Op 15 februari 1995 werd de Raad van Toezicht en Directie van het Vincent van Gogh Instituut ontvangen door de heer drs. Johan van Gogh, voorzitter van de Van Gogh Stichting in Amsterdam.

Vroeger in Nuenen

De schilder Vincent van Gogh is zo’n internationaal begrip dat een relatie met Brabant niet vaak wordt gelegd. Wie de weg door Nuenen volgt, gaat voorbij aan de pastorie waar hij eens woonde met zijn ouders. Wie zijn vroege werk bewondert, ziet Brabantse aardappeleters, het weefgetouw, een kerktoren en ander herkenbaar werk. Het Brabant-gevoel was wel merkbaar tijdens de tentoonstelling van met name die schilderijen in het gemeentehuis van Nuenen. In april 1965 opende burgemeester Smits van Oijen de tentoonstelling en het publiek kwam in brede rijen om de bewondering te beleven. Dicht langs de schilderijen. Ze hingen op zalen en in de trappenhal. Het liep gelukkig allemaal goed af! Ik beleef het opnieuw als ik door de mooie antiquarische catalogus blader.

Petite Histoire:

  • De broer van Vincent, de kunsthandelaar Theo van Gogh, was de grootvader van de Wassenaarse drs. Johan van Gogh. Nu gepensioneerd politicoloog van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij heeft met zijn zuster, een neef en een vertegenwoordiger van het Rijk zitting in de Vincent van Gogh Stichting. Ze beheert sinds enige decennia de kunstwerken en persoonlijke voorwerpen van de schilder. De stichting werd opgericht in 1959, toen het Rijk de familie onverwacht het voorstel deed een Van Gogh Museum te bouwen in Amsterdam.
  • Het gaat om 200 (van de 800) schilderijen, 250 tekeningen en brieven. Bovendien bezat Theo kunst van tijdgenoten van Vincent. Alles werd ondergebracht in het Museum. De familie kreeg een vergoeding bij de overdracht, overigens een fractie van de huidige waarde (ongeveer 20 miljoen in 1959). De vermoorde Theo van Gogh is de zoon van Johan en zijn vrouw.

Het Vincent van Gogh Instituut

In de periode 1989-2000 was ik lid en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Vincent van Gogh Instituut in Venray. Na de oude benamingen Sint Servaas en Sint Anna, werd de naam veranderd in Psychiatrisch Centrum Venray, kortweg PCV. Deze inderdaad op kunststof lijkende afkorting werd in 1995 vervangen door naam Vincent van Gogh Instituut. De zorgelijke leefwijze van Vincent en zijn kleurrijke schilderijen sloten, dacht men, aan bij de therapeutische belevingswereld van patienten. Om de naam aan te nemen was toestemming nodig van de Vincent van Gogh Stichting in Amsterdam. Na de ontvangen goedkeuring vonden beide partijen een kennismaking in de rede liggen. Op woensdag 15 februari 1995 werden we in het museum ontvangen door Johan van Gogh.

Kennismaking met de familie

Hij vertelde ons uitgebreid over zijn familie. Hoe de stichting was ontstaan. Bij het overlijden van de schilder in 1890 was de collectie weinig waard. Johans oma heeft de boel bijeen gehouden. Na grootmoeder werd haar zoon ir. Vincent Willem eigenaar. Hij heeft in 1959 de deal met de overheid gesloten. Johan vertelt hoe hij zich herinnert dat bij hem thuis de “aardappeleters” boven het buffet hingen. Er werd aan tafel meer over politiek dan over kunst gesproken. Hij aanvaardde, met scepsis, het postume ereburgerschap van de gemeente Nuenen voor zijn oud-oom. Mijn vraag of de TV-journalist Theo van Gogh familie was, vroeg Johan alvorens te antwoorden: “Wat vindt u van hem?” Zonder nadenken antwoordde ik: “Nogal recht-toe recht-aan”. Johan bevestigde dat het zijn zoon was. “U moest eens weten, hoe aardig hij is. En hoe kundig als filmer!” Ten afscheid kregen de aanwezigen uit Johans hand het boekje “Vincent”.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

 

Verder lezen: