Interview met Paul, meester-in-ruste.

Paul van Els, pionier aan de MaasDorp Melderslo

In de Middeleeuwen liggen er drie ontginningsvelden in de bossen tussen Horst en de kleine Maasdorpen. Het zijn Meldersveld, Lochtsveld en Eikelenbosserveld. Zo rond het jaar 1400 ontstaat daaruit het dorp Melderslo. Het is de tijd dat de Graaf van Gelre aan Heer Jacob van Myrlaer het recht gaf even verderop het Huys ter Horst te bouwen. Melderslo heeft in onze dagen zo’n 2000 inwoners. In 1916-1917 bouwt de gemeente er de eerste school. De kerk wordt in de oorlog verwoest. In 1953 herrijst een nieuw godshuis van de hand van de befaamde architect Alphons Boosten met glas-in-loodramen van Joep Nicolas. De Melderslose vaders en moeders gaan er ter kerke en bidden dat hun kinderen een reine verkering en een welvarende toekomst zullen hebben.

Blauwe Bessen

Die welvaart moet gevonden worden op boerenhofsteden en in de vlasteelt. Al vanaf het ontstaan van het dorp wordt het lijnzaad op de schrale grond geteeld tot vlas, waaruit het linnen wordt bereid en gesponnen. Nodig voor de circa 150 thuiswevers in omliggende dorpen, die actief bleven tot de industrie hun taak overbodig maakte. Het laatste weefgetouw viel stil in 1950. Met vastenavond noemt men het dorp het Vlaskoppenrijk. De middenstand omvat dan een café met feestzaal en een kleine buurtsuper met een kastje vol EHBO-spullen. Belangrijk worden echter de champignonteelt, de aspergeteelt en de blauwe bessen (25% van de nationale BB-teelt). In de agrotechniek wordt de Christiaens Group marktleider.

Vlees op vrijdag

Dan, in de jaren zestig solliciteert er ene Paul van Els als meester aan de lagere school (leraar aan de basisschool, zeggen we nu). Sporen had hij verdiend aan de lagere scholen in Wanssum en Urmond. In Wanssum snel aan de bak gekomen via de netwerken van Timmermans (Hent) en Van Els (Sjang oëme). In Urmond verwend door een volijverige hospita, die Paul op grond van de dispensatieregeling voor mijnwerkers zelfs op vrijdag vlees liet eten. Maar gelouterd en vakbekwaam geworden in human resourcewerk (personeeldienst) van de keramische fabriek Tegula aan de zuidzijde van Venlo (Tegelen), voldeed Paul aan de roeping zijner vaderen om in het Onderwijs te gaan.

Meister Rutten

Wellicht ligt in de nevelen van het verleden het geheim van die roeping verborgen. Ik spreek hier de naam van bv meister Rutten met enig respect uit. Oom van moeder van Els! Hoofd der School in Wanssum. Uitvinder van het schoefelmachientje en daardoor wellicht grondlegger van de agribusiness in NoordLimburg. In de twintiger jaren is hij drie jaar lang lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Trouw bepleiter van Limburgse belangen in de Haagse wandelgangen. Want wandelen, dat deed hij graag. Teruggekomen met de trein vraagt hij op het stationsplein in Venlo aan een taxichauffeur: “hoeveel kost het me als je me naar Wanssum brengt?“ Om dan op het genoemde bedrag te repliceren: “zo weet ik precies wat ik verdien als ik te voet ga!” Ruim tien jaar blijft hij dan nog lid van Provinciale Staten. Zijn vrouw heette tante Regien. Een pronte dame die afkomstig was uit Holthees. Als het journaille aanbelde om de volksvertegenwoordiger te mogen spreken en Regien met de schort voor de deur opendeed, varieerden de egards van de krantenjongens afhankelijk of zij dachten te maken te hebben met de vrouw des huizes dan wel met de dienstmaagd.

Rolduciens

Vader van Els, om nog maar eens iemand te noemen, bezocht de Normaalschool te Venray, in de hoop daar te slagen voor zijn onderwijzersakte. Zijn toekomst vond hij echter in de nieuwe landbouwcoöperaties. Een branche waarin hij één der zeer groten werd. Dan onze Rolduciens Theo en Leo. Beiden zeer geslaagd in het onderwijs. Theo werd leraar in de Engelse taal en Leo classicus. Heel mooi! Tilly heeft andere kwaliteiten. Maar je ziet het: ook zij geeftaan de Horster boeren en boerinnen bridgeles en aan een alleraardigst meisje (Isnelda uit Colombia) inburgeringslessen. Onderwijsbloed tekent deze familie. Geweldig toch.

Gelukkige vader

Paul gaat voor klassieken. Maar merkt al vlug dat zoiets niet zijn “ding” is. Hij bekwaamt zich als personeelsman bij de Tegula in Tegelen. Onder moeders hoede tuiniert hij en brengt het huis in goede staat, waardoor het bij verkoop een topprijs zal opbrengen. Vader is overgelukkig als Paul intussen slaagt voor een twee en een half jaar durende urgentieopleiding voor onderwijsgevenden.

Respect voor kinderen

De reden dat ik Paul heb geïnterviewd moet niet gezocht worden in zijn resultaten met peripatetisch (?) onderwijs. Eerder in het feit dat sedertdien een stroom van interessante mensen via hem de schoolbanken heeft verlaten. Een van zijn oud-leerlingen zegt: “Meester Paul was een echte persoonlijkheid. Met schitterende verhalen. Geduld en respect had hij voor alle kinderen, groot en klein!” Nou, een mooier getuigenis is niet denkbaar. Zeker als je bedenkt dat die oudleerling nu een riante ijssalon heeft in het centrum van Horst. En twee jaar geleden, door vakmanschap zelfs de landelijke ereprijs van de Gouden Spatel verdiende.

A daughter a day

Maar er zijn er meer. Oud-leerlinge Sylvie Bexkens is nu gastvrouw in het gerenommeerde Maashotel in Broekhuizen. Haar zus Linda is bedrijfsleidster in de DA-drogisterij in Horst. Dan heb je Pierre van Helden, meerdere malen Limburgs kampioen buutterednen: “ja, d’n burgemeester en de fiets: zonder ketting zijn ze niets!” Ger Gubbels stamt van de Lochthoeve. Volijverig leraar aan het Dendroncollege en meister klosjaar van de Kloscommissie (waarvan Tilly beschermvrouwe is). Hij bedenkt een lijfspreuk voor prins Bernhard: “a daughter a day, keeps d’n dokter away!” Dan zijn daar natuurlijk het duo Um & Um (Wim Hendrix en Mat Craenmehr). Professor honoris causa geworden aan de Narrenuniversiteit van Limburg: “wat een mooi bruidspaar die William en Kate. Gelukkig is ze niet getrouwd met Williams broer Harry. Want dan had je altijd Keet en Herrie”. Het goede gevoel voor onze moedertaal moet die Melderslose mensen toch door iemand zijn bijgebracht? Nou dan.

Kern met Pit

Dan heb je nog Harrie en Mia Litjens. De bouwers van het nationaal Asperge & Champignonmuseum. Annex aan het streekboerderijmuseum De Locht (met 33.000 bezoekers per jaar!). Paul en Bep zijn er vijf jaar lang volijverig vrijwilliger geweest. Voorzitter Harrie won met zijn museum de nationale prijs “Een kern waar pit in zit” en ontving het ereteken uit handen van prins Claus. Claus zei: “wat moet ik me nou voorstellen bij een streekboerderijmuseum?” Waarop Harrie antwoordde: “kom maar eens kijken en breng de vrouw maar gerust mee!”

Zôdde denke

Ik heb Paul gevraagd: “komt dat nou allemaal door jou? Al die jonge mensen met die fascinerende initiatieven?” Hij lacht me wat geheimzinnig toe. “Zôdde denke?”, zegt hij bescheiden en neemt me mee naar buiten: “vanmiddag komen ze de stoep wat beter te leggen. Dan kan Bep er niet over struikelen”.

D’n dôenste noabere
op 28 oktober.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 23, december 2011.

Verder lezen: