Begin juli was ik op de boekenmarkt in Dordrecht, waar ik een prachtige uitgave uit 1818 op de kop tikte van de Memoirs of John Duke of Marlborough, voor een prijs die mij meeviel maar die een ander verbijsterde, zoals ik naderhand merkte.

Ja, ik verzamel oud papier. Ik vind weinig dingen mooier dan een 17e of 18e eeuwse boekdruk, nog in een bijna onbeschadigde band gestoken, met mooie gravures, op nog altijd hagelwit papier: want het papier dat in die tijd gebruikt werd bevatte nog geen houtvezel, dat vanaf halverwege 19e eeuw gangbaar werd en dat nu verkruimelt als je het maar aanraakt. Zo’n oud boek is een kunstwerk op zichzelf.

Ik verzamel nog meer oud papier: wijnetiketten; vaak prachtige staaltjes grafische vormgeving. Tja. Een ander verzamelt postzegels. Dat doe ik dan weer niet.

Een mooi verzorgd boek voelt anders dan een bestandje op je e-reader.  Je kunt prima lezen met een e-reader, maar de esthetische ervaring ontbreekt. Een digitale editie van de Donkere Kamer van Damokles is zeer leesbaar en de literaire ervaring is gelijk. Maar de prachtig ingebonden jubileumeditie die dit jaar uitkwam, met de subtiele verwijzing naar de hoofdpersonages die op de snijrand van het boekblok is gedrukt, het hoogwaardige papier: dat hoort óók bij de leeservaring.

Heel veel kan digitaal. Dat is ook beter voor het milieu en zo. Papier mag geen wegwerpartikel zijn. Maar als er een goede reden voor is, is papier zo gek nog niet.

 

Verder lezen: