnen we, parafraserend op de rede van Van der Plas, ons eveneens afvragen welke opdrachten er lagen, welke doelen we zochten en vervolgens de paden belichten waarlangs we zijn gegaan. En, is de opdracht voltooid? Ook voor mij, maar voor wie zou het niet gelden, moeten we vaststellen dat we wel het bestaan vermoeden van een bestuurlijk “beloofde land”, maar dat de schoonheid ervan grotendeels in utopiaanse nevelen verhuld zal blijven. Ik lees het weer terug in mijn installatierede van ruim elf jaren geleden, waarin de toekomstverlangens van deze gemeenschap in vier lange termijn doelen werden vorm gegeven.

Het waren achtereenvolgens: de uitbouw van ons agribusiness-complex, het verantwoord verder ontwikkelen van toeristisch-recreatieve steunpunten, de structurering binnen randvoorwaarden van economisch beleid en tenslotte de versterking van de Horster identiteit, zoals deze liggen in welzijn en cultuur.

Wageningen van het Zuiden

Aldus gingen we op weg. De eerste zeven jaren waren inderdaad gewijd aan het versterken van het agribusiness-complex. We herinneren de totstandkoming van nieuwe netwerkfuncties. Op grond daarvan werd me gevraagd het projectenboek te schrijven, dat de naam meekreeg “Plankgas voor Agribusiness”. Mede daardoor verwierf de Peelregio subsidies van de Europese Unie, die aan financieringsmiddelen uiteindelijk uitgroeiden tot een totaal van 125 miljoen gulden. Er volgde versterking van de structuur door innovaties binnen het praktijkonderwijs en de proeftuinen. Nieuwe private ondernemingen voelden zich aangetrokken door dit elan. De rapporten van Buck, BRO en ETIL bevestigden de positie. Het streekplan bood ons nieuwe mogelijkheden. Departementale nota’s ontmoedigden niet, maar gaven uitzicht op boeiende opties.

De slogan “Horst, het Wageningen van het Zuiden”, bleek aldus niet pretentieus te zijn, maar uitdaging in te houden. De gemeenteraad realiseerde zich dat onze verholen kracht beter effect zou sorteren, wanneer we kennis en kunde zouden delen met anderen in een kennisnetwerk-platform. En tijdens het Symposium van 23 november, dat ter gelegenheid van mijn afscheid werd gehouden, bevestigden zowel de Directeur Generaal van het Ministerie van Landbouw, als het lid van de Raad van Bestuur van de Landbouw Universiteit Wageningen, de bereikte positie van Horst als volwaardig kennisnetwerkcentrum in zuidoost Nederland.

In het verschiet liggen nu allianties naar andere netwerken. Daar moeten we de innovatieve antwoorden vinden op nieuwe vragen uit de markt, alsook standpunt kiezen in de toenemend opklinkende behoefte aan veilig voedsel voor mensen.

Horst aan de Maas

Gaande daarheen braken de volgende vier jaren aan. Bestuurlijke interactiviteit met omliggende gemeenten, hebben geleid tot de conclusie dat met een vrijwillig gedragen herindeling het bestuurlijk soortelijk gewicht zou worden vergroot. Het zou nog meer armslag kunnen betekenen voor onze doelstellingen. Het enthousiasme daarvoor steeg. Het Provinciaal Bestuur maakte de doelstellingen expliciet, we gingen op weg in de stellige overtuiging onze opdrachten te voltooien. Er is projectmatig met de partners samengewerkt.

Ten departemente werd men evenwel geteisterd door politieke tegenvallers in andere landsdelen. Er kwam oponthoud in de voortgang. Alle hens moesten aan dek om te voorkomen dat onze zegeningen zouden kunnen ontaarden in een remmende voorsprong. Het heeft er nu alle schijn van dat het beloofde land van “Horst aan de Maas” in de toekomst gestalte krijgt. Daarmee zou, zo lijkt het, een belangrijke alliantie kunnen ontstaan. De onomstreden positie van Venlo, als bestuurlijk en logistiek centrum van Noord-Limburg, kan dan complementair aansluiten bij de onomstreden positie voor de rurale economie van Horst aan de Maas. Tijdens de recente rondetafelbijeenkomst met de ministeriële Commissie de Zeeuw, maar ook de dag daarna in de openbare gewestraadsvergadering, spraken anderen in dit verband al over een as Venlo-Horst.

Commissie Cohen

Ik denk terug aan Michel van der Plas. De tocht is nu wel zo ongeveer ten einde. De opdracht echter niet volbracht. Want met de totstandkoming van de nieuwe geografische formatie, begint pas goed het eigenlijke werk. Vroeg in het voorjaar zullen we in deze gemeente worden uitgedaagd tot een debat over de toekomst van onze gemeente. Met experts, opinionleaders en bevolking, worden de randvoorwaarden naar toekomstig beleid verkend. Met voldoening constateer ik echter nu reeds dat onze deelname in de Limburgse Werkgevers Commissie (de zogenaamde Commissie Cohen) heeft gerendeerd. De gemeente blijkt goed in staat afgewogen relatiebeheer te voeren voor zich aandienende ondernemers.

Patrimonium

Het is weinigen ontgaan dat ook versterking van het toeristisch beleid heeft vorm gekregen. Het kunstpatrimonium van de dekenale kerk en de drie fraaie plaatselijke musea, werd gecompleteerd door het bij regelmaat plaatsen van monumentale kunst van Limburgse kunstenaars op de openbare pleinen van Horst en de kerkdorpen. Nog vanmorgen mocht ik met mijn vrouw en de kunstenaar Teun Roosenburg Drie Gratiën onthullen in het rosarium van de Kasteelse Bossen. En met het verstrijken van deze elf jaren verscheen er voorts een halve meter boeken over Horst en haar verleden. En ook daaraan werd vanmorgen ter gelegenheid van mijn afscheid deel 5 van de Horster Historiën toegevoegd.

Muzikaal klonken de akkoorden uit de Peel tot op het Wereldmuziekconcours en het Holland Festival, op Pinkpop en de Uitmarkt. De regionale promotie kreeg charme met bijvoorbeeld de Aspergerie en het Champignon Culinair, die uitgroeiden tot spraakmakende hoogtepunten voor gastronomen. De Horster identiteit werd welgedaan. Opening van De Golfhorst in America (1998) door de voorzitter van de werkgroep Kroonjuwelen.

De gemeenten zullen in de komende decennia echter sterker veranderen dan hetgeen nu indicatief kan worden gezegd over een paar aspecten van beleid. De Informatie en Communicatie Technologie doet allerwegen haar intrede. Het enige wat daarover opklonk uit de rede van Philips President Cor Boonstra, deze zomer voor de jubilerende Maatschappij voor Nijverheid en Handel, waren slechts de oproep tot “tempo, tempo, tempo!” Maar ook de steeds veranderende sociale kaart speelt een eigen rol. Zo tel ik in ons plaatselijk bevolkingsregister al 35 nationaliteiten. Het in 1998 verschenen “Trendrapport Limburg” en het rapport “Limburg 2030 uitstekend in Europa” verhullen nauwelijks de dilemma’s. Wij dienen ons te bezinnen of onze zoektocht niet bypasses nodig heeft.

Interactief bestuur

Ik raak hiermede aan een interessant thema van bestuur. Denkend aan de hanteerbaarheid van lokaal bestuur, stuiten we vaak op het begrip “interactiviteit”. Ons laatste gesprek op 7 juli met minister Peper leidde daar eveneens toe. Met het vraagstuk van positieve effecten bij vrijwillig herindelen t.o.v. verlammingsverschijnselen bij onvrijwillig herindelen, kwam ook de bestuurlijke nabijheid van inwoners bij deze processen ter sprake. Wij opperden dat de werking van het samenhangend stelsel van dorps- en wijkraden, nu reeds 25 jaren levenskrachtig en succesvol gepraktiseerd in onze gemeente, het draagvlak voor en het vertrouwen in de ingrijpende bestuurlijke hervorming in deze gemeente zeer wel positief heeft kunnen beïnvloeden en dragen.

Dorps- en wijkraden, gefaciliteerd met middelen, erkend in adviserende thema’s en vorderend naar het beheer van openbare voorzieningen, zijn kroonjuwelen van een gemeentebestuur dat wil streven naar interactiviteit met inwoners en belangengroepen. De minister was er verbaasd over dat het weekblad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten veel publiceert over interactiviteit en over stadsdeelraden, maar de kracht van de gefaciliteerde dorpsradenstructuur in herindelingverband nog nauwelijks had ontdekt. Temeer omdat bij dorpen de vitaliteit van het landelijk gebied in het geding is, dat toch een der speerpunten genoemd mag worden van rijksbeleid.

Vrijwilligers

Wij hebben bij die gelegenheid nog eens benadrukt dat koestering van deze kroonjuwelen loont. De gemeenschap krijgt er een leger vrijwilligers voor terug. De erkenning van dorps- en wijkraden werkt aldus niet alleen positief voor het gemeentebestuur. Ook de steun en erkenning die dorpsraden geven richting eigen gemeenschap en eigen vereningingsleven, bevestigen het belang van plaatselijke vrijwilligers. Recent werd bij benadering het aantal vrijwilligers in deze gemeente geteld. Wij kwamen zonder veel fantasie bij het fantastische getal van 2400.

Tijdens mijn afscheidstocht langs de vijf kerkdorpen van Horst, werd dat andermaal duidelijk. Mij werd het aantal Koninklijke Onderscheidingen van de voorbije elf jaren voorgerekend en ook de argumenten die aan de onderscheidingen ten grondslag lagen. Het waren er 88 in getal. Bijna 80 van de onderscheidingen werden verleend louter of in hoofdzaak voor verdiensten in het vrijwilligerswerk.

Steen zijn of cement

De vraag van Michel van der Plas krijgt voor mij nu een wat andere betekenis. Niet de zoektocht tot voleinden wordt relevant. Alle resultaten van bestuurlijk werk zijn immers zonder voorbehoud resultaten van teamwerk van medewerkers en vrijwilligers. De vraag alleen is, hoe sta je daarin als bestuurder. Of in het bijzonder, als burgemeester. Voor mijzelf ligt daar dan de vraag, of je steen wilt zijn of cement. De steen is het object dat herkend wordt. Het resultaat van werken. Resultaat van opgelegde rijkstaken of resultaat van het maakbare, het haalbare en betaalbare lokale streven en organisatiedoelen. De morfologie soms van ‘Dichtung’ en hopelijk vaker van ‘Wahrheit’. Ik heb mij minder herkend in stenen. Ik was, denk ik, vaker het cement. En hoewel ik een aantal malen niet heb kunnen vermijden ingrijpende keuzes te moeten maken, beschouw ik mezelf meer als hechtmiddel en gericht op houdbaarheid.

De grote vogel en het donsje

En of hij nu steen wilde zijn of cement, de vraag mag in bescheidenheid gesteld worden of niet door alle lofbetoon van deze dag heen, de betekenis van de resultaten van de Horster burgemeester moeten worden gerelativeerd. De Zuid-Afrikaanse schrijver Laurens van der Post (vroeger waren we al gefascineerd door zijn Tv-documentaires over de Kalahari-woestijn) heeft over dit dilemma een boeiende metafoor geschreven. Er was eens een jager, zo verhaalt hij, die in het water van een plas waar hij uit dronk de weerspiegeling zag van een grote witte vogel. Zijn lust in jagen ging bij het aanschouwen van zoveel schoonheid over. Wel werd zijn leven een zoektocht naar plaatsen waar hij de vogel terug kon zien. Toen hij die vergeefse zoektocht tenslotte wilde opgeven en aan de voet van een boom ging zitten, hoorde hij van boven een gerucht. Er kwam een wit donsje naar beneden dwarrelen dat hij nog net kon grijpen, waarna hij als een gelukkig mens heenging. Wel heel dichterlijk om je afscheidstoespraak zo te beëindigen. Maar ook heel relativerend en heel waar.

Erkentelijkheid

Daarom nu een woord van dank aan alle collega’s in het bestuur en aan de medewerkers in binnen- en buitendienst van de drie gemeenten die eens Horst aan de Maas zullen vormen. Dank aan mijn brandweermensen en de politiemedewerkers. De dagen waren gevuld met activiteiten voor een veilig Horst en ze werden inspirerend door de positieve houding van allen. Dank aan de wethouders, de gemeentesecretaris en zeker ook aan de bestuurssecretaresse. Dank aan haar opnieuw en aan de loco-burgemeester voor de inspanning om met vele anderen dit afscheid glans te geven. Dank ook aan mijn voorganger Antoon Steeghs, die me met zijn humorvolle korte opmerkingen de diepe roerselen der Horster magistratuur verklaarde. Een woord van dank aan de heer Gouverneur en het Provinciaal Bestuur die de Horster dadendrang steeds naar waarde wisten te schatten en deze bemoedigden en faciliteerden. En natuurlijk een gelukwens aan mijn opvolger Frans Wolters. Ik geef mijn taak met vreugde en vol vertrouwen aan hem over.

De deur die open gaat

Dan zijn daar Tilly en onze kinderen. Voor de kinderen herhaal ik wat ik op deze plek tegen hen zei bij mijn installatie. Jullie dragen in je leven het geluk van Tilly en mij in je mee. Met veel respect zien we hoe jullie als mens zijn volgroeid. Kinderen waarop we zonder voorbehoud trots zijn. Nu ook met ons kleinkind erbij: de lieve kleine Karlijn. Jullie zijn een eigen weg gegaan. Maar ik herhaal het opnieuw: ons hart blijft voor jullie kloppen. In Horst is nu blijvend ons thuis en daar zal de deur zijn die altijd open gaat en er zal hartelijke belangstelling zijn voor jullie wel en wee.

Koninklijk wuiven naar Tilly

Op 24 augustus was onze Koningin in Horst. Zoals u weet, mocht ik haar het noenmaal aanbieden en haar het genoegen bereiden van een rustige middagpauze tijdens haar drukke werkbezoek in Noord-Limburg. Zij had natuurlijk gehoord dat ik afscheid zou nemen uit mijn ambt en waarschijnlijk denkend aan het feit dat we ongeveer van dezelfde leeftijd zijn, vroeg ze me naar het waarom. Ik heb haar uitgelegd dat ik meer dan 40 pensioenjaren heb, maar ook dat Tilly zich verheugde op onze nieuwe levensfase. Ik vertelde de Koningin van het werk dat ze tot voor kort, zeven jaar lang deed voor het Prinses Beatrix Fonds in Noord- en Midden-Limburg en het ongelooflijke bedrag dat ze samen met haar vele vrijwilligers binnenhaalde voor het Fonds. De Koningin vond het prachtig en vroeg me haar waardering aan Tilly over te brengen. Ik legde onze vorstin bescheiden de vraag voor of Tilly niet wat meer waardering verdiende en ze vroeg me voorzichtig wat ik me daarbij voorstelde. Ik zei tegen haar, “Majesteit, ik weet waar Tilly aan de Meterikseweg staat om u toe te wuiven als we straks met de koninklijke bus voorbij komen. Ik stel u voor eens extra hartelijk naar haar te wuiven”. Ze was direct enthousiast met dit voorstel. En inderdaad toen ik haar die aardige vrouw aanwees, die ik zo ben toegenegen, sprak de Majesteit tot haar gevolg in de bus: “Wilt u allen hartelijk zwaaien naar mevrouw Fasol”. En aldus geschiedde. Tilly was verrast door deze hulde en ik ben ervan overtuigd dat weinig burgemeestersvrouwen kunnen navertellen ooit een dergelijk eerbetoon te hebben ontvangen.

Ook met maar twee noten

Tilly en ik hebben vanmorgen nabij de kasteelruïne in de Kasteelse Bossen twee notenbomen geplant. Voor ieder van ons een. Notenbomen wel te verstaan, dat snapt u. Het heeft te maken met de twee noten van de naam Fa-sol. Op de plaquette nabij deze bomen, hebben Peter en Carola de tekst onthuld, die luidt: “Ook met maar twee noten, kun je echt wel liederen maken”.

Maar hoe muzikaal ook, in je eentje kun je het niet. Daar is veler hulp bij nodig. Hopelijk groeien onze notenbomen voorspoedig, als herinnering aan die hulp die ik gekregen heb in de mooie jaren tussen 1988 en 2000. En sprekend van die Horster ruïne, moet ik nu denken aan de film van jaren terug, die de wat merkwaardige titel draagt van “Love amongst the ruins”. Ik herhaal voor Tilly, wat Laurence Olivier tot slot zegt tegen Kathrin Hepburn: “Kom. Laat ons nu gaan liefste. Het beste moet nog komen!”

Mijnheer de loco-burgemeester,
Leden van de Gemeenteraad.

Ik neem afscheid van u. Ik zal zo meteen de voorzittershamer van de Raad aan de loco- burgemeester overhandigen. De ambtsketen houd ik nog even om. En hoewel ik in juridische zin mijn ambt neerleg per 1 januari 2000, zal ik op het einde van deze lange dag tijdens de slotmanifestatie vanavond, ook de keten waarmee ik aan u verbonden was afleggen. Ik dank u voor uw hartverwarmende steun in het werk dat ik mocht verrichten. Ik dank u ook voor de lovende woorden die door u tot Tilly en mij werden gesproken en voor de geschenken die ons werden toevertrouwd. Het ga u allen goed. Moge op het werk dat u nu voortzet alle zegen rusten.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: