Het is, denk ik, helemaal in stijl om mijn bijdrage aan de Familiekrant in de vorm te gieten van een e-mailbericht uit Perth, Australie. Dit bericht kan zo worden afgedrukt, als tenminste het redactionele kwaliteitsbeleid van de verantwoordelijke redacteuren zich daar niet tegen verzet.

Ik voel me nu pas echt met pensioen, ver weg van Nederland, op bezoek bij de bijna-antipoden van het – ook – door Nederlanders ontdekte continent dat bestaat uit heel veel niks in de kern – ‘Bush’, typisch dat die nieuwe President van de VS daamaar genoemd is – en een dunne bewoonde rand daaromheen. Veel mensen wonen daar nu ook weer niet, zo’n 18 miljoen, naar het schijnt. Allemaal aardige mensen, voor zover we tot nu toe hebben kunnen waarnemen, ondanks de algemeen bekende of beruchte herkomst van de meesten: afstammelingen van de Engelse 19e eeuwse ‘convicts’; dit waren geen kloosterlingen, maar een heel ander type gevangenen.

Het weer is fantastisch mooi. Zo mooi dat het hier geen ‘serieus’ onderwerp van gesprek is zoals in Nederland. Ik neem aan dat het algemeen niveau van de Australische ‘small talk’ daardoor ook aanzienlijk hoger ligt, maar die veronderstelling heb ik nog niet kunnen toetsen. De stranden zijn overal van heel fraai wit zand en – met zo weinig mensen – niet druk. Het zal niet lang meer duren of er komen dagelijks honderden vliegtuigen met Nederlandse ADVers deze kant op. Die zullen binnen de kortste keren de conversatie dan verrijken met gezeur over het feit dat er ook hier wel eens een wolkje komt overdrijven.

Ons eerste en belangrijkste doel van de ‘wereldreis’ waar we aan bezig zijn, was om Stijn en Nicole en hun gezin op te zoeken in hun nieuwe omgeving. En in de nieuwe samenstelling, met Megan! Megan is een erg mooie kleindochter, ze is heel lief ze doet het heel goed. Met Nicole, Stijn, Thomas en Robin gaat het ook prima. Ze zijn helemaal gewend aan hun nieuwe leven, nu ze het eerste halvejaar erop hebben zitten. Ze hebben een fraai huurhuis, niet ver van het strand in een voorstad van Perth.

Onze ‘wereldreis’ leidt op 22 februari eerst naar Sydney. Daar blijven we tot 28 februari, vooral om veel te zien als toerist. Ik doe daar ook nog een lezing op de universiteit, over het onderwerp van mijn afscheidscollege. Diezelfde lezing herhaal ik zo’n tien dagen later in Honolulu, op de universiteit van Hawaii. De reis van Sydney naar Honolulu gaat via Auckland, Nieuw-Zeeland. Op 8 maart komen we in Florida aaan, waar we een week lag de gast zijn van Dick en Sarah Lambert, die de meesten van jullie kennen van mijn afscheidscollege en die daar bezig zijn te overwinteren. Voordat we eind maart vanuit Washington, DC, naar Nederland terugreizen, gaan we vanuit Florida met Dick en Sarah in de auto via de zuidelijke Staten in 8 dagen noordwaarts.

Echt met pensioen dus, dat is het gevoel dat rk er tot nu toe sterk van krijg. Ik neem aan dat dat gevoel alleen nog maar sterker kan worden. Ineke en ik varen er wel bij, we beginnen ook al snel wat kleur te krijgen, al doen we ijverig mee aan de Australische fobie voor de sterke zonnestralen die door de dunne ozonlaag komen. We lopen met grote hoeden op rond en schrikken niet terug van zonnebrandolie factor 30 ofzo.

En van verre reizen schijn je later ook veel te kunnen verhalen. Dat heb ik nooit zo ervaren, maar misschien wordt dat in de gepensioneerde staat ook weer anders en zullen jullie misschien bij de komende familiegebeurtenissen al gauw moeten vaststellen hoe stom vervelend dat kan zijn. Laat ik het, daarom, voor de zekerheid deze eerste keer maar hierbij Iaten.

Tenslotte, vanuit Perth, de allerbeste wensen aan de hele familie, van Ineke, Stijn. Nicole, Thomas, Robin en Megan, maar vooral van Theo.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 6, april 2001.

 

Verder lezen: