Vrij naar het sprookje van “de Peelkabouters van Horst” 1998.

 

Er was eens …

In lang vervlogen tijden was de Peel in de grensstreek tussen Brabant en Limburg nog woest en onontgonnen. Wie er wilde zijn, moest zich een weg banen over ruige karrensporen, langs moerassen en wild struikgewas. De goudgele honing rijpte er in de kruidige lucht van warme zomerdagen. Hier kon je de turfsteker tegen komen, die voor eigen gebruik de brandstof uit de veengrond stak. Hij gaat door tot de duisternis valt over zijn werk en de vermoeide ogen zich sluiten tot de volgende dag. Toch waren de turfstekers tevreden met hun lot. Want, levend tussen griendhout en venen bleven ze verbonden met hun dappere en vindingrijke Peelkabouters. Ja, er was eens….

De legende

Heel lang geleden, zo verhaalt de legende, woonden er in de Peel kleine mannekes en vrouwkes. Peelkabouters werden ze genoemd. Ze woonden in kleine woninkjes en in hun tuintjes groeiden paddestoelen en boterbloemen. In voorraadkamertjes bewaarden ze heerlijke champignonpasta en kabouterwijn. Als ze onderweg een turfsteker tegen kwamen maakten ze voor hem een deftige buiging. Maar als je een praatje wilde maken, waren ze snel verdwenen.

Toen kwamen er nieuwsgierige mensen in de Peel, die het geheim van de paddestoelenteelt wilden ontdekken. Ze liepen met grote passen over de Peelgrond. De arme turfstekers werden bruusk aangesproken. Het werd al erger en erger. De heer van Horst werd uitgenodigd door de Opper-Peelkabouter voor overleg op de Elfenbank. De nevel lag laag over de velden en goede raad was duur. Sommigen wilden nog wat afwachten. Er waren er ook die wilden gaan vechten. Anderen wilden een brief schrijven. Iemand stelde zelfs voor maar uit de Peel weg te trekken. De lantaarns flakkerden onrustig in de ijle nevelslierten.

Dan staat er een Peelmanneke op, die kabouter Wijsneus heette. Hij ging op een boomstronk staan, stak zijn hand op en zei: “Ik heb een voorstel”. In de herfstavond speelde plots een zachte wind. Kabouter Wijsneus zei dat Peelkabouters en Peelmensen bij elkaar hoorden. Hij stelde voor, de grote mensen te leren hoe paddestoelen groeien in de herfstlucht, maar ook hoe je de herfst het hele jaar door kunt namaken in kwekerijen. Zo konden allen profiteren van de paddestoelenteelt. De Heer van Horst stond op. Hij veegde zijn zitvlak af en zei: “Ik durf gerust te zeggen dat dit een goed idee is”. Besloten werd ieder jaar een “Wijsneuzendag“ te houden. Ze beloofden de herinnering aan de Peelkabouters levend te houden door de allerkleinste kinderen op Wijsneuzendag mee te brengen naar het grote feest.

Geluksbelofte

En de raadsheren van de heer van Horst lieten de legende van kabouter Wijsneus uitbeelden in 17 bronzen kunstwerkjes. Die staan nu op het Horster Erf. Op ieder beeld staat een woord. De 17 woorden tezamen vormen de geluksbelofte van kabouter Wijsneus, die luidt: “Geluk zoeken heeft alleen maar zin, als je het doet voor elkaar en niet om het gewin”. De Wijsneuzendag voor de kinderen uit Horst en de wijde omgeving bracht inderdaad geluk. Of jullie het nou geloven of niet: telkens weer leggen de mensen uit de Peel hutje bij mutje om een nieuwe Wijsneuzendag mogelijk te maken. Een van die kinderen riep: ”hé zeg, als we alles wat over is eens naar de zieke kinderen brengen! Want ook voor hen moet de geluksbelofte werken. En toen was er nog iemand die toevallig het telefoonnummer had van CliniClowns. Zo werd een legende van toen, een sprookje voor vandaag!

Kunst voor kinderen

Het sprookje van gelukskabouter Wijsneus werd dus uitgebeeld in 17 bronzen beeldjes. Omdat het kunst voor kinderen is, zijn de beeldjes geplaatst op de hoogte van een kinderoog. De beeldengroep werd ontworpen door beeldend kunstenaar Joep Nicolas van Ronckenstein (Reuver) en gegoten bij de Koninklijke Eijsbouts te Asten.

Wilhelminaplein

Op het plein voor het Raadhuis staat dat formidabele paard van Fons Bemelmans. Een symbool voor de dynamiek van Horst. En vlak daarna komen de eerste kleine beeldjes:

  • Een Padden-stoel. Op een Limburgse stoel zit een wonderlijk creatuur. Lui en welvoldaan leunt hij achterover, alsof hij luistert naar de beraadslagingen in het raadhuis. Hij is hier verzeild geraakt, eigenlijk verdwaald uit de paddentrek in de Peel. Oh ja, en wat is het hier nou: een padden-stoel of een paddestoel?
  • De Hanekamzwam behoort tot de familie van de delicate en kleurrijke cantharellen. Trots en fier kijkt deze haan over het Horster Erf. Klaar om te springen als er iets valt te scharrelen. Hij zit een beetje verwaand en erg zelfbewust boven op de paddestoelen. De haan weet immers dat je met goeie vette kuikenmest de beste compostaarde voor de champignonteelt krijgt.

Sint Lambertusplein nabij het Oude Raadhuis

De beeldengroep daar, heeft een centrale figuur: vanzelfsprekend is dat kabouter Wijsneus.

  • Kabouter Wijsneus is de hoofdpersoon uit het sprookje. Hij was het die in de legende even zijn hand opstak om een goed voorstel te doen. Hij bedacht de geluksbelofte voor de mensen in de Peel. Er wordt beweerd dat als je hem over zijn neus aait, je een warm gevoel van binnen krijgt. Dat is een duidelijk bewijs dat de geluksbelofte nog steeds niet is uitgewerkt! Het dier dat achter hem zit, is het haasje. Hij wil van de sokkel afspringen en terugrennen naar Venray. Want daar komen de Piëlhazen immers vandaan! Twee keer drie Paddestoelen. Rondom deze zit-paddestoelen springen jonge padjes in en uit de ondergrond. Sommigen zijn zelfs ongegeneerd aan het vrijen! Op een regenachtige nacht, heeft iemand gezien, gebeurt dat ook echt. Oh ja, op de zes zit-paddestoelen staan natuurlijk weer zes woorden uit de geluksbelofte.

Sint Lambertusplein nabij de kerk

  • Zwamvis. Een prachtig gevormd kunstobject. Is het een zwam of een vis: je weet het nooit. Je kunt wel je oor even tegen zijn mond leggen, dan hoor je in elk geval zijn gezwam. En als je niks hoort, hoor je vlug genoeg weer je eigen gezwam.
  • Wijze Uilenzwam. Waarlijk een schoonheid. Prachtige ogen, een waardige schedel. Met zo’n voorkomen zou je politicus kunnen worden. Of hoofdfiguur uit de fabeltjeskrant!
  • Kabouterwoninkje. Een beeld uit het dagelijks leven van het kabouterbestaan. In het woninkje zijn kaboutermannekes en kaboutervrouwen bezig bedden op te maken in het alkoof en doende met de inmaak van champignonpasta.
  • Kabouterontbijt. Ja, wat eten kabouters zoal? Meestal iets à la carte met champignons. Zoals je ziet, eten ze netjes met mes en vork. En ook een servet wordt niet vergeten.
  • Kabouterhofke. Een herfstbeeld. Het hagedisje kruipt nieuwsgierig rond een stronk van de berenklauw. En in de herfst groeien paddestoelen als kool!

Pleintje Kerkstraat

  • Het smakelijke Eekhoorntjesbrood staat bekend om zijn nootachtige smaak. Ludiek bedacht is het, om er een eekhoorn van te maken, die er met een paar boterhammen op zijn kop vandoor gaat. Waarschijnlijk een restant uit een nabij gelegen bakkerij.
  • De geurige maar giftige Ridderzwam spreekt tot de verbeelding. We voelen ons plots weer verbonden met de reeds lang verdwenen ridderschap van kasteel Ter Horst in de Kasteelse Bossen.
  • En tenslotte zijn er nog de bitterzure Satansboleten. Die zijn echt niet eetbaar! Er kruipt ook nog zo’n venijnig monstertje onder vandaan. Maar als we goed opletten, zien we dat ook de gevaarlijkste situaties goed “in de hand” worden gehouden…

Een echt icoon

De Peellegende heeft gesproken tot de verbeelding van burgers, boeren en buitenlui. En voor wie het verhaal niet alleen in het Nederlands wil lezen, maar ook in het Horster plat, heeft de dichterlijke Jan van Teng een prachtige dialect-versie geschreven. De zorg voor kinderen blijft op die manier velen boeien. En behalve (meer)opbrengsten op Wijsneuzendag, worden er bij jubilea en feesten nog extra gelden bijeen gebracht. Zo dragen we er allen aan bij dat op de gezichtjes van ernstig zieke kinderen toch weer een glimlach doorbreekt, waardoor ze moed krijgen te knokken voor hun beterschap.

Terug naar de Peel

Allemaal prachtig. Maar hoe maken die Peelkabouters het nu, na al die belangstelling? Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar de Peel. Wanneer we dan westwaarts gaan, door America heen, passeren we allereerst het landschappelijk gelegen golfdomein van de “Golfhorst”. En daar ligt voor de wat meer deftige kabouters een heuse Peelkaboutergolfbaan. Wie nog twijfelde aan het bestaan van Peelkabouters, zal nu wel overtuigd zijn. Negen holes nog wel, fraai gesitueerd in een Peelkabouterlandschap. Ongelooflijk! Maar we moeten nog verder.

Over de Middenpeelweg heen

Daar tussen het griendhout en de venen ligt een beeldschone woonstede. En in die woonstede staat herberg De Morgenstond. Het schildje aan de gevel trekt meteen de aandacht. Het is nog niet zo lang geleden dat Jeu Claes, directeur van de Koninklijke Horeca Nederland, hoogst persoonlijk het schild kwam bevestigen, waarop staat: “Herbergier van de Peelkabouters”.

Peeldebat

En binnen, ach daarbinnen, zie je op de menukaart die overheerlijke Peelkaboutergerechten. De herbergier met zijn leren voorschoot, staat tevreden te tappen achter de toog. Want twee keer per jaar (in 2006 al voor de twaalfde keer), komt het Wijsneuzengenootschap hier met hun sponsors bijeen om in debat te gaan met een Bekende Nederlander. Het wordt dolle pret als ze na het Peeldebat hun Peelkaboutersoep oplepelen, kerboêt met roggebrood krijgen en van een wijsneuzenneutje kunnen nippen. Ze lachen wat af en slaan elkaar vrolijk op de schouder. Velen denken eventjes dat ze zelf Peelkabouter zijn geworden. En soms neuriën ze dat rare liedje mee. Dat gaat zó:

  • Ik ben kabouter Wijsneus, ik ben de hele dag
  • Tevreden en gelukkig, ‘k doe alles met een lach.
  • Ik ben kabouter Wijsneus, geluk zit in mijn bloed,
  • En als je in je hart kijkt, weet jij ook hoe dat moet ….

Herinneringen:

  • De Peelkabouters van Horst, Romé Fasol 1998.
  • Preses stichtingsbestuur De Peelkabouters (1997-heden).
  • De Pielkebouters ván Hors, Jan va Teng 1999.
  • Preses Wijsneuzengenootschap. Peeldebatten Griendtsveen (2000-heden).
  • Voorzitter Jury van de Bronzen Wijsneus (2000-heden).
  • Op zoek naar de geluksboodschap van Kabouter Wijsneus, 2005
  • Door CliniClowns onderscheiden met de Zilveren Neus (16.11.2004 opTV uitgereikt)

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: