Het magazine Leven in Valkenswaard, aflevering 16, dat 11 december verscheen, handelt over het lager onderwijs in Valkenswaard tussen 1850 en 2015. Voor dat nummer schreven wij een korte biografie van (hoofd)-onderwijzer Piet Fasol. De bijdrage is hieronder weergegeven. Romé Fasol sprak bij de presentatie van het tijdschrift een inleidend woord over het leven van zijn vader.

In 2007 vond ik de tijd rijp wat herinneringen op papier te zetten. In een beperkte oplage van 200 stuks kwamen die beschikbaar voor familie en vrienden en vooral voor onze drie kleinkinderen. Ik heb het stellige vertrouwen dat het voor hen een baken in hun leven zal worden. Het boek kreeg als titel ‘Late Haver‘. Een herinnering aan mijn moeder die weliswaar nooit aan mijn levenslot heeft getwijfeld, maar toch verzuchtte toen ik in Tilburg afstudeerde: “Kijk, late haver komt ook op”. Daardoor gesterkt, heb ik het boek op 1 oktober 2007 aangeboden aan de heer Ederveen, burgemeester van Valkenswaard. Het is de laatste keer geweest dat ik hier in het gemeentehuis kwam, nadat ik er als wethouder en waarnemend burgemeester (in het halve jaar tussen Van Zwieten en Bartels) wonderschone avonturen heb beleefd. Mijn vader zou er trots op zijn geweest!

Mijn vader! In aflevering 16 van ‘Leven in Valkenswaard‘, heeft hij vandaag een eervolle pagina gekregen. Daar zijn ik en mijn Tilly, en ook onze Peter en Carola erg blij mee. Want Piet Fasol is voor ons in de familie al meer dan 50 jaar een man die we kennen en herkennen van foto’s, maar ons ook herinneren door zijn karakteristieke vaderschap en vrolijke maar serieuze levenswijze. In zijn kleine openbare school met zo’n 30 leerlingen die allen, zes klassen tezamen, in één lokaal zaten, was hij een soort Jac Thijsse. De kinderen aanhoorden 6 jaar lang zijn abc van de taal en de tafels van vermenigvuldiging bij het rekenen. Er ontstond een band met de kinderen waar ook ons gezin bij betrokken werd.

Was de dominee op school voor catechisatie, dan werd in onze achterkamer aan de katholieke jongens en meisjes verteld waarvoor die grote Nicolaaskerk diende en waarom Valkenswaardse mensen naar Handel liepen. Beurtelings kwam de kapelaan en als die niet kon, deed mijn moeder het verhaal. De kinderen kwamen bij ons ook in onze grote tuin, die aan het einde lag van het Fasollepaaike (een landweg tussen het einde van Kromstraat en de Dommelseweg). En voor kinderen die uit lastige milieus kwamen, was hij ook een pater familias, die voor hen opkwam.

Toen de oorlog voorbij was, hoorden we de verhalen over het verzet van de jongens van Van Tongeren, die op de zolder van de school hun dappere werk deden. We zagen vol verbazing hoe Canadezen met hun kleine tanks de schoolgang inreden en daar tussen de kapstokken motorisch onderhoud pleegden. Ik herinner me hoe het Rooie Keesje (ook een legende) met zijn tenen aan de buizen van het hekwerk rond de speelplaats kon hangen. De reuzengrote kastanjebomen voor de school kreunden vol bewondering  in de herfstwind. Met dit soort herinneringen had ik misschien in Valkenswaard moeten blijven wonen.

Netje Van den Berg (wie van jullie kent haar nog?) zei bij mijn vertrek vol genegenheid tegen me: “Als ik 40 jaar jonger was geweest, dan waarde gij de mènne geworden!” En wie weet had ik dan beantwoord aan het woord van Piet Jaspers en van Van Hellenberg Hubar en was ik inderdaad hier gebleven. Jan van Holten, toenmalig bevlogen raadslid (en zoon van zijn vader die hier wethouder was), zei bij dat vertrek tegen mij: “Ik heb zes jaar lang bij jouw vader in de klas gezeten. Eigenlijk zijn wij beiden voor een deel door dezelfde vader opgevoed”. Dát zijn erg mooie herinneringen!

Mijn gezin en ik zijn blij en trots dat we ons vandaag heel even, door uw initiatief, Piet Fasol weer herinneren. Hij was een fantastische en zeer gewaardeerde hoofdonderwijzer en huisvader. Tegenwoordig krijgen zulke mensen een lintje. Bij leven fietste hij al over een Fasollepaaike en kreeg bij zijn pensioen Valkenswaardse sigaren. Bij zijn uitgeleide einde april dwarrelden op weg naar de begraafplaats grote vrolijke sneeuwvlokken over ons neer. Nu kunnen we hem ons herinneren door een plaatsje in deel 16 van “Het leven in Valkenswaard”. Heel goed en heel mooi! Ik dank jullie wel.


Onderstaande tekst verscheen in ‘Leven in Valkenswaard’.

(Hoofd)-onderwijzer Piet Fasol (1890-1961)

1938: Collega's van Piet Fasol (1890-1961)

1938: Collega’s van Piet Fasol (1890-1961)

Door Peter Fasol en Romé Fasol op 11 december 2015

Piet Fasol wordt als zoon van André Fasol – schoenfabrikant en armenmeester – en Johanna Loos – van de Venbergse Molen – op 26 mei 1890 aan het Florapark in Valkenswaard geboren. Hij kiest voor het onderwijs op advies van Hendrik Snellens, hoofd van de openbare school aan de Dommelseweg.

Zo geschiedt. Op 1 mei 1912 haalt Piet zijn onderwijzersakte  in Venlo en op 3 juni van dat jaar benoemt het gemeentebestuur hem tot onderwijzer aan de openbare school. Hij haalt zijn akte als hoofdonderwijzer te Breda op 16 juli 1921.

Piet Fasol heeft ambitie: hij volgt in 1924 een opleiding tot land- en tuinbouwonderwijzer te ’s-Hertogenbosch. Samen met zijn cursisten wordt hij dan ook in de crisistijd betrokken bij de aanleg van het Leenderbos.

In 1927 gaat de openbare school verder als katholieke school. De leiding van de school komt in handen van de Broeders uit Dongen. Piet Fasol blijft tot 1938 verbonden aan deze school. Er blijven twee leken-leerkrachten werken; naast Piet is dat Jan de Natris. Broeder Crescentianus, het schoolhoofd, laat hen echter duidelijk merken dat zijn voorkeur uitgaat naar onderwijs met broeders.

Op 1 maart 1938 wordt Piet Fasol benoemd als hoofd van de openbare school aan de Kromstraat. Een opvallende keuze omdat hij eigenlijk als tweede op de voordracht staat.

Piet Fasol is overtuigd katholiek en actief in parochie en samenleving. Zo is hij vele jaren secretaris van het Wit-Gele Kruis en in 1920-1921 bijvoorbeeld bestuurslid van voetbalvereniging De Valk.

Hij leidt de school op integere wijze door de Tweede Wereldoorlog. Op 2 mei 1952 wordt zijn 40-jarig onderwijsjubileum uitbundig gevierd en per 1 september 1956 volgt eervol ontslag wegens pensionering. Het gemeentebestuur biedt hem bij die gelegenheid een merkwaardig cadeau aan: één kist sigaren per kwartaal gedurende vijf jaren!  Piet Fasol – de man bij wie generaties Valkenswaardenaren in de klas hebben gezeten – overlijdt op 22 april 1961.

 

Verder lezen: