Bovendien moet het van mijn vrouw.

En je weet dat zij in deze dingen de baas is.

(1520, Erasmus in Liber Antibarbarorum)

Wil je eventjes gelukkig zijn, drink dan op een avond een goed glas wijn. Wil je langer gelukkig zijn, trouw dan met een mooie deugdzame vrouw. Wil je je blijvend gelukkig voelen, probeer dan ééns in je leven voorzitter van het LGOG te zijn geweest! Het is zoiets als een zaligspreking. Een staat waarin wij beiden terecht verkeren. Ik weet dat we eerder de burgers en burgeressen van onze mooie jurisdicties mochten dienen. Ook dat schept verbondenheid. Dat moge zo zijn, maar dan is er opeens die maaltijd in Maaseik.

Een band wordt hersteld. Herinneringen worden gevitaliseerd. En behalve de ernst van vriend Colleije, herinner ik me ook weer de heerlijke gesprekken met Ton Gehlen en Peter Nissen. En nu, in deze jaren, word ik zowaar op vergaderingen zelfs welkom geheten als ere-lid en als oud-voorzitter. Uitgesproken door de “regerend” voorzitter. Vooral ook vereerd omdat het LGOG intussen gewonnen heeft aan kracht, eruditie en zelfs koninklijk is geworden.

Doet de voorzitter zoiets alleen? Of is het de stille kracht van Manna? (Zie het woord van Erasmus hierboven). Of zijn het ook alle andere bestuurderen die je vleugels geven? Ik denk ook dat het “sprezzatura” is. Een wonderlijk mooi begrip, dat bij je past. Omdat je als koninklijk voorzitter een ware hoveling bent geworden. Balthasar Castiglione (1528)  zegt ervan dat je ermee verbergt hoe knap je bent en de indruk wekt dat niets wat je doet je moeite kost. Sprezzatura is het nobele evenwicht tussen kennis en bescheidenheid. Maar kun je dan werkelijk alles?

“Hebben we genoeg jeugdige leden”, riep ik eens uit. Bestuursadviseur Ton Gehlen meende dat jeugdigen vanzelf ouder worden en dan alsnog lid zullen worden. Terwijl hij dit zei, verschijnt plots in de deuropening een jonge vader ter vergadering met een peuter op zijn arm. “Ziet daar, de voorzienigheid des Heren!” zei Ton. Ook de Heer heeft blijkbaar zo nu en dan sprezzatura. En ook daar moeten we het van hebben.

Karel, ik breng je hulde en dank. Het LGOG staat! Mogen we er beiden blijvend getuige van zijn.

Verder lezen: