Naar de traditie van E.J. Potgieter, op 8 mei 1998.

 

Na zeven jaren mij thans gegeven,

als promotor, preses, dat is om het even;

spreek ik droef tot u de laatste keer,

het volgend jaar staat hier een ander heer.

 

Ik zag de zeven lentes fraai ontloken,

zeven keer der groenten koningin voor u gestoken;

en als telkenjare ik in dank naar u mij uit,

spreek ik ook nu dat woord graag tot besluit.

 

Een gastheers plicht werd van harte weer vervuld;

doch al paart ge aan tal van gaven ook geduld

verwijt ik mij: wis zult thans gij moede wezen.

 

Haast nimmer werd wel d’asperge zo geprezen;

zo fraai in culinaire kunt ter dis gebracht,

dat ik voldaan ten afscheid zeg: een goede nacht!

 

Herinneringen:

  • THE RITE OF SPRING

 

Stafford Wadsworth in Limburg International June/July 1998,

zie aldaar pagina 34 en 35.

 

“First and foremost, among the speakers was Mayor Fasol of Horst,

a man of whom Quintilian *) himself would have approved –

though sadly, we understand, it is to be his last appearance.

 

Mayor Fasol rose to supreme heights,

beginning romantically enough,

with a quotation from Goethe (Mignonslied):

“Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn”

 

Every course was punctuated by similar gems;

his description made the mouth water.”

 

  • Preses stichting Aspergerie Noord-Limburg te Venlo (1992-1998).
  • Ten vermake van de disgenoten in de Maaspoort werd de vraag overwogen of er een Zuid- en een Noord-Limburg zou bestaan. Als tafelpreses ontviel mij al sprekende het aforisme “Limburg gaat tot Haelen, de rest is brengen”. Velen hebben na mij deze uitspraak herhaald.
  • Prix d’Asperge (hors concours), mij uitgereikt op 11 januari 1999 door dr. Jan Schrijen en drs. Jeu Sprengers.
  • In de geschriften van Quintilianus worden stijlregels gegeven voor het samenspel van vorm en inhoud. De taal wordt zodanig gebracht dat het zowel een inhoudelijk als emotioneel effect bewerkstelligt. Een van de regels is, dat verwezen wordt naar bepaalde voorgangers. (Hoogleraar retorica UvA Jeroen Bons in Trouw 26 oktober 2006).

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: