Toespraak gehouden door staatssecretaris Jan Kees de Jager op 19 februari 2009 te Den Haag.

Eind januari stond in de Volkskrant een interview met Roel Bekker, de secretaris-generaal voor de vernieuwing van de Rijksdienst, hier vandaag ook onze gast in het panel. Het interview was afgenomen naar aanleiding van zijn oratie bij zijn benoeming tot hoogleraar.

Boven het artikel stond de kop: Ambtelijke helden.

Als je het verhaal leest krijg je een aardig idee van hoe de ambtenaar van de toekomst eruit moet zien. Je kunt het eigenlijk in een woord samenvatten. De ambtenaar van de toekomst moet ondernemend zijn.

Bekker schrijft in zijn oratie dat de echte ambtelijke helden van vroeger er niet meer zijn. Mannen – tja het waren toen wel altijd mannen – die altijd aan de bal waren en hun minister een stap voor waren. Dat doet je toch erg denken aan Sir Humphrey uit Yes Minister.

Maar nou vind ik Sir Humphrey niet zo’n ondernemend type, die was er toch vooral op uit om alles bij het oude te laten.

Ik denk dat er niet zozeer een onderscheid te maken is tussen ondernemingen en bedrijven. Veel vooral grote bedrijven – zoals KPN – zijn zo groot dat er een grote mate van standaardisatie van processen nodig is. Het woord daarvoor is bureaucratie. Dat kom je dus zowel tegen vbj de overheid als in het bedrijfsleven. Het onderscheid zit meer tussen grote organisaties en de kleinere entrepreneur-achtige ondernemingen.

Ik heb beide kanten mogen ervaren; de onderneming en de ambtelijke werkomgeving.

Ik vind het daarom erg leuk om vandaag voor eigen publiek, te spreken voor Piazza en Jong KPN.
Ik ben deze maand 40 geworden. Val ik nu eigenlijk nog in jullie doelgroep?

Het leven begint bij 40 zeggen ze. Ik ben in ieder geval twee jaar geleden aan een nieuw leven begonnen toen ik mij ging bemoeien met het landsbestuur.
Toen maakte ik de overstap van het ondernemerschap naar de politiek.

Daarvoor was ik altijd ondernemer. Het beeld is altijd: het zijn twee totaal verschillende werelden. Beide werelden van binnenuit kunnen meemaken is natuurlijk heel interessant. Je ziet de verschillen en overeenkomsten.

Nog steeds vragen ze mij in interviews of ik wel aan die overstap kan wennen. Ik kan u geruststellen: dat gaat prima. Het is wennen om ineens in de publiciteit te staan. Maar ook valt me op hoe goed alles voor je geregeld wordt. Er lag een dik introductiedossier voor me klaar, mijn kennis in de fiscaliteit is geactualiseerd en flink bijgespijkerd en als ik om een notitie ergens over vraag ligt die er binnen een dag. Als ondernemer moest ik meer mijn eigen zaakjes regelen. Wat de verschillen ook mogen zijn; in ieder geval is er geen verschil in hard werken.

Natuurlijk, er zijn verschillen, maar ik wil ze niet overdrijven. De overheid en het bedrijfsleven zijn niet elkaars tegengestelde.

Ondernemerszin heb je namelijk overal nodig. Zonder ondernemende houding kom je nergens, noch bij bedrijfleven noch bij overheid en grote organisaties.

Wat versta ik dan onder ondernemerszin, onder een ondernemende houding?

Ondernemerszin is initiatief tonen, nieuwe ideeën bedenken, aanpakken. Dat heb je zowel in een bedrijf als binnen de overheid nodig.

De vraagstukken waar we als overheid voor staan zijn buitengewoon complex. Dan wordt dus bij uitstek een beroep gedaan op de creativiteit, initiatief en innovatievermogen van ambtenaren.

Maar wat de overheid wel moet doen, is zorgen voor een organisatievorm, een werkomgeving en structuur en een bedrijfscultuur waarin de ondernemende houding van ambtenaren kan floreren. Waarin het mogelijk is om je creativiteit te ontplooien en waarin initiatief en innovatie kunnen ontstaan.

Een van mijn speerpunten is de bevordering van ondernemerschap. Dat moet ook in eigen huis.

Hoe dat moet, daar gaan we vandaag over van gedachten wisselen. Hoe geef je creativiteit een kans? Hoe bed je ondernemerszin in in de bedrijfscultuur? Hoe geef je ruimte aan je medewerkers om nieuwe dingen uit te proberen? Hoe ga je als overheid om met de risico’s van innovatie?

De antwoorden op die vragen komen binnen de overheid niet vanzelf, omdat ze in relatie staan tot lange termijndoelen en niet tot de winstcijfers van het lopende boekjaar. Dat maakt dat je er vooral strategisch naar moet kijken als organisatie en in staat moet zijn om over het kortetermijn gemak van de organisatie heen te kijken.

Dat is de uitdaging. Dat betekent dus kort samengevat dat niet alleen de medewerkers binnen de overheid ondernemend moeten zijn; dat geldt niet in het minst voor degenen die binnen de overheid aan de touwtjes trekken. Zij moeten doordrongen zijn van het belang van een ondernemende manier van werken binnen de overheid.

Werken bij de overheid is, ik kan niet anders zeggen, gewoon leuk. Dat komt niet in het minst omdat het inhoudelijk enorm aansprekend is. Ik ben als staatssecretaris dagelijks op zoek naar oplossingen voor lastige vraagstukken: hoe herzien we de successiewet? Hoe moderniseren we de ICT van de Belastingdienst? Hoe krijgen we jaarlijks 100 á 150 miljoen beschikkingen de deur uit tegen zo weinig mogelijk kosten? Hoe zetten we belastingen in om duurzaamheid te bevorderen? Hoe bevorderen we met belastingen ondernemerschap? Hoe brengen we de administratieve lasten omlaag?

Dat is allemaal verre van eenvoudig. Of je nu werkt in een bedrijf of als ambtenaar, je zult moeten toegeven dat dit uitdagende vraagstukken zijn, die hoge eisen stellen aan creativiteit, innovatievermogen en bereidheid tot samenwerken. Aan een ondernemende houding.

Ik ben daar dagelijks naar op zoek en gelukkig kom ik ze geregeld tegen. Aan mij de taak om er de ruimte te geven.

Dank u wel.

Verder lezen: