Indonesia

Indonesia

Wim Fasol (1927-1984) schrijft de hieronder weergegeven academische verhandeling over het ‘Sociale Probleem in Azië en Afrika’ (gepubliceerd in de 34e jaargang 1955 van ‘Het Missiewerk’, het tijdschrift voor missiewetenschap) in Udenhout, tijdens zijn opleiding tot missionaris. In 1957 zou hij beginnen als missionaris in Borneo, om vanaf 1962 het grootste deel van zijn leven in Kabanjahe, Noord-Sumatra te werken. Hij overleed in Medan in 1984. Het geschrift geeft een goed beeld van de achterliggende filosofie van het missiewerk vanuit de Nederlandse katholieke kerkprovincie zoals dat na de Tweede Wereldoorlog tot grote bloei zou komen.

Fr. Licinius O.F.M.Cap.

Het sociale probleem in Azië en Afrika

VOOR het eerst in de geschiedenis der mensheid leeft de gehele wereld in een crisisperiode. Twee grote wereldoorlogen waren er de uiting van. De moderne techniek heeft met machtige hand de gehele wereld opengelegd en alle volkeren deelachtig gemaakt aan de wereldeconomie, bekend gemaakt met de moderne grote geestesstromingen en opgenomen in de wereldpolitiek. Het gevolg hiervan is het ontwaken der oude oosterse cultuurvolkeren en de primitieve volkeren van Afrika, die zich bewust gaan worden van hun grootse reserve aan mensen, (1) aan godsdienstig-zedige krachten, aan grondstoffen en van hun door niemand te stuiten geweld, wanneer zij gaan streven naar wereldheerschappij.

Het koloniale tijdperk, dat Azië en Afrika in contact heeft gebracht met de grote wereld is ten einde. Het wereldbeeld gaat veranderen. Het zwaartepunt wordt verlegd. De inheemse volkeren willen zich een eigen nationaal bestaan veroveren en mede een belangrijke stem hebben bij het bepalen van de wereldpolitiek, terwijl het oude Europa na een eeuwenlange hegemonie over de wereld de speelbal dreigt te worden van de andere continenten. Men spreekt zelfs van de ondergang van het Avondland.

Daarmee is in enkele trekken de plaats getekend, die Azië en Afrika in de hedendaagse wereldsituatie innemen. Inderdaad de wereld leeft in een ‘interregnum’, in een revolutionair tijdperk, waarin de grote wereldbeschouwingen elkaar de hegemonie betwisten, waarbij het gevechtsterrein steeds meer verlegd wordt naar Azië en Afrika, omdat deze werelddelen een beslissende rol zullen spelen in de wereld van morgen. Vanuit sociaal en maatschappelijk standpunt willen wij hier deze ideeënstrijd van de moderne ideologieën in Azië en Afrika gadeslaan en wij willen achtereenvolgens bespreken: het internationale sociale probleem en de grote wereldbeschouwingen; de sociale nood in Azië en Afrika; de katholieke oplossing van de sociale kwestie in het licht van ‘Evangelii Praecones’.

I. Het internationale sociale probleem en de grote wereldbeschouwingen

HET sociale probleem geniet tegenwoordig een internationale belangstelling, vooral sedert men tot de oprichting kwam van de grote nevenorganisaties van de ‘Verenigde Naties’, nl. de ‘Voedings- en Landbouworganisatie’ en de ‘Wereldorganisatie voor Gezondheid’.(2) Men wil een goed geleide internationale politiek om ieder volk voldoende basisgoederen (3) te verschaffen en iedere mens een menswaardig leven te bezorgen. Goed gedocumenteerde publicaties hebben aangetoond, dat in 1948 ongeveer de helft van de wereldbevolking vooral van Azië en Afrika beschikte over een voedingsniveau, onvoldoende om een goede gezondheid te bewaren. (4)

Een groeiproces en zeker een wereldcrisis zoals wij die kennen, brengt altijd noodzakelijk met zich mee – naast ideologische verwarringen – maatschappelijke en sociale revoluties. De oude, traditionele, totaal onvoldoende staathuishoudkunde van vele inheemse volkeren moest wel failliet gaan door de enorme technische vooruitgang en de koloniale expansie van de grote mogendheden. De economische goederen zijn daarom onvoldoende verdeeld en de z.g. basisgoederen ontbreken aan 1128 millioen mensen, voornamelijk wonend in China, India, Indonesië en Pakistan, alle missielanden.

Volgens de deskundigen van de Voedings-landbouworganisatie is twee derde van de wereldbevolking ondervoed en is het voedingsprobleem voor ongeveer de helft urgent. (5) Is de gemiddelde levensduur in de meer ontwikkelde landen 65 jaar, in China en India nog geen 30 (6). Nauw hiermee samenhangend is het probleem van de overbevolking. China met zijn grote bergen en woestijnen heeft meer dan 500 millioen inwoners, meer dan er katholieken zijn op de hele wereld. Japan met zijn bijna 100 millioen mensen is na de oorlog weer op zijn eilandenrijk teruggedrongen, terwijl statistieken zeggen, dat rond 2000 India en Pakistan 800 millioen inwoners zullen tellen. (7)

Ziedaar, het grote probleem waarvoor wij vandaag staan: het sociale probleem op internationaal plan en dat vooral gelegen is in Azië en Afrika, toegespitst en opgedreven tot ongekende verhoudingen door wereldoorlogen en politiek. (8) De sociale nood is universeel en de jonge revolutionaire volkeren eisen een totalitaire oplossing. (9) “Das soziale Problem”, schrijft Freitag, “ist das Tagesprogramm der Welt”. (10)

Met deze sociale en economische achtergrond willen wij hier de gigantische geestesstrijd, die de grote wereldbeschouwingen voeren om zich de heerschappij te verzekeren over de wereld, speciaal ook over de opkomende werelddelen, beschouwen. En dan wordt het begrijpelijk, dat zij Azië en Afrika tegemoet treden in haar materiële en sociale nood, dat zij strijden voor een maatschappelijke welvaart van deze volkeren volgens hun eigen beginselen, om zo hun sympathie te veroveren en de juiste voorwaarden te scheppen om de aanvaarding van hun beginselen te vergemakkelijken.

Het is immers een uitgemaakt ervaringsgegeven, dat de materiële omstandigheden mede de doorslag kunnen geven bij het aanvaarden of verwerpen van ideologieën, die zelfs van meer geestelijke aard zijn. Pater Lombardi brengt in zijn boek ‘Voor een nieuwe wereld’ deze idee sterk naar voren. (11) Het humanistisch Liberalisme, het Communisme en het Christendom (12) streven naar de wereldhegemonie en daarom – nu Azië en Afrika een revolutionaire metamorfose ondergaan – hebben zij zich ingezet om mede de maatschappelijke verhoudingen van deze landen te bepalen om daardoor hen hun eigen levensbeschouwing en geest te kunnen opdringen. Het is algemeen bekend immers, dat de inheemse levensbeschouwingen en godsdiensten zelf veelal het sociaal probleem niet kunnen oplossen. Zij staan er vreemd tegenover. We willen nu de drie grote wereldbeschouwingen aan een korte bespreking onderwerpen.

Het humanistisch Liberalisme, voortgekomen en steunend op een rationalistische ideologie, de die de mens de autonomie tegenover God leerde, heeft het liberalistisch Humanisme, dat het individu wilde bevrijden, in feite de massa overgeleverd aan de harteloze uitbuiting van een minderheid. (13) Door de grote materialistische philosophen en sociologen van het Westen geleerd, worden deze ideeën reeds een eeuw lang over de wereld uitgedragen en zijn hun vruchten overal te plukken. Het moderne Atheïsme met zijn sociologische onderbouw: het liberale Kapitalisme heeft chaotische toestanden geschapen, millioenen mensen uitgebuit en geestelijk gedood. Door de politieke verwikkelingen der laatste jaren gaat het westers Kapitalisme in Azië en Afrika verdwijnen. Het koloniale tijdperk heeft afgedaan. Maar zijn geest zal blijven bestaan en – in andere vormen – in het economische en maatschappelijke leven tot uiting komen. Vanuit het Westen worden nu Liberalisme en Atheïsme in meer gematigde vorm gepropageerd: men spreekt van humanisme en neutraliteit, maar de grondideeën zijn dezelfde gebleven. De invloed van deze stromingen in Azië en Afrika is zeer sterk. Het sluit goed aan bij het autocratisch systeem van de oude aziatische heersers, terwijl de idee van de almachtige staat zeer sterk leeft bij de huidige bestuurders van de jonge naties, die geheel doordrenkt zijn van het Laïcisme (14). Langs UNO en UNESCO, waar de kapitalistische staten zo sterk vertegenwoordigd zijn, tracht dit heidens Humanisme zijn invloedssfeer steeds verder uit te breiden (15). Een zeer sterk voorbeeld van invloed kan men opmerken bij zijn pogingen de aziatische volkeren op neomalthusiaanse wijze op te voeden en de druk op de verschillende regeringen is zeer groot o.a. in India en Japan.

Naast dit systeem staat als felle mededinger het Communisme. Het Communisme, dat steeds verder doordringt in de aziatische wereld en de afrikaanse gemeenschap, (16) dat stormenderhand China heeft genomen en dat zich nu opmaakt – politiek en militair – om Achter-Indië neer te slaan en dat reeds zijn cellen heeft in de grote eilandenreeksen van de Stille Oceaan. De rode invloed wordt steeds dreigender. Wij vragen ons af, hoe dat toch mogelijk is. Uit een zuiver systeem van dwang en concentratiekampen is dit niet te verklaren. Neen, het antwoord moet dieper gezocht worden. Het succes der communisten ligt in de grote sociale nood. Het belooft rijst voor de naaste toekomst aan de millioenen hongerigen. Het predikt een nieuwe wereld, een aards paradijs, waar zij, de verdrukten, gelukkig zullen zijn. En deze mystiek bezit een machtige aantrekkingskracht. De millioenen, die een menswaardig bestaan moeten leiden, worden door het Communisme bezield met hel geloof in een nieuwe socialistische maatschappij, met het geloof in de revolutie, (17) een geloof, dat ook gevoed wordt door de vele sociale verbeteringen, die het Communisme gebracht heeft in b.v. China. Zo bezit dit communistisch Messianisme een machtige aantrekkingskracht en een grote werfkracht. Het geeft weer zin en betekenis aan het leven hier op aarde. Het bezit honderden idealistische cellen, die hun leven hebben ingezet voor de communistische levensbeschouwingen en de stichting van de totalitaire wereldheilstaat van het proletariaat.

En als derde staat de Kerk (18) om al deze volkeren in zich op te nemen. Krachtens haar wezen katholiek, een wereldkerk, heeft zij alle eeuwen door haar missionarissen uitgezonden om alle volkeren en mensen in zich op te nemen. Het doel van der Kerk is immers de voortzetting van de taak van Christus, die kwam om allen te verlossen: gaat en onderwijst alle volkeren.

De Kerk moet daarom geplant worden over de gehele aarde, geïncarneerd worden bij alle volkeren, gegrondvest worden in alle culturen. Zij moet overal een katholieke levenssfeer scheppen om elke mens het christen-worden mogelijk te maken. Is dit dan het doel, dat de Kerk wil bereiken, de christianisering, zij zal dit telkens met andere middelen, op andere wijzen moeten doen, aangepast aan tijden en omstandigheden. Zo ook nu: wil de Kerk deze volkeren in zich opnemen, dan zal zij haar als een moeder tegemoet moeten treden, haar nood lenigend, door de hongerigen te verzadigen, de naakten te kleden, de vreemdelingen op te nemen en de zieken te bezoeken. (19)

Zeker, het is de primaire taak van de Kerk niet de menselijke natuur te verbeteren, maar ze te verlossen. Maar het is een uitgemaakte zaak, dat niet-menswaardige levensverhoudingen bij de massa de toegang tot God ten zeerste bemoeilijken. Als de zedelijke persoonlijkheid van de mens niet tot haar recht kan komen ten gevolge van de maatschappelijke wantoestanden, kan van een christelijk leven geen sprake zijn. Hier moet dan ook de diepste fundering gezocht worden voor de sociale activiteit van de Kerk: katholieke sociale actie is niet te scheiden van het Mystieke Lichaam. (20) De strijd tegen de gevolgen van de zonde is een rechtstreekse taak van de Kerk: van paus, priesters en leken, ieder op hun eigen terrein. De taak van der Kerk de gehele mens en alle menselijke betrekkingen aan de verlossing deelachtig te maken, sluit noodzakelijk de strijd in tegen de levensomstandigheden, die een menswaardig leven uitsluiten. De overwinning van de Verlossing moet zichtbaar worden over geheel de aarde en daarom moet de Kerk zo geïnteresseerd zijn bij de sociale nood in de wereld.

II. De sociale nood in Azië en Afrika

ALVORENS de taak der Kerk nader te bepalen, willen we eerst de sociale nood in Azië en Afrika enigszins meer concreet aangeven, om zo des te beter het verkeerde in het Liberalisme en Communisme te doen aanvoelen en des te scherper de taak der Kerk te kunnen omschrijven.

Om een goed begrip van de situatie te krijgen, moet men onderscheiden het landproletariaat, dat reeds eeuwen bestaat en verreweg het grootste is en het proletariaat in de steden, dat vooral dateert van de laatste eeuw, een vrucht van de westerse beschaving.

Het landproletariaat, waarvan bijna de gehele plattelandsbevolking deel uitmaakt, is enorm groot.(21) Een concrete beschrijving van de levenswijze van deze ongecultiveerde, primitieve en arme mensen zou boekdelen eisen. Zij zijn volledig afhankelijk van de natuurelementen: de zon, de moessons, die vaak vanwege de geringe landbouwcultuur en de minieme organisatie gehele oogsten doen mislukken. Natuurrampen, overstromingen maken grote landbouwgebieden onbruikbaar. Epidemieën en hongersnoden treffen grote bevolkingsgroepen. (22) De grond is gewoonlijk in bezit van de vorsten en de grootgrondbezitters. (23) De pachtsommen zijn enorm hoog en vele armen vallen zo in de handen van de woekeraars.

Ten gevolge van de industrialisatie, het westers kapitalisme en de opdringende westerse ideeën is in de laatste 50 jaar de toestand nog erger geworden. De oorspronkelijke, primitieve, sociale banden, waardoor deze mensen gebonden werden, zijn verbroken; de duizenden jaren oude culturen dreigen verdrongen te worden door de westerse materialistische beschaving. Het Hindoeïsme, dat het gedrag van 400 millioen mensen regelde, geeft voor de actuele problemen geen oplossing. In Afrika brokkelen de z.g. clans – de verwantschapsgroepen in de gesloten dorpsgemeenschappen – steeds meer af. In één woord: de gehele traditionele huishoudkunde van deze volkeren gaat verdwijnen. Door de opkomende industrie is er bovendien een enorme trek naar de stad ontstaan. De stad kreeg een geweldige aantrekkingskracht voor deze arme boeren. En juist de arbeidskrachten – de mannen tussen 25 en 40 jaar – trokken weg. Een grote ontvolking van het land is het gevolg.(24) Bovendien hebben de blanken de vruchtbaarste gebieden vaak in bezit genomen voor hun plantages, waarop de inlander dan voor een minimum aan loon kan of moet komen werken.(25)

De gevolgen van dit alles zijn bijna niet te beschrijven. De landbouw, die juist op gang moet komen om de steden te voeden, wordt bedreigd. De arbeidskrachten zijn weg. De inheemse levensverhoudingen en de maatschappelijke structuur verdwijnen. In volle werkelijkheid kan van deze mensen gezegd worden, dat ze een proletariaat zijn d.w.z. feitelijk bezitloos, levend in bestaansonzekerheid en afhankelijk van anderen.

Hiernaast staan dan het pauperisme en de sociale wantoestanden van de industriecentra. Met behulp van de moderne techniek heeft zich werkelijk in de steden een verandering voltrokken, die aan het ongelofelijke grenst. In Azië en ook in Afrika schieten de steden – die voor de europese niet onderdoen – als paddestoelen uit de grond.(26) En de aantrekkingskracht van deze steden neemt nog dagelijks toe. Hoe het de eenvoudige mensen van het land in de stad vergaat tart elke beschrijving. Weggehaald uit hun milieu, dat steeds hun gehele leven tot in bijzonderheden bepaalde, komen ze terecht in een moderne wereldstad. Zij zijn aan niets meer gebonden, worden vrij beïnvloed door de materialistische geest van de blanken. Zij zijn overgeleverd aan de kapitalisten en kunnen geen weerstand bieden aan het Communisme. Als dommekracht worden ze te werk gesteld op onhygiënische fabrieken, terwijl ze eerst vrij leefden op het open veld. De arbeidsvoorwaarden zijn slecht, lage lonen, weinig sociale voorzieningen. Zij leven in huurkazernes, werkkampen of zelfgemaakte hutten. Op allerlei wijzen worden ze aangemoedigd om het enige wat ze verdienen nog te verbrassen aan immorele genoegens. Van een normaal huwelijksleven komt weinig terecht, als de vrouw op het land is achtergebleven.

Hier is in een woord de voedingsbodem aanwezig voor het zuivere revolutionaire proletariaat. De godsdienst is verloren, de materialistische geest ingedronken, de ellende aan den lijve ondervonden. De vorming van dit proletariaat is de doodzonde, die wij bedreven hebben.

III. De Katholieke oplossing in het licht van “Evangelii Praecones”

DE Kerk staat voor de zware opdracht het sociale leven van de volkeren in Azië en Afrika mede te ordenen. Wij zullen hier uitgaande van de encycliek “Evangelii Praecones” in grote lijnen de taak van de Kerk in dezen aangeven.

De katholieke oplossing kan men vooreerst benaderen vanuit het transcedent karakter van de Kerk. Theoretisch is het voor eenieder duidelijk, dat de leden van de Kerk de bovennatuurlijke kracht, die achter de zichtbare gestalte van de Kerk schuilgaat, niet moet afdijken door eigen werkzaamheden. Maar in de practijk kan de kracht van de H. Geest, die “alles kan herscheppen en het aanschijn der aarde vernieuwen” vaak zo moeilijk tot volle ontplooiing komen. Ook juist bij een ordening van een maatschappij, moet voor ogen staan, dat Gods kracht uit de woeste chaos een geordende kosmos heeft geschapen en dat zoals de Paus zegt, juist wanneer hij spreekt over de sociale kwestie in de missielanden, “Christus alleen de rechtvaardigheid waarborgt onder de mensen”. (27)

Het is zo waar, wat mgr. Fulton Sheen zegt: “De eerste taak van de Kerk is niet een sociale orde op te bouwen in een nog onverloste mensheid, maar de mensen het nieuwe leven te geven en zo een sociale orde te vestigen”. Zonder rechtvaardigheid en liefde is de wereld een chaos al hebben we nog zo veel sociale voorzieningen. De Kerk moet daarom bij haar prediking en eschatologisch aspect van het christendom sterk benadrukken. De Paus wijst hier met klem op. (28) Voor de religieuze oosterling heeft dit eschatologische karakter van de Kerk trouwens nog een bijzondere klank. (29)

Maar de Kerk heeft ook te ijveren voor en te werken aan de positieve rechtstreekse opbouw van een nieuwe maatschappelijke orde in de missielanden. De H. Vader schrijft: “De Evangeliepredikers moeten zich in het bevorderen van de sociale belangen onderscheiden en hierin allen overtreffen. Want dan zullen zij er zeker van zijn, dat op hen niet van toepassing is: de kinderen dezer wereld behartigen hun belangen met meer overleg dan de kinderen van het licht” (30).

Hoe moet nu de Kerk aan de oplossing van het sociale vraagstuk meewerken? (31) In de eerste plaats zal de Kerk in de missielanden hechter moeten georganiseerd worden. De Kerk is een wereldkerk. Dat moet practische consequenties met zich meebrengen. Alle missiegebieden moeten met elkaar in contact gebracht worden via de organisaties en de leidende persoonlijkheden. Door de kracht van een gezamenlijke beweging zullen de vijftig millioen christenen in de missielanden zich gesteund en geholpen voelen. Een bundeling van alle krachten is een feitelijke en psychologische kracht. (32) Een grote samenwerking is b.v. nodig in een zo bont samengesteld land als India. Het is vooral de taak der bisschoppen om leiding te geven. De paus noemt het een eis van hun herderlijk ambt. (33) Verschillende bisschoppenconferenties zijn er reeds gehouden over het sociale probleem (34).

Maar er moet nog een nauwere bang gevlochten worden en dan bedoelen wij die met het katholieke achterland. De christenen in de missie leven geïsoleerd, wat betekenen 40 tot 50 millioen verspreide katholieken op anderhalf milliard heidenen. De organisatie met de wereldkerk moet hiervoor een tegenwicht vormen. Er moet contact zijn met het Westen. België geeft in dezen een bemoedigend voorbeeld (35).

Het sociaal probleem is een wereldprobleem, dat enkel op wereldbasis kan opgelost worden. Het is trouwens noodzakelijk, dat tegenover een georganiseerd wereldcommunisme een sociaal geordende wereldkerk staat. Langs UNO en UNESCO moet de Kerk trachten mee te werken aan de sociale opbouw van de missielanden en er de christelijke beginselen door te voeren. Hier ligt een groot werkterrein voor onze katholieke leken. Wij moeten b.v. zitting nemen in de “Missions d’éducateur”, die de UNESCO uitzendt naar de onderontwikkelde landen om de regeringen voor te lichten op sociaal en economisch terrein en om er ook practisch te werken. (36)

De taak, waar de paus in zijn encycliek wel de meeste nadruk op legt is de strijd voor de sociale rechtvaardigheid in de vorm van het privaat-eigendom. De charitas is een belangrijke factor in het missiewerk, maar door haar kunnen de sociale misstanden niet verholpen worden. “Op de eerste plaats moet de rechtvaardigheid tot bloei komen, heersen en metterdaad in practijk gebracht worden”. En dan vervolgt de H. Vader: “De waardigheid van de menselijke persoon vordert dus als regel en als natuurlijke grondslag voor het leven: het recht op het gebruik der goederen der aarde. Aan dit recht beantwoordt de fundamentele plicht om naar mogelijkheid aan allen een eigen bezit toe te staan. De positieve rechtsregels moeten beletten, dat de arbeider gedoemd wordt tot een afhankelijkheid en een economische slavernij, die onverenigbaar zijn met zijn persoonlijkheidsrechten”. (37) Hier legt de paus inderdaad de vinger op de wonde in de missielanden. Wij hebben dit reeds voldoende uiteengezet. De taak is bovenmenselijk en uiterst precair, maar met idealistische durf toegepast kan ze kostbare vruchten afwerpen. (38)

Op deze basis van het natuurrecht is ook samenwerking mogelijk met andere groeperingen en met verschillende regeringen. Het fundament immers van de christelijke sociale leer is de natuurwet. Dit is zeer belangrijk, omdat het christendom in alle missielanden nog een minderheid vormt, wier stem bijna niet vernomen wordt. (39)

Op grond van deze samenwerking kan men ook komen tot een gemeenschappelijke strijd tegen het Communisme, waar de paus zo met nadruk op wijst. (40)

Ten slotte een enkel woord over de taak van de leek in de missie. De H. Vader zegt: “Er is niets op tegen, dat de leden van de Katholieke Actie toetreden tot verenigingen, die tot doel hebben het sociale en politieke leven in overeenstemming te brengen met de beginselen van het Evangelie. Ja, zij hebben het recht en de plicht dit te doen, niet alleen als burgers, maar ook als katholieken”. (41) De leek heeft immers ook een taak, een zending in de Kerk. (42) Hij is als het ware de schakel tussen Kerk en wereld. Door hem is de Kerk het levensbeginsel van de mensengemeenschap.

Overgebracht op sociaal plan brengt dit voor de leek mee, dat hij, gevormd door de priester, als een zuurdeeg de maatschappelijke instellingen met de christelijke geest moet doordesemen, de sociale oplossing in eigen milieu moet tonen en de sociale ideeën in elke gewettigde vorm moet bekend maken door middel van de pers, congressen, (43) sociale instituten en vooral door middel van vakbonden van arbeiders en boeren. (44)

De woorden van de paus, wanneer hij begint te spreken over de sociale nood in de missielanden: miserior super turbam, zijn inderdaad gerechtvaardigd. De Kerk staat voor een reuzentaak. Algemene organisatie en mobilisatie van de gehele katholieke wereld is harde noodzaak. De Kerk heeft een zending. Zij heeft de opdracht aan de wereld liefde en rechtvaardigheid te brengen. Mocht iedere christen voelen, dat ook hij hier, als lid van de Kerk, aan heeft mee te werken.

Udenhout

1 Volgens statistieken van 1953 heeft Azië ruim 1.400.000.000 inwoners.

2 De eerste werd opgericht te Quebec in 1945; de laatste te Genève in 1946.

3 Basisgoederen omvatten de fundamentele eisen van elk maatschappelijk leven nl. gebruik van de onmisbare stoffelijke goederen, wetenschappelijk mogelijke bescherming van de gezondheid, te ontwikkeling van persoonlijke talenten. Cfr. L. Janssens: Moraal en wereldbevolking, K.C.T., jrg. VII, 1953, pag. 97.

4 Zie Alb. Van Houtte; K.C.T., jrg. V, 1952, pag.224.

5 Zie Janssens: o.c. 98.

6 De vele ziekten, die men in de onontwikkelde landen tegenkomt, zijn te wijten niet zozeer aan het klimaat als wel aan een tekort aan vitaminen. Cfr. De studie van de voorzitter van de F.A.O., J. de Castro: ‘Geopolitique de la faim’, Parijs 1952.

7 De laatste 20 jaar is de bevolking van India en Pakistan met 100 millioen gestegen. Hier trouwt dan ook 50% van de vrouwen beneden de 15 jaar. Chronische honger, zegt De Castro, waaronder millioenen lijden, verhoogt bovendien het geboortecijfer (cfr. de naam proletarii: de vruchtbaren).

8 Cfr. Al. Le Roy S.J.: Le problème social dans les pays de Mission, in: Documentazione Ag. Fides van 19 juli 1947, geciteerd door A. Freitag S.V.D.: Die neue Missionära, Kaldenkirchen 1953, p. 115 en 117.

9 “Die Völker … wollen auch zu einer wirtschaftlichen und sozialen Umformung gelangen, die das Los jedes einzelnen erleichtert und allen einen gerechten Anteil an den Früchten des Fortschrittes zusichert.” Freitag: o.c. pag. 116.

10 Freitag: o.c. pag. 116.

11 P. Lombardi: Voor een nieuwe wereld, deel I, hfst. 2, pag. 40-48. “Dit is het goede, zegt hij, dat Marx en Lenin gebracht hebben – al hebben ze daarin overdreven door alles van de materie afhankelijk te maken – dat een ideologie, die overeenstemt met het algemeen belang (alle mogelijk aards voordeel), hierdoor wordt bevorderd. Het belang, dat de massa heeft, is een voornaam substraat, dat de aanvaarding van godsdiensten kan begunstigen”.

12 Hoewel wij van mening zijn, dat ook het Mohammedanisme onder de grote wereldbeschouwingen moet gerekend worden, laten wij het hier buiten beschouwing, omdat wij hier de grote ideologieën vanuit hun sociale waarde benaderen. De Islam bezit geen constructieve sociale ideeën. Voortgekomen uit een volk met patriarchale levensvormen en nog vaak verstard in een traditioneel conservatisme is het niet opgewassen tegen de moderne wantoestanden en het moderne proletariaat.

13 P. Lombardi zegt: “Er is als het ware een wisselwerking: van de ene kant heeft het rationalisme de liberale ordening geïnspireerd, maar van de andere kant heeft het aldus ontstane liberalisme het rationalisme ten zeerste begunstigd”, o.c. pag. 45.

14 Het laïcisme wil er niet van horen, dat de staat alleen een aanvullende functie heeft en slechts daar moet optreden, waar de natuurlijke gemeenschappen te kort schieten. Cfr. Jos Peters: K.M., 74 (1954) 267.

15 Cfr. T. Hermans: Humanisme van de UNESCO, Linie 8 Mei 1954, pag. 4.

16 Men zegt, dat jaarlijks 3000 Afrikanen in Moskou worden opgeleid in de leer en de werkwijze van het communistisch systeem.

17 Cfr. N. Broeckart O.F.M.: De mystiek van het Communisme, Antwerpen, 1949, pag. 72-89.

18 Wij spreken hier alleen over de Katholieke Kerk. Toch willen wij geenszins het Protestantisme uitsluiten, want ook dit heeft een voorname taak mede de sociale nood in de missielanden te lenigen.

19 Pius XII legt in Evangelii Praecones zonder meer het bevel op zich toe te leggen op de oplossing van de sociale kwestie: “Het is volstrekt noodzakelijk, dat de zuivere beginselen, die de Kerk op dit gebied leert, met alle ijver en energie worden doorgevoerd. Het is volstrekt noodzakelijk alle volkeren voor die verderfelijke dwalingen te behoeden (van het Cmmunisme)”. Cfr. Eccl. Doc. no. 49.

20 Cfr. P. Masson S.J.: Mission uns soziale Frage, referaat gehouden op het Internationaal Academisch Missiecongres te Aachen (Cfr. Herders Correspondenz, 6 (1951-52) 467-471).

21 In China leeft 80% van de bevolking van de landbouw; in India 95%; in Afrika 62%

22 De hongersnood in India van 1942 en 1951 eiste millioenen slachtoffers. Slechts 40% van de bevolking heeft hier – normaal gesproken – voldoende te eten.

23 In China en Japan 50%; in India plm. 90%.

24 In Belgisch Congo is het geboortecijfer in meer dan de helft van de 117 gewesten onvoldoende. 400.000 mensen hebben hier in enkele jaren de streek verlaten. In Nyassaland emigreerden 130.000 mensen naar Rhodesia en Transvaal.

25 In Kenya kan negen tiende van de bevolking niet voldoende in haar levensbehoeften voorzien, omdat de beste gronden in handen van de blanken zijn. Ook de opstand op Madagascar in 1947 is voor een groot deel het gevolg van de uitbuiting en onderdrukking van de inheemsen en de vordering van hun arbeidskrachten.

26 Calcutta 4 millioen; Shanghai 5 millioen; Osaka 6 millioen; Johannesburg 1 millioen; Kaapstad 500.000; Leopoldville 250.000; in Hongkong wonen op elke vierkante kilometer 2221 mensen.

27 Ev. Praec. Eccl. Doc. no. 49.

28 “Het is volstrekt noodzakelijk in persoonlijk gesprek en in het openbaar aan allen te leren, dat wij ballingen zijn op weg naar een vaderland, waar men niet sterft en dat wij bestemd zijn voor een eeuwig geluk, dat wij door het volgen van de waarheid moeten bereiken”. O.c. no. 49.

29 De reïncarnatieleer van het Hindoeïsme bij voorbeeld heeft een heilzame invloed gehad op het morele leven en de maatschappij. Zou dit niet gesublimeerd kunnen worden en verheven in de christelijke opvatting van het leven hiernamaals?

30 Ev. Praec. no. 54.

31 Cfr. XXIIIe Semaine de Missiologie de Louvain, “Problèmes du travail dans un monde qui change”, Zaïre, vol. VIII-2 (Febr. 1954) 206-209.

32 Jos peters: Het sociale vraagstuk in de missielanden, K.M. 72 (1952) 83.

33 “Rekening houdend met de bijzondere omstandigheden en na gemeenschappelijk overleg in bisschopsconferenties, synoden en andere bijeenkomsten moet gij met alle kracht er naar streven, die nuttige organisaties, verenigingen en instellingen op economisch en sociaal gebied in het leven roepen, die onze tijd vorderen”. Ev. Praec. no. 54.

34 Bijv. in India, Zuid Afrika, Tanganyika, Congo.

35 De katholieke sociale organisatie in België is de grote steunpilaar van de sociale Beweging in Belgisch Congo. Leuven richtte in Congo een hogeschool op voor handel en landbouw. Mgr. Cardijn heeft zijn K.A.J. reeds overgebracht naar de missielanden b.v. naar India en Japan.

36 G.H.L. Zeegers: De UNESCO en de Missie, H.M. 32 (1953) 144.

37 Ev. Praec. no. 52.

38 P.Lievens S.J. is er een klassiek voorbeeld van. Zijn program was: de grond redden voor de boeren; de boeren redden uit handen van de woekeraars; opheffing van het volk uit zijn onwetendheid. Met eigen hand heeft hij – na onder de kasteloze een betrekkelijke welvaart geschapen te hebben – er 27.000 gedoopt en bij zijn heengaan telde de Ranchi-missie 100.000 catechumenen.

39 De arbeid van mgr. Yupin in China, die veel gedaan heeft voor een goede sociale wetgeving en van P. d’Souza S.J. in India, directeur van het instituut voor sociale orde en lid van het parlement, dienen hier met eer vermeld te worden.

40 “Het is volstrekt noodzakelijk alle volkeren voor de verderfelijke dwaling van het Communisme te behoeden, of als ze er reeds mee besmet zijn, van deze gevaarlijke leer te bevrijden”. Ev. Praec. no. 49.

41 Ev. Praec. no. 40.

42 Als men Missie definieert als “vestiging van de Kerk”, dan is de leek er wezenlijk mee verbonden. Moet de priester het volk dopen, de leek moet de cultuur, de maatschappij “dopen”. Op terreinen, waar de priester niet competent is of nooit kan komen, moet de leek de christelijke beginselen uitdragen.

43 Een prachtig voorbeeld van de activiteit van de leek is het onlangs gehouden internationaal congres voor leken in Uganda, waar door prominente figuren als dr. L. Aujoulat, dr. Hyde, dr. J. Conombo gesproken werd over opvoeding, kadervorming, gezin, arbeid en maatschappelijke verheffing. Het grondpatroon van dit congres was een brief van de H. Stoel.

44 Een gelukkig begin is gemaakt met de eerste vakbonden: in India tellen de 20 vakbonden 13.000 leden. In Afrika zijn er opgericht in Congo, Frans Afrika, Kameroen, Nigeria, Zuid Afrika en Madagascar.

 

Verder lezen: